reportage

Gevlucht en aan de bak in Brussel: 'Wij Syriërs zijn van nature erg ondernemend'

De Syrische vluchteling Abdalla Al Omari: "Ik ben veel meer dan alleen vluchteling. Het is nu tijd voor iets anders."© Saskia Vanderstichele

Het conflict in Syrië escalleert opnieuw, nu Turkije het noorden van het land is binnengevallen. In 2015 kreeg ons land al te maken met een ongekende toestroom van Syrische vluchtelingen. Velen vroegen en kregen asiel. Hoe verging het hen intussen op de arbeidsmarkt? BRUZZ zocht drie Brusselse Syriërs op die er, ondanks de moeilijke start, in geslaagd zijn hun leven snel weer op de rails te krijgen en hun eigen boontjes te doppen.

Kunstenaar Abdalla Al Omari (33)

Vluchtte in 2014 naar ons land en wist drie jaar later met zijn opvallende schilderijen de wereldpers te halen. Nu opent hij een falafelzaak.
Reportage

SYrier Abdalla Al Amari BRUZZ ACTUA 1680
© Saskia Vanderstichele
| Syriër Abdalla Al Omari.

Ook in Damascus was Abdalla Al Omari aan de slag als kunstschilder, hoewel hij een diploma Engelse literatuur op zak had. “Schilderen is mijn ware roeping,” vertelt hij.

“Toen in 2011 het conflict uitbrak, was ik net gelanceerd. Ik had een galerie in Damascus. Mijn toekomst oogde schitterend. Maar alles veranderde toen ik portretten begon te maken van gedode kinderen. Dat was een doorn in het oog van het regime. Bovendien kreeg ik een oproep mee te vechten met het regeringsleger. Ik besloot te vertrekken.”

Al Omari verbleef eerst twee jaar in Tbilisi in Georgië. Vandaar ging het naar Europa. “Dat ging vrij vlot. In Tbilisi kreeg ik een visum om naar een expo in Parijs te gaan.” Omdat de asielvoorwaarden in ons land gunstiger leken, reisde hij door naar Brussel. Hij kon er tijdelijk terecht bij een vriend, de enige persoon in ons land die hij kende.

Bij aankomst in Brussel had hij twee schilderijen bij zich. “Die kon ik verkopen. De opbrengst was voldoende voor de huur van een flat.” De asielprocedure leverde weinig problemen op. Al Omari kreeg vrij snel een verblijfsvergunning en kan binnenkort de Belgische nationaliteit aanvragen.

Ook op artistiek vlak ging het hem voor de wind. De kunstenaar begon in België aan The Vulnerability Series, een opvallende schilderijen­reeks waarbij wereldleiders als Trump, Merkel en Assad afgebeeld zijn als vluchtelingen.

Toen de doeken in Dubai tentoongesteld werden, kwamen ze onder de aandacht van de zender Al Jazeera. Het filmpje werd 14 miljoen keer bekeken en Al Omari werd gebeld door CNN, BBC, Reuters, de Washington Post en tal van andere media over de hele wereld.

De afgelopen twee jaar stelde hij tentoon in Hamburg en op de biënnales van Kiev en Zuid-Korea. Bovendien kon hij het werk The Boat, onderdeel van het project, verkopen aan het toekomstige landverhuizersmuseum in Rotterdam.

“Die aandacht, die plotse bekendheid was overdonderend,” zegt hij. Maar het leverde hem ook veel op, alleen al financieel. Hij investeert nu in de falafelzaak Maha die hij samen met zijn broer opent aan de Vlaamsesteenweg.

Schilderen doet hij momenteel niet. “Ik ben in between projects.” Het Vulnerability-project heeft hij afgesloten. Eigenlijk wil hij het liefst de hele vluchtelingenperiode achter zich laten. “Ik ben veel meer dan alleen vluchteling. Het is nu tijd voor iets anders.”

Syriër Yousef Rajab
© Saskia Vanderstichele
| Syriër Yousef Rajab.

Ingenieur Yousef Rajab (34)

Ingenieur Yousef Rajab vond vrij vlug werk bij een internationaal telecombedrijf en maakte intussen al promotie.

Rajab arriveerde eind 2014 in Brussel. Hij had er toen een helletocht op zitten. Rajab woonde in Aleppo toen de gewelddadigheden in zijn land losbarstten. Hij was net getrouwd, had een goede baan als ingenieur bij de Syrische poot van de internationale gsm-operator MTN en woonde in een eigen appartement.

Aanvankelijk wilde hij niet weg. Maar nadat hij opgeroepen was voor het regeringsleger besloot hij uit te wijken naar Turkije. “Het plan was om daar een eigen zaak te beginnen,” vertelt hij.

Syriër Yousef Rajab

Omdat zijn broer, die mee gevlucht was, kampte met medische problemen, moest Rajab zijn plannen wijzigen. Het reisdoel werd verlegd naar Europa. Zijn vrouw bleef achter in Turkije. De reis – via Griekenland en Italië naar Brussel – duurde drieënhalve maand, kostte achtduizend euro per persoon en was extreem gevaarlijk.

Vooral de oversteek naar Italië doet hem nog steeds huiveren. “Met meer dan zestig man zaten we in een piepklein bootje, doorweekt en verkleumd, elf uur lang werden we als popcorn door elkaar geschud. Dat nooit meer.”

In Brussel kon Rajab terecht bij familie. Hij vroeg asiel aan, maar dat liep niet van een leien dakje omdat hij via Italië was binnengekomen en in principe daar de aanvraag had moeten doen. Eén jaar en twee maanden moest hij wachten op zijn verblijfsvergunning.

Voor die tijd had hij echter al een job. “Na de verplichte wachttijd solliciteerde ik eerst bij lokale telecomoperatoren zoals Voo en Orange. Zij struikelden telkens over het feit dat ik alleen Engels sprak en nog niet erkend was als vluchteling.”

Vervolgens probeerde hij het bij een internationale operator, BICS, een dochter van Proximus die wereldwijd telefoonverkeer regelt en ook samenwerkt met MTN.

“Daar was de werktaal Engels. De HR-verantwoordelijke vond mijn profiel interessant en toen ik vertelde dat mijn asielprocedure nog niet afgerond was, liet ze onderzoeken of er wettelijke bezwaren waren. Die waren er niet en ik kreeg een contract.”

Inmiddels werkt Rajab ruim drie jaar bij BICS in de Noordwijk en promoveerde hij tot gespecialiseerd ingenieur.

Dat hij snel werk vond, heeft volgens hem te maken met verschillende factoren: zijn opleiding en werk in Syrië, zijn goede kennis van het Engels en de steun van zijn familie. “Zonder die steun was het niet gelukt. Toen ik hier aankwam, had ik meteen onderdak en kon ik me volledig focussen op het vinden van een job.” En dan is er nog het feit dat hij botste op een personeelsverantwoordelijke die extra inspanningen deed om hem een kans te geven.

Niet alle vluchtelingen hebben evenveel geluk, beseft hij. “Een vriend van me die in het bezit is van een Syrisch diploma van veearts, maar dat diploma niet gelijkgeschakeld kreeg, werkt nu als dierenverzorger aan de universiteit.” Ook zijn eigen vrouw, die hier een jaar na hem aankwam, werkt onder haar niveau.

“Ze heeft een administratieve job, maar is nucleair ingenieur. Daarom wil ze weer gaan studeren.”Syriërs zijn van nature erg ondernemend, legt Rajab uit. “Ze beseffen dat ze hun eigen leven in handen moeten nemen. Veel jongeren in Syrië hebben op hun zestiende al een eigen zaakje.”

Hoewel hij tevreden is met zijn nieuwe bestaan in België, is hij nog steeds getekend door zijn vluchtelingenverleden en wil hij het liefst terug. “Ik ben van nature iemand die graag plant en controle heeft. Het is hard om van de ene dag op de andere alles kwijt te raken en in de onzekerheid te belanden. Ik ben daar in het begin erg boos om geweest.”

Omar Alahmad, ingenieur uit Aleppo

Alahmad is aan de slag bij het hippe IT-adviesbureau Waeg. Hoewel hij onder zijn niveau werkt, wil hij er blijven tot zijn pensioen.

Het IT-adviesbureau Waeg zit ietwat weggestopt boven een winkel in de goulet Louise. De internationale kmo – 63 medewerkers verspreid over zes landen - bouwt e-commerceplatformen voor grote bedrijven als Solvay en Barry Callebaut.

In het nog nieuwe, met felgroene kleurtjes ingerichte kantoor vervult Omar Alahmad (56) de rol van facility coördinator, een kruising tussen klusjesman en conciërge. “Zonder hem draait het hier niet,” zegt Chris Timmerman, CEO van Waeg. “Omar zorgt ervoor dat de vergaderzaal er netjes bij ligt en dat alle toestellen - de printer, het koffieapparaat - het doen. Hij haalt de aangetekende post op en gaat voor de medewerkers langs bij de droogkuis. En dan is er nog zijn fijne humor. Die komt goed van pas in dit hectische bedrijf.”

Hoe Alahmad bij Waeg terechtkwam? Timmerman: “Ik kende iemand bij het burgerplatform voor steun aan de vluchtelingen. Toen wij op zoek waren naar een nieuwe medewerker, stelde zij ons voor aan Omar. Er was meteen een klik.”

Syriër Omar Alahmad en Chris Timmerman, CEO van IT-adviesbedrijf Waeg
© Saskia Vandrstichele
| Syriër Omar Alahmad en Chris Timmerman, CEO van IT-adviesbedrijf Waeg.

Dat Omar weliswaar redelijk Frans, maar bijna geen Engels of Nederlands sprak, was geen probleem. “Wij rekruteren vooral op attitude, eerder dan op skills. Bovendien is hij ingenieur van opleiding. Als het koffieapparaat stuk is, vijst hij dat gewoon open.”

Alahmad was jarenlang aan de slag als ingenieur elektronica in Syrië en werkte vervolgens in verschillende Afrikaanse landen. Toen zijn Senegalese werkgever failliet ging, kon hij niet terug naar zijn geboorteland omdat daar intussen de oorlog woedde. Hij besloot uit te wijken naar ons land, waar zijn schoonbroer al woonde.

Begin 2015 landde hij, na een tussenstop in Spanje, in Brussel. Zijn vrouw kwam acht maanden later via de Turkije-Griekenlandroute. Hun zoon van vijftien bleef achter bij familie in Senegal.
In Brussel startte hij de asielprocedure. Ondertussen begon hij met lessen Frans bij het burgerplatform, waar hij ook vrijwilliger werd, en deed hij klusjes in de buurt van Abattoir. Vandaag wacht hij echter nog steeds op zijn erkenning als vluchteling. Vanwege zijn langdurige verblijf in Senegal werd zijn asielaanvraag afgewezen en moest hij in beroep gaan.

Syrier Omar Alahmad

“We hebben dus een risico genomen,” geeft Timmerman toe. “We investeren in Omar en steunen hem, bijvoorbeeld bij het behalen van zijn Belgische rijbewijs, maar we weten niet of hij uiteindelijk hier zal kunnen blijven. Toch doen we het omdat we vinden dat ook werkgevers hun rol te spelen hebben in de opvang van vluchtelingen.”

Alahmad werkte de eerste vijf maanden met een contract voor Individuele Beroepsopleiding, waardoor de sociale lasten voor Waeg iets lager lagen. Inmiddels heeft hij al geruime tijd een vast contract.
Zal hij ook kunnen doorgroeien en ooit als ingenieur werken in het bedrijf? Timmerman denkt het niet. “Het is moeilijk om hem inhoudelijk in te schakelen. De software waar wij mee werken is heel specifiek.”

Geen probleem, vindt Alahmad zelf. Hij houdt zich ook niet bezig met de gelijkschakeling van zijn Syrische diploma. “Ik werk hier heel graag en wat ik doe, is ook een beetje technisch,” zegt hij. Hij hoopt zo vlug mogelijk asiel te krijgen zodat hij zijn vrouw, die ondertussen terugkeerde naar Senegal, en zoon kan laten overkomen. “En ik wil graag bij Waeg blijven tot mijn pensioen.”

Vluchtelingen op de arbeidsmarkt: eerst wachten, dan werken

Asielzoekers mogen werken in ons land, maar pas na een wachtperiode van vier maanden vanaf de asielaanvraag. Zelfstandigen moeten een beroepskaart aanvragen. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?