interview

‘Zonder immigratie was Brussel niet groter dan Antwerpen’

VUB-demograaf Patrick Deboosere en Johan Leman (vzw Foyer.)© Bart Dewaele

Dertig jaar Brusselse journalistiek

Dertig jaar puur Brusselse journalistiek heeft BRUZZ-redacteur Danny Vileyn erop zitten. In zijn reeks "Vileyne gedachten" blikt hij terug op wat hem van die drie decennia is bijgebleven. 

Deze thema's verschenen eerder:

  • Kosmopolitisch Brussel
  • Katholiek Brussel
  • Vrijzinnig Brussel
  • Prostitutie in Brussel
  • Criminaliteit in Brussel

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt anno 2020 een kwart miljoen inwoners meer dan in 1995, maar er is niet alleen groei, er is ook een enorme verjonging met dank aan de buitenlandse én binnenlandse migratie. “Brussel is de grootste studentenstad van het land,” zegt VUB-demograaf Patrick Deboosere. Antropoloog Johan Leman (KU Leuven) was in een vorig leven ook kabinetschef van Koninklijk Commissaris voor de Migranten Paula D’Hondt, directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en nu nog voorzitter van de Molenbeekse Foyer. “In Vlaanderen is er veel meer polarisatie,” zegt hij. “De Brusselaar is concreter en meer ter zake, als hij ontevreden is, vertaalt dat zich niet in een racistische stem.”

Patrick Deboosere, kunt u ons als demograaf schetsen hoe de Brusselse bevolking de jongste kwarteeuw gewijzigd is?
Patrick Deboosere: Om dat te begrijpen moeten we terug naar de jaren 1970-1980 die een dieptepunt waren in de naoorlogse geschiedenis van de hoofdstad: de bevolking, tevens de oudste van het land, kalfde gestaag af.

Er was een uittocht uit de stad: de Brusselaar die het zich kon permitteren, verkoos een viergevelwoning in het groen in Vlaams- en Waals-Brabant. Zonder internationale migratie was Brussel aan het einde van de jaren 1980, begin jaren 1990 een stad geweest met slechts een half miljoen inwoners, niet groter dan Antwerpen. Het is ook in de jaren 1980 dat de industrie, bij gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden, naar industrieterreinen buiten de stad trekt.

Het gevolg is een kanaalzone die er steeds beroerder aan toe is. Gevolg: Brussel kampt niet alleen met leegstaande bedrijfsgebouwen, maar ook met tienduizenden leegstaande woningen. Midden jaren 1990 was de Brusselse bevolking gekrompen tot 948.000 inwoners.

Vanaf dan zal migratie weer tot groei leiden. De internationale migratie is er vooral gekomen in het kader van de uitbreiding van Europa, maar is ook gevoed door internationale conflicten. Maar diezelfde jaren 1980 dragen met de opkomst van de kenniseconomie en de gigantische toename van hogeschoolstudenten ook de kiemen van verandering in zich. In de jaren 1950 volgde vijf procent van de jongeren hoger onderwijs, anno 2020 is dat vijftig procent.

Brussel is vandaag de belangrijkste studentenstad van het land met ongeveer 100.000 studenten. Dat betekent ook een instroom van vooral jonge mensen die zich aan het begin van hun studies of als ze net afgestudeerd zijn in Brussel vestigen.

Leegstand in Brussel omstreeks 1988 met affiches naar de verdwijning van Julie Lejeune en Mélissa Russo, waarvan later zou blijken dat ze het slachtoffer werden van Marc Dutroux
© Archief Marcel Rijdams
| Leegstand in Brussel omstreeks 1995, met affiches voor de zoektocht naar Julie Lejeune en Mélissa Russo, waarvan later zou blijken dat ze het slachtoffer werden van Marc Dutroux.

Maar wonen die echt in Brussel?
Deboosere: Wat bedoel je met ‘echt’ wonen? Het zijn studenten die zich al dan niet in Brussel domiciliëren, er is met andere woorden een disconnectie tussen de fysieke aanwezigheid van studenten en het moment waarop ze zich al dan niet domiciliëren. Sommigen zullen hier jaren op kot zitten en officieel nooit in Brussel wonen.

Pas wanneer ze een domicilie nemen in Brussel duiken ze op in de migratiecijfers. Doorgaans kijken we alleen naar het saldo van de binnenlandse migratie, het verschil tussen wie Brussel verlaat en wie naar Brussel komt wonen uit Vlaanderen en Wallonië.

Het jaarlijkse binnenlandse migratiesaldo is negatief, maar het verbergt twee tegengestelde stromen. Jaarlijks vertrekken ongeveer 38.000 mensen uit Brussel, maar komen er ook ongeveer 25.000 mensen uit Vlaanderen en Wallonië naar Brussel wonen. Die instroom heeft samen met de internationale migratie geleid tot een verjonging van Brussel.

Zuidstraat Brussel-Stad Venez vivre à Bruxelles, een reclamecampgane in 1981
© Michel Huhardeaux/Flickr CC
| 'Venez vivre à Bruxelles', een reclamebord in de Zuidstraat in 1981, in een poging de leegloop van Brussel van die tijd tegen te houden.

Wie zijn de duizenden mensen die in de 21ste eeuw Brussel verlaten?
Deboosere: De context is helemaal anders dan in de jaren 1970-1980 toen de stad bij wijze van spreken leegliep. Toen kozen de Brusselaars ervoor om de stad te verlaten, enerzijds omdat de stad onleefbaar werd door verwaarlozing en toenemende dominantie van de auto en anderzijds omdat velen droomden van een villa met tuin.

Vandaag zie je dat veel jongeren in de stad willen blijven wonen. Brussel wordt leefbaarder en meer aantrekkelijk, maar velen kunnen het zich niet meer permitteren om in de stad te blijven omdat de woningen te duur zijn geworden, het is met andere woorden een uitstroom van niet-anders-kunnen.

Mensen proberen een zo comfortabel mogelijke woning te vinden in functie van hun budget. Je hebt mensen met lage inkomens met inbegrip van nieuwe migranten, en die voornamelijk naar steden trekken zoals Aalst, Ninove, Geraardsbergen en Charleroi of naar de industriële voorsteden van Brussel, zijnde Vilvoorde, Machelen en Drogenbos.

Een andere uitstroom zijn de jongeren met een hoger inkomen die ook geen betaalbare woning vinden die beantwoordt aan hun smaak of gezinsgrootte en die trekken naar bijvoorbeeld Mechelen, dat - tussen haakjes - ook tweeverdieners uit Antwerpen aantrekt. En dan zijn er de rijkere migranten die voor internationale instellingen werken. Een aantal onder hen woont het eerste jaar op een appartement in Brussel, maar trekt al vlug naar iets rijkere gemeenten als Overijse en Hoeilaart. Het grootste deel van de uitstroom bestaat dan ook uit mensen voor wie Brussel een soort toegangspoort is nadat ze uit het buitenland naar België zijn gemigreerd.

Patrick Deboosere, (VUB), demograaf
© Bart Dewaele
| Patrick Deboosere: "Mensen proberen een zo comfortabel mogelijke woning te vinden in functie van hun budget."

En wat is het resultaat van al die migratie- en verhuisbewegingen?
Deboosere: Het resultaat van al die migratiebewegingen is dat we sinds 1995 een groei van de bevolking gekend hebben met een kwart miljoen inwoners. Brussel telt vandaag meer dan 1,2 miljoen inwoners. Tegelijk hebben we een systematische verjonging meegemaakt.

We zijn geëvolueerd van het oudste gewest naar het jongste gewest, want het zijn vooral jonge mensen die naar de stad komen wonen. Bovendien bevinden ze zich in een fase waarin ze kinderen krijgen, wat de verjonging nog versterkt.

De migratie is geëvolueerd van een aantal nationaliteiten uit het Middellandse Zeegebied - vooral in functie van industriële tewerkstelling - tot een enorme diversificatie van nationaliteiten wereldwijd met een heel breed palet aan motieven, zoals werk voor Europese of internationale instellingen, , werk in de bouw of in de informatica of gezondheidssector, studies aan Brusselse hogescholen, familiehereniging of het ontvluchten van oorlog in eigen land.

Johan Leman, u woonde in de jaren 1970 in Kuregem waar u de Siciliaanse migratie hebt bestudeerd voor uw doctoraat in de antropologie. Was Kuregem representatief voor de migratie in Brussel in dat decennium? En is de kennis die u toen opgedaan hebt vandaag nog relevant?
Johan Leman: Ik moest een terrein vinden waar een Siciliaanse gemeenschap woonde. Mijn onderzoek ressorteerde onder de noemer migratie. Als we vandaag een onderzoek zouden lanceren over de Siciliaanse gemeenschap in Brussel, dan zouden we het niet langer over migratie hebben, maar over interne Europese mobiliteit. Maar dit terzijde.

De twee kanten van de Bergensesteenweg waren in de jaren 1970 op-en-top Siciliaans, met aan de ene kant het toen al particuliere Lemmensplein, in die tijd al een licht marginale zone met - in die tijd - licht maffieuze kenmerken, en aan de andere kant de Georges Moreaustraat, waar ik in een kamerke woonde boven een winkel, en het gemeentehuis van Anderlecht. De Sicilianen hebben zich in de loop van de jaren opgewerkt en zijn vertrokken naar de andere kant van Anderlecht of naar Grimbergen, Zaventem enzovoort.

Diversiteit in de Marollen
© PhotoNews
| Johan Leman: "Wat ik geleerd heb in al die jaren is dat de verschillende stedelijke zones in relatief korte tijd, bijvoorbeeld twee generaties, heel erg kunnen veranderen."

Wat ik geleerd heb in al die jaren is dat de verschillende stedelijke zones in relatief korte tijd, bijvoorbeeld twee generaties, heel erg kunnen veranderen wat de ‘etnische’ invulling betreft. Het is de urbane setting, het type behuizing en het al dan niet geïsoleerd en urbaan gemarginaliseerd zijn van een wijk, die bepalend zijn voor het soort sociale cultuur die men er zal krijgen. Als het Lemmensplein toen lichtjes marginaal was, moest je uitkijken met een oordeel als: ‘het ligt aan de Sicilianen’.

Als het Lemmensplein vandaag lichtjes marginaal zou zijn ligt dat niet aan de herkomst van zijn bewoners, maar aan de urbane structuur. Trouwens, vandaag wonen daar geen Sicilianen meer. Ik bedoel dat het marginaal karakter van een wijk niet aan de etnisch-culturele afkomst van de inwoners ligt, maar aan de manier waarop overheden met behuizing en bestrating omgaan, want daar gaan dan ook sociale kenmerken mee gepaard. Trouwens, over zijn geheel genomen is Kuregem zoals Laag-Molenbeek ook nog eens een aankomstzone voor minder bemiddelde migranten.

lemmensplein_c_saskia_vanderstichele_cmyk.jpg
© Saskia Vanderstichele
| Johan Leman: "Als het Lemmensplein in Kuregem vandaag lichtjes marginaal zou zijn ligt dat niet aan de herkomst van zijn bewoners, maar aan de urbane structuur."

De migratie is in de loop der jaren wel van karakter veranderd.
Leman: Brussel is vanaf een bepaald ogenblik de spiegel van de wereld geworden. De oliecrisis van 1973 bijvoorbeeld heeft geleid tot een migratiestop en een van de gevolgen was dat migranten moesten kiezen: ofwel vestigden ze zich hier ofwel bleven ze op- en neergaan.

Ze hebben gekozen om hier te blijven en aangezien dit definitief hun thuis werd, maakten ze zich ook veel zichtbaarder. Een ander belangrijk feit is 1989 met de val van de Muur, met aantrekking vanuit Oost-Europa als gevolg. En dan heeft het Verdrag van Maastricht uit 1992 de bewegingsvrijheid nog verscherpt.

In 2004 en in 2007 traden eerst Polen en dan Roemenië en Bulgarije toe tot de Europese Unie. Het is niet verwonderlijk dat op dat moment de migratie kwantitatief en kwalitatief anders ingevuld werd. Verder hebben ook conflicten waar ook ter wereld hun weerslag op Brussel of het nu over de Golfoorlog uit 2003, Rwanda in 1994, de Balkanoorlogen van 1991 tot 1999, de Golfoorlog uit 2003 (Irak) of Syrië gaat. Dat heeft te maken met de centrale ligging van Brussel en de roep die ervan uitgaat als hoofdstad van Europa.

Deboosere: Maar dat is niet uniek voor Brussel, je vindt dat fenomeen ook in Madrid en Barcelona tot zelfs in Stockholm. Je ziet die Afrikaanse aanwezigheid ook in Italiaanse steden.

Leman: Dat klopt, maar je vindt ze in Brussel wel zeer uitgesproken.

Deboosere: Uniek voor Brussel is wel die andere diversiteit die wordt veroorzaakt door de Europese en internationale instellingen. Er werken 48.000 mensen bij de internationale instellingen, maar wat soms vergeten wordt is dat een groot deel van die mensen heel vaak ook een partner en kinderen meebrengt. De meeste van de werknemers in internationale instellingen zijn Europeanen, maar er werken ook Afrikanen of Japanners.

Wat hen bindt is de sociale klasse, ze behoren tot de bovenste lagen van de bevolking. We mogen ook niet vergeten dat de rol van Europese hoofdstad ook een wereldwijde diplomatieke vertegenwoordiging met zich meebrengt, en in het zog ervan lobbyisten en journalisten. Ook die diplomatieke vertegenwoordiging leidt tot een eigen dynamiek. In hun slipstream komen er mensen die anders misschien voor Madrid, Parijs of Londen hadden gekozen. Parijs blijft de aantrekkingspool voor Franssprekende Afrikanen en Londen voor Afrikanen uit Engelstalig Afrika, maar Brussel trekt ook mensen uit al die landen.

VUB-demograaf Patrick Deboosere en Johan Leman (vzw Foyer)
© Bart Dewaele
| VUB-demograaf Patrick Deboosere (links, naast Johan Leman): "Er werken 48.000 mensen bij de internationale instellingen, maar wat soms vergeten wordt is dat een groot deel van die mensen heel vaak ook een partner en kinderen meebrengt."

Leman: Er zijn meer dan 22.000 leerlingen in de Europese scholen waar ook leraars lesgeven.

Deboosere: Er is ook Indische migratie, eerst totaal afwezig in Brussel – maar wel sinds lang in Antwerpen en in Sint-Truiden – die de jongste twintig jaar sterk aanwezig in Evere en Brussel-stad, waar ze in de informatica werken. En dan heb je de Braziliaanse gemeenschap die via Portugal en de Europese integratie gekomen is. Eerst werkten ze in Portugal. Het zijn vaak mensen die hier half-officieel zijn, ze zijn niet noodzakelijk ingeschreven. Ze wonen vooral in Vorst en Sint-Gillis. Ondertussen zijn de Roemenen de belangrijkste migranten, na de Fransen en de Marokkanen.

Leman: De Brazilianen zijn inderdaad via Portugal naar Brussel gekomen, ze komen vooral uit het zuidoosten van Brazilië, de deelstaten Goias en Minas Gerais. De mannen werken in de bouwsector, de vrouwen gaan schoonmaken of werken in schoonheidssalons.

Hebt u een idee hoeveel mensen er in Brussel in de illegaliteit leven? Hebt u daar vanuit de Foyer zicht op?
Leman: Er is in Brussel niet alleen een diversiteit qua afkomst, maar ook van wat men verstaat onder migreren en dus ook van irregulier verblijf. Ik geef u een voorbeeld. U moet weten dat er in antropologisch onderzoek een groep nodig is van minstens twintig tot dertig mensen die je gedurende een aantal jaren volgt.

Ik had ooit een onderzoeker die Nigerianen wou bestuderen, hij begon met meer dan twintig, maar op het einde van zijn onderzoek eindigde hij met vijf mensen. Ze waren vertrokken naar Nederland, Duitsland ... Dat toont aan dat we moeten opletten met cijfers over mensen die in wat men de illegaliteit noemt leven. Je hebt een mobiliteit in heel Europa, waarbij Brussel soms enkel maar een plaats van aankomst is.

Johan Leman (vzw Foyer), professor in de sociale en culturele antropologie en voormalig directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding

Ik altijd vragen gehad over cijfers die vooropgesteld worden. Ik heb daar eens over gesproken met een vroegere politiecommissaris in Molenbeek. We hebben ons toen afgevraagd: hoeveel potentiële woningen er zijn en hoeveel potentiële werkgevers? Mensen moeten toch overleven. Je kan een tijdje op de steun van je eigen gemeenschap rekenen, maar niet eindeloos. Voor Molenbeek kwamen wij toen uit bij een goede vijfduizend mensen in onregelmatig verblijf, die er dan wel niet per se heel de tijd zijn.

Onregelmatig verblijvende mensen van verschillende herkomst komen ook in verschillende beroepen terecht. Poolse dames, Filipijnse, Roma … het kan om heel verschillende situaties gaan. Je migreert niet om te parasiteren, maar om iets te realiseren en geld naar je familie te sturen of je kinderen hier een beter leven te bezorgen. Je migreert niet om hier in kommer en kwel niets te doen. Ook al weet ik dat er mensen zijn die in die situatie belanden.

Deboosere: Ik wil daar even op inspelen, we hebben nogal de neiging om zwart-wit te denken, je bent een wettelijk geregistreerde Brusselaar of je bent het niet. Mensen komen hier op een bepaald moment aan, sommige registeren zich, andere hebben niet de bedoeling om te blijven.

Franse jongeren zijn hier een mooi voorbeeld van. Als je op café gaat in Sint-Gillis stel je vast dat één op de vier Fransman is, vaak studenten die misschien terugkeren naar hun land voor het jaar om is. Je hebt in Brussel een pak jongeren uit uitwisselingsprogramma’s die zich zouden moeten registreren, maar dat niet noodzakelijk doen.

Dat zijn niet alleen Erasmusstudenten, maar ook allerlei initiatieven die jongeren nemen om de wereld te verkennen via een ngo of gewoon uit eigen houtje. Het is een heel bewegende scène die nu met de coronacrisis duidelijk aan het licht komt. Mensen mogen zich alleen in de buurt van hun woonst verplaatsen, maar ze zijn helemaal niet gedomicilieerd in Brussel, wel in Noord-Frankrijk of Polen of Roemenië.

Leman: Illegaal is geen goede term om een toestand te beschrijven – los van de connotatie - omdat er te veel verschillende situaties mee bedoeld worden. Je kan als student illegaal worden door niet op tijd naar huis te gaan.

VUB-demograaf Patrick Deboosere en Johan Leman (vzw Foyer)
© Bart Dewaele
| Johan Leman (links): "Illegaal is geen goede term om een toestand te beschrijven – los van de connotatie - omdat er te veel verschillende situaties mee bedoeld worden. Je kan als student illegaal worden door niet op tijd naar huis te gaan."

Laten we het even over politiek hebben. In november 1991 beleefden we wat de geschiedenis is ingegaan als Zwarte Zondag. Het racistische Vlaams Blok steeg in de Kamer van twee zetels naar twaalf zetels. In Antwerpen werd het Blok zelfs de grootste partij. Johan Leman, u was toen kabinetschef bij Paula Dhondt Koninklijk Commissaris voor de Migranten. De politiek reageerde ontsteld.
Leman: Het was duidelijk dat de xenofobe tendens toenam. Als het Koninklijk Commissariaat voor de Migranten er in 1989 gekomen is, is het precies omdat men ervan uitging dat heel de jaren 1990 zouden gekenmerkt worden door het fenomeen van de xenofobie. Men moest een leefbaar samenlevingsevenwicht vinden.

Deboosere: Maar de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok in 1991 was wel degelijk een Antwerps fenomeen. Brussel had toen het ergste al achter de rug in de jaren 1970 en de vroege jaren 1980.

De Schaarbeekse burgemeester Roger Nols was eigenlijk de eerste extreemrechtse burgemeester die ons land heeft gekend na de Tweede Wereldoorlog. Nols trok in djellaba en per kameel naar het gemeentehuis om zijn eigen bevolking te schofferen.

Toen Nols overstapte van het FDF naar het Front National was het ergste voorbij. Uiteindelijk zal Bernard Clerfayt binnen het FDF een andere wind laten waaien, niet alleen tegenover de Marokkanen en de Turken, maar ook tegenover de Vlamingen. Na zijn verkiezing heeft hij met nieuwjaar een speech gehouden in het Gemeenschapscentrum De Kriekelaar in Schaarbeek. De kentering was ingezet.

Leman: Ook door de nationaliteitsverwerving. Tussen 1989 en 1993 was ik kabinetschef en binnen de typisch federale materies werden er twee prioriteiten vooropgesteld: de nationaliteitsverwerving, want zo kon vermeden worden dat politici er belang bij hadden om van de migratie uit die tijd een verkiezingsthema te maken. Stemrecht toekennen als dusdanig was toen voor de publieke opinie niet aanvaardbaar, iemand Belg maken en laten stemmen was dat wel.

Het zou nog tien jaar duren vooraleer ‘vreemdelingenstemrecht’ op de agenda kwam. Maar die nationaliteitsverwerving is alvast geslaagd als je in Brussel het aantal gekozenen telt. De tweede prioriteit kwam uit het besef dat er aan het management van de islam iets moest worden gedaan.

De invloed van de Iraanse leider Ayatollah Khomeini en de wahabitische reactie erop vanuit Saudi-Arabië was ook bij ons voelbaar. De islam, om daar tot een aanvaardbare regeling te komen … daar heeft men tijd op verloren. Maar dat is een ander onderwerp.

Roger Nols (FDF), burgemeester van Schaarbeek tijdens de lokettenkwestie
© PhotoNews
| Roger Nols (FDF), burgemeester van Schaarbeek tijdens de lokettenkwestie begin jaren 1970. Tegen de taalwet in, en ondanks een veroordeling door de Raad van State, bleef Nols vasthouden aan tweetalige diensten met eentalige ambtenaren. Patrick Deboosere: "Nols was eigenlijk de eerste extreemrechtse burgemeester die ons land heeft gekend na de Tweede Wereldoorlog. Nols trok in djellaba en per kameel naar het gemeentehuis om zijn eigen bevolking te schofferen."

Maar de vaststelling blijft dat extreemrechts na Nols in Brussel nooit echt voet aan de grond gekregen heeft – Sint-Joost bijvoorbeeld heeft nooit extreemrechtse gekozenen geteld – terwijl Vlaanderen anno 2020 nu meer Vlaams Belangkamerleden telt dan Vlaams Blokkamerleden na Zwarte Zondag. Is er een ‘zwarte kern’ in Vlaanderen?
Deboosere: De verkiezingsuitslag van vorig jaar is geen herhaling van ‘Zwarte Zondag’, de Vlaams Belangkiezer woont vandaag niet langer in Borgerhout en Antwerpen-stad - waar ook jongeren zijn komen wonen die de stad omarmen en genaturaliseerde migranten - maar in de villawijken van de rand rond Antwerpen. Het is bekend dat er in de oostelijke gemeenten van Antwerpen na Wereldoorlog II een hergroepering van collaborateurs is geweest.

De verkiezingsuitslag in de Denderstreek heeft andere oorzaken: het is een streek met veel kleine onderkomen woningen, waarvan de bewoners gestorven zijn of naar het rusthuis en wier kinderen er niet willen wonen. Dat trekt nogal wat gekleurde Brusselaars met een laag budget aan. De autochtone inwoners zijn niet op de komst van veel ‘vreemdelingen’ voorbereid, wat tot wrevel en tot stemmen voor het Vlaams Belang leidt.

Leman: Ik word vaak gevraagd om conferenties te geven in Vlaanderen en stel vast dat men er veel meer vragen heeft over migratie dan in Brussel. Antwerpen ken ik niet zo goed, maar ook in de doorsnee Vlaamse stad is men bang voor de toekomst. De Vlamingen vragen zich af: wat gaat dat hier worden? Maar een zwarte kern zou ik dat niet noemen.

De Brusselaar is concreter en meer ter zake, ook die is niet altijd tevreden en klaagt bijvoorbeeld over het vuil op straat, maar dat vertaalt zich niet in een racistische stem. In Vlaanderen is er meer polarisatie: enerzijds zijn er de kosmopolieten, van wie ik soms denk: ‘jongens hou op met al te veel te idealiseren’, en anderzijds diegenen die vinden dat er dringend orde op zaken moet gesteld worden en zeer zelf-verdedigend denken.

Johan Leman (vzw Foyer), professor in de sociale en culturele antropologie en voormalig directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding
© Bart Dewaele
| Leman: "Ik maak me grote zorgen over wat er nu in de Kanaalzone aan het gebeuren is: de bouw van woontorens voor tweeverdieners. Laat me inderdaad even teruggaan in de tijd van Charlie De Pauw en de Noordwijk in de jaren 1960-1974."

Johan Leman, de gentrificatie van de Kanaalzone roept bij u het beeld op van de kaalslag die Charlie De Pauw en Paul Vanden Boeynants in de Noordwijk in de jaren 1970 aanrichtten.
Leman: Ik maak me grote zorgen over wat er nu in de Kanaalzone aan het gebeuren is: de bouw van woontorens voor tweeverdieners. Laat me inderdaad even teruggaan in de tijd van Charlie De Pauw en de Noordwijk in de jaren 1960-1974. Er zijn enorm veel mensen uit de Noordwijk moeten vertrekken – zeventigduizend - en die mensen zijn uitgeweken naar Schaarbeek en Sint-Joost en ook Molenbeek, waar zich een grote verdichting heeft voorgedaan.

De bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer is, waar hervestiging gebeurde, flink gestegen. Het Manhattan-project van Charlie De Pauw heeft het leven in Molenbeekse en Schaarbeekse wijken lang gecompromitteerd.

Met die geschiedenis in mijn achterhoofd vraag ik af in welke mate men zicht heeft op de gevolgen van de gentrificatie die vandaag in de Kanaalzone bezig is. Met andere woorden: weet men in welke mate laag-Molenbeek, een stadsgedeelte met een hoge nataliteit, als gevolg hiervan nog zal verdichten? Die mensen gaan niet in de gentrificatiezone wonen en niet in hoog-Molenbeek.

Je kan wel zeggen dat die bevolking zal uitwijken naar Aalst en Ronse en Ninove. Een deel doet dat. Maar niet iedereen zal dat doen. Ondertussen stel ik vast dat speculanten ook al de zones naast de toekomstige woontorens opkopen. Laag-Molenbeek is nu al erg dicht bevolkt. Zullen die mensen die weggeduwd worden, naar ‘la deuxième couronne’ kunnen uitwijken? Het is uitwijken of nog hogere verdichting ter plaatse.

Patrick Deboosere, (VUB), demograaf

Deboosere: Als je gaat wandelen in laag-Molenbeek zie je inderdaad huizen met enorm veel bellen. Maar wat uw analyse betreft: we mogen de ontwrichting die de aanleg van de metro in Molenbeek heeft teweeggebracht niet vergeten.

Er is een open sleuf door Molenbeek getrokken. Toen de werken klaar waren, leek Molenbeek op een oorlogsgebied. Er gaapte een enorme wonde, zodat de mensen in de belendende straten het ook niet leuk vonden om daar te wonen.

En dan had je tussen 1970 en 1989 het gebrek aan beleid van de gemeenten om in wijken als Kuregem en Laag-Molenbeek een leefbare omgeving te creëren. Er is in die periode een ware Verelendungspolitik gevoerd. Voor 1989 was er geen beleid: ofwel was het gemeentelijk – en dat viel eerlijk gezegd nogal tegen – ofwel federaal en dat niveau had helemaal geen oog voor de steden. Er kwam pas een grootstedelijk beleid in 1989.

Een goed voorbeeld zijn de wijkcontracten, in de vroege jaren 1990, gelanceerd door toenmalig minister-president Charles Picqué (PS), die niet alleen over stenen en straten gaan, maar ook sociale projecten met inspraak van de wijkbewoners. Ik herinner me dat de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux, partijgenoot van Picqué, aanvankelijk tegen het inspraakmodel was, maar na het wijkcontract Maritiem moest toegeven dat zijn kijk op inspraak veranderd was. De wijkcontracten hebben een hele dynamiek teweeggebracht. Dankzij de wijkcontracten is Brussel uit zijn diepste dal gekropen.

En wat vindt u van de bezorgdheid van Johan Leman over de effecten van gentrificatie?
Deboosere: Ik deel de bezorgdheid van over de effecten van de gentrificatie in de Kanaalzone, maar wat er vooral ontbreekt is een doortastend beleid van sociale woningen.

België is een land met zeer weinig sociale woningen in vergelijking met de buurlanden of landen zoals Zwitserland of Oostenrijk, waar in Zürich dertig procent en in Wenen zelfs zestig procent van het woonbestand uit sociale woningen bestaat. In Brussel is dat maar zeven procent en het is de jongste twintig jaar eerder gedaald dan gestegen, onder meer omdat er veel sociale woningen leegstaan voor renovatie. Eén van de grote uitdagingen voor de nabije toekomst is de verbetering van de woonkwaliteit ten behoeve van de lage- en middeninkomens.

Vileyne gedachten

Dertig jaar puur Brusselse journalistiek heeft BRUZZ-redacteur Danny Vileyn erop zitten. Nu blikt hij om de twee weken terug op wat hem van die drie decennia is bijgebleven.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?