Brussel na corona

Moeten we anders gaan wonen?

Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.© Saskia Vanderstichele

Kristiaan Borret mag voluit aan zijn tweede termijn beginnen als Brusselse bouwmeester. Dat gebeurt op een moment dat de stad in het vizier wordt genomen. Door een rücksichtslos virus, maar ook door de idee dat de stad misschien niet de ideale plek is in tijden van pandemie. “Maar dat gaat voorbij. We moeten op koers blijven. De grote projecten aanpassen om de stad klimaatrobuuster te maken: woningen minder dicht bijeen en voldoende groen.”

Wie is Kristiaan Borret?

  • Geboren in Gent, 1966.
  • Burgerlijk Ingenieur-Architect (1990) en Filosofie (1993) aan de KU Leuven en Politieke Wetenschappen aan de UCL (1991)
  • Master in Stedenbouw aan de Universiteit van Catalonië (1995)
  • Verbonden aan de vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de Universiteit Gent (1996)
  • Hoofd Ruimtelijke Planning bij Technum (2002-2006)
  • Stadsbouwmeester Antwerpen (2006-2014)
  • Tweejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Architectuur en Vormgeving (2013)
  • Decaan van de faculteit Ontwerpwetenschappen van de Universiteit Antwerpen (2014)
  • Woont in Vorst
  • Wordt Brussels bouwmeester in 2015, is net begonnen aan een tweede termijn

We spreken af aan de Bar Du Matin in Vorst. De altijd levendige plek in de schaduw van de Alberttoren ligt er nu verlaten bij, ondanks het schitterende weer. Wat later zullen we ons in het park neervlijen voor het interview.

Maar eerst wijst Borret ons nog op het nieuwe gebouw aan de overkant van de Alberttoren. Een witte kubusvormige sporthal en buurcentrum, gebouwd door B-architecten.

“Dat was mijn eerste project waar ik in Brussel in de jury zat,” zegt Borret. “Na de heraanleg van het metrostation lag de plek braak, als een litteken. Nu is het teruggegeven aan de buurt.”

Borret heeft zes ietwat slopende maanden achter de rug. In november kwam hij als eerste uit de selectie voor een nieuw mandaat als bouwmeester, maar door een procedureslag van zijn tegenkandidaat kon de benoeming pas vorige week officieel worden bekrachtigd.

Veel wil Borret er niet meer over kwijt, hij wil nu vooral zijn plannen realiseren. Zijn kernboodschap: van 10.000 naar 2. Van demografie naar temperatuur. Woningen bouwen voor 10.000 extra inwoners per jaar was het kerngetal in zijn vorige mandaat, nu is dat de klimaatopwarming onder de 2 graden houden.

Hoe hebt u zelf de ‘lockdown’ beleefd?
Kristiaan Borret:
Zoals veel mensen, denk ik. De eerste weken waren chaotisch, je weet niet wat er komt. Het is best spannend. Een groot verschil met nu. Er komt sleur. Er is geen tijd meer over. Je werkt lange dagen voor een computer, je begint het fysieke contact te missen.

Zeker in mijn baan, waarin veel vergaderd en overlegd wordt, heb je tijdens meetings soms aan een half woord genoeg om te weten wat de andere wil. In het begin dachten we nog wel: die onlinevergaderingen zijn een stap vooruit, we moeten niet meer pendelen, maar we zullen op termijn toch moeten besluiten dat een lockdown ook flink wat efficiëntieverlies oplevert.

Had het beleid ergens rekening gehouden met de uitbraak van een pandemie?
Borret:
Nee, toch niet in de architectuur. Er bestaan wel theorieën in de stedenbouw over hoe steden aangepast moeten worden met het oog op meer hygiëne, om ziektes te vermijden. De Haussmann-architectuur met de brede boulevards in Parijs, de overkapping van de Zenne, de riolen die onder de grond worden gestopt.

In de negentiende eeuw was het erg nodig om de stad veiliger en gezonder te maken. Dat thema is in de stedenbouw helemaal weg. Het gaat nu over levenskwaliteit, over stedelijke gezondheid, over propere lucht. Maar nooit vanuit de dreiging van een pandemie.

Brussels bouwmeester Kristiaan Borret
© Saskia Vanderstichele
| Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.

Wat we nu meemaken is een ramp, maar we moeten steden niet bouwen voor rampen. Net zoals we ze ook niet moeten bedenken voor oorlogen. We moeten de steden robuuster en veerkrachtiger maken, maar niet met een pandemie in ons achterhoofd. Steden zijn dit soort catastrofes ook altijd te boven gekomen. Kijk naar Londen, dat in de zeventiende eeuw kort na elkaar een pestepidemie én een verwoestende brand meemaakte.

Kunnen we desondanks lessen trekken uit de crisis?
Borret:
Ik wil een pleidooi houden om vooral het roer niet om te gooien, maar de verandering door te zetten, meer dan ooit. Alle maatregelen die we al kennen om de stad klimaatrobuuster te maken, blijken ook in deze crisis van pas te komen. Ik denk aan meer groene ruimte, maar ook aan nabijheid.

Met winkels, scholen, bedrijfjes en de huisarts op buurtniveau. Dat is goed voor het klimaat, maar is ook handig in crisistijd. We komen uit een tijd van schaalvergroting, globalisering en centralisatie. Daar willen we van weg. De stad moet bewandelbaar zijn, zoals Brussels burgemeester Philippe Close (PS) dat noemt.

Een ander voorbeeld is de woonkwaliteit. We hebben in Brussel al even een debat over de stedenbouwkundige verordening. Die legt de basiskwaliteit vast voor woningen. In een aantal steden is een buitenruimte, terras of tuin, verplicht voor elke woning. In Brussel is die verplichting er niet.

In pre-coronatijden zagen we zo’n verplicht terras als het verhogen van het woongenot. De crisis leert ons meer dan vroeger dat het een essentiële woonkwaliteit is.

Let op: ik vind niet dat we de stad coronaproof moeten maken - deze crisis gaat voorbij - maar de doelstellingen voor goed duurzaam wonen worden nu wél pregnanter. En het wordt makkelijker om aan mensen uit te leggen waarom ze van belang zijn.

Bouwmeester Kristiaan Borret in de docufictie 'WTC, A Love Story' van Lietje Bouwens en Wouter De Raeve

Brussel is historisch een pendelstad. Vandaag worden overal fietsstraten en woonerven aangelegd en parken autovrij gemaakt. Goed idee?
Borret:
Zeker. Maar alweer: los van corona. We moeten dat doen omwille van een klimaatgerichte stedenbouw. Zo niet zouden we kunnen beslissen om de fietspaden weer af te breken als de crisis achter de rug is. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Kristiaan Borret, Brussels bouwmeester
© gebiedsontwikkeling.nu
| Kristiaan Borret, Brussels bouwmeester.

In Vilnius zullen de openbare pleinen ter beschikking worden gesteld van restaurants en cafés, die door corona zwaar getroffen zijn. Ook in Brussel-­Stad wordt dat nu overwogen. Een goed idee?
Borret:
We zitten dan op het terrein van tactical urbanism. Dat is zeker goed. Quick wins zijn altijd goed. Waarom niet van alle 814 doodlopende straten in Brussel woonerven maken? Dat hebben we eerder al voorgesteld. Wat ook zou kunnen, is bijvoorbeeld een app die private tuinen enkele uren beschikbaar maakt voor mensen die geen tuin hebben. Maar ik zie mijn taak als bouwmeester wel meer op de lange termijn.

De stad is de toekomst, horen we sociologen al jaren verkondigen. Maar met deze crisis lonkte het platteland. Minder volk, meer open ruimte ...
Borret:
In de beginweken van de pandemie was het voor mij deel van de ontreddering. Ik was onthutst in mijn wereldbeeld. De stedelijke waarden die je in suburbia niet kent, werden plots in vraag gesteld. De nabijheid, de vermenging: alle voordelen van de stad waren plots een vervelend nadeel geworden.

Er was veel politieke aandacht voor de verkaveling, en bovendien trokken de mensen die er wonen zich ook beter uit de slag. Je zag in de media kinderen spelen in grote tuinen. Je zag hoe de tuincentra snel open mochten. Hoe je weer mocht gaan kajakken, en tennissen ... Je kreeg plots veel ongelijkheid tussen stad en suburbia. Maar ook binnen de stad. Tussen mensen met een tuin, en mensen zonder tuin.

Brussels bouwmeester Kristiaan Borret
© Kölner Perspektiven
| Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.

De stadsbewoner was op de sociale media plots de pineut.
Borret:
Klopt. Zo van: ‘Jullie spellen ons altijd de les en kijk nu maar eens.’ Maar zeven weken later zie je dat dat voorbijgaat. Steden blijven hun aantrekkingskracht behouden. Er waren ook die applausmomenten om 20 uur. Dan dacht ik: wij zitten misschien op elkaars lip, maar daardoor hebben we tenminste een collectief gevoel van solidariteit.

Wat zijn de speerpunten van uw tweede mandaat als bouwmeester?
Borret:
We hebben ons de voorbije decennia geconcentreerd op het opvangen van de bevolkingsgroei. We verwachten dat die zal dalen, al is er nog een groot tekort aan goede woningen, vooral voor mensen met een laag inkomen. Nu wil ik de focus verleggen op het klimaat.

Verdichting van de stad blijft daar een plaats in hebben, maar we moeten wel terugkeren naar de origine: op bepáálde plekken veel bouwen, om op andere plekken dan juist open ruimte te krijgen.

We hebben daar in het verleden niet altijd voldoende aandacht voor gehad. De maatregelen liggen voor de hand: buitenruimte voor elke woning, voor elke bouwproject minstens een portie volle doorlaatbare grond met een echte boom, circulair bouwen, et cetera.

Dat wordt de focus voor de komende jaren. Ik zit als bouwmeester aan de juiste knoppen om te zorgen dat dat ook gerealiseerd wordt, zodat het niet bij woorden blijft. Dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe woningen meer nodig zijn.

Blaast u nu niet koud en warm tegelijk? Uiteindelijk is de ruimte in ons gewest beperkt en moet er op een bepaald moment gekozen worden. Bijvoorbeeld tussen een park en een woonwijk.
Borret:
Het is fout om plots te doen alsof er geen woningen meer nodig zijn. Stedenbouw is evolutief. We kunnen niet stoppen met bouwen of massaal onteigenen om in binnengebieden parken te maken.

Brussels bouwmeester Kristiaan Borret
© Saskia Vanderstichele
| Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.

Uit onderzoek van satellietbeelden bleek onlangs dat Brussel tussen 2003 en 2015 vijftien procent van zijn groene ruimte verloren is. Hebben die resultaten u verrast?
Borret:
Vooral de omvang van het verlies heeft me verrast. Dat moet natuurlijk gecounterd worden. Niet door één groot park – dat zal het verschil niet maken – maar door een diffuus fijnkorrelig beleid.

Neem nu een binnengebied waar een oude fabriekshangar van 1.000 vierkante meter staat. Een ontwikkelaar zal daar opnieuw 1.000 vierkante meter willen volbouwen. Dat kan niet, vind ik. Het gaat om een andere functie, het moet minder, en het is een opportuniteit om in een binnengebied zonder bomen wel groen te creëren.

Dat zijn correcties die we kunnen doen die voor de afkoeling van de stad van belang zijn. Om de heat stress te verminderen, hebben we overal een beetje groen nodig.

Dat is misschien niet revolutionair, maar als je dat tien jaar lang doet, trek je de verhouding groen weer op. Om het met een slogan te zeggen: The next big thing will be a lot of small things.

Een heet hangijzer is de bebouwing van de Josaphatsite, een verwilderd spoorwegterrein van 33 hectare aan het station van Evere. De plannen zijn nog niet definitief, maar midden in coronatijd kwamen de bulldozers al aangereden.
Borret:
Sinds ik bouwmeester ben heb ik, zowel bij het Mediapark aan Reyers als bij Josaphat, gezegd: het is te dichtbebouwd. In beide projecten is er ook al pakweg tien procent bouwvolume weggehaald. Ik ga ervan uit dat we daar nog verder in kunnen gaan. Het is ook niet fout om de plannen bij te sturen.

Tien jaar geleden waren we nog niet zo klimaatbewust. De urgentie is groter geworden. Dus moeten we de grote projecten aanpassen. Met opener bebouwing en voldoende groen.

Brussels bouwmeester Kristiaan Borret
© Saskia Vanderstichele
| Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.

Maar moet de Josaphatsite een groot park worden? Daar zeg ik: neen. Vooral in het sociale segment zijn er nog veel woningen nodig. Wat ik wel vind, is dat we voor extra woningen verder moeten durven te kijken dan het kanaal, het centrum en de negentiende-eeuwse gordel.

Ook in de meer perifere gemeenten als Woluwe, Jette of aan de Mutsaard kunnen we verdichten. Het zijn vaak gebieden die goed ontsloten zijn. Alleen woont daar een bevolking, en zijn er politieke besturen, die er altijd heel erg in geslaagd zijn om de boot af te houden.

Een van de speerpunten van uw betoog is dat we ons moeten voorbereiden op een maatschappij zonder groei. U wil de stad “regenereren in periode van ‘degrowth’”, schreef u in uw projectvoorstel voor een tweede termijn. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Borret:
Toch straf hoe visionair dat was (lacht). Mijn tekst dateert van een jaar geleden, en komt nu gelegen. De coronacrisis zal ons de vraag doen stellen of we wel terug moeten naar pre-corona. Of het opnieuw business as usual wordt.

We zijn als stedenbouwkundigen altijd bezig met groei, meer mensen, expansie, bijkomende winkels. Het heet ook niet voor niets stadsontwikkeling. We zien nu dat daar limieten aan zijn. Kijk naar Neo of naar de Louizalaan. De retailsector zal niet blijven groeien, al was het maar door de onlineverkoop.

We komen misschien terecht in een ander soort economie, die minder expansief is. Dat is de kans om de stad te regenereren. Wat we moeten doen, is wat bestaat op een slimme manier opnieuw inzetten en de stad zo een nieuwe adem geven.

Brussel na corona

Welke uitdagingen liggen voor Brussel in het verschiet na de coronacrisis en hoe zal de stad veranderen? De BRUZZ-redactie selecteerde 15 thema's en laat experts en betrokkenen aan het woord.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?