Brusselse cohousers botsen op hindernissen: ‘Worden als projectontwikkelaar beschouwd'

School wordt cohousingproject in de Veeartsenstraat in Anderlecht

Brusselse cohousers worden met heel wat hindernissen geconfronteerd omdat ze door de fiscale regelgeving vaak gelijkgesteld worden met projectontwikkelaars. Hoewel de formule de laatste jaren in de lift zit, moet nog onderzocht worden hoe op fiscaal vlak een antwoord op de trend kan worden geboden.

Een woonproject wordt als 'cohousing' beschouwd als er een participatieve dimensie aan zit, bijvoorbeeld bij het plannen van het project, en als sommige maar niet alle leefruimtes gemeenschappelijk zijn. De formule zit in de lift: tussen 2010 en 2018 zijn er 49 cohousingprojecten bijgekomen in het Brussels gewest, goed voor bijna 1.000 woningen.

Toch botsen Brusselse cohousers vaak op hindernissen, getuigt Ann-Sophie Maeyaert (30). Samen met zes andere kopers kocht zij een oude school op in de Veeartsenstraat in Anderlecht. “Omdat de aankoopprijs de 500.000 euro overschrijdt, en omdat één van onze kopers als vennootschap optreedt, raken wij ons abattement, kwijt,” vertelt ze bij BRUZZ.

“Dat wil zeggen dat zes mensen de registratierechten voor hun eerste woning volledig moeten ophoesten. Het is een voordeel dat wij mislopen omdat we voor cohousing kiezen. Ik begrijp dat die regel bestaat, maar ze dient eerder voor projectontwikkelaars.”

Dat het abattement, of de vrijgestelde schijf van de woningprijs, wegvalt van zodra de aankoopprijs 500.000 euro overschrijdt, is inderdaad een regel die ervoor moet zorgen dat grote projectontwikkelaars in zekere zin een deel van hun winst teruggeven aan de gemeenschap, vertelt Roland Kums van Samenhuizen vzw. “Maar voor iets grotere cohousingprojecten zit je al snel aan die prijs,” aldus Kums. “Ik weet niet of dit mensen echt tegenhoudt om voor hun project te kiezen, maar het is vaak een onverwachte tegenvaller.”

Dat beaamt ook Maeyaert. “We waren op voorhand op de hoogte dat dit zou gebeuren, maar het valt toch op dat je als cohouser tussen de mazen van het net valt. In principe zou er een mogelijkheid moeten bestaan om geval per geval te kunnen bekijken.”

Projectmakelaars

Volgens Maeyaert is het bovendien niet de enige moeilijkheid waarmee cohousers geconfronteerd worden. “Ook het zoeken naar een lening liep bijvoorbeeld niet van een leien dakje. Het idee wordt dan wel gepromoot als een woonformule voor de toekomst, maar door de gaten in de wetgeving hebben we toch niet het gevoel dat de steun ervoor zo groot is. De mensen die wij kennen en in hun project slaagden, zijn vaak kleinere groepen.”

Ook Mark Van den Dries is ervan overtuigd dat cohousers nog te vaak als projectmakelaars worden beschouwd. Van den Dries woont in cohousingproject Brutopia in Vorst en begeleidt beroepsmatig andere cohousingprojecten. “Neem nu het project Îlot de Spiegel in Jette met twaalf wooneenheden. Omdat het bouwproject groter dan 1.000 vierkante meter is, wordt er een extra belasting van ruim 80.000 euro op geheven. Mensen die dus samen bouwen, worden extra belast.”

“Eind 2017 kaartten we deze belasting aan in het Brussels parlement, maar daar is uiteindelijk niets uitgekomen,” aldus Van den Dries. “Dat valt niet te rijmen met de belofte van het Gewest om zoveel mogelijk hindernissen voor deze woonvorm weg te halen. Als we samen bouwen, worden we afgestraft. In Jette hadden we achteraf gezien misschien beter voor juridisch twaalf afzonderlijke units gekozen.”

Voorlopig zitten er evenwel nog geen nieuwe plannen in de steigers met betrekking tot de fiscaliteit voor cohousers. Op het kabinet van Brussels minister van Financiën Sven Gatz (Open VLD) weerklinkt dat cohousing een redelijk nieuwe trend is. “De minister wil graag onderzoeken hoe we in de toekomst daar een antwoord op kunnen bieden.”

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?