Galeriehouder Xavier Hufkens: 'Mijn verzameling is één groot zelfportret'

© Serge Leblon

Het gaat Xavier Hufkens voor de wind. Nationaal en internationaal is zijn gelijknamige galerie in Elsene een vaste waarde in de kunstwereld. Toch primeert voor hem het esthetisch genot boven de groeicijfers. “Elk kunstwerk is een deel van mezelf,” zegt hij daarover.

I n de Sint-Jorisstraat, een rustige zijstraat van de Louizalaan niet ver van het Ter Kamerenbos, huist sinds 1991 op het nummer 6 galerie Xavier Hufkens. Sindsdien is het klantenimperium van de galeriehouder, die in 1965 in Hasselt is geboren, over de hele wereld uitgedijd. Maar toch blijft Brussel zijn vaste ankerplaats.

Op de bovenste verdieping van zijn kantoor in de Sint-Jorisstraat prijken twee werken van Louise Bourgeois. “Ik heb het plezier gehad om twintig jaar met haar te mogen werken,” getuigt Hufkens, die de kunstenares nog steeds in zijn portfolio heeft.

De galerie is een modern, uitgepuurd gebouw dat vrij spel geeft aan het invallend zonlicht. Een werk van de toen nog jonge architect Paul Robbrecht. En dat typeert Hufkens, die oog heeft voor talent, ook al is het nog niet helemaal ontloken.

Xavier Hufkens: “Al toen ik 16 was, wist ik dat ik een galerie wou openen. Toch heb ik, om mijn ouders ter wille te zijn, eerst nog rechtenstudies aangevat, maar ik ben daarmee gestopt. Tijdens mijn legerdienst opende ik in 1987 een galerie op het Sint-Gillisvoorplein, bij wijze van weekendhobby. Vier jaar later nam ik mijn intrek in Elsene. Dat was toen geen evidentie, want iedereen wou een galerie hebben in de kanaalbuurt of de Dansaertwijk.”
“Mijn allereerste expo ooit was met de Britse kunstenaar Antony Gormley (bekend van onder meer de prachtige expo in het raam van Beaufort 2003 op het strand van De Panne, met honderd ijzeren afgietsels van het lichaam van de kunstenaar, red.).”

Meteen een schot in de roos dus. Getuigt dat van een sterke intuïtie of van een scherpe commerciële neus?
Hufkens: “Het is een en al intuïtie, een gevoel van zekerheid dat het om een zeer sterke kunstenaar gaat. Want dat gevoel, dat is voor mij de barometer van goede kunst. Als ik twijfel, en ik twijfel dikwijls, dan weet ik dat het fout zit. Als galeriehouder moet ik 100 procent geloven in de kunstenaar die ik vertegenwoordig. Ik wil de innige overtuiging hebben dat een kunstwerk iets wezenlijks bijbrengt. Geloof me of niet, maar ik denk niet na in termen van ‘gaat een kunstwerk goed verkopen?’, maar wel of het mij raakt, of ik het belangrijk vind.”

Geeft de markt u dan meestal (on)gelijk?
Hufkens: “Soms wel, soms niet. Maar de markt heeft niets te maken met kunst. Je hebt ook geen vat op de markt. Mijn enige interesse is de kunst op zich. En zolang de verkoop van de kunstwerken mij in staat stelt om me bezig te houden met die grote liefde, ben ik gelukkig. Deze galerie is gewoon de meest efficiënte manier om mijn passie te kunnen botvieren. Met andere woorden: de galerie is een alibi. Bovendien ben ik volledig vrij om te tonen wie ik wil. Daarom zou een museumomgeving voor mij niet werken, want daar moet je met allerlei wetmatigheden rekening houden.”

Is Brussel een goede omgeving voor uw galerie om in te gedijen?
Hufkens: “Ik ben dol op Brussel, ook al zou de stad er wel properder mogen uitzien. Je ervaart hier niet de druk van de grote steden, je kan hier rustig groeien. De tweetaligheid of meertaligheid van Brussel is schizofreen, en ook dat is een goede voedingsbodem voor kunst (lacht).”

Toch heeft Brussel geen museum voor hedendaagse kunst…
Hufkens: “Ja, dat is absurd. Een stad die geen aandacht heeft voor de kunst van de tijd waarin men leeft.”

Vooral in politieke kringen wordt gepleit voor dergelijk museum in de kanaalzone, omdat het de buurt zou doen oploeven. Wat vindt u daarvan?
Hufkens: “Je moet breder kijken dan het kanaal lang is. Het is naïef te denken dat het één specifieke buurt kan doen heropleven. In welke gemeente het museum komt, daar ben ik niet mee bezig. We moeten af van die gemeenten, Brussel is één stad. Zo’n project moet trouwens de hele stad ten goede komen.”

Uw galerie is toonaangevend in België en ook op internationaal vlak. Wat is de sleutel tot het succes?
Hufkens: “Daar is geen pasklare sleutel voor. Als ik die had, zou ik hier misschien niet zitten. Bovendien heb ik niet echt het gevoel succesvol te zijn. Ik leer nog elke dag bij, een vaste formule heb ik niet. Ik geloof gewoon in wat ik doe.”

Twee hedendaagse Belgische topkunstenaars, met name Luc Tuymans en Michaël Borremans, zitten bij Galerie Zeno X in Antwerpen. Steekt dat?
Hufkens: “Het zijn fantastische kunstenaars. Ik zou ze ook getoond hebben als ik kon, maar hoe en wanneer je iemands pad kruist, daar heb je niet altijd vat op. Thierry De Cordier heb ik op een ongewone manier leren kennen. In 1987 heb ik hem een kaartje gestuurd met de boodschap ‘Ik ken u, maar u kent mij niet.’ Hij heeft toen met mij contact opgenomen, en sindsdien klikt het perfect tussen ons. I have a soft spot for him. Hij staat half binnen, half buiten deze wereld. Een buitengewoon en atypisch kunstenaar. Zijn bijdrage aan de jongste Biënnale van Venetië (sombere, indringende marines, red.) was zeer sterk.”

Welke omzet hebt u gerealiseerd in 2012?
Hufkens: “Ik weet het niet. Ik ben daar echt niet mee bezig. En trouwens, is dat belangrijk? Omzet is iets relatiefs, we zijn hier geen computerbedrijf of een tankstation, we zijn met kunst bezig.”

Hoe belangrijk voor de galerie is de aanwezigheid op buitenlandse beurzen?
Hufkens: “Als u me dan toch iets wil laten zeggen over de omzet (lacht)… Zo’n 30 procent van de omzet haal ik op de vijf grote beurzen: Art Basel – waar ik al tien jaar in het selectiecomité zit – Art Basel Miami, Frieze in New York, de Fiac in Parijs en Art Brussels. De aanwezigheid is vooral belangrijk voor het imago, voor de perceptie. Elke beurs bereikt een ander publiek. Wil je van tel zijn in de kunstwereld, dan moet je daar aanwezig zijn.”

Hoe ziet een doorsnee week er voor u uit?
Hufkens: “Ik heb geen doorsnee week. Elke dag ziet er anders uit. En ik leef ook van dag tot dag, want anders word ik niet goed van de drukte. Ik reis veel. Dat komt omdat zo’n 90 procent van de kunstenaars uit mijn galerie in het buitenland wonen. Net als een groot deel van onze klanten trouwens. Ongeveer de helft van de tijd ben ik in het buitenland. Dat is leuk, maar ook eenzaam.”

Wat is uw favoriete kunstenaar of kunststroming?
Hufkens: “Mijn smaak is heel eclectisch. Kijk maar naar dat schilderij van Malcolm Morley – een naïeve marine met een zeilboot bij maanlicht – dat is toch helemaal anders dan het minimalistische werk van Robert Ryman. Al deze kunstwerken zijn stukjes van mezelf. Ik ben dus die kunst, en die kunst ben ik. Mijn galerie is als het ware één groot zelfportret. Akelig hé (lacht). Maar als ik er toch één kunstenaar uit moet lichten, dan zeker Thierry De Cordier. Ik zeg altijd tegen mijn team van medewerkers: ‘Als je in je leven met één grote kunstenaar kan werken, één Picasso zeg maar, dan verandert dat je leven.’ Met De Cordier hebben we dat geluk.”

TATE-ARCHITECT TEKENT HUFKENS' TWEEDE GALERIE

Onlangs opende Hufkens een tweede ruimte, op loopafstand van de eerste, in de Sint-Jorisstraat 107. “Hier toon ik jongere of minder gevestigde kunstenaars,” zegt hij, terwijl hij ons rondleidt in zijn nieuwe ‘speeltuin’. Toch was de Schotse artieste Cathy Wilkes, die Hufkens er nu tentoonstelt, ook aanwezig op de Biënnale van Venetië.

“Vroeger was dat hier een pizzeria op de gelijkvloerse verdieping, met een boksschool erboven,” zegt Hufkens. Architect Harry Gugger nam de ruimte onder handen. Gugger was tot 2009 een van de partners bij de toparchitecten Herzog & de Meuron. Sindsdien heeft hij zijn eigen bureau. Gugger is onder meer verantwoordelijk voor de reconversie van de Bankside Elektriciteitscentrale in Londen tot het Tate Modern Museum.

Ook in deze betrekkelijk kleine ruimte valt het zonlicht rijkelijk binnen. De houten trapwand zorgt voor een warme sfeer. In haar gevoelige broze schilderijen met ovalen verfvlekken speelt Wilkes een spel van verschijnen en verdwijnen. Dat doet ze ook letterlijk door verf aan te brengen en weg te spoelen.

Hoe ongrijpbaar Xavier Hufkens ook moge zijn, wegspoelen doet hij zeker niet, als een rots in de branding.

Nieuwjaarsinterviews 2014

Naar goede gewoonte zet stadskrant Brussel Deze Week het nieuwe jaar in met een reeks interviews. Schoven mee aan tafel voor een gesprek:  . Roma-expert Koen Geurts, europarlementslid Philippe Lamberts, Rozanne Descheemaeker en Ruben Lefever van Float Fall, Nasci-directeur Nicky Budts, Véronique Aelbrecht van vishandel Noordzee en galeriehouder Xavier Hufkens.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?