Stadsactivist Gwenaël Breës: 'Liever libertair dan anarchist'

© Saskia Vanderstichele

Hij behoort tot de stichtende leden van Cinema Nova, schreef een boek en regisseerde een film over het bewonersverzet tegen de onteigeningen in de Zuidwijk. Gwenaël Breës was de voorbije vijf jaar onder andere voorzitter van Inter-Environnement, maar is nu opnieuw stadsactivist: “Ik heb persoonlijk niets tegen schepen Els Ampe, wel tegen haar ideeën. Een ondergrondse parkeergarage onder het Vossenplein is een zeer slecht idee.”

Gwenaël Breës moet hartelijk lachten als we naar zijn Bretoense roots informeren. Breës: “Ik ben de zoon van een Vlaamse vader uit Edingen en een Franstalig Brusselse moeder. Met Bretagne heb ik helemaal niets. Al van kinds af aan wou ik weg uit Brussel, maar ik ben er nog altijd.” Hij heeft geaarzeld of hij zich wou laten interviewen. Hij wil te allen prijze vermijden dat onze lezers het verzet tegen de parkeergarage onder het Vossenplein gaan zien als zijn verzet. Breës: “Ik wil me niet op de voorgrond werken, dat ik in debat ga met schepen Els Ampe op TéléBruxelles is omdat ik meer dan anderen toegang tot de media heb, ik ben tenslotte zelf journalist geweest.”

Het verzet tegen de parkeergarage wordt breed gedragen, vertelt hij. “Het verzet tegen de ondergrondse parkeergarage is zeer heterogeen. Er zijn kleine handelaars die niet tegen de auto zijn, die vinden dat hun klanten tot voor hun deur moeten kunnen rijden. Er zijn uitbaters van meer chique cafés en van volkse cafés. Er zijn handelaars van Marokkaanse origine en er zijn inwoners en uitbaters van trendy winkels. Er zijn parkeersproblemen, maar een ondergrondse parkeergarage is een fout antwoord. De werken – zelfs al blijft de vlooienmarkt deels plaatsvinden – zullen heel de wijk veranderen, de volkse cafés en de gewone winkels zullen verdwijnen. En dat willen we niet.”

Bezeten van de media, ontgoocheld in media
“Als jongere haatte ik de school, op mijn veertiende ben ik ermee gestopt. Altijd al heb ik problemen gehad met gezag. Ik ben als veertienjarige beginnen te schrijven voor het Persagentschap Belga, tot de bazen erop uitkwamen dat ik minderjarig was. Als kind was ik al bezig met het samenstellen van kranten met fotokopies en met radio maken. Op mijn vijftiende werkte ik mee aan Passe Muraille, een programma op Radio Air Libre voor de gevangenen van Sint-Gillis en Vorst, we lazen brieven voor en draaiden platen op aanvraag. Nadien werkte ik voor het maandblad Alternative Libertaire, dat nu niet meer bestaat. Om den brode moest ik artikels schrijven over alles en niets, onderzoeksjournalistiek bestaat in dit land nog amper. Wie krijgt nog drie maanden de tijd om zich in een onderwerp onder te dompelen? Toen ik ook artikels moest schrijven over Prins Laurent in het Sint-Michielscollege, heb ik het voor bekeken gehouden.”

Anarchist of libertair
“Ik ben nooit bij een politieke partij geweest, ik ben zelfs nooit gaan stemmen. De zogenaamde representatieve democratie is helemaal niet zo democratisch. Waarom zou ik mijn stem geven aan mensen die er de jaren nadien mee mogen doen wat ze willen? Het probleem is dat de politiek geprofessionaliseerd is, het zijn carrières waar mensen veel voor over hebben om macht te verwerven en vervolgens te behouden. Ik sta een veel directere democratie voor. Er moet veel meer controle zijn over wat er met je stem gebeurt. Zelfs partijen zijn dubieus: geef je je stem aan een persoon of aan een partij? Ik heb meer dan eens mensen ontmoet die in de politiek gingen om de dingen te veranderen, maar nadien het tegenovergestelde deden.”

“Ik word liever een libertair genoemd dan een anarchist, al betekenen beide woorden hetzelfde: voor directe democratie en zelfbeheer, tegen uitbuiting en verknechting. Rond het anarchisme hangt te vaak een zweem van nihilisme, van afbraak. Ik wil niet afbreken, ik wil opbouwen. Ik droom van een wereld zonder staten. Maar sinds vijftien jaar leven we permanent met contradicties. De grip van de private sector is veel te groot, de overheid heeft het collectieve verwaarloosd. Ik bevind me soms in de situatie dat ik samen met de staat de publieke zaak verdedig.”

Van de Zuidwijk...
“Ik lig moeilijk in de arbeidsmarkt, ik wil dingen doen waar ik achter sta. Gedurende lange tijd ben ik soms twee tot drie keer per jaar moeten verhuizen, In 2005 ben ik aldus voor de derde keer in de Zuidwijk beland. Ik kwam er terecht tussen mensen met weinig middelen, ook migranten die in die tijd - 1992 - zelfs nog geen stemrecht hadden en niet dezelfde reflexen hadden om te protesteren. Ik heb er samen met anderen uit de middenklasse een wijkcomité opgericht tegen het socialistische gemeentebestuur van Sint-Gillis dat de Zuidwijk aan het onteigenen was. Het was een slecht project, een project voor kantoren waar geen vraag naar was. Ook nu blijf ik daar nog bij, maar we hebben de pijn kunnen verzachten. De mensen zijn min of meer goed behandeld.”

“In 2005 praatte de pers niet veel meer over de Zuidwijk, er was een zekere moeheid opgetreden en het is ook een ingewikkeld dossier. Dossiers uitvlooieen is tijdrovend en lastig. Dat gebeurt nog zelden. Maar u moet mijn kritiek op de pers vooral niet persoonlijk nemen. Ik heb een film gemaakt en een boek geschreven over de onteigeningen en de inwoners van de Zuidwijk. Ik wou sporen nalaten, net zoals Albert Martens (professor emeritus sociologie van de KU Leuven die actief was in de Noordwijk en een boek schreef over de strijd van de bewoners, dv). De geschiedenis van de bewoners mag niet verloren gaan.”

... naar Inter-Environnement
“Na het verschijnen van het boek ben ik voorzitter geworden van Inter-Environnement. ‘Inter’ is een oude vereniging die al veel heeft meegemaakt, die al bestaat sinds 1973. Naast een leefmilieuvereniging is Inter ook de federatie van wijkcomités. Eind jaren 1990 was Inter bijna failliet, ze heeft toen opdrachten aanvaard om participatieateliers te organiseren, onder meer in de Zuidwijk. Inter kreeg geld van het gewest om in de Zuidwijk, in gemeente van Charles Picqué bewonersparticipatie te organiseren. Zo kwam er geld in het laatje, maar ze was wel gebonden.”

“Ik had een negatief beeld van Inter. Toen ik voorzitter werd, hebben we - equipe, raad van bestuur en leden - ons voorgenomen om opnieuw meer een tegen-macht te zijn in plaats van een onderaanneming. De spanning tussen het sociaal-economische en leefmilieu moest opnieuw in het hart van het debat. Je ziet het in veel steden ter wereld, de leefomgeving wordt verbeterd en de prijzen stijgen. Het heeft meer met imago te maken dan met het verbeteren van de woonomgeving voor de mensen die er wonen. Ik krijg weleens te horen : je bent tegen gentrification, je bent voor getto’s. Dat is het natuurlijk niet. Niets tegen verbetering van leefomgeving en imago als er bijkomende sociale woningen worden gebouwd en de huurprijzen worden omkaderd. Leefmilieu heeft verschillende betekenissen, het is meer dan biodiversiteit.”

Monsieur extreemrechts
“Op het eind van de jaren 1980 heb ik me ondergedompeld in Franstalige extreemrechtse milieus, ik woonde hun vergaderingen bij en discussieerde met hen. In tegenstelling tot het monolithische Vlaams Blok was het Front National een allegaartje van clans die elkaar haatten en bekampten. Ze waren heel uiteenlopend, van heidense neonazi’s tot extreemrechtse katholieke integristen. Ze beschouwden me als een anarchist, anti-establishment zoals zij, ze wisten ook dat ik journalist was. Ik ben altijd blijven discussiëren, ik ben altijd kalm gebleven, ik heb ook altijd duidelijk gemaakt dat ik niets tegen personen had, wel tegen hun ideeën of ideologie. En wellicht dachten sommigen ook dat ik bruikbaar was in hun onderlinge strijd. Ik ben nadien door zowat alle partijen uitgenodigd geweest om te preken, ik werd monsieur extreem-rechts genoemd. Ik werd heel de tijd gevraagd om conferenties te geven en om artikels te schrijven. Ik werd dat beu, ik wou mijn leven niet uitbouwen met extreemrechts. Ik wil dingen ten goede veranderen, langs de weg van de directe democratie.”
 

Nieuwjaarsinterviews 2015

Naar goede gewoonte zet stadskrant Brussel Deze Week het nieuwe jaar in met een reeks interviews. Passeren dit jaar de revue: Gwenaël Breës (stadsactivist), Gilles Ledure (directeur Flagey), Jacky Goris (directeur Gemeenschapsonderwijs Brussel), Herman Van Rompuy (voorzitter emeritus Europese Raad), Bie Vancraeynest (coördinator jeugdheid Chicago) en Zahava Seewald (conservator Joods Museum).
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?