PISA-kloof tussen Vlaams en Franstalig onderwijs blijft

Het Vlaams onderwijs zit bij de top van de OESO-landen wat prestaties voor wiskunde betreft. Het Franstalig onderwijs scoort rond het OESO-gemiddelde, en blijft er voor wetenschappen ver onder.

De nieuwe PISA-cijfers, die leerlingen van vijftien en zestien jaar testen in de OESO-landen, tonen een goede score voor het Vlaams onderwijs. Vooral voor wiskunde doet Vlaanderen het goed; met een score van 531 laat het bijna alle Europese landen achter zich. Enkel Liechtenstein scoort een punt meer, maar landen als Finland (519) en Nederland (523) doen het minder goed.

Vlaanderen scoort wel beduidend lager dan tien jaar geleden, en er zitten ook minder leerlingen in de best presterende groep dan toen. Voor Vlaams onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) toont dat aan dat er dringend een grootschalige onderwijshervorming nodig is in het secundair onderwijs. 

Het Franstalig onderwijs zit met een score van 493 dan weer één punt onder het OESO-gemiddelde. Ook voor lezen zit het Franstalig onderwijs net op het gemiddelde. Voor wetenschappen bengelt het echter onderaan; het haalt 487 punten, waar het gemiddelde op 501 ligt en het Vlaams onderwijs 518 punten haalt (en daarmee trouwens ook ver van de top blijft).

Drie jaar voorsprong
De prestatiekloof tussen het Franstalig en het Vlaams onderwijs blijft dus bestaan. Daarvoor zijn verschillende oorzaken, maar een belangrijke is volgens specialisten het zittenblijven. De PISA-test gaat immers niet uit van het leerjaar, maar van de leeftijd. En een leerling van vijftien die twee keer is blijven zitten, heeft veel minder leerstof achter de kiezen dan een leerling die een probleemloos traject aflegt. In 2006 telde het Franstalig onderwijs 49 procent zittenblijvers, tegenover 27 procent in Vlaanderen.

De topscores voor wiskunde, waarop het onderzoek dit jaar de nadruk legde, worden behaald door Aziatische landen, met Shanghai in China (613) en Singapore (573) bovenaan. Een vijftienjarige uit Shanghai heeft zo een leervoorsprong van zowat drie jaar op de gemiddelde vijftienjarige.

Gelukkig
Verschillen in prestaties voor wiskunde kunnen in ons land voor 20 procent in verband gebracht worden met socio-economische status, terwijl dat in de OESO gemiddeld maar 15 procent is.

En ook de kloof tussen leerlingen met en zonder een migratie-achtergrond blijft in ons land hoger dan gemiddeld. Een leerling met een migratie-achtergrond scoort gemiddeld 52 punten lager voor wiskunde. Dat is echter al beter dan tien jaar geleden, toen dat verschil nog 67 punten bedroeg.

Belgische leerlingen zijn trouwens ook gelukkiger op school dan de doorsnee OESO-leerling. Onderaan bengelen Zuid-Korea, Tsjechië, Slowakije, Estland en Finland. Jongeren uit ons land rapporteren ook veel minder spijbelgedrag dan gemiddeld.

In België werden zowat 10.000 jongeren getest in 280 willekeurig gekozen scholen.

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?