interview

Wim en Pepijn Kennis: vijftig jaar stadsactivisme

Pepijn en Wim Kennis.© Saskia Vanderstichele

Al meer dan vijftig jaar zet socioloog-planoloog Wim Kennis zich in voor Brussel. Hij stichtte Brukselbinnenstebuiten en Bral, en is voorzitter bij GC De Kriekelaar. Ook voor zoon Pepijn, coördinator bij vzw Toestand, is Brussel het werkterrein bij uitstek. Twee generaties over stadsactivisme sinds mei ’68.

Wanneer ik arriveer aan de voordeur van het ouderlijke huis Kennis, zijn daar drie niet-bewoners in een intense discussie verwikkeld. Wim en Pepijn Kennis zijn niet verbaasd hen daar aan te treffen. Al van toen hij in 1978 naar Schaarbeek verhuisde, heeft Wim nooit anders geweten dan dat uitgerekend zijn trapportaal door Jan en alleman wordt uitgekozen om even te gaan neerzitten. “Omdat het groot genoeg, altijd droog, en half op het zuiden gericht is,” zegt hij. Een mooi voorbeeld van hoe ‘stadsinfrastructuur’ het gedrag van mensen bepaalt. En laat dat nu net een essentieel element zijn van de corebusiness van beide Kennissen.

U woont hier sinds 1978, maar bent al in Brussel sinds 1967. Op tijd om mei ’68 mee te maken.
Wim Kennis: Ik kwam in ’67 naar Brussel voor een onderzoek over jeugdparticipatie, en zo verzeilde ik in de entourage van Arau (Atelier de Recherche et d’Action Urbaines, red.) waar ik mensen als architect Francis Strauven, sociaal bewogen priester Jacques Van Der Biest en mijn mentor en professor sociologie Albert Martens ontmoette.

Zo begon ik lezingen te geven over de weldaden en de diversiteit van de stad, tot Felix Florquin van Stichting Lodewijk de Raet mij vroeg waarom ik dat in zo’n onnozel zaaltje stond uit te leggen in plaats van het te laten zien op straat.

Zo is in 1971 Brukselbinnenstebuiten ontstaan. Als een vorm van bewustmaking, hopend dat dat tot wat emancipatie zou leiden bij een aantal Vlamingen die niet van de stad - laat staan van Brussel - hielden. Echt activisme was dat niet, al hebben we met Brukselbinnenstebuiten wel publicaties uitgegeven als Een trein van Troje over de hogesnelheidstrein, en Eurotaurus over de impact van de Europese gemeenschap op Brussel. Activisme - met dossiers, maar ook op straat - was meer een zaak van stadsbeweging Bral (Brusselse Raad voor het Leefmilieu).

Maar mei ’68 was hier niet veel soeps hoor. Ik zat toen in Sint-Lambrechts-Woluwe om het westerndorp Wolu-City te helpen kelderen. Van enkele jongeren van het Maison des jeunes die naar Parijs waren gegaan, hoorden we dat het daar grote bagarre was. Maar voor de rest wisten wij van niets. Alleen in Leuven gebeurde iets.

Wel was er iets aan het gisten. In de schoot van organisaties als Lodewijk de Raet, de Brusselse jeugdraad ANBJ en de Beursschouwburg ontstond een emancipatiebeweging. Maar met het idee dat je in een stad als burger het heft in handen kon nemen en echt iets teweeg kon brengen waren ze in Frankrijk net iets vroeger. De actie voor het behoud van de Noordwijk en de Marollen volgde hier in ’69.

Spreektijd 2 Pepijn Wim Kennis BRUZZ ACTUA 1612
© Saskia Vanderstichele
| Zoon Pepijn en vader Wim Kennis, twee generaties stadsactivisten.

Waren de Marollen er zonder die op mei ’68 geïnspireerde acties ook aangegaan, zoals de Noordwijk?
Wim Kennis: Dat zou kunnen, al hadden we in onze contreien al wel een voorbode van mei ’68 gehad met de volkshogescholen en woongemeenschappen in Scandinavië, en Provo en de Kabouterbeweging in Nederland. Vandaar dat ik zo content was dat Pepijn voor zijn afstudeerproject op Maria Boodschap Provo als onderwerp koos, en dat hij als lid van de nieuwe generatie de stad mee durft in te palmen.

Hoe komt een middelbare scholier er in de 21ste eeuw nog bij om een eindwerkje over Provo te maken?

Pepijn Kennis: Provo speelde een spel met wat mag of kan, maar niet altijd toegelaten wordt. Er is geen wet die zegt dat je je niet mag wassen in een fontein, maar het wordt niet toegelaten. Er is geen wet die zegt dat je niet mag voetballen op een plein, maar als op dat plein terrassen staan, komt de politie je wel wegjagen als je voetbalt.

Ik weet nog dat de kaft van het eindwerk een fantastisch grafisch beeld was van hoge rijlaarzen van een rijkswachter die trappen op een klein wit mannetje met een pinnemuts, dat met een klein hamertje op de teen van de rijkswachter slaat.

Voor mij is dat Provo, en ook stadsactivisme: je brengt niet meteen grote veranderingen teweeg, maar duwt wel op de pijnpunten, zodat je gehoord en gezien wordt. Liefst op een positieve, constructieve, en als het kan ook feestelijke manier, met ideeën die een meerwaarde hebben. Ik denk dat je daar veel meer mensen mee op de kar krijgt dan met louter protest, en dat je daardoor je verhaal beter kan vertellen.

Picnic the Streets is daar een recent voorbeeld van. Onze vzw Toestand is begonnen omdat we ruimte nodig hadden om te feesten, ruimte die de politiek niet gaf, terwijl er tegelijk miljoenen vierkante meter leegstaan in Brussel.
Activisme is dus vooral een werkwoord: het is doen, ondernemen, tonen dat het beter kan. Al mag het daar niet bij blijven: een beleid mag zijn verantwoordelijkheden niet ontlopen omdat activisten de stad beter maken.

Hebt u uw engagement van thuis, waar u zag wat er mogelijk was?

Pepijn Kennis: Eigenlijk denk ik van niet. Als kind merkte ik niet zo meteen dat mijn vader bezig was met de stad. Ik wist niet waarvoor die vergaderingen dienden. Ik ben weleens mee geweest naar de Witte Mars, met een plakkaat met een bord spaghetti waarvan ik toen niet wist wat het betekende.
Ik denk dat het eerder komt door het netwerk van school- en scoutsvrienden. Via de scouts raak je bijvoorbeeld in de jeugdraad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), waar je op een beleidsmatige manier meedenkt over jeugd in de stad. Maar via schoolkameraden hang je evengoed rond op het Sint-Katelijneplein, waar dan weer andere dingen uit voortvloeien.

Wim Kennis

Vroeger hoorde ik soms dat ik de ‘zoon van’ was, nu zeggen ze soms al eens tegen Wim dat hij mijn vader is. Ik zit nu ook in de algemene vergadering van Bral, maar daar ben ik in verzeild geraakt via een collega bij Toestand, niet via mijn vader.

Weinig tegengas

Maar alles komt terug. Zo gaat dat. Twee jaar geleden hergebruikte Pepijn de protestbeweging voor het behoud van het publieke karakter van het Sint-Katelijneplein Free 54 met ‘Uw stad is verkocht’ nog exact dezelfde slogan die zijn vader in 1974 gebruikte tijdens een algemene mobilisatie tegen stadsspeculatie, waar Bral, de beruchte mei ’68-beweging Mass Moving, en de Beurschouwburg toe opriepen. En dat op dezelfde plek aan de Beurs waar ook in de jaren negentig met de beweging rond Hotel Central een gelijkaardige strijd werd gevoerd.

Pepijn Kennis: Het is niet nieuw dat mensen zich verenigen, maar ik zie de laatste tien jaar toch weer meer en meer initiatieven. Dat heeft te maken met een overheid die minder middelen heeft, een veranderende demografie, en meer mensen die niet alleen weten wat er allemaal scheelt, maar het ook niet meer pikken, en er zelf iets aan willen doen. En natuurlijk met het nog gemakkelijker kunnen verenigen en oproepen tot actie via de sociale media.

Stemmen op een andere partij volstaat niet meer als protest. Als burger ga je noodgedwongen aan de slag om je eigen stad te maken. Met de fietsdemonstraties van Masse Critique krijgen wij elke laatste vrijdag van de maand gemakkelijk drie- tot vierhonderd fietsers bij elkaar. Ook Pool is Cool (initiatief dat pleit voor zwemgelegenheid in de openlucht, red.) toont dat er mensen op de been te brengen zijn voor zwemmen in de openlucht.

Een overheid die tekortschiet zou je in Brussel een constante kunnen noemen.
Pepijn Kennis:
Ja, al is het daarom tegelijk een overheid die weinig tegengas geeft. Ik herinner me dat we in Mabo met de Brusselse vzw Imagica een namiddag rond media werkten en op het idee kwamen een filmpje te maken om te zien hoe hoog we in het Justitiepaleis konden doordringen. We zijn helemaal boven in de koepel geraakt! Op veel andere plekken zou het ondenkbaar zijn dat een school en een gesteunde vzw aan zo’n idee meewerken. Hoewel de niet-geautoriseerde betoging tegen de nieuwe kraakwet voor woningen voor iedereen onlangs wél meteen door veertig agenten is beëindigd.

Pepijn Kennis

De strijd in ’68 was er ook één tegen het kapitaal. Toen streed je tegen de plannen voor de Noordwijk, nu tegen die van Neo.

Pepijn Kennis: Alle verhoudingen in acht genomen vertegenwoordigen de handelaars die het publieke gedeelte van het Sint-Katelijneplein innemen het kapitaal. Dat kapitaal maakt mee de stad, maar je moet dat op een goede manier kanaliseren. Terrassen hebben zeker bestaansrecht, maar daarom moeten ze nog niet een goed functionerend plein koloniseren.

De bouwmeester speelt een rol in het verzoenen van belangen, maar het blijft een moeilijke oefening, en je moet sommige zaken aan de kaak blijven stellen. Met Toestand proberen we de restproducten van het kapitaal zoals leegstand te laten benutten door mensen die er de dupe van zijn of er nood aan hebben.

Kan je met het kapitaal in discussie gaan?

Pepijn Kennis: Moeilijk, maar ik denk dat we daar zelf ook wat vies van zijn. De politiek zou het belang van de burgers moeten vertegenwoordigen, maar vertegenwoordigt vaak het belang van de stadsontwikkeling en dus van het kapitaal.
Wim Kennis: De rationaliteit van een op toeristen gerichte middenstand is totaal anders dan die van burgers. De stad moet het evenwicht zoeken tussen het geld dat de stad maakt en de mensen die de stad maken.

’68 had een component van Vlaamse ontvoogding. Speelde dat in Brussel ook?

Wim Kennis: Ik heb Brussel leren kennen als een bijna Vlaams hatende stad. Stilaan is er, onder meer door het werk van de Nederlandse Cultuurcommissie (NCC) en de VGC, een grotere openheid ontstaan, en nu is de wijsheid ingetreden dat zuiver Franstaligen hier ook een minderheid aan het worden zijn. Samenhorigheid tussen de, vaak ingeweken, Vlamingen was er zeker. Het ‘Brussels gedorpte’ noemde ik dat in de tijd dat ze allemaal samentroepten op Mallemunt. Die samenhorigheid heeft ook bijgedragen tot een activiteit die maatschappelijk interessant werd.

Spreektijd 5 Pepijn Wim Kennis BRUZZ ACTUA 1612
© Saskia Vanderstichele
| Pepijn en zijn vader Wim Kennis.

Pepijn Kennis: Langzaamaan schrijven die Nederlandstalige Brusselaars zich meer in het stedelijk geheel in, en maken ze ‘gemeenschapscentra’ voor een lokale gemeenschap die het onderscheid tussen Franstaligen en Nederlands­taligen overschrijdt. De bubbels zijn er nog, maar ze worden poreuzer. Met Toestand werken we daar heel bewust aan. We willen geen tijdelijke bezettingen met alleen maar artiesten of alleen maar start-ups. We kiezen de moeilijke weg - daarom krijgen we ook overheidssteun - om een weerspiegeling van de stad samen te krijgen. Zowel de Marokkaanse mama als de skater, zowel de studio van Stikstof, als de integratie- en taallessen van het Brussels onthaalbureau BON. WIM KENNIS: Ook in De Kriekelaar komt er meer diversiteit. De Turken, Grieken, Marokkanen en Vlamingen hebben het in zich om elkaar op te zoeken en daar is niets mis mee, maar ik merk een grotere openheid naar de andere groepen.

Als we dan weer even uitzoomen en de periode van ‘68 tot nu overschouwen, wat is dan het beeld?

Wim Kennis: Ik vind dat het beeld veranderd is. Toen we met Brukselbinnenstebuiten begonnen, zat je in een negatieve spiraal van een weinig leefbare stad die kreunde onder de druk van de afbraak, verschrikkelijk openbaar vervoer had en waar geen fiets te zien was. Dat is zeker gebeterd. Ook als je naar de milieubeweging of de gemeenschapscentra kijkt, zijn er in die vijftig jaar echt wel stappen gedaan. Als kritische gidsen kunnen we bij Bruksel vandaag trotser zijn op Brussel dan veertig jaar geleden. Behalve problemen kunnen we nu ook positieve voorbeelden tonen.

Hebben aanslagen, tunnels, zinkgaten en politieke schandalen ons niet even terug in de tijd geslagen?

Pepijn Kennis: Die zaken zijn zeker een wake-upcall geweest. We hebben de afgelopen twintig jaar misschien niet meer echt naar de politiek omgekeken, omdat die toch maar aan het aanmodderen was. Nu beseft iedereen plots dat ze van alles aan het doen waren, of net niet aan het doen waren, en dat met geld dat eigenlijk van iedereen is.

Zowel op gemeentelijk als op gewestelijk niveau - met initiatieven als WeBrussels, #1bru1vote (One Brusseleir One vote), of Reboot Democracy - zie je nu dat men ook bezig is om dat bestuur terug te kapen, de democratie opnieuw te democratiseren. Die dynamieken maken het leuk om aan deze stad te blijven werken.

Wim Kennis: Daarvoor is wel een sterke oppositie nodig. Als meer mensen beseffen waarover het gaat, dan krijg je vanzelf een beter beleid.

Misschien moeten we het oude ideaal van de volkshogescholen herdenken om de kritische massa te vergroten?

Wim Kennis: Er is in deze stad een massa mensen die verstandig genoeg zijn om van alles te doen en aan te pakken. Maar ze krijgen de opleiding niet en de stad nodigt hen daar ook niet toe uit. Zo hou je de zelfkant in stand. Infrastructuur en opleiding zouden mensen een eigenwaarde kunnen bezorgen die de basis is voor emancipatie. Vzw Toestand toont dat aan.

Pepijn Kennis: Al merk je wel dat een job en een huis op de eerste plaats komen. Dan denk ik nog weleens aan het devies van Bertolt Brecht dat ik thuis heb geleerd: Erst kommt das fressen, dann kommt die Moral. Het kan tof zijn om wat te zeefdrukken en een filmpje te maken, maar minder als je niet aan een job raakt of op het einde van de maand met de rekening in het rood gaat. En het is niet de bedoeling de jeugdwerkloosheid te doen afnemen door de woningprijzen omhoog te duwen en mensen naar Aalst te duwen, maar door mensen te emanciperen en aan een job en een dak te helpen.

Pepijn Kennis

  • 29 jaar
  • Studeerde sociologie aan de VUB en stadsontwikkeling in Brussel, Wenen, Kopenhagen en Madrid
  • 2012: Begint als vrijwilliger bij vzw Toestand, sinds 2014 is hij er coördinator
  • 2015: Is lid of bestuurder van Bral, K.A.K., Growfunding en Brukselbinnenstebuiten.
  • Woont in Vorst

Wim Kennis

  • 77 jaar
  • Socioloog-planoloog
  • 1971: Sticht gidsenvereniging Brukselbinnenstebuiten
  • 1974: Sticht Bral, en strijdt onder meer voor het behoud van de Marollen
  • Vandaag: voorzitter GC De Kriekelaar
Spreektijd 3 Pepijn Wim Kennis BRUZZ ACTUA 1612
© Saskia Vanderstichele
| Pepijn en Wim Kennis.

Boekpresentatie

Op dinsdag 8 mei brengt vzw Toestand het boek Leegstond uit, een handleiding voor het gebruik van leegstaande ruimte op basis van de expertise opgebouwd met projecten als Allee Du Kaai en Biestebroek. De feestelijke boekpresentatie heeft plaats in Brussel (locatie wordt bevestigd) om 19.30 uur met sprekers als Riet Steel, Caroline Pauwels, Kristiaan Borret en Sven Gatz.

toestand.be
leegstond.be

Stadstours

Brukselbinnenstebuiten organiseert nog altijd stadstours te voet, per bus, op de fiets en met de tram, voor individuele deelnemers en voor groepen.
Voor individuele inschrijvers is er een nieuwe tour over Street Art in de kanaalzone op 6 en 12 mei. Op 15 mei kan u in het kader van Broodje Brussel deelnemen aan een toer op en over de site van Thurn & Taxis.

brukselbinnenstebuiten.be en 02/218.38.78.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

OPROEP: Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en wie weet win jij een van onze 10 prijzen! Neem nu deel..

Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?