interview

Liselotte Vanheukelom (JES): 'Het is te vroeg om jongeren en politie samen te zetten'

Liselotte Vanheukelom, de nieuwe directeur van jeugdorganisatie JES Brussels.© Ivan Put

Liselotte Vanheukelom, de nieuwe directeur van jeugdorganisatie JES Brussels komt op voor haar Brusselse gasten. Ze vraagt aandacht voor hun potentieel, maar ook voor hun littekens. Zeker nu verwacht wordt dat ze in dialoog gaan met de politie. “Geef hun tijd, velen zijn diep teleurgesteld.”

Van negativisme kan je Liselotte Vanheukelom hoegenaamd niet betichten. De kersverse directeur van JES Brussels – op LinkedIn staat ze nog als coördinator bij jongerenvzw Circus zonder handen – begint met veel vuur aan haar nieuwe job. “Ik hou van de kracht en de dynamiek van jongeren. Al helemaal in een grootstad waar de uitdaging groter is, maar veel gasten ook een zelfrelativerende humor hebben om met hun miserie om te gaan.”

Liselotte Vanheukelom, de nieuwe directeur van jeugdorganisatie JES Brussels
© Ivan Put
| Liselotte Vanheukelom: "Er is in het verleden al heel wat geprobeerd. Vroeger had je ook rellen, veel jeugdwerkers en politieagenten hebben al meegewerkt aan initiatieven om zaken te verbeteren, erken dat toch."

U begint met frisse moed. Jullie slagzin 'Jongeren maken de stad' lijkt anders in coronatijden verder weg dan ooit, ze krijgen vooral veel beperkingen opgelegd.
Liselotte Vanheukelom: Brussel is niet de meest kindvriendelijke of voor iedereen even veilige speeltuin, maar wij proberen wél nog altijd pleintjes in te nemen en jongeren ruimte te geven om er hun eigen stem te vertolken. Maar het klopt dat bepaalde situaties verergerd zijn. Een deel van de bevolking had het altijd al moeilijk met zogenaamde hangjongeren, met corona is er een stok achter de deur gevonden om het te verbieden: jullie zijn met te veel, dat mag niet.
Al voeren we die strijd om te mogen hangen wel al erg lang. Het enige voordeel van corona is dat de systeemfouten die zo'n strijd nodig maken – de te enge behuizing van veel Brusselaars, de schooluitval, de digitale kloof, de ongelijkheid – nu veel zichtbaarder geworden zijn en hoger op de agenda staan.

Is dat zo? Zonet is gezegd dat jongeren moeten kiezen tussen hobby's. Die regel is toch op maat gesneden van middenklassengezinnen, veel Brusselse jongeren hebben niet eens één hobby.
Vanheukelom: Dat klopt. Zulke regels lijken gemaakt met geprivilegieerde jongeren in het achterhoofd, niet met de realiteit van veel Brusselse jongeren. Politici nemen niet vaak de grootstedelijke context mee in hun beleid. Ook dat is niet nieuw. Maar toch, door corona beseffen vandaag wel meer mensen dat sommige Brusselaars hier met vijf op vijftig vierkante meter wonen.

Liselotte Vanheukelom, de nieuwe directeur van jeugdorganisatie JES Brussels
© Ivan Put
| Lieselot Vanheukelom: “Ik heb zelf gezien hoe jongeren in extreem moeilijke posities nu tien jaar later positief in het leven staan. Dan weet je: mijn werk heeft zin.”

Vlak voor u vertrok bij Circus zonder handen, belandde een collega, Rachid, onterecht achter de tralies na de betoging tegen klassenjustitie. Jullie riepen op om 'etnische profilering' te stoppen. Schrok u?
Vanheukelom: Helaas niet. Ook al wil ik mijn mensen dan beschermen als een leeuwin, ik merkte tegelijk dat zoiets mij niet meer erg schokt. Omdat ik weet dat dat al jaren gebeurt. We moeten nadenken hoe we dat wantrouwen tussen politie en jongeren samen kunnen veranderen. Maar ik huiver voor te veel testosteronpraat, zoals je in het verleden soms hoorde. Het idee dat we het hier en nú eens zullen aanpakken. Zoiets realiseer je niet in enkele maanden.

Doelt u nu op het net door vzw Capital gelanceerde dialoogproject om het vertrouwen tussen jongeren en politie te herstellen? Het enthousiasme bij Annelies Verlinden, minister van Binnenlandse Zaken, en Benjamin Dalle, minister van Jeugd, leek groot.
Vanheukelom: Ik juich het engagement van de ministers en Capital alleen maar toe. Ik ben blij dat er meer politieke wil is om dit aan te pakken, tegelijk voel ik vooral veel nervositeit bij iedereen. Te snel willen gaan is een valkuil. Er is in het verleden al heel wat geprobeerd. Vroeger had je ook rellen, veel jeugdwerkers en politieagenten hebben al meegewerkt aan initiatieven om zaken te verbeteren, erken dat toch. Grote problemen vragen grote oplossingen en systemen veranderen vergt moed en tijd. Dat gezegd zijnde, hoorde ik daarover wel hoopgevende signalen bij de lancering.

Zoals?
Vanheukelom: Het feit dat de zes politiezones aanwezig waren bij de lancering. Dat Yves Bastaerts, directeur-generaal van Brussel Preventie en Veiligheid, in de politieopleiding de leefomgeving van de Brusselse jongeren meer aan bod wil laten komen. Dat is een uitgestoken hand naar het jeugdwerk. Misschien kunnen wij daar met onze straathoekwerkers en jongeren een workshop aanbieden. Dan werk je wél structureel. Ik wil hem zeker uitnodigen voor een bezoek en ik wil ook graag de politiewerking beter leren kennen. Maar dat initiatief moet dan wel gedragen zijn door iedereen bij ons.

Liselotte Vanheukelom, de nieuwe directeur van jeugdorganisatie JES Brussels
© Ivan Put
| Lieselot Vanheukelom: “Ik wil er vooral voor zorgen dat mijn jeugdwerkers elke dag genoeg goesting en kracht hebben om met de jongeren te werken.”

Het klinkt alsof u aarzelt om in dat dialoogproject te stappen.
Vanheukelom: Ik heb zin om mij te smijten in dat thema, maar alleen op het ritme van de jeugdwerkers, straathoekwerkers en de jongeren. Ik ben blij met de verbindende communicatie die ik bij politici hoor, er is een momentum, alleen is het jammer dat dat ontstaat doordat er zoveel negatieve dingen zijn gebeurd.

Staan jongeren open voor een dialoog met de politie?
Vanheukelom: Dat is op dit moment héél moeilijk. Ik zie zelfs veel erg geëngageerde jongeren die nu heel boos en teleurgesteld zijn. Ze zijn hun vertrouwen verloren. Dat moet eerst hersteld worden. Het zou fout zijn van mij om nu te zeggen: ja, we zetten nu de jongeren bij een politieagent. Het is te vroeg. We mogen niet over de hoofden van jongeren heen praten, maar mét hen. Ik wil zeker mee kijken hoe we dit kunnen oplossen, maar ik laat me niet opjagen door een politieke agenda. Ik wil focussen op de lange termijn.

Zit het wantrouwen vandaag dan dieper dan vroeger? De spanningen zijn toch niet nieuw.
Vanheukelom: Ja, toch wel. De oproep om racisme en discriminatie aan te kaarten wordt vandaag veel breder gedragen. Vroeger hoorde je ook over incidenten van politie­geweld, maar waren het individuelere verhalen. Nu worden zulke incidenten veel gedeeld en gefilmd. Veel jongeren koppelen die beelden aan hun persoonlijke ervaringen. Ook hoogopgeleide jongeren van kleur hebben hun eigen littekens en zeggen als ze zulke zaken zien: 'J'en ai marre. Waar sta ik in deze samenleving? Hoe wordt er naar mij gekeken?' Ze willen dat dat verandert. Ze zijn krachtiger geworden, helaas door de hoeveelheid shit die ze zien, door het onrecht dat hun wordt aangedaan. Sociale media versterken dat wel. Maar die dynamiek speelt evenzeer bij de politie. Ook zij zien beelden van het geweld door jongeren, dat komt bij hen ook binnen.

U juicht het toe dat de politie in de spiegel kijkt, dan moeten het jeugdwerk en de jongeren toch hetzelfde doen.
Vanheukelom: Je moet wel een onderscheid maken tussen de politie en een jeugdorganisatie of jongeren. De politie vertegenwoordigt een systeem dat een veel grotere impact heeft op de samenleving en in een andere machtspositie staat. Je kan ook niet over 'de jongeren' spreken, de groep is ontzettend divers. Bovendien hebben jeugdorganisaties beperkte invloed. In een wijk als Anneessens of Kuregem hebben we bijvoorbeeld maar twee straathoekwerkers. Terwijl veertig procent van de Brusselaars jonger is dan dertig. Dat is gi-gan-tisch. De jeugdsector in Brussel is door de complexe staatsstructuur versnipperd, wat een globale aanpak bemoeilijkt, maar er mag wel meer erkenning zijn voor die bruggenbouwers in de stad.

Ik wil er vooral voor zorgen dat mijn jeugdwerkers elke dag genoeg goesting en kracht hebben om met de jongeren te werken. Je mag niet vergeten dat ze daarbij bijna dagelijks geconfronteerd worden met grote maatschappelijke problemen. Ingrijpende gebeurtenissen zoals de aanslagen of aanslepende conflicten tussen jongeren en politie zoals nu tasten hun draagkracht aan. Op zo'n moment staan alle schijnwerpers op het jeugdwerk. Die druk en verantwoordelijkheid zijn heftig.

U begint nu als directeur. Waarop wil u vooral inzetten?
Vanheukelom: De vraag is waarop ik kán inzetten (lacht). Nu, onderwijs blijft voor onze samenleving de grootste sleutel tot verbetering. Dat is minder ons terrein, maar ik zie zoveel talent bij Brusselse jongeren dat geen plaats krijgt in het formele schoolsysteem. De cijfers over schooluitval liggen hier erg hoog, zelfs in het eerste middelbaar vind je al zittenblijvers. Veel jongeren leven in erg moeilijke socio-economische omstandigheden die nefast zijn voor hun schoolcarrière. Als je veel shit meemaakt, verkleint de bandbreedte in je hoofd. Ze proberen te overleven, ze hebben geen ruimte meer om na te denken over hun verantwoordelijkheid of rol in de samenleving.

Onze scholen zijn niet meer aangepast aan die diversiteit in de stad. De basisscholen zijn nog wendbaar, denk maar aan katholieke wijkschooltjes die toch Freinetmethodes toepassen om talenten van kinderen op een andere manier aan te spreken. In middelbare scholen is dat al een stuk moeilijker. Een school als Comenius experimenteert met nieuwe methodes om jongeren zaken aan te leren: jongeren krijgen een laptop en kunnen zelf taken plannen. Hun aanpak is niet heilig­makend, maar nieuwe onderwijsvormen zijn wel nodig.

Onze rol is om te blijven inzetten op alternatieve ingangspoorten om de talenten van die jongeren met minder bandbreedte in hun hoofd te ontwikkelen: via hun interesse in muziek of sport. Als zij hier in de studio een rapnummer kunnen opnemen, als je hen helpt om hun eigen stem te vertolken op een podium in de Beursschouwburg, dan bied je hen een andere uitweg dan de vluchtwegen die ze nu soms zoeken. Dat is wat wij proberen: jongeren sterker te maken.

Ondanks alle uitdagingen bent u erg positief. Hoe komt dat?
Vanheukelom: Na 24 jaar in de jeugdsector weet ik dat dit werkt. Ik heb zelf gezien hoe jongeren in extreem moeilijke posities nu tien jaar later positief in het leven staan. Als je hen een gevoel van eigenwaarde geeft, leert hoe ze zaken kunnen verwoorden en zich kunnen uiten en een positieve context biedt, kan er iets veranderen. Hun hindernissenparcours is zoveel zwaarder dan dat van mijn kinderen. Als die jongeren dan iets bereiken, weet je: mijn werk heeft zin."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?