Interview

Woordvoerders van Anderlecht en Union kruisen de degens: ‘Ja, ik gun Union de titel’

Filip Van Der Elst, Godfried Roelant
© BRUZZ
11/05/2022

| Maarten Verdoodt (links) en Mathias Declercq: ooit waren ze collega’s bij BRUZZ, vandaag zitten ze als woordvoerders van Union en Anderlecht in rivaliserende kampen.

Union likt zijn wonden na de nederlaag tegen Club Brugge, terwijl Anderlecht na de overwinning tegen Antwerp 'mathematisch' nog meedoet voor de titel. Ook voor de jonge woordvoerders van beide voetbalclubs zijn het spannende tijden, zeker nu zondag de Brusselse derby op het programma staat. “We snoepen elkaar geen supporters af.”

De helft van de clubs in de Champions' Play-Offs van het Belgisch voetbal heeft een woordvoerder die ooit op de BRUZZ-redactievloer aan het werk was. De ene, Mathias Declercq, was redactiechef en timmert nu samen met RSC Anderlecht aan de weg (terug) naar de top. De andere, Maarten Verdoodt, maakte jarenlang voor BRUZZ videoreportages en staat met 'zijn' Union al aan de top. Hij droomt van een passend einde voor het sprookje van de underdog: een landstitel.

En dat terwijl Maarten in zijn jeugdjaren eigenlijk supporter was van … Anderlecht.
Maarten Verdoodt: Al had ik de voorbije vijf seizoenen ook al een abonnement op Union. In die tijd kon je die nog gemakkelijk supporter zijn van beide clubs. Nu is dat misschien iets minder vanzelfsprekend (lachje). Toen Philippe Bormans me belde en vroeg om woordvoerder te worden, heb ik geen seconde getwijfeld.

Stel dat Anderlecht, en niet Union je had gevraagd om woordvoerder te worden?
Verdoodt: Daar had ik wellicht wat langer over moeten nadenken. Ook al was ik jarenlang Anderlecht-fan, Union was een project dat volledig bij me paste. Het is ook een juiste keuze geweest, en niet alleen omdat het nu geweldig draait. In Anderlecht hang je, denk ik, toch wat meer vast aan structuren. Union was bij wijze van spreken het platteland dat je vrijuit mag bewerken: de club speelt voor het eerst in een halve eeuw profvoetbal, we konden alles opbouwen van nul. De filosofie van de club is dat de structuur de sportieve vooruitgang moet volgen. Maar als je nu de enorme sprong op sportief vlak bekijkt, dan weet je dat er op organisatorisch vlak een gigantisch gat dichtgefietst moet worden. Er is dus werk genoeg.

Mathias Declercq: Voor mij voelt het niet aan alsof ik in Anderlecht minder bewegingsruimte heb. Vergeet niet dat wij hier ook aan een nieuw verhaal schrijven, een RSCA 2.0. De meerderheid van de mensen met wie ik samenwerk, was hier vijf jaar geleden nog niet. Je voelt aan alles dat dit in zekere zin een volledig nieuwe club is.
Ik kan wel rekenen op een onwaarschijnlijk sterk communicatie- en marketingteam, dat is inderdaad een voordeel. Zij maken en produceren geweldige content, daar hebben ze mij niet voor nodig. Zo kan ik me concentreren op de andere vormen van communicatie en de relaties met de media, en bij een club als Anderlecht heb je daar dagelijks de handen mee vol – zelfs al speelt Anderlecht een week niet, dan nog staan de kranten vol over ons.

Verdoodt: Je wordt sowieso geleefd in deze job, het is niet bepaald een nine to five. Ik heb uitgebreid contact met iedereen, van de spelers tot de voorzitter, maar iedereen heeft zijn eigen werkritme en daar moet ik me aan aanpassen. Ik hang dus van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan de telefoon. En dan zijn er nog de ontelbare berichtjes en telefoontjes van journalisten.

Felice Mazzu, trainer van Union Saint-Gilloise (rechts) in gesprek met Maarten Verdoodt; woordvoerder van de club

| Maarten Verdoodt in gesprek met coach Felice Mazzù op het trainingscomplex eerder deze maand: "Ik trek me een nederlaag dubbel zo hard aan. Ik zie hoe coach Felice Mazzù elke dag al om zes uur 's ochtends op het trainingscomplex is en als laatste de deur weer achter zich dicht trekt."

Hoe is het om te werken voor de club waarvoor je supportert?
Declercq: Op wedstrijddagen slaag ik er verrassend goed in om dat gevoel uit te schakelen. Ik ben dan volledig gefocust op mijn job – wie moet er na de wedstrijd interviews geven, welke onderwerpen zullen er dan aan bod komen, hoe zullen ze reageren … Maar de dag erna is dat wel even anders: na een geweldige wedstrijd is het een stuk leuker om op maandag te komen werken dan na een nederlaag. Een voetbalclub is een bedrijf dat leeft op emoties, ook al moet je dat op lange termijn zoveel mogelijk uitschakelen. Echt 'deconnecteren' lukt me zelden, ook na de werkuren hang ik vaak rond met collega's. Dat komt door dat teamgevoel, het idee dat je allemaal in hetzelfde schuitje zit.

Verdoodt: Ik trek me een nederlaag dubbel zo hard aan. Omdat ik met eigen ogen zie hoe hard iedereen ervoor werkt. Ik zie hoe coach Felice Mazzù elke dag al om zes uur 's ochtends op het trainingscomplex is en als laatste de deur weer achter zich dicht trekt. Die stress die ik ervaar op een wedstrijddag, ik wist überhaupt niet dat een mens zoiets kon voelen. Eigenlijk is het idioot dat zoiets triviaals als een voetbalwedstrijd een allesomvattende impact heeft op de dagelijkse organisatorische werking. En toch is het zo.
Declercq: ​​​​​​​Voor de balans tussen werk en privé is het natuurlijk niet altijd simpel. Je bent zo goed als elk weekend de deur uit. Maar de adrenaline en de beleving errond maken veel goed.

Went het om iemand als Vincent Kompany, misschien wel je vroegere idool, 'collega' te mogen noemen?
Declercq: Natuurlijk is de eerste keer dat je hem ontmoet redelijk impressionant. Maar dat went, vooral omdat de lijnen binnen de club bijzonder kort zijn. Je zou het misschien niet verwachten van een grote club als Anderlecht, maar als er op Neerpede een afscheidsdrink is voor een vertrekkende collega, staat Vincent er binnen de vijf minuten bij, als hij de tijd heeft. Onze bureaus liggen kort bij elkaar, we zien elkaar dus regelmatig. Omdat hij een onwaarschijnlijk druk bezet iemand is, moet je goed voorbereid zijn als je hem te pakken krijgt, en moet je goede argumenten op tafel leggen. Maar het beeld dat over hem bestaat, als een koppige trainer die niet zou openstaan voor kritiek, kan ik weerleggen. We bespreken samen elke persconferentie die hij geeft, en hij houdt wel degelijk rekening met mijn feedback. Maar je moet Vincent Kompany natuurlijk niet leren hoe hij moet communiceren.

Vincent Kompany met naast hem woordvoerder Mathias Declercq op een persconferentie bij het begin van de competitie 2021-2022

| Mathias Declercq, hier naast Vincent Kompany op een persconferentie aan het begin van de voetbalcompetitie 2021-2022: "Omdat hij een onwaarschijnlijk druk bezet iemand is, moet je goed voorbereid zijn als je hem te pakken krijgt, en moet je goede argumenten op tafel leggen. Maar het beeld dat over hem bestaat, als een koppige trainer die niet zou openstaan voor kritiek, kan ik weerleggen."

Verdoodt: Kompany heeft een geweldig aura. Als zo iemand spreekt, dan luister je. Dat hebben weinig Belgische trainers. Het is ook altijd spannend als je hem ziet. Bij de eerste Anderlecht–Union, in het begin van het seizoen, passeerde Vincent net toen ik een deur wilde openen, de klink afbrak en voor zijn voeten viel. 'Vincent, alles valt hier uit elkaar,' zei ik (lacht).

Doe je als woordvoerder zaken die je vroeger, als journalist, ergerden?
Verdoodt: Wellicht wel, maar ik probeer erop te letten. Zeker in tijden als deze, waar iedereen dingen van ons gedaan wil krijgen, moet je op heel veel 'neen' zeggen. Als Mazzù zegt; 'deze week geen interviews', dan kan ik niet anders dan weigeren. Mensen teleurstellen, dat moeten we elke dag doen. Dat ligt me eigenlijk niet zo, want ik ben meer een people pleaser. In die zin was het begin van het seizoen gemakkelijker, toen er nog geen druk was en elke krant wilde schrijven over het sprookje van Union. Nu we volop in money time zitten, is alles anders.

Declercq: Het belangrijkste als woordvoerder is dat je duidelijk moet zijn. Je mag niemand aan het lijntje houden. Als het niet lukt of ik over een onderwerp niets kan zeggen, dan zeg ik dat meteen en vrijuit. Ik ga ook geen journalisten een maand op het strafbankje zetten omdat ze eens een kritisch stuk over RSCA geschreven hebben. Je moet op correcte wijze omgaan met journalisten.

Heel wat voetbalinterviews zijn vandaag de dag nietszeggend geworden, omdat de spelers te veel op hun hoede zijn. Hoe gaan jullie daarmee om?
Declercq: Ik geloof alleszins niet in mediatraining. Ik ga onze spelers geen uur voor een camera zetten om de antwoorden in te oefenen en hen zo afwijkend mogelijk te laten antwoorden op elke vraag. Als voetbalfan heb ik een broertje dood aan die platitudes. Als ze een interview geven, geef ik hen mee wat de basisboodschap is – voor mij moet RSCA altijd en overal klasse en waardigheid uitstralen – en of er eventueel zaken zijn waar ze absoluut niet over mogen spreken. Meestal zijn ze intelligent genoeg om dat zelf te weten.

1799 Anderlecht en Union Maarten Verdoodt en Mathias Declercq 4

| Mathias Declercq (links) met collega-woordvoerder Maarten Verdoodt: "Het belangrijkste als woordvoerder is dat je duidelijk moet zijn. Je mag niemand aan het lijntje houden. Als het niet lukt of ik over een onderwerp niets kan zeggen, dan zeg ik dat meteen en vrijuit."

Verdoodt: Die mediatraining is passé, zeker omdat veel spelers via hun eigen socialemedia­kanalen zelf communiceren. Die openheid brengt wel een risico met zich mee. Na de match op Club Brugge liet Deniz Undav zich nogal gaan in zijn kritiek op de scheidsrechter. Dat is deel van zijn karakter, zeker na een wedstrijd is hij een open boek. Maar nadien bezorgde dat interview hem alleen maar stress, omdat hij er een schorsing mee riskeerde.

"Ik gun het Maarten, en Union ook. Het sprookje van Union is authentiek, daar is niets gefabriceerd aan. Het is nog altijd de volkse club die ze altijd al geweest is"

Mathias Declercq, woordvoerder RSC Anderlecht

1799 Anderlecht en Union Maarten Verdoodt en Mathias Declercq 1

Veel tijd om je in te werken heb jij niet gekregen, Maarten, het gaat wel énorm snel voor Union dit seizoen.
Verdoodt: Het gaat inderdaad een stuk sneller dan we ons hadden durven voor te stellen, maar daar ga ik niet over klagen. Die play-offs halen was al absurd, nog altijd in de race voor de titel zitten is dat nog veel meer. De groei van deze club in korte tijd is indrukwekkend, op alle vlakken. De supporters die er nu bij zijn gekomen, zijn niet allemaal successupporters die zullen afhaken als het minder gaat: hier is een solide basis gelegd voor de toekomst.
Declercq: ​​​​​​​Ik gun het Maarten, en Union ook. Het sprookje van Union is authentiek, daar is niets gefabriceerd aan. Het is nog altijd de volkse club die ze altijd al geweest is.

Als je drie keer op rij een derby verliest, moet die sympathie dan geen plaats maken voor een vleugje rancune?
Declercq: Natuurlijk zijn wij uit op revanche. Ik wil niets liever dan de volgende derby met forfaitcijfers winnen (lacht). Maar als wij geen kampioen kunnen spelen, laat Union die titel dan maar pakken. Ik ben ook een Brusselaar, hé. En Union is geen concurrentie voor ons op het vlak van supporterswerving. Het potentieel in Brussel is zo groot dat hier plaats is voor twee, of drie, of vier clubs. We pakken geen supporters van elkaar af.

“Natuurlijk zijn wij uit op revanche. Ik wil niets liever dan de volgende derby met forfaitcijfers winnen”

Mathias Declercq, woordvoerder RSC Anderlecht

1799 Anderlecht en Union Maarten Verdoodt en Mathias Declercq 1

Is er dan ook plaats voor twee grote stadions in Brussel?
Declercq: Als Union erin slaagt om een nieuw stadion te bouwen, kunnen we dat alleen maar toejuichen. Wij weten als geen ander hoe moeilijk dat is.
Verdoodt: Dat stadion is nodig om onze club ook de volgende halve eeuw te laten groeien. Als we meer commerciële inkomsten willen vergaren – wat absoluut nodig is, want sterke mannen Tony Bloom en Alex Muzio zullen geen miljoenen in de club blijven pompen – en onze fans meer comfort willen bieden, kunnen we niet anders. Alles in het huidige stadion is verzadigd, hoe mythisch en iconisch die plek ook is.

Laten jullie organisatorisch toch geen steken vallen? Denk maar aan de lange wachtrijen aan de ingang, en de drankvoorziening: de gemiddelde jeugdbeweging heeft betere drankstandjes dan Union?
Verdoodt: Bij alles wat we willen verbeteren, botsen we op beperkingen. We wilden de twee ingangen aan het Dudenpark gebruiken, maar dat mag niet van de politie – om veiligheidsredenen, die ik kan volgen. Nu moeten 4.500 personen langs één ingang naar binnen, en dat is niet altijd even veilig. We zijn ons daar ten volle van bewust, maar we zijn met handen en voeten gebonden.
En de catering? Er is in heel die tribune plaats voor twee drankstanden, niet meer. Onze infrastructuur laat gewoon niet meer toe. Uit cijfers van AB Inbev blijkt overigens dat de Unionfans, ondanks die beperkingen, het meeste drinken van alle supporters in eerste klasse (lacht).

“We kunnen in het Dudenpark blijven, maar dan zal het in het amateurvoetbal zijn”

Maarten Verdoodt, woordvoerder Union

1799 Anderlecht en Union Maarten Verdoodt en Mathias Declercq 2

Staan de trouwe Unionsupporters die al kwamen kijken in eerste amateurklasse, wel te springen voor een verhuizing?
Verdoodt: We proberen hen zo goed mogelijk uit te leggen dat een nieuw stadion noodzakelijk is voor ons voortbestaan. Je kan hen ook niet wijsmaken dat alles bij het oude zal blijven. Ja, de ziel van de club zal onvermijdelijk wijzigen. Maar sommige veranderingen zullen in positieve zin zijn. Tegen 2025 hopen we de eerste steen te kunnen leggen.

En wat als dat niet lukt?
Verdoodt: We hebben geen precieze deadline meegekregen van de Britse eigenaars, maar ze hebben ons wel duidelijk gemaakt dat het geen tien jaar meer mag duren.
Dan zal de boodschap zijn: ja, je kan in het Dudenpark blijven spelen. Maar dan zal het in eerste amateurklasse zijn. Want de club moet op termijn zelfbedruipend worden, en dat is nu niet mogelijk.

Mathias Declercq en Maarten Verdoodt, woordvoerders van voetbalclubs RSC Anderlecht en Union Saint-Gilloise

| Maarten Verdoodt (links) en Mathias Declercq: ooit waren ze collega’s bij BRUZZ, vandaag zitten ze als woordvoerders van Union en Anderlecht in rivaliserende kampen.

Hoe zit het trouwens met het stadiondossier van RSCA?
Declercq: Uiteraard wordt daarover nagedacht binnen de club, maar intussen vind ik dat we het Lotto Park nieuw leven hebben kunnen inblazen. We verkopen het stadion regelmatig uit, de sfeer is geweldig, en op zakelijk vlak hebben we heel wat mogelijkheden.

Wanneer strijdt ook Anderlecht nog eens mee voor een titel?
Declercq: Heel de club staat te trappelen van ongeduld om opnieuw prijzen te pakken, ik ook. De eisen van het huis zijn niet min: gewoon winnen volstaat niet, het moet ook op een mooie manier gebeuren, met eigen jeugd en met dominant voetbal. Al die voorwaarden verenigen is niet eenvoudig en vraagt tijd. En fans zullen het misschien niet graag horen, maar eigenlijk liggen de resultaten dit seizoen in lijn met de doelen die we vooropstelden: de Champions' Play-Offs halen, Europees voetbal halen en de bekerfinale spelen.
Dit blijft een club in volle wederopbouw. Kijk naar de laatste vier transfermarkten, waarop we nog geen fractie van het geld hebben besteed dat Club Brugge heeft uitgegeven aan nieuwe spelers. Ook onze CEO Peter Verbeke heeft al aangegeven dat we de komende jaren wellicht het minste geld zullen besteden van alle topclubs. En dus moeten we creatief met de beschikbare middelen omspringen. Maar dat kan ook, kijk maar naar Union: budgetten zeggen niet alles.

Die laatste derbynederlaag tegen Union moet wel extra pijn hebben gedaan, zo net na de verloren bekerfinale?
Declercq: Het was de eerste keer dit seizoen dat ik er mezelf op betrapte dat ik kwaad was. Kompany zei het achteraf ook: 'dit is niet waar wij voor staan'. Gelukkig hebben we die wan­prestatie deels kunnen rechttrekken tegen Club Brugge.

Maarten, wat ga je doen als Union de titel pakt?
Verdoodt: Een week vakantie nemen (lacht).
Declercq: Je weet toch dat dat nooit lukt? Dat zijn net de momenten waarop je als woordvoerder vol aan de bak moet. Ik dacht dat na de bekerfinale ook, dat ik hopelijk goed zou kunnen vieren. Tot ik besefte dat ik uitgerekend bij winst dubbel zoveel werk zou hebben.
Verdoodt: We hebben eerlijk gezegd nog hoegenaamd niet gedacht aan het titelfeest. Als het moet gebeuren, dan liever zo spontaan mogelijk. Als het moment zich aandient, zullen we er twee dagen op voorhand wellicht wel over moeten nadenken. Maar we hebben hier nogal de gewoonte om alles last minute te doen (lachje).
Declercq: ​​​​​​​Dat is altijd een heikel punt, zo'n triomf voorbereiden. Na de verloren bekerfinale heb ik mee de flessen champagne, die klaarstonden om ontkurkt te worden, opnieuw helpen inladen. Pijnlijker dan dat wordt het niet. Gelukkig konden we die de week erop toch nog gebruiken bij het titelfeest van RSCA Women (lacht).

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Sport , Union Saint-Gilloise , RSC Anderlecht , Mathias Declercq , maarten verdoodt , Jupiler League , Voetbal , Champion's Play Off

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni