Little Jimmy speelde in 1966 voorprogramma van The Rolling Stones

© Marc Gysens

Dezer dagen brengt hij blues als Don Croissant, maar op zijn identiteitskaart staat Marcel Claeys. En in 1966 stond hij als Little Jimmy (and the Sharks) in het voorprogramma van The Rolling Stones in Schaarbeek. "Maar ik vind mijn eigen toch nog altijd den beste", aldus de 69-jarige.

L edeberg, Gent. Daar stond zijn wieg. Daar heeft Jimmy ook de muziek ontdekt. Door zijn familie, zijn oom die harmonica en accordeon speelde. Maar vooral door de jukebox, toentertijd zowat de enige manier om de ‘nieuwe muziek’ te ontdekken, die over de plas werd gemaakt. Voor Jimmy vooral de ‘zwarte muziek’. “Met vader en moeder op café. Het was 1956, Sam Cooke kwam uit de jukebox, Chuck Berry, Fats Domino, Little Richard. Zo heb ik die prachtige muziek leren kennen, muziek waarop de goegemeente neerkeek. Op de radio moesten we niet rekenen, op de televisie ook al niet. Harmonica spelen, daar was ik vlug mee weg. Dank zij mijn oom die muzikant was. Trompet eveneens, de cornet à pistons, drie pistons. Ik was nog geen echte puber toen ik al met de Harmonie Sint-Cecilia van Ledeberg mocht meespelen. Een valse noot was nooit ver weg. Toch heeft die tijd echt wel sporen nagelaten.”

“Bij de harmonie heb ik ook mijn eerste groepje opgericht, The Teenagers. We waren met een aantal jonge gasten, maar we moesten er ook een aantal muzikanten van in de vijftig bij betrekken, kwestie van met genoeg te zijn om een beetje te kunnen optreden in jeugdclubs. Tot ik de gitaar ontdekte, door een collega van mijn vader. Ik heb zelfs zijn gitaar mogen lenen, een soort van Django Reinhardt-model. Dat was het begin.”

Bon Marché
Muziek, allemaal goed en wel, maar er moest ook naar school gegaan worden. En dat was niet echt een succesverhaal. “Het college, dat is slecht afgelopen. Nog geen zeventien en ik stond al in Amsterdam. Om decoratie te studeren. Waarom Amsterdam? Omdat het daar als brainwashing was. Het draaide enkel om decoratie, een ander vak hadden we niet. Mijn ouders vonden het wel tof dat ik ervoor koos, dat ik buiten de lijntjes kleurde. Ze vonden het progressief en goed. Het was een wilde tijd.”

“Ik heb daarop ook een tijd gewerkt als etalagemaker, om mijn vader een plezier te doen. In de Bon Marché, hier in de Nieuwstraat. Toentertijd, samen met de Innovation, gekend van de prachtige etalages. Ik mocht de poppen aanbrengen, dat was het zowat. Muziek spelen is één ding, maar je moest ook een job hebben. Maar ga maar eens een keer slapen om vijf uur in de ochtend na een optreden om dan enkele uren later naar Brussel te sporen om fris en monter op het werk te verschijnen. Om acht uur! Te laat komen was schering en inslag. Tot twee uur toe. Blij dat ik was toen ik na zes maanden mijn vooropzeg, kreeg. Het gaf me echter ook de gelegenheid Brussel te leren kennen. Schone dingen tegenkomen, waarvan je het bestaan niet zou vermoed hebben. Brussel, waar ik in de jaren 1980 uiteindelijk zou komen wonen. Voor mij straalde dat iets uit. Al van in de jaren 1960, toen het eigenlijk nog maar een veredeld dorp was. Die tweetaligheid, die louche cafés die heel erg aanwezig waren. Er was verval. Maar toch, het had iets voor mij. Je kon er dingen vinden die je in Gent niet vond. En wat de Brusselaar toen had en nog steeds heeft: het zijn zwanzers, hé.”

Little Jimmy and the Robots werd al snel Little Jimmy and the Sharks. “De dijk van Blankenberge was toen één grote feesttent. Met allemaal etablissementen waar een orkest speelde. In de Kerkstraat speelde een ander rock-’n-rollensemble, The Sharks. Indonesiërs. Het klikte. Zo zijn Little Jimmy and the Sharks’ ontstaan. Een jaar of vijf hebben we samengespeeld. Drie Indonesiërs, één Surinamer en ik. Twee gitaren, Hammondorgel, drums en bas. Rythm’ en Bleus wat eigenlijk altijd mijn ding is geweest. Het is razendsnel gegaan, van bij het begin, ik had het zelf niet kunnen dromen. Een verhaal van bijna een halve eeuw leven voor muziek. Met vallen en opstaan. Hoogtes en laagtes, zoveel als je wil. Je kan iets, je waagt je aan iets, maar dat wil niet zeggen dat het ook steeds raak is. Als je daar niet kan mee leven, dan moet je er niet aan beginnen. Muziek is gewoon mijn leven.”

Grazina’s Grill
Muziek én leven. Trouwen, kinderen krijgen. Een restaurant openen. In de Rue des Dominicains, het Ilôt Sacré. “Ik had een tijd in de States gezeten, maar het lukte daar niet muzikaal. Ze hebben daar alles in vijftigvoud, dus ook muzikaal talent. Het was er me tegelijkertijd ook te banaal en zakelijk. Bij mijn terugkeer ben ik, mede op aansporen van mijn madame, in Brussel terechtgekomen. Ik heb in Sint-Joost gezeten, Molenbeek, Schaarbeek, de Vijfhoek. Brussel in de jaren 1980 was niet het grote feest. Maar het had iets, het was ruw, niet afgelikt. Een vuile cowboystad. Er waren geen echte zalen, het was allemaal een beetje basic, maar ik voelde me goed. Dus ben ik maar gebleven. Ik had een paar vaste stekken, onder meer de Club des Aigles op het Martelarenplein, dé rockclub van Brussel, waar nu de Vlaamse Gemeenschap zit. Uitgebaat door Pierre Rock’n’Roll. Pierrot voor de vrienden. Een Franstalige van Helmet, maar die was totaal Anglosaksisch qua muziek. Rock, blues, rithm’ and blues. Een prachtig publiek ook. Niks blasé, één noot en ze lagen op de grond te krawiekelen. Die gingen daar direct voor wat het ook was. Hoewel de meesten geen woord Engels verstonden. Helemaal anders dan Gent, waar ze zich niet zo makkelijk lieten gaan.”

“Ik had ondertussen ook kinderen gekregen.Maar kinderen hebben en ze niet zien, dat werkt niet. Ik kwam om 5 uur ’s nachts thuis van een optreden. Wanneer ze naar school vertrokken, lag ik nog in mijn nest, wanneer ze weer thuiskwamen was ik alweer weg. Dat kon zo niet verder. Dus heb ik een en ander afgebouwd. En kwam ik op het lumineuze idee om een restaurant te openen.”

“Mijn madame van toen, Grazina, de moeder van mijn kinderen die helaas jong is overleden, kon koken als een engel. Lamsvlees op de grill, gemarineerd in yoghurt, heerlijk. Maar geen kat kwam erop af. Wat wil je, de concurrentie was er te groot. Op zekere dag kam de drijvende kracht achter Mallemunt binnengewaaid. ‘Mallemunt is bezig, kom toch spelen,’ zei hij. Samen met Jean Blaute, Roland van Campenhout, Stoy Stoffelen. Ik heb mijn wit schortje afgedaan en de deur gesloten. Prachtig optreden, maar het was gedaan met het restaurant.”

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?