Interview

Robert Esselinckx gaat met pensioen: 'Voor mij is journalistiek een kwajongensstiel'

Kristof Pitteurs
© BRUZZ
12/12/2020
© Saskia Vanderstichele | Robert Esselinckx gaat eind december 2020 met pensioen.

29 december wordt de laatste werkdag van Robert Esselinckx, jarenlang het gezicht van 'tvbrussel' en later van BRUZZ televisie. Dat verdient niets minder dan een afscheidsinterview, voor de gelegenheid afgenomen door de hoofd­redacteur zelf. “Ik heb altijd gewerkt met mensen van wie ik iets leerde. Dat is het grootste cadeau.”

We hebben afgesproken in de televisiestudio van BRUZZ, de plaats waar Robert zelf jarenlang de interviewer met dienst was. Het is niet het enige dat een wat vreemde sfeer oproept. Ook het feit dat we elkaar al jaren kennen, speelt een rol. Robert begon in 1997 bij tvbrussel, net nadat ik – de interviewer met dienst – er zelf vertrokken was. Later kwamen we elkaar regelmatig tegen en de jongste jaren werkten we nauw samen. We werkten elkaar soms op de zenuwen – dat hoort zo te zijn blijkbaar – maar na een discussie vonden we elkaar elke keer in een restaurantje in de buurt. Voor een gesprek over journalistiek, politiek en Brussel. Drie dingen die altijd centraal hebben gestaan in het leven van Robert Esselinckx, en dus ook in dit gesprek.

In 1997 werkte Robert Esselinckx als hoofdredacteur voor VT4. Maar toen die de nieuwsdienst opdoekte, moest hij op zoek naar een andere job.

“Ik was net getrouwd, een tweede kind gekregen, een huis gekocht op afbetaling … Ik moest wel aan de slag en ben beginnen te freelancen voor tvbrussel. Dat was in het najaar van 1997, twee jaar nadat tvbrussel was opgestart. Ik heb dat met veel plezier gedaan, maar – om eerlijk te zijn – ik dacht er maar zes maanden te blijven. 23 jaar zijn het geworden. Hoe dat komt? Ik vond het leuk en het had er ook mee te maken dat de ene verkiezing de andere opvolgde. Ik had geen moment om na te denken. De tijd vloog.”

Politiek is altijd de habitat geweest van Esselinckx. Ook – en dat wil hij onderstreept hebben – al is het niet zijn kamp. “Ik heb nooit een partijkaart gehad, altijd een perskaart,” is één van zijn lievelingsboutades. Maar het spel boeit hem. De toegepaste wiskunde ervan. “Politiek is tellen, zien hoe de kansen liggen, berekenen hoe je allianties kan maken en hoe je kan slagen in projecten. Want dat is de kunst van de politiek: resultaten neerzetten.”
Veel in Roberts verhaal is terug te brengen tot zijn jeugd. Ook zijn liefde voor politiek.

Van het plateau

Die jeugd bracht hij door in Sint-Pieters-Woluwe. Met de pensionering van Robert vertrekt bij BRUZZ één van de laatste echte ketten: geboren en getogen in Brussel en laat het duidelijk zijn, zegt hij: “Sint-Pieters-Woluwe is niet Sint-Lambrechts.”

“Je moet van daar zijn om het verschil te kennen. Die van Sint-Pieters achten zich beter dan die van Sint-Lambrechts. Sint-Lambrechts, dat is de put, het Woluwedal, het moeras ... Wij zijn het plateau: de Tervurenlaan en de Mellaertsvijvers. Dat is toch een andere ingesteldheid, hoewel ik uit een gewoon huis in de rij kom.”

Een beetje verheven dus. Maar ook dichter bij het Zoniënwoud, waar hij elke zondag met de scouts ging spelen. Die roep van de natuur hoort hij ook vandaag nog. Er gaat nauwelijks een weekend voorbij of Robert trekt zijn wandelschoenen aan. Langs les points verts van Adeps; elke zondag minstens twintig kilometer, goed voor zo'n duizend kilometer per jaar. In Brussel vind je hem vooral in het centrum. Een flaneur als het ware, zoals die andere flaneur, en tijd- en stielgenoot Marc Didden.

“Ik moet altijd denken aan Diddens woorden: 'Hoe ouder je wordt, hoe kleiner de cirkel rond je eigen huis.' Ik merk dat stilaan ook, maar ik probeer me daartegen te verzetten. Ik vrees anders nooit meer naar het buitenland te zullen gaan. En dat is ook een grote passie: reizen naar het verre buitenland en dan vooral Azië. Japan, China …”

1737 Robert Esselinckx 1
© Saskia Vanderstichele | Robert Esselinckx gaat met pensioen.

Taalgemengde flamingant

Uit zijn jeugd stamt ook zijn taalgevoeligheid. Robert is een geboren verteller. Toen hij voor VTM de Wetstraat volgde, moest hij live de begroting toelichten, terwijl de regering die maar net begon voor te stellen. De regisseur riep hem toe dat hij op antenne was, Robert had zijn kostuumvest nog maar half aan, maar hij begon zijn verhaal en geen kat die er wat van merkte. Ook na de aanslagen in Brussel was die grote verteller paraat. Hij ging in het midden van de redactie voor de camera zitten en begon eraan: uren aan een stuk, elke nieuwe brok informatie live meegevend aan de kijkers.
Dat vertellen heeft hij via zijn moeder. Robert Esselinckx groeide op in een taalgemengd gezin. Moeder was een Vlaamse, vader een Franstalige Brusselaar.

“Ik ben opgegroeid met Le Soir. Die had toen nog verschillende edities per dag. Je had de bolletjes, 'Le Matin', en je had de sterretjes, 'Après-Midi', 'Soir', 'Minuit'. Toen we de krant gingen kopen, moesten we altijd de laatste Soir hebben, want dat was de echte. Ik heb ook jarenlang geluisterd naar France Inter, naar Jacques Chancel met 'Radioscopie'. Elke avond een uur lang babbelen. Ik vond dat bijzonder interessant. En 's avonds 'Les Routiers sont sympas' met Max Meynier op RTL. Daar heb ik trouwens live gehoord dat Jacques Mesrine – de grote gangster die later is doodgeschoten door de Franse politie – belde om te zeggen dat zijn naam niet met 's' werd uitgesproken, maar als Merine, zoals ook de stad Metz Mes wordt uitgesproken. Dat is mij altijd bijgebleven.”

Il parle flamand

Ondanks een jeugd die zeker op cultureel vlak op Frankrijk gericht was, werd Robert Esselinckx Vlaams-gevoelig. “Op het militante af,” zegt hij zelf. Onmiddellijk gevolgd door: “Zonder rechts te zijn.” Robert was dertien in het mei 68 van Leuven Vlaams.

“De opkomst van het FDF heeft toch een bijzondere indruk gemaakt op mij. Want ineens zaten wij, Vlamingen, gevangen te midden van onze buren die zich meestal tot het FDF bekenden. Ook mijn vrienden met wie ik speelde en bleef spelen. Ineens was er een streep getrokken: les Flamands et les Francophones. Je voelde een zekere vijandigheid, zelfs in het beschaafde Sint-Pieters-Woluwe.”
Ook op het Sint-Jozefscollege, waar Robert schoolliep, werd de taalstrijd steeds duidelijker. Het begon met een witte streep in het midden van de speelplaats. De ene kant was voor­behouden voor de Nederlandstaligen, de andere voor de Franstaligen. Van de ene dag op de andere was het verboden om die lijn te overschrijden. Later kwam er zelfs een muur op die lijn.

Desondanks werd de liefde voor het Frans er in het college ingepompt. “De directeur, Frans Van Uffelen, stond erop dat wij perfecte tweetaligen waren, dat we de taal beheersten en ons niet gedroegen als boerkes. Dat was de trots van dat college.”

Het tekende een hele generatie. De latere VRT-journalist Daniël Buyle liep er school, zijn collega's Yvan Sonck en Mark Vanlombeek ook.
Het tekent ook het flamingantisme van Esselinckx. “Er is een verschil tussen de flamingant uithangen in Oostende of in Brussel op te komen voor je taal,” zegt hij. In Brussel is het geven en nemen. Daarom heeft hij altijd samengewerkt met de Franstalige stadszender BX1 en Le Soir.

“Ik zit 42 jaar in de journalistiek en het merendeel van de tijd heb ik mij bijzonder geamuseerd”

Robert Esselinckx, BRUZZ-journalist

“Wij leven niet op een eiland, maar we moeten opkomen voor onze eigenheid. En het is maar in de mate dat je opkomt voor je eigenheid, dat ze weten dat je trots bent op je taal, dat ze je zullen respecteren.” Maar dat mag niet betekenen dat je je afkeert van het Frans. “Het feit dat wij Franstalige humor herkennen en erkennen, er soms nog een schep bovenop doen, dat maakt dat je een gemeenschappelijke taal krijgt. De Franstaligen weten dat je begrijpt wat ze bedoelen en ze begrijpen wat jij bedoelt. Zodra je dan een duidelijk standpunt inneemt, zoals het feit dat we op tweetalige gezondheidszorg staan of het belang van het Nederlandstalig onderwijs voor ons, dan begrijpen ze dat ook. Dan krijg je respect.”

Autofreak

Elke twee jaar was er één afspraak die Robert niet kon missen: die van het autosalon. Robert Esselinckx is een autofreak. Hij houdt van de mechaniek. Maar ook in dezen is de journalist genuanceerd. Een autofreak ja, maar wel één die de noodzaak inziet van de slimme kilometerheffing.

1737 Robert Esselinckx 2
© Saskia Vanderstichele | Robert Esselinckx aan Flagey.

“Rijden in grote steden moet aan banden worden gelegd. Ik vind dat een goede zaak. Je merkt het nu al: de luchtkwaliteit verbetert, je hoort weer vogels fluiten. Maar het probleem stopt niet aan de gewestgrens. Als ik de tram neem in Tervuren, de 44, dan kan ik heel makkelijk tot Flagey komen. Alleen: daar is een parking die geen parking is. Wil je met droge voeten op de tram raken, moet je er laarzen dragen; het is daar onverlicht … Een ramp. Waarom komt daar geen parkeertoren? Ik ben niet tegen een taks, maar Brussel zal met de andere gewesten moeten praten. Pendelaars worden hier soms gezien als vijanden. Dat zijn ze niet. Ze brengen ook rijkdom mee. En ze komen niet alleen uit Vlaanderen. Ik rij soms via de E411 naar Brussel en daar komen veel mensen uit Wallonië.”
Het wij-zij-denken heeft de politiek te veel in de greep, bevestigt ook Esselinckx. Ook in de Brusselse politiek.

“Die politici verdienen hun stemmen natuurlijk in Brussel, maar daardoor doen ze er soms nog een schep bovenop: 'Wij Brusselaars gaan het hier voor het zeggen hebben, we zullen die pendelaars laten zien wie hier de baas is.' Het is jammer dat dat soms de ondertoon is.”
Het is zoals met de bestrijding van corona: het probleem stopt niet aan de grenzen. Volgens Esselinckx draait politiek steeds meer om één vraag: wat primeert: de persoonlijke vrijheden of het collectief belang?

“Ik ben bijzonder blij dat men weer teruggrijpt naar de notie van de collectieve vrijheid. Die collectieve vrijheid is een voorwaarde om individuele vrijheden mogelijk te maken. De tijd van me, myself and I is voorbij. Maar daarvoor is er samenwerking nodig, op alle niveaus.”

De BRUZZ-verkiezingsshow in Muntpunt op verkiezingsdag 26 mei 2019 met Robert Esselinckx en Guy Devroede
© Jelle Humblet-BRUZZ | 26 mei 2019: de BRUZZ-verkiezingsshow in Muntpunt met Robert Esselinckx en Guy Devroede.

Klaar voor het vaccin

De voorbije maanden telde Esselinckx af naar eind december. Dossiers werden afgewerkt en overgedragen, toekomstplannen gesmeed. Door corona werd dit vreemde jaar ook zijn laatste werkjaar.
Een tijdlang praat Robert nog over vrijwilligerswerk op de Africa Mercy, een ziekenhuisschip dat aanmeert in Afrikaanse havens. Maar ook dat werd in deze coronatijden een moeilijk verhaal. Het brengt ons terug naar het begin van ons gesprek, zijn scoutsstijd, waar zijn totemnaam zelfstandige hamster was. “Na vijftig jaar moet ik zeggen dat die de nagel op de kop was. Ik heb toch altijd gezorgd voor diegenen voor wie ik verantwoordelijk werd gesteld. Sommigen zullen dat betwijfelen, want ik heb steken laten vallen. Maar ik vond het belangrijk om het voor hen op te nemen. Dat leer je in de jeugdbeweging: staan voor iets. En respect hebben. Respect is de belangrijkste waarde in mijn leven, en daarmee samenhangend tolerantie. Zeggen wat je gaat doen. En doen wat je gezegd hebt. Een woord is een woord, dat vind ik heel belangrijk.”

Eens scout, altijd scout. Maar ook: eens ket, altijd ket. Robert is altijd een kwajongen gebleven, ook al ziet hij er zo niet uit. “Ik ben nu 65, maar voel me nog altijd 18. Ik heb mij nooit echt volwassen gevoeld. Ik zit 42 jaar in de journalistiek en het merendeel van de tijd heb ik mij bijzonder geamuseerd. Ik omschrijf het als een kwajongensstiel. Gui Polspoel is ook zo'n kwajongen, Rik Van Cauwelaert ook. Dat zijn mensen die weten waarover ze spreken, maar die nog om zichzelf kunnen lachen. Het heeft niets te maken met de leeftijd, maar met intensiteit. To be or not to be. Sta je voor iets, of sta je voor niets. En of het nu in de politiek is, de media, het onderwijs, de gezondheidszorg … samenwerken met mensen die graag hun job doen, dat is zo plezant. Ik heb het voorrecht gehad om samen te werken met mensen van wie ik veel heb geleerd. Ik begon bij Het Nieuwsblad en kreeg hulp van Gaston Durnez, later waren er Daniël Buyle, Wim Van Gansbeke, Marc Van den Hoof, Julien Put. Nog later waren er jonge mensen van wie ik veel leerde. Dat alles, dat vind ik een groot cadeau.”

En wat volgt er nu? “Nu wil ik me zo snel mogelijk laten vaccineren. En dan op reis. Naar Zuidoost-Azië. Vietnam, Cambodja, Laos, dat is mijn volgende ticket.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Samenleving, robert esselinckx, tv brussel, pensioen, Vlaams-Brusselse Media

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie