In beeld: de verloedering in de Zuidwijk

Een buurtcomité van bewoners in de Zuidwijk lanceerde net een petitie om de verloedering in de wijk aan te klagen. BRUZZ trok naar de wijk en hoorde dat het onveiligheidsgevoel, de vele graffiti en de leegstand de grootste boosdoeners zijn.

“De NMBS laat het grootste station van het land verkrotten.” Dat zeggen buurtbewoners in laag Sint-Gillis rond het Zuidstation. Daarom hebben ze een petitie gelanceerd, in de hoop om het imago van de wijk wat op te frissen.

“Dagelijks kom ik hier en ik moet zeggen dat het hier triest is.” Xavier heeft gedaan met werken en terwijl hij op zijn trein richting thuis wacht, neemt hij een foto vanop het perron in Brussel-Zuid. Een beeld dat zo op een postkaartje zou kunnen, zal het niet worden, geeft hij toe.

Taggers & krakers

Het gebouw achter hem, het voormalig postsorteercentrum, staat al twintig jaar leeg. En dat begrijpt hij niet. “De gevels staan vol met graffiti”, zegt hij, “dus waarom richten ze het gebouw niet in voor de kunstwereld?” Een museum en kunstateliers, dat vindt hij een goede bestemming voor het gebouw.

Het buurtcomité dat een petitie de wereld in heeft gestuurd om de verloedering van de wijk aan te klagen, zou ongetwijfeld akkoord gaan. De NMBS kondigde vorig jaar nog aan dat het haar hoofdkwartier op de Fonsnylaan wil inrichten tegen 2023, waar nu het oude postgebouw staat. “Maar in de tussentijd moeten socioculturele verenigingen er toch een plekje kunnen vinden?”, vindt Frank Vanachter van het buurtcomité.

20180312- MG 6453
Fonsnylaan.

Ondertussen blijft het gebouw een plek waar taggers zich kunnen laten gaan. Het is ook een aantrekkingspool voor daklozen, zegt een werknemer van een fietswinkel die de gevel met het oude postsorteercentrum deelt. “Binnen zijn er vaak krakers. De politie komt er geregeld langs met veel mankracht.”

Op enkele meters van zijn winkel in de ander richting bevindt zich een van de uitgangen van het Zuidstation. Daar ondervindt de fietsenhersteller geregeld hinder van “Oost-Europese alcoholiekers.” “Zij plassen hier overal.” Maar daar, tussen enkele bedelende daklozen en rokende, gehaaste treinreizigers, overheerst niet de geur van urine, maar een doordringende wietgeur.

'Binnen veiliger'

Aan de overkant van het leegstaand postgebouw zit de Letse Anda in Café Le Fonsny met haar vriendin die net in Brussel is aangekomen. “Binnen ziet het treinstation er normaal uit”, zegt Anda, “maar de stationsbuurt is vuil.” Zelf woont ze in Schaarbeek en komt hier niet vaak. “Ik voel me hier niet al te veilig, alsof ik elk moment overvallen zou kunnen worden. Het is veiliger om in het station te blijven.”

Verderop in laag Sint-Gillis, richting het Bethlehemplein, vertaalt de verloedering zich in sluikstorten en graffiti op de rolluiken. “Zodra er een boom vrij staat, zet men er afval tegen”, zegt Christophe die een apotheek in het midden van de wijk heeft. Maar uitzonderlijk is dat niet, vindt hij. “Elders in Brussel is dat niet anders.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.