Schrijfster Aleksandra Lun: 'Een taal is niemands eigendom’

© Mirna Pavlovic
| Schrijfster en vertaalster Aleksandra Lun woont nu tien jaar in Brussel en houdt van het meertalige karakter.

Schrijfster Aleksandra Lun werd geboren in communistisch Polen, woonde vanaf haar 19e in Spanje en kwam tien jaar geleden naar Brussel. Haar debuut schreef ze in een andere taal dan haar moedertaal, het Spaans. Ze is een fel bepleitster van meertaligheid. “Talen maken je wereld groter.”

Het is niet toevallig dat schrijfster en vertaalster Aleksandra Lun tien jaar geleden in Brussel belandde. Het voelde hier gek genoeg als thuis, en de stad heeft een ‘taalziekte’, dat spreekt haar aan. Het is een interessante tegenstelling met het Polen van voor de val van de muur. “Ik ben opgegroeid in een totalitaire staat, er waren geen buitenlandse talen, het was monolinguistisch.”

Het is alsof Lun dat gemis de rest van haar leven heeft willen goedmaken. Ze woonde vanaf haar 19e in Spanje, waar ze ook studeerde. Inmiddels vertaalt ze vanuit Engels, Frans, Spaans, Catalaans, Italiaans en Roemeens naar het Pools. In haar debuut ‘De Palimpsesten’* komt een Poolse immigrant na vele omzwervingen terecht in Luik, waar hij in het psychiatrisch ziekenhuis belandt. Hij is in behandeling omdat hij verdwaald lijkt tussen het Pools en het Antarctisch, een taal waarin hij een boek heeft geschreven. De schrijver krijgt bezoek van andere schrijvers die elk hun eigen reden hebben om te schrijven in een andere taal dan hun moedertaal. Ook Lun koos ervoor het boek te schrijven in het Spaans, in plaats van Pools.

* een palimpsest is een hergebruikt stukje perkament


Waarom koos je ervoor om te schrijven in het Spaans?

Aleksandra Lun: “Dat is een vraag die iedereen me stelt. Met het boek wilde ik laten zien dat ik er ben. Als migrant heb je vaak een brugfunctie: je vertaalt schrijvers van de ene naar de andere taal, maar staat niet zelf in de schijnwerpers. Maar die vraag draagt ook een veronderstelling met zich mee: het idee dat je nooit zult veranderen. Verandering van identiteit is niet altijd maatschappelijk toegestaan. Ik denk aan geslachtsverandering of een verandering van land of van een taal. Je wordt een beetje als een verrader gezien als je niet in je moedertaal schrijft, maar iedereen is vrij om te schrijven in de taal die hij wil. Een taal is niemands eigendom.”

Het boek schrijven was dus in zekere zin een daad van protest.

Lun: “Ja. We zijn niet zo coherent als soms gevraagd wordt. Dat ligt niet in onze aard. We hebben geen consistent parcours van onze geboorte tot onze dood. Dat verandering niet altijd is toegestaan, hoor je trouwens ook als mensen een migrant vragen waar ze vandaan komen. Je bent vandaag iemand anders dan tien jaar geleden, toch herleidt die vraag iemand naar de persoon die hij was toen hij werd geboren. De vraag veronderstelt dat een migrant of vluchteling niet in staat is tot één van de belangrijkste menselijke eigenschappen: veranderen.”

“We hebben een nieuwe taal nodig om over migranten te praten. Neem nu een woord als ‘tolerantie’ dat vaak in die context gebruikt wordt. Dat vind ik problematisch, want wat betekent dat, iets tolereren? Waarom gebruiken we niet een woord als ‘nieuwsgierigheid’, of ‘respect’ als het over migranten gaat? Ik ben glutenintolerant, andere zijn glutentolerant. Dat betekent niet dat ze op de één of andere manier om gluten geven.”

In je boek komen verschillende schrijvers voor die stuk voor stuk niet in hun moedertaal schreven, zoals Agota Kristof of Joseph Conrad. Waarom koos je deze schrijvers?

Lun: "Ik heb onderzoek gedaan naar een aantal schrijvers die niet in hun moedertaal schreven, en deze vonden de meeste weerklank. Agota Kristof, die van Hongaarse origine is, zei dat ze kon schrijven in welke taal dan ook. Haar motivatie daarvoor was zo sterk. Joseph Conrad, afkomstig uit Polen, zei dat hij in geen andere taal kon schrijven dan in Engels. Ik hoor meer bij die laatste groep. Mijn personages spreken tot me in het Spaans, die taal gaf me meer vrijheid. Het zou onzinnig zijn als ik ze naar het Pools zou vertalen. Ik voelde ook hoe andere talen het Spaans aan het verdringen waren. Schrijven is een manier om de taal vast te houden.”

Lees verder onder de foto.

Aleksandra Lun kijkt uit naar de nieuwe generatie schrijvers uit een stad waar ruim 160 talen worden gesproken.
© PhotoNews
| Aleksandra Lun: "Er kan wrijving en ongemak zijn in een meertalige omgeving, maar het hoeft niet problematischer te zijn dan de wrijving en ongemak die je van tijd tot tijd ervaart met een oom die je op de zenuwen werkt."

Je bent begonnen met Nederlands leren. Zou je een volgend boek in het Nederlands schrijven?

Lun: “Ik ben nog maar 41 dus misschien als ik 60 ben (lacht). Maar ik weet niet of ik het opnieuw zou kunnen. Want het gaat ook gepaard met een verlies. Toch krijg je er zoveel voor terug. Ik vergelijk het met een donkere straat, waar je eigen taal de straatlantaarns symboliseren, die maar een gedeelte van de straat verlichten. Een nieuwe taal belicht andere dingen. Je moedertaal is als een filter die veel dingen van de realiteit buitensluit. Talen maken je wereld groter. Je ziet de dingen niet langer vanuit jezelf en je eigen land. Die manier van denken heeft ons al vaak in de problemen gebracht.”

Het verlies dat gepaard gaat met het leren van een nieuwe taal doet me denken aan een recent essay van de Eritrese-Ethiopische schrijver Sulaiman Addonia, die in Brussel woont. Hij schrijft dat meertaligheid kan aanvoelen als een open wond. Herken je dat?


Lun: “Je verliest plekken, mensen en talen, steeds weer opnieuw. Vooral een taal verliezen is pijnlijk omdat het een deel is van jezelf. Maar het maakt deel uit van de ervaring van de migrant. Ik denk eigenlijk dat literatuur voorbij gaat aan taal en identiteit. Het concept van nationale literatuur is eerder uitzonderlijk. De menselijke ervaring is min of meer gelijkaardig. Zo lang we onze humor maar niet verliezen. Ik heb ook in mijn boek veel humor gebruikt. Dat is iets dat niet altijd wordt verwacht van een migrant. Die moeten vooral hard werken en bescheiden zijn. Humor zet dingen in perspectief, het maakt je tot gelijke.”

Wat betekent het voor de nieuwe generatie Brusselse schrijvers dat ze opgroeien in een meertalige omgeving: ze spreken bijvoorbeeld thuis Arabisch, Nederlands op school en Frans met hun vrienden?

Lun: “Het wordt geweldig, ik kijk er erg naar uit om hun werk te lezen. Er kan wrijving en ongemak zijn in een meertalige omgeving maar het hoeft niet problematischer te zijn dan de wrijving en ongemak die je van tijd tot tijd ervaart met een oom die je op de zenuwen werkt. In zijn prachtige boek ‘The Other’ schrijft Kapuściński dat alle literatuur in feite een verhaal is over de ander. In Brussel leven al die ‘anderen’ naast elkaar, want we zijn hier met meer dan honderd talen. En toch slagen we erin het te laten werken. Het lijkt me fascinerend om het literair werk dat daaruit voortkomt te lezen.”

Brussel vierde onlangs voor het eerst de ‘Dag van de Meertaligheid’. We hebben met minister Sven Gatz (Open VLD) ook een minister van Meertaligheid. Is meertaligheid iets om te vieren volgens u?

Lun: “Als een boek of een citaat je leven kan veranderen, wat doet het dan wel niet om een hele nieuwe taal aan te leren? Meertaligheid transformeert je. Elke nieuwe taal is als een tunnel waar je doorheen gaat en als een ander mens weer uit komt. Onderweg moet je wel dingen achterlaten en daar een graf voor graven. Mijn achtergrond in het communistische Polen was verstikkend, dus voor mij was het het waard om dat offer te maken. Als migrant of vluchteling, zoals elke andere overlevende, heb je geen keuze: je moet leren leven met geesten. Ook de geest van de taal.”

De Palimpsesten
144 pagina's, Uitgeverij Pluim

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?