Fremault: 'Derde van groenten en fruit moet uit Brussel en Rand komen'

Een derde van de onbewerkte groenten en fruit die in Brussel verbruikt worden, moet binnen 20 jaar uit de stad en haar directe omgeving komen. Om dat ambitieuze doel te halen, denkt milieuminister Céline Fremault (CDH) aan boeren in de Vlaamse Rand, tijdelijke moestuinen en mogelijk extra landbouwgrond in het Gewest.

Via de 'Good Food'-strategie die minister Fremault onlangs heeft aangekondigd voor de periode 2016-2021, zet de minister in op lokaal gekweekte gezonde voeding, die ook binnen ieders bereik moet komen.

Prioriteiten in de strategie zijn dat Brusselaars vanaf jonge leeftijd bewust leren omgaan met voeding, zodat tegen 2020 de voedselverspilling met 30 procent daalt. Dat is bijvoorbeeld de reden waarom de minister onlangs een 'Restorestje' introduceerde, een doggybag die Brusselaars kunnen gebruiken in deelnemende restaurants.

Er komt vanaf april ook een Good Food-label voor Brusselse kantines die inzetten op minder verspilling, meer lokale en seizoensgebonden producten, en meer vegetarische gerechten.

Daarnaast wil de minister ook dat tegen 2035 30 procent van de in Brussel gegeten onbewerkte groente en fruit lokaal wordt geproduceerd in Brussel en de stadsrand.  De minister van Leefmilieu schat dat de Brusselaars samen jaarlijks gemiddeld 104.640 ton fruit en groente per jaar verorberen. Daarvan wordt momenteel maar 1 procent in het Brussels gewest geproduceerd. Hoeveel precies uit de Rand komt, wist Fremault nog niet.

Meer landbouwgronden in Brussel
In de Commissie Leefmilieu stelden de groene parlementsleden Arnaud Pinxteren en Annemie Maes dinsdag vragen over de Good Food-strategie. Op een vraag van Maes over wat Fremault precies bedoelde met de ‘stadsrand’, antwoordde de minister dat ze daarmee een gebied van 10 kilometer rondom Brussel bedoelt.

 “Dit toont duidelijk aan dat de minister de korte keten serieus neemt en echt lokaal wil werken”, zegt Maes. “Maar ze vertrouwt daarbij wel in belangrijke mate op de Rand, waar ze weinig bevoegdheid heeft. We hopen dat de onderhandelingen met de Vlaamse overheden hierover goed verlopen.”

Om niet enkel op de boeren uit de Vlaamse Rand te moeten teren, vroegen Maes en Pinxteren daarom ook naar de mogelijkheid om meer landbouwgrond beschikbaar te maken in het Brussels Gewest.

Minister Fremault antwoordde dat de studie naar het potentieel voor landbouwgronden in het gewest nog altijd loopt. Ze opende wel voor het eerst de deur om van een (beperkt) aantal bouwgronden opnieuw landbouwgrond te maken.

‘Bouwpromotoren sensibiliseren’
Daarnaast zou Fremault ook meer tijdelijk beschikbare gronden willen openstellen voor kleinschalige moestuinprojecten op plekken als bermen en braakliggende terreinen. Ze wil bijvoorbeeld meer moestuinen in de groenzones beheerd door Leefmilieu Brussel, en denkt verder nog aan tuindelen en het sensibiliseren van bouwpromotoren.

Volgens Annemie Maes mag de minister hierin verder gaan: “Sensibilisering is vaak niet genoeg, er is ook nood aan een duidelijk ondersteunend en regelgevend kader voor bouwpromotoren om tijdelijk braakliggende terreinen open te stellen.”

Oppositiepartijen Groen en Ecolo reageren in het algemeen gematigd positief: “De minister toont dat ze werkelijk wil kiezen voor een duurzame en lokale voedingsstrategie. Hopelijk slaagt ze erin die te realiseren.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?