Heike Herma Thomsen spreekt Nederduits: 'Het is mijn moedertaal en ik ben er trots op'

© Marc Gysens
Heike Herma Thomsen – Heike voor de vrienden – is afgestudeerd in de Engelse, Spaanse en Nederlandse literatuur, steunt als trainer, consultant en coach mensen die vastzitten in hun werk, carrière en communicatie. Verder organiseert ze nog workshops in creatief schrijven.

'N ederduits is mijn moedertaal. Een taal waar lang een beetje op neergekeken is. Zeker in de jaren 1960, toen Hoogduits gesproken moest worden op school. Hoogduits is de taal van de stedelingen en de betere klasse, Nederduits de taal van de buren en plattelandsbevolking. Daarom kan ik ook een beetje de huidige houding van de Vlamingen tegenover het Frans verstaan. Vandaag is het Nederduits op brede schaal erkend, maar er zijn nog steeds mensen die het nu over Nederduits hebben in termen van 'schattig!' Maar het is niet schattig, het is een volwaardige taal, mijn moedertaal."

Opgegroeien deed Heike in Jörl, een minuscuul dorpje in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Met ten noorden Flensburg dat nabij de Deense grens is gelegen en ten zuiden Husum, dat aanleunt bij Noord-Friesland. Een streek waar Nederduits wordt gesproken, ook wel Plattdeutsch genoemd. Een zustertaal van het Nederlands.

"Mijn ouders baatten er de Rastätte Paulsgabe uit, pension annex pompstation. Een zaak die meer dan tweehonderd jaar in handen van de familie is geweest. In de jaren 1960, ik was toen nog klein, is van hogerhand beslist dat de kinderen best in het Hoogduits zouden worden opgevoed. Omdat het hen het leven op school makkelijker zou maken. Vele ouders hebben het gedaan, maar ze waren het niet gewend om Hoogduits te spreken; ze maakten fouten die de kinderen overnamen. Maar ik niet, dankzij het feit dat er bij ons gasten over de vloer kwamen die wel perfect Hoogduits spraken. Mijn ouders konden het ook, maar hebben steeds Nederduits met ons gesproken. De maatregel van de overheid had als gevolg dat er steeds minder mensen Nederduits machtig zijn. In mijn geboortestreek beheerst nog slechts 25 procent van de bevolking de taal goed."

"Linguïstisch gezien kan je zeggen dat het een dialect is, omdat het maar in enkele streken wordt gesproken en de terminologie heden ten dage bepaalde grenzen heeft. We hebben geen woorden voor moderne zaken zoals bijvoorbeeld het internet. Daarvoor gebruiken we termen uit het Hoogduits, of uit het Engels. Maar tegelijkertijd heeft het Nederduits ook kenmerken van een taal. Het verschilt tevens van streek tot streek. Waar ik ben opgegroeid, worden bijvoorbeeld veel Deense woorden gebruikt. In de streek van Bremen, een stad die dicht aanleunt bij de Nederlandse grens, worden dan weer veel woorden uit het Nederlands gebruikt. In Keulen is het Nederduits anders dan in Husum, in Husum is het anders dan in Flensburg. Om maar te zeggen, van het Keulens platt versta ik zo goed als niets. Het kan zelfs sterk verschillen van dorp tot dorp in dezelfde streek."

Het Nederduits is ook een taal waar lange tijd op werd neergekeken. "Op de middelbare school in Flensburg heb ik aanvankelijk niemand verteld dat ik Nederduits sprak. Was het al 'erg' van het platteland te komen, daarbovenop nog eens Nederduits spreken, was jezelf zo goed als buitensluiten. Dus heb ik niemand op school verteld dat ik Nederduits sprak tot ik veertien, vijftien jaar oud was, waarop ik besloot om toch voor mijn erfenis uit te komen. Omdat er in de jaren 1970 een beetje een renaissance was - de mensen begonnen te begrijpen dat er toch wel veel cultuur is in het Nederduits. In de literatuur, in het theater. Onder meer Thomas Mann schreef in het Nederduits. Hij was van rijke komaf en kreeg voor zijn familiesaga Buddenbrooks de Nobelprijs voor Literatuur. Ook was Nederduits de taal van de commerciële gilden. Merkwaardig is bovendien dat het geen schrijftaal is, een officiële of gemeenschappelijke spelling bestaat niet. Wie in het Nederduits schrijft, schrijft min of meer zoals hij het zelf voor ogen ziet. Die schemerzone heeft mijn moedertaal ongetwijfeld parten gespeeld. Het was en is in de ogen van de goegemeente de taal van de plattelandsbevolking en de boeren."

De kans om Nederduits te spreken krijgt Heike Thomsen helaas bitter weinig. "Ik spreek het nog steeds met enkele vrienden, met mijn zus ook. Mijn man kan het begrijpen en spreken, maar hij is in het Hoogduits opgevoed, dus converseren we niet in het Nederduits met elkaar. Ik ben nu 52, het is eigenlijk de taal van de ouders geworden, niet die van de kinderen. Ik heb ook geen kinderen, dus kan ik het niet doorgeven. Het uitsterven staat er dus allicht aan te komen. Al zijn er nog uitzonderingen. Zo heb ik een vriendin, die haar kinderen in het Nederduits heeft opgevoed, terwijl ze in een Hoogduitse omgeving zijn opgegroeid. Zij heeft de kans gekregen om haar moedertaal door te geven. Als ik met haar in Kiel ben en we samen op café bij een koffie wat kletsen, krijgen we geregeld welsprekende, vriendelijke blikken in onze richting: mensen vinden het leuk zonder dat ze er veel van verstaan. Hier evenzeer. Als ik met iemand Nederduits spreek, zie ik anderen de oren spitsen zonder dat ze er kop of staart aan krijgen. Ze horen hier en daar woorden die als Nederlands klinken zonder dat ze de taal kunnen plaatsen."

Verbrusseld
Acht jaar leeft Heike nu al met haar man in Brussel. "We woonden in Kiel, in het Noorden van Duitsland aan de Baltische Zee, stonden voor de keuze. Ofwel blijven we hier ons vertrouwd leventje leiden tot onze oude dag, ofwel gaan we er nog eens voor. Het is het tweede geworden. Mijn man heeft daarop gesolliciteerd voor een baan aan de Europese School, hij kreeg Brussel toegewezen. We hebben het ons nog geen seconde beklaagd, van de eerste dag voelde deze plek aan als thuis."

"Ik beweeg me veel in Europese kringen, Holger onderwijst Duits en filosofie aan de Europese school, hier in Ukkel. Toch hebben we er bewust voor gekozen ons niet in te metselen in het milieu van Eurocraten. Ik voel me ook Brusselse. Telkens iemand met negatieve commentaar uitpakt, kan ik de drang in de tegenaanval te gaan niet weerstaan. Natuurlijk dat niet alles perfect is, maar dat doet allerminst afbreuk aan de leefbaarheid. Zo gaat het me er soms een beetje te traag toe, zoals aan de kassa's van de warenhuizen. Maar tegelijkertijd heb ik juist de omgekeerde reactie wanneer ik in Duitsland ben en er boodschappen ga doen. Ik heb me er ook al op betrapt dat ik me in Duitsland gedraag zoals in Brussel en dat ik daar word op aangekeken. Acht jaar Brussel, dat verandert een mens toch wel. Acht jaar waarin we volop hebben genoten van het rijke cultuurleven. Acht jaar waarin we veel vrienden hebben gemaakt. En mooie plekjes hebben ontdekt. Het restaurant Va Doux Vent hier in le Quartier du Chat bijvoorbeeld, het Ter Kamerenbos. Of nog het Sint-Gillisvoorplein, het Sint-Goriksplein en de straten rondom, de Kleine Zavel. En dan heb ik het nog niet over het vele groen, de leuke markten."

"Wat er dan beter zou kunnen, afgezien van de wachtrijen aan de kassa's van de warenhuizen? De dienstverlening. Maak een afspraak om thuis iets te laten leveren of op orde te brengen en je krijgt te horen: 'We komen tussen acht en vier. En daar zit je dan met je vingers te draaien. Het heeft bijvoorbeeld zes weken geduurd eer mijn telefoon en internet in orde was. Een beetje meer burgerzin zou ook welkom zijn. In het verkeer bijvoorbeeld, ik fiets graag, maar hier vind ik het toch wel gevaarlijk. Spijtig ook dat ik te weinig kans krijg om mijn Nederlands op peil te houden. En als ik het dan tracht te doen, stoot het me een beetje tegen de borst dat er nogal wat mensen zijn die me onmiddellijk corrigeren als je al eens een taalfout maakt. Want dat werkt toch wel een beetje demotiverend."

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?