Waarom de fiets in de Vlaamse hoofdstad een marginaal verschijnsel blijft

© Ivan Put
In Gent heb je de wielerpiste aan de Blaarmeersen: leg in Brussel iets vergelijkbaars aan, en de hoofdstad van Europa zou opnieuw een zesdaagse of een wereldkampioenschap binnen kunnen halen. Aan de vooravond van Kuurne-Brussel-Kuurne, de voorjaarsklassieker die dit jaar niet dichter dan Denderwindeke komt, maakt wielerbondsvoorzitter Tom Van Damme de optelsom van de kansen die Brussel laat liggen.

B russel hinkt hopeloos achterop wat fietsinfrastructuur en -uitstraling betreft. Wat in metropolen als Londen en Melbourne mogelijk is, lijkt in Brussel in een institutioneel niemandsland te verzanden. Een enorm potentieel blijft zo onbenut.

Kluisbergenaar Tom Van Damme, voorzitter van de Koninklijke Belgische Wielerbond (KBWB) die dit jaar honderddertig jaar bestaat, heeft er een uitgesproken mening over. Hij ontvangt ons in het aftandse bondsgebouw aan de Globelaan. Binnen doen portretten van onze nationale wielerhelden hun best om de boel een beetje op te smukken. Een zestal mensen verzorgt de dagelijkse werking van de nationale wielerfederatie. Dat zijn er niet overdreven veel, gezien de uitgebreide bevoegdheden en het belang van dit sportief orgaan.

Hoe verloopt de samenwerking met de twee gemeenschapsafdelingen, te beginnen met Wielerbond Vlaanderen?
Tom Van Damme: "Wel, die verhouding is op dit moment goed tot uitstekend. De afdelingen hebben uiteraard hun eigen bevoegdheden. Ze zijn verantwoordelijk voor het recreatie- en jeugdwielrennen en de voorbereiding van de nationale ploeg, maar de werking van die laatste is dan weer een bevoegdheid van de KBWB. Die decentralisering is ook nodig, omdat wij een heel internationaal programma hebben dat een gedegen voorbereiding vereist. De koepel staat daarnaast in voor de organisatie van nationale én internationale wielerwedstrijden. Ondanks de goede synergie tussen de verschillende niveaus van de Wielerbond denk ik dat zowel de Waalse als de Vlaamse afdeling nog heel wat kan doen op het vlak van recreatiewielrennen. Daarin schuilt namelijk een grote toekomst. Een recreant die zich bij ons inschrijft, wordt ergens lid van dezelfde familie als Boonen of Gilbert. Ik denk dat de afdelingen dat nog meer moeten uitspelen. In Vlaanderen zijn momenteel twintig- à dertigduizend recreanten aangesloten. Dat zouden er vijf keer zoveel moeten zijn."

Lijkt de samenwerking niet eerder op een gedwongen huwelijk?
Van Damme: "Nee, maar de realiteit is wat ze is: de sport moet zich aanpassen aan de politiek. Als een achtervolgingsploeg bestaat uit zes renners, van wie er bijvoorbeeld twee uit Wallonië komen en vier uit Vlaanderen, dan kan dat problemen geven als er geen wil tot samenwerking is tussen Adeps en Bloso, de sportadministraties van beide overheden. Let wel: de wil tot samenwerking is er nog altijd, en ik hoop dat dat zo blijft."

Het recreatiewielrennen is populair in Vlaanderen, maar lijkt in Brussel vrijwel afwezig. Hoe verklaart u dat?
Van Damme: "Dat klopt, en dat is een groot probleem. Ik denk dat we moeten beginnen bij het begin. Om te fietsen of om aan wielrennen te doen, heb je een degelijke infrastructuur nodig. Ik denk dat Brussel en de andere grote Belgische steden daar toch voor een inhaalbeweging staan. In Melbourne (waar dit jaar het WK op de piste verreden wordt, red.) zie je elke ochtend werkelijk honderden mensen naar het werk fietsen, die daar dan ook een douche kunnen nemen. Ik zie een grote toekomst in de fietsautostrada's. In Brussel moet dat ook kunnen, er is de kanaalzone."

Wordt er overlegd, gelobbyd?
Van Damme: "Op dit moment niet. We willen wel lobbyen voor de puur sportieve infrastructuur. Om de stedelijke fietspaden verder te ontwikkelen, is de Fietsersbond het best geplaatst."

Hoe vindt u het Brusselse fietsbeleid?
Van Damme: "Laten we even teruggaan naar de jaren 1960. Veel kinderen konden toen niet zwemmen. Nu zijn dat uitzonderingen, dankzij het onderwijs. Momenteel zijn er heel wat grote steden waar kinderen niet meer leren of kunnen fietsen. En daarenboven: wie durft zijn kind nog alleen met de fiets naar school te sturen? Daarop zal iets gevonden moeten worden."

"BMX zit als vrij recente én olympische discipline sterk in de lift; het lijkt mij dé toekomst voor grootstedelijke gebieden. BMX is een sport die naast het puur fysieke ook artistieke en materiaalkennis vereist. Zo zou er een sociaal project kunnen worden opgezet met jongeren in de grootstad. De Belgische wielercultuur en de stedelijke jongerencultuur kunnen zo tot een interessante symbiose komen."

BMX in de stad, hoe ziet u dat?
Van Damme: "Er zijn honderden voetbalterreinen in het Gewest, maar er is niet één BMX-terrein. Toch heb je maar een beperkte ruimte nodig. Dat kan de jeugd - ook de allochtone - aanspreken. Er zouden BMX-pistes moeten komen in de vier hoeken van Brussel. Er zijn genoeg terreinen waar dat kan, met een minimum aan kosten."

Zijn er al stappen gezet? Want die jongerencultuur leeft wel in Brussel.
Van Damme: "Dat is iets wat vooral door de twee afdelingen gedaan moet worden, want die zijn samen bevoegd voor Brussel. Het is mijn rol om ervoor te zorgen dat de neuzen een beetje in dezelfde richting staan. Daarnaast ga ik zelf contact opnemen met de Brusselse burgemeester in verband met het Neo-project aan de Heizel. Ik wil nagaan of daar een BMX-piste ingeplant kan worden. Eventueel kan daar in een parkstructuur ook aan wegwielrennen gedaan worden, op bepaalde momenten van de dag. In New York en Parijs gebeurt dat al. Ter Kamerenbos is ook een optie. Beide plekken liggen trouwens ver genoeg uit elkaar. En waarom zou het niet mogelijk zijn om een wereldkampioenschap Veldrijden te organiseren in en om het Ter Kamerenbos?"

En een wielerpiste in de hoofdstad, is dat een optie?
Van Damme: "Dat is een interessante piste... Rond Brussel zijn er twee beschermde omlopen, in Affligem en Tubeke. Die zijn in beton en ook toegankelijk voor gewone wegfietsen. De piste in Affligem is nog maar pas open en heeft al 1.500 gebruikerskaarten verkocht. Het prijskaartje ligt rond het half miljoen euro."

"Daarnaast denk ik ook aan een Brusselse velodroom, zoals in de Gentse Blaarmeersen. Die wielerpiste zit van 's ochtends tot 's avonds bomvol, en op het middenplein wordt ondertussen gevolleybald en getennist. Maar er moet een politieke wil zijn om een multifunctioneel sportcomplex neer te planten, zodat er op permante basis aan wielrennen kan worden gedaan. Ook economisch is dit zeker haalbaar. Zo'n sportcomplex zou op termijn opnieuw een zesdaagse of een WK naar de hoofdstad kunnen brengen, want ik vind het toch wel schrijnend dat er in een sport- en wielerland als België geen enkele overdekte atletiek- of wielerpiste is - op Gent na, dan. Even ter vergelijking: Groot-Brittannië telt twintig velodromen."

"Ik denk dat er ten oosten van de drukke verkeersas Antwerpen-Charleroi plek is voor een wielerpiste. Voor mij mag dat gerust in Brussel zijn."

Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat de Belgische wielercultuur aan de stadsrand halt houdt. Hebt u hier een verklaring voor?
Van Damme: "Ik denk dat dat ook met de moderne tijden te maken heeft. Vroeger werden hier in bepaalde wijken wielerkoersen georganiseerd, maar ik denk niet dat dat nu nog gebeurt. De kosten en toelatingen zijn veel duurder dan in landelijk gebied, waar dertig seingevers soms al volstaan om een wedstrijd voor jongeren te organiseren."
"Daarenboven rijzen er altijd twee vragen in Brussel. Tot wie moet je je in godsnaam richten, en wie zal zo'n project trekken?"

Blijft wel dat de zichtbaarheid van de wielersport uitblijft. De Grote Prijs Eddy Merckx kwam in de jaren 1980 aan in Brussel-centrum, sinds 2004 is die zelfs afgeschaft.
Van Damme: "De Grote Prijs was een vrij dure wedstrijd, met grote namen en serieuze gages. Daarbij komt dat de publieke belangstelling voor een tijdrit toch niet dezelfde is als voor een wegrit. Anderzijds zou er rond een emblematisch figuur als Merckx wel opnieuw iets kunnen worden opgebouwd."
"Zelfde verhaal voor Kuurne-Brussel-Kuurne. De renners slaan af in het Pajottenland en doen Brussel al jaren niet meer aan. Ik zie ook veel potentieel in Parijs-Brussel, een internationale najaarswedstrijd die een prachtige, licht oplopende finish heeft aan de Heizel."

De gemiddelde Brusselaar ligt er niet wakker van.
Van Damme: "Ik denk dat zoiets tot het takenpakket van een minister van Sport behoort. Als ik denk aan een internationale aankomst in Brussel, dan vraag ik dat de Stad of het Gewest dit kadert en nadenkt hoe de jeugd en de stad daarbij betrokken kunnen worden. Als de minister ambities heeft met het wielrennen, dan kan hij binnenkort met de bevoegde federaties aan tafel gaan zitten. Wij zijn alvast vragende partij. Een multifunctioneel sportcomplex moet mogelijk zijn."

Wie is Tom Van Damme?

Tom Van Damme (Leuven, 1961) werkte als senior consultant voor het pers- en communicatiebureau Dialogic mee aan de voorbereiding van de Olympische Spelen van Barcelona 1992 en Atlanta 1996 en verschillende andere BOIC-projecten.

Tussen 1997 en 2010 was hij algemeen directeur van de Koninklijke Belgische Wielerbond (KBWB). Daarna volgde hij Laurent De Backer op als wielerbondsvoorzitter bij diezelfde KBWB. Daarnaast is hij bestuurder van Be Cycling, een vzw die zich bezighoudt met de ontwikkeling van de wielersport in België. Van Damme zit ook in de raad van bestuur van het BOIC en van de Wielerbond Vlaanderen en is lid van de werkgroep Communicatie van de UCI.

------------------------------------------
Kuurne-Brussel-Kuurne wordt gereden op zondag 26 februari.
Meer op www.kuurne-brussel-kuurne.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?