Priorij van Rood Klooster is gerestaureerd

© SVG
| De Priorij van het Rood Klooster dateert uit de veertiende eeuw. Toen woonden er kannuniken van de Sint-Augustinus-orde. In 2021 werd het volledig gerestaureerd.

De Priorij van het Rood Klooster in het Zoniënwoud is volledig gerestaureerd, volgens de regels van de kunst. “Nu moeten we het een nieuw leven geven,” zegt minister-president Rudi Vervoort (PS).

Het Rood Klooster in het Zoniënwoud ademt geschiedenis. In de veertiende eeuw kwamen er kluizenaars wonen. Daaruit ontstond een religieuze orde van Augustijnen, die na verloop van tijd heel wat rijkdom wisten te verzamelen. De Vlaamse primitief Hugo Van der Goes woonde er tot het eind van zijn leven.

De priorij is het enige nog overblijvende gebouw van het voormalig Rood Klooster. Het was verbonden met de kloosterkerk die al lang verdwenen is. Het werd in de loop van de eeuwen verschillende keren verbouwd en voor van alles en nog wat gebruikt, als spinnerij, als glasblazerij, als hotel of brasserie waar de wandelaars een boterham met plattekaas konden eten.

Meer dan twintig jaar leeg

Het staat intussen al meer dan twintig jaar leeg, maar zopas is de restauratie afgerond. Het Brussels Gewest, eigenaar van het gebouw, heeft dat zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke stijl en met de oorspronkelijke materialen willen doen zodat de bezoekers zich goed kunnen inbeelden hoe het er vroeger uitzag. Het gaat om enorme ruimtes die vroeger de kapittelzaal vormden, en op de eerste verdieping de woonvertrekken van de prior en de kamers van de kanunniken. Boven is een ruime zolder met de oorspronkelijke dakstructuur, maar die wordt niet gebruikt, omdat het rustplek is van vleermuizen.

Het Brussels Gewest trok 4 miljoen euro uit voor de restauratie.

“Maar een restauratie heeft pas zin, als het gebouw nadien een nieuw leven kan krijgen,” zegt minister-president Rudi Vervoort (PS). Er is een oproep gelanceerd om een exploitant te vinden. Het Gewest zoekt in de richting van een socio-culturele activiteit. Dus geen hotel of congrescentrum. Beneden is er wel plaats voor een snack, zodat bezoekers er, na hun deugddoende wandeling, de benen onder de tafel zullen kunnen schuiven.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?