Rue du Croissant (2): Familie Kemmaze

Michaël Bellon
© Brussel Deze Week
04/02/2011
Een mooi plaatje: de vierjarige Océane hangt slaperig tegen haar mama aan, de twaalfjarige Suzane Joyce hangt achter de computer en luistert met een half oor naar het gesprek. De kleine Joseph Kameron ligt in zijn bed te knorren en pa is op de baan in zijn taxi.

Dat is hij al twaalf jaar, maar volgens zijn vrouw Keziah komt hij niet zo vaak met verhalen thuis, want zo'n babbelaar is hij niet. "Ik ben hier de babbelaar," zegt ze lachend. Vandaar dat ze ooit communicatie wilde studeren. Nu werkt ze als uitzendkracht als verpleegster in ziekenhuizen en ouderlingentehuizen. Daar heeft ze ook haar gips vandaan: uitgegleden op een natte vloer.

De breuk lijkt een beetje symptomatisch voor de verhouding met haar werk. "Ik kan niet zeggen dat ik elke morgen opgewekt ging werken. Daarvoor heb ik in de instellingen te veel dingen gezien die niet katholiek zijn, zeker ten opzichte van de patiënten. Maar als je daar iets van zegt, dan ben je de slechte en verziekt de relatie met je collega's. Ik zou toch twee keer nadenken voor ik een kamer nam in bepaalde ouderlingentehuizen." Keziah hoopt nu als zelfstandige aan de slag te kunnen in de thuiszorg.

Haar thuis is sinds tien jaar België, en sinds een jaar of acht de Halvemaanstraat. Haar man komt net als zij uit Kameroen, maar ze leerde hem hier pas kennen. "Zijn neef heeft me eens meegenomen toen hij cd's ging halen bij Eric. De coup de foudre was er pas later."

Ondertussen is iedereen Belg, ook de kinderen. "Ze zijn allemaal van jullie (lacht). België is een goed land, zelfs zonder regering. We wennen aan de kou, we eten graag frieten en de kinderen graag wafels."

En toch. Er is veel heimwee. "We zijn nog maar twee keer terug in Kameroen geweest, maar ik praat er elke dag over met mijn man. Ook Suzane Joyce heeft er veel vrienden, en met haar grootvader daar heeft ze een goede band. Hier vriendjes maken is moeilijker. Toen ik in België aankwam, was ik 21 en had ik ook moeite om de manier van denken en leven van de blanken te begrijpen. Ik had een vriendin met wie ik kon praten, maar we begrepen elkaar soms moeilijk. Ze lachte soms om dingen die ik ernstig bedoelde, en dat ergerde mij dan weer. Om je te integreren moet je eigenlijk opnieuw geboren worden."

Keziah heeft zich in de Halvemaanstraat eens op straat geposteerd om te zien of ze hier evenveel aanspraak zou hebben als in de straten van Yaoundé, maar dat viel tegen. Toch denkt ze ook genuanceerd over de hartelijkheid in haar geboorteland. "Mensen komen bij je langs zonder vooraf te bellen en ze installeren zich dan vaak een hele dag in je huis of blijven gewoon slapen. Als je in België twee nachten blijft logeren, is dat veel, ginder kan dat gerust twee maanden zijn, terwijl je budget het misschien niet eens toelaat. Iedereen is er ook 'familie', zelfs mensen die je helemaal niet kent. Op mijn trouwfeest dook er plots een man op die beweerde dat hij mijn pampers nog had ververst. Hij kwam gunsten vragen aan mijn man omdat hij zich ooit over mijn billen had ontfermd!"

--------------------------------------------

Rue du Croissant van Philippe Blasband en met Mohamed Ouachen is tot en met 5 februari te zien in Théâtre Les Tanneurs (in het Frans, 02-512.17.84, www.lestanneurs.be) en van 16 tot en met 27 februari in de KVS (Frans met Nederlandse boventitels, 02-210.11.12, www.kvs.be)

Rue du Croissant

De Halvemaanstraat of rue du Croissant loopt op de grens van Sint-Gillis en Vorst. Haar bewoners vormen een doorsnede van het bonte Brussel. De Brusselse schrijver Philippe Blasband, die in de wijk woont, schreef een toneelstuk waarin fictieve bewoners van de rue du Croissant de hoofdrol spelen. We bezoeken vier weken na elkaar enkele echte bewoners.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving , Rue du Croissant

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni