interview

Pascal Verbeken brengt Brusselse utopieën in kaart

Pascal Verbeken: "Donald Trump inspireerde me om 'Brutopia' te schrijven.© Ivan Put

De België-trilogie van Pascal Verbeken is compleet. Na zijn tochten door Arm Wallonië en langs de oude spoorlijn van de ‘Grand Central Belge’ die Wallonië met Vlaanderen verbond, is de wandelende reporter in Brussel aanbeland. ‘Brutopia’ bekijkt de hoofdstad als een fabriek van geslaagde en gefaalde dromen.

Wie is Pascal Verbeken?

  • Geboren (in 1965) en getogen Gent en woont in Tervuren.
  • Hij was redacteur van De Standaard en Humo (1999-2010) en schrijft ook voor De Morgen, Knack, VRT en RTBF.
  • Zijn reportageboek Arm Wallonië won de M.J. Brusse-prijs voor het Journalistieke Boek en haalde de shortlist van de ABN Amro-prijs non-fictie.
  • Grand Central Belge haalde de tiplijst van de AKO-Literatuurprijs.
  • Beide boeken werden ook bewerkt tot televisiereeksen

Naast Arm Brussel van Geert van Istendael, Een geschiedenis van Brussel van Roel Jacobs en De eeuw van Brussel van Eric Min, mag nu ook Brutopia van Pascal Verbeken (1965) op de boekenplank. Daarin portretteren tien lange reportages met opzoekingen en observaties, gesprekken en getuigenissen de geschiedenis van het stukje grond­gebied dat ‘een verhevigde versie’ is van België.

Of het nu gaat over Karl Marx, Charles Baudelaire of Paul Otlet; het Atomium, het Volkshuis, of de Europawijk; de spoorwegen, het socialisme of het salafisme, Verbeken pendelt van wijk naar wijk en van geschiedenis naar heden, op zoek naar denkers, doeners, dromenjagers, dissidenten, daklozen en gewone wijkbewoners die Brussel elke dag weer grandioos laten falen en opstaan.

Over Brussel zou je verschillende boeken kunnen schrijven, wanneer vond u de sleutel met die focus op de utopie?
Pascal Verbeken: Het was Donald Trump die mij inspireerde om Brutopia te schrijven. Zijn van de pot gerukte tweet na de aanslagen over het hellhole herinnerde me eraan dat de stad al sinds Brussel-hater Charles Baudelaire een donker imago heeft.

Voor Vlamingen is Brussel nog altijd ‘dat grauwe ding ginder in de verte’, zoals Louis Paul Boon het kort na de Tweede Wereldoorlog omschreef. Dat is exact het beeld dat ook in Wallonië bestaat, en dan vooral bij de oudere bevolking die Brussel ziet als de stad van de financiële holdings die enorme fortuinen maakten in de Waalse staal- en steenkoolindustrie, maar Wallonië in de steek lieten sinds de déclin. En voor Europeanen – van Stockholm tot Athene - is Brussel de stad van de EU, een donker bureaucratisch nest waar een onzichtbare elite erop uit is om al die fijne volkeren te kloten.

Auteur Pascal Verbeken

Dat zwarte beeld verhult dat Brussel in de geschiedenis vaak de broedplaats van utopieën was: zowel kleine dromen als grote plannen en vergezichten op maatschappelijk, artistiek en politiek vlak. Sommige utopieën slaagden, zoals de EU, althans voorlopig nog. Andere crashten, zoals het Manhattan-plan van de Noordwijk waar we ons nu bevinden. De visionaire ‘nieuwe stad voor de nieuwe mens’ was eigenlijk een ordinair zakenproject waarvoor tienduizend Nordisten uit hun woning werden gedreven.

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken.

Met een ongeziene brutaliteit tegenover wie de onteigening weigerde. Elektriciteit en water werden afgesloten, op Sovjetwijze zijn mensen die zich bleven verzetten in de psychiatrie gestopt. Vandaag is de wijk een bizar wasteland van banale hoogbouw.

De Noordwijk was nochtans een van de meest levendige wijken van Brussel, die door het snoer van cafés aan de Antwerpsesteenweg bekend was tot diep in de provincie. Maar het was ook een ruige wijk van ongeschoolde mensen die vaak in ateliers aan de haven werkten, en die een makkelijke prooi vormden voor een alliantie politici en investeringsgroepen.

Daarmee is een mechanisme geschetst dat je in Brussel vaker aan het werk ziet. De stad krijgt weinig vat op de burgers die een anarchistische vrijheid koesteren, maar ‘in ruil’ krijgen de burgers ook geen vat op de stad, waar hogere machten evenzeer hun gang gaan. Een van de strafste concluderende citaten in uw boek is zelfs ‘dat destructie, het diepste wezen van deze stad is’.
Verbeken: Brussel is in de zeventiende eeuw bijna van de kaart geveegd door de Fransen. Het lijkt alsof er daarmee een hardnekkig kwaad zaad werd geplant. Het verhaal van de Noordwijk spiegelt ook in de Zuidwijk kant Fosnylaan, de Europese wijk, de Noord-Zuid­verbinding, het verdwenen Volkshuis van Victor Horta en het gaat maar door. Telkens verminkt Brussel zichzelf met een enorme razernij. Je hebt hier ook een twijfelachtige politieke cultuur van wheelen en dealen die onuitroeibaar blijkt. Het politieke dossier van het Eurostadion was een déjà vu van het Manhattan-project: een Brussels old boys network dat de wereld van het geld uitnodigt in achterkamers.

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken.

Nu bent u wel even slecht bezig met het counteren van de hellhole-­gedachte.
Verbeken: Niets is hier eenduidig. Neem ook het beeld van Brussel als vrijplaats. In de negentiende eeuw streken hier veel dissidenten en kunstenaars neer die in hun eigen land ongewenst waren. Karl Marx is het bekendste voorbeeld.

Het Communistisch Manifest dat hij schreef in Elsene, werd een van de meest gedrukte teksten en veranderde de geschiedenis van de twintigste eeuw. Brussel is ook een vrijplaats voor de homo uit een Spaans provincienest die hier een job bij de EU vindt of de dakloze uit Oudenaarde die hier anonimiteit vindt. Met 180 nationaliteiten is hier geen enkele groep dominant, ook dat geeft lucht. Maar de keerzijde is dat de stad door niemand geclaimd wordt.

Zelfs niet door het politieke bestuur zoals bleek na de aanslagen. Je zou verwachten dat dan een burgemeester naar voren treedt om de stad te verenigen en mee te rouwen.

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken.

Maar er gebeurde niets vanuit die hoek. Er was alleen die onwezenlijke samenkomst aan de Beurs van mensen met krijtjes en theelichtjes die vervoegd werden door het verenigde Belgische hooligan­syndicaat.

U maakt zich ongerust over het uiteenrafelen van het sociale weefsel in de stad.
Verbeken: Het meest verontrustend vind ik de omvang van de illegale schaduwstad-in-de-stad. Het gaat wellicht om tienduizenden immigranten. In buurten van huisjesmelkers hangen tien bellen naast de voordeuren. Marchands de sommeil doen goede zaken met hun matrassenverhuur per nacht.

Kuregem is deels zo’n buurt. Als je bijvoorbeeld rond het Baraplein, op honderd meter van de Thalys-terminal, zes geldtransferkantoren aantreft voor mensen die door een gebrek aan domicilie geen bankrekening kunnen openen, dan weet dat je op zo’n breuklijn zit waar de illegale stad begint. Die onderwereld moet je niet idealiseren of romantiseren, zoals weleens gebeurt in Brussel. In die ellende heerst het recht van de sterkste.

Een hardnekkige Brusselse stadsmythe is die van de probleemloze melting pot. Brussel is eerder een complex geweven lappendeken van nationaliteiten, religies en taalgroepen dat elke dag weer verandert. Daar is ook veel meer segregatie dan je zou denken. Op witte en zwarte scholen. Tussen sjiieten en soennieten, Koerden en Turken.

Of neem de schrijnende positie van de joden die alleen onder politiebewaking naar de synagoge kunnen. Nu en dan zijn er ook onvermoede verbanden. In Kuregem gaan Marokkanen en Tsjetsjenen soms naar dezelfde moskeeën omdat ze elkaar kennen van de boksclubs.Naast die illegale schaduwstad komt ook de legale stad onder druk. In Sint-Joost verlaat een op de drie inwoners binnen het jaar de gemeente. Brussel als vloeibare metropool. Maar waar is de samenleving dan nog ergens in die wemeling?

De socialisten van de negentiende eeuw vochten ook tegen een sociale onderwereld, maar die was in alle ellende wél nog ‘samenhangend’. Je kon er een beleid voor voeren. Trouwens, veel emancipatorische, volksverheffende ideeën van die oude sossen zijn tot vandaag nog heilzaam. Neem de utopische tuinwijk het Rad in Anderlecht: ook daar stromen de problemen van de stad binnen, maar van alle kanaalwijken is het de meest leefbare, de meest solidaire. Buren kennen er elkaar nog.
 

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken.

Molenbeek en bij uitbreiding de Kanaalzone spaart u ook niet. U hebt het daar consequent over wat misgaat en kiest niet voor hoopvollere burgerinitiatieven.
Verbeken: Dat hoofdstuk gaat niet over Molenbeek, maar over het utopische salafisme. Terugkeren naar het ‘authentieke geloof’ van de gezellen van de profeet in de zevende en achtste eeuw is bij uitstek een utopisch verlangen. Daar hebben pakweg Molengeek, de Foyer, de mensen van Brass’art of het futsal-clubje enzomeer niets mee te maken. Maar ik snap best je opmerking, hè. Als je geen stem geeft aan die positieve burgerinitiatieven, lijkt het alsof je ze niet ziet of niet wil zien.

Op dat vlak is de Kanaalzone en Molenbeek in het bijzonder een mijnenveld, een projectiescherm van oordelen en veroordelingen die ook de Brusselaars zelf verdelen.Ik heb vooral geprobeerd om dat salafisme met feiten te duiden. En ja, die zijn best verontrustend. Als zowel de Staatsveiligheid als de directie van het Gemeenschapsonderwijs over radicalisering aan de alarmbel gaat hangen, moet je dat ernstig nemen.
 

Hebben de aanslagen in de hoofden van de Brusselaars misschien toch niet voor een roep naar beter bestuur gezorgd die op termijn het typische Brusselse anarchisme zou kunnen beknotten?
Verbeken (denkt na): Wie zal het zeggen? Ik denk wel dat de aanslagen een scharnierpunt waren. De para’s lopen hier nog altijd rond. Zonder veel discussie en ophef is de eerste stap naar een Israëlisering van de stad gezet.

Maar Brussel blijft wel een aangenaam anarchistische stad. En het is nog geen gezandstraald Efteling-decor zoals het centrum van Gent dat is geworden. Brussel is voor mij een stad in de categorie Napels, Marseille, Rome. Hard, ruig, hoekig, contrair. Maar ook met een sensuele kant. De stad mist een stroom, maar heeft wel onvermoed veel mooie vergezichten. Niet alleen vanaf het Justitiepaleis, het Koningsplein of het Rijksadministratief Centrum, maar ook vanaf de grens van het Dudenpark en het Park van Vorst, vanuit Parckfarm in Laken op de Noordwijk, of van aan de Schaarbeeksepoort richting Koekelberg. Kijk ook naar de kerselaars die nu in bloei staan op de boulevards in Schaarbeek, naar de stijgende en dalende straten, de heuvelachtige parken.

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken, auteur.

Brussel is vele steden. Een wemeling van realiteiten. Altijd gelaagd. Het volstaat om een hoek om te slaan en je bent in een totaal andere stad. Dat zie je op een spectaculaire manier als je van de spiegelglazen EU-torens bij Schuman, via de art nouveau van de Squares de straatjes van Sint-Joost binnenwandelt: drie steden, telkens andere Brusselaars.
De onzuiverheid die men elders probeert te weren, zit in de ziel van deze stad. Hou daarom de citymarketeers op afstand die hier ‘het nieuwe Berlijn’ willen laten verrijzen. Brussel heeft genoeg aan zichzelf.

Pascal Verbeken, auteur
© Ivan Put
| Pascal Verbeken, auteur.

Nog een vertrouwd ingrediënt in uw reportages zijn de getuigenissen van de bewoners.
Verbeken: Ik vind dat zowel hun herinneringen als hun ervaringen dikwijls erg onderschat worden in de media. Daar heeft men snel de neiging om naar een professor of een orakel uit de cultuurwereld te bellen als er iets over Brussel moet worden gezegd. Iemand als monsieur Martin die vijftig jaar lang zijn frietkot in Sint-Joost heeft uitgebaat, sla ik minstens even hoog aan als een politicoloog van de UGent of KU Leuven die multicultureel Sint-Joost gaat duiden. Ik werk als reporter volgens de methode van commissaris Maigret: comprendre, pas juger. Dat begint met luisteren op straat. Naar de mensen, de Brusselaars die doorgaans ‘gewoon’ genoemd worden.

Verbeken cover Brutopia BRUZZ ACTUA 1660
© Bezige Bij
| Brutopia. De dromen van Brussel, door Pascal Verbeken, De Bezige Bij, 288 blz., 22,90 euro is te koop vanaf 2 mei.

De foto van Dolf Kruger op de kaft van ‘Brutopia’ zou je als een hommage aan dat soort mensen kunnen zien.
Verbeken: Absoluut. Die arbeider, dat is voor mij Frans Cools, de nog levende werfleider van het Atomium. Zijn naam is nergens in brons gegoten, maar de stad is gemaakt door honderdduizenden anonieme Brusselaars als hij. Meer dan door Leopold II of Paul Vanden Boeynants.

Het boek eindigt bij een verslaafde, dakloze Guineeër die aan het Zuidstation een koffie komt drinken bij het busje van Dokters van de Wereld. Hij had het zelf verknald, maar hoopte dat zijn dochter zou overkomen om aan de ULB te gaan studeren. Die kleine droom was het enige in zijn leven dat nog niet kapot was. Uiteindelijk is het dát wat mensen ultiem overeind houdt.

De boekvoorstelling bij deBuren op vrijdag 3 mei is volzet.
 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?