Muzikant wordt vrijwilliger in rusthuis: 'Nog meer bewondering voor het zorgpersoneel'

1706 Koenraad Hofman 2
© Saskia Vanderstichele
| Alle optredens van contrabassist Koenraad Hofman zijn geannuleerd. Omdat er extra werk is in het rusthuis waar zijn moeder woont, springt hij bij als vrijwilliger.

Contrabassist Koenraad Hofman (48), die normaal gesproken met 200 km per uur door het leven raast, brengt in deze coronatijden driemaal per week het ontbijt rond in het rusthuis van zijn moeder. “Ik word hier heel gelukkig van.”

Wie is Koenraad Hofman?

  • Geboren in 1971
  • Studeert contrabas aan het Koninklijk Conservatorium Brussel
  • Is contrabassist en artistiek coördinator van kamermuziekgezelschap Oxalys en aanvoerder van de contrabassen bij Symfonieorkest Vlaanderen
  • Geeft les aan het Koninklijk Conservatorium Brussel
  • Getrouwd met mezzosopraan Christianne Stotijn
  • Vader van twee kinderen
  • Woont in Neder-Over-Heembeek

Hofman is eerste contrabassist bij het Symfonieorkest Vlaanderen, artistiek coördinator en contrabassist van het kamermuziekgezelschap Oxalys, en docent aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Vanwege de corona-uitbraak zijn zijn muzikale activiteiten grotendeels stilgevallen.

“Ik geef nog twee ochtenden per week les via Skype en regel een en ander voor Oxalys. Maar alle optredens voor de komende maanden zijn geannuleerd,” vertelt hij.

We zitten onder de bloeiende, veertig jaar oude Jacques Lebel-­appelboom in zijn tuin in Neder-­Over-Heembeek. Hofman groeide op in Heembeek en streek er, na wat omzwervingen in binnen- en buitenland, acht jaar geleden opnieuw neer.

Op het perceel van de vroegere moestuin van zijn ouders liet hij een rijhuis bouwen. Zijn vader is ondertussen overleden. Zijn 85-jarige moeder verblijft vlakbij, in woonzorgcentrum De Overbron.

Toen dit rusthuis enkele weken geleden om helpende handen verzocht, besloot hij hierop in te gaan. “Door de coronamaatregelen is er extra werk in het rusthuis. Alles moet bijvoorbeeld om de haverklap ontsmet worden. Bovendien zijn er enkele zieke medewerkers.”

Hofman fietst nu elke maandag, dinsdag en donderdag in alle vroegte naar De Overbron.

Daar brengt hij het ontbijt rond. “De bewoners eten dezer dagen op hun kamer. Ze krijgen een soort van hoteldienst. Elke ontbijt is gepersonaliseerd, de ene zoveel klontjes suiker, de ander suikervrij. Maar het betekent wel dat alle ontbijten een voor een afgegeven moeten worden.”

Samen met Zeeshan, een vaste medewerker, gaat hij van kamer tot kamer, elk met een kar waarop het eten en de dranken staan.

Mondkapje en schort

Ook bij zijn moeder bracht hij het ontbijt. Tot een tiental dagen geleden, na een algemene test in het woonzorgcentrum, Covid-19 bij haar werd vastgesteld. “Ze is niet ziek, maar ze moest natuurlijk wel in quarantaine op een aparte afdeling. Daar mag ik niet binnen. Het is heel jammer dat ik haar nu niet meer zie.”

Beschermd met een eenvoudig mondkapje en schort doet Hofman de ronde bij alle niet-besmette bewoners. Sommigen onder hen zijn vroegere kennissen of vrienden van zijn ouders. “Als ik dan zeg wie ik ben, Koen, de zoon van Maria, kijken ze verrast op. Maar lang praten is er vanwege de veiligheidsmaatregelen niet bij.”

Zelf is hij niet bang voor zijn gezondheid. “Ik ben heel voorzichtig. Na elke kamer ontsmetten we onze handen. En misschien heb ik de ziekte al wel gehad. Ik had in februari zo'n zware hoest.”

Wat deze ervaring als vrijwilliger met Hofman doet? “Ik heb nu nog meer bewondering dan ik al had voor het vaste verzorgende personeel. Zij zijn de echte helden. In deze omstandigheden is hun job een titanenwerk.”

Hij is ervan overtuigd dat zijn moeder op dit moment nergens beter zou kunnen zijn dan in De Overbron. “De medewerkers zitten op hun tandvlees en toch blijven ze zo goed omgaan met de bewoners. Ze laten iedereen in zijn waarde. Nooit spreken ze iemand op infantiele wijze aan, zoals je elders weleens ziet.

Directeur Bert Anciaux geeft natuurlijk het voorbeeld. Tot hij vorige week zelf in isolatie moest, was hij er altijd. Als het moest, stond hij mee te poetsen. Die houding straalt af op het hele personeel.”

Ook voor Hofman persoonlijk is het vrijwilligerswerk een eyeopener. “Als muzikant heb je de mooiste job van de wereld. Overal waar je komt, is het feest. Er is de muziek, maar er zijn ook de recepties, de fijne tournees. Dit werk is anders. Ik ben blij dat ik iets kan doen waar de maatschappij op dit moment echt nood aan heeft. Ik voel als ik thuiskom dat ik iets gedaan heb waar veel mensen iets aan hebben gehad. Ik word daar echt gelukkig van.”

1706 Koenraad Hofman
© Saskia Vanderstichele
| Koenraad Hofman.

Relativeren

Niet dat hij voortaan de muziek en zijn contrabas achterwege wil laten. “Daarvoor ben ik te gepassioneerd door het artistieke en hou ik te veel van het podium.”
Maar het doet hem de zaken wel relativeren. Tot voor enkele weken had hij een enorm jachtig leven: drie jobs, goed voor twee voltijdse banen, twee jonge kinderen van vier en twaalf, en een (bekende) echtgenote – de Nederlandse mezzosopraan Christianne Stotijn - die over de hele wereld concerten geeft.

In normale tijden zou hij op dit moment een nieuwe cd met Oxalys aan het opnemen zijn in de studio's van Flagey en zou zijn vrouw op concertreis naar Australië vertrekken.

“We zouden alweer aan het puzzelen zijn om het de komende maanden allemaal geregeld te krijgen.”

Rusthuis Overbron c Saskia Vanderstichele
© Saskia Vanderstichele
| Hofman fietst nu elke maandag, dinsdag en donderdag in alle vroegte naar De Overbron.

Dat hoeft nu niet. “Ik verdeel mijn tijd over mijn gezin, De Overbron en mijn tuin, die nooit eerder zo goed onderhouden was.” Al voor corona het leven overnam, schoot de idee van een sabbatical heel af en toe door zijn hoofd, erkent hij. “Oxalys bestaat ondertussen bijna dertig jaar, ik heb alle hoeken van de wereld gezien, zoveel geweldige mensen ontmoet, in Zuid-Afrika zelfs voor Nelson Mandela mogen spelen. Maar het tempo van dit leven ligt erg hoog.”

Deze gekooide tijd voelt voor hem als die sabbatical. “Ik moet zeggen dat ik ontzettend geniet van mijn moestuin, van een puzzel leggen met mijn zoontje en van een hemel zonder vliegtuiglawaai. Ik denk soms: wat ambiëren we eigenlijk? Waarom zijn we zo vervreemd geraakt van de natuur? Ik ben me er anders vaak niet eens bewust van wanneer de zon opgaat en weer ondergaat.”

Voorlopig heeft hij zich bij het rusthuis geëngageerd tot 18 mei. “Op 19 mei beginnen de lessen in het conservatorium misschien opnieuw. Als dat zo is, dan moet ik er helemaal zijn voor mijn leerlingen, die al heel snel examen hebben. Anders werk ik graag nog een hele tijd door in De Overbron.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?