Onverzettelijk Anderlecht (3): 'Zieltjes redden, dat was het belangrijkste'

Bekijk ook de afspeellijst: Onverzettelijk Anderlecht

Bernard Fenerberg was een Anderlechtse jongeman van zeventien toen hij op 20 mei 1943 in het verzet tegen de Duitse bezetter is getuimeld: "Ik heb gevaarlijker acties ondernomen, maar deze was de belangrijkste, zieltjes redden."

Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in Anderlecht veertien Joodse meisjes opgejaagd door de Duitse geheime politie Gestapo. Dankzij het kordate optreden van Fenerberg slaagt het verzet erin om de meisjes in veiligheid te brengen. Ze hebben allemaal de oorlog overleefd. Voor één van die meisjes, Jeanine Poler, is het een herinnering die tachtig jaar later nog dagelijks door haar hoofd spookt. Daarover getuigt ze in deze derde aflevering van 'Onverzettelijk Anderlecht'.

De roots van Fenerberg liggen deels in het huidige Oekraïne: zijn vader Joseph is geboren in de Oekraïense stad Drohobytsj, die op dat moment nog toebehoorde aan Polen. Zijn vader en zijn moeder, Rachel, waren joodse Polen, die op jonge leeftijd hun geboorteland verlieten en elkaar ontmoetten in Parijs. Zijn moeder vluchtte naar Frankrijk door antisemitische pogroms in Polen na de Eerste Wereldoorlog, zijn vader kwam er terecht na verschillende omzwervingen – hij werkte voordien onder meer als mijnwerker in Charleroi. Hun zoon Bernard werd ook geboren in Parijs, maar het gezin verhuisde naar Brussel toen hij één jaar oud was, en hij zou altijd in de stad blijven wonen.

Op veertienjarige leeftijd ging hij aan de slag als leerling-bontwerker. Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Als joods gezin, vier jaar na Bernard uitgebreid met dochter Clara Fanny, was de situatie van de Fenerbergs vanzelfsprekend uiterst beangstigend. “Begin 1942 werd mijn vader opgeroepen voor verplichte tewerkstelling, in een cementfabriek in het noorden van Frankrijk, voor de bouw van de Atlantikwall,” zegt Fenerberg. Hij zou zijn vader nooit meer terugzien. Joseph Fenerberg werd na zijn tewerkstelling in Frankrijk gedeporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz, waar hij stierf.

Later in 1942 vonden er verschillende razzia's plaats in Brussel, waar het gezin gelukkig aan ontsnapte, maar het was duidelijk dat hun situatie onhoudbaar werd. Ze beslisten om onder te duiken. “Mijn zus werd ondergebracht in een klooster in Heverlee, mijn moeder trok in als kokkin bij een adellijke familie, bij de graaf en gravin d'Aspremont Lynden,” vertelt Fenerberg. Als zestienjarige moest hij dan al zijn eigen weg zoeken. Hij klopte voor hulp aan bij de onderpastoor van de parochie Onze-Lieve-­Vrouw van de Onbevlekte Ontvangenis in Anderlecht, Jan Bruylandts, die hem aan een veilig onderkomen hielp. Fenerberg kreeg via zijn goede vriend Toby Cymberknopf, met wie hij ook samenwerkte bij een bontwerker, contact met het Belgische partizanenleger. Hij kon zelf nog niet toetreden tot het gewapend verzet, daarvoor moest je ouder dan achttien zijn.

Omdat hij zich in mei 1943 op dergelijke wijze had onderscheiden, kreeg Fenerberg dan toch de mogelijkheid om als zeventienjarige tot het gewapend verzet toe te treden. In de maanden nadien stak hij onder meer een koolzaadveld in Ruisbroek in brand, zodat de Duitse oorlogsmachine het koolzaad niet zou kunnen gebruiken. Bij andere operaties moest hij onder meer Duitse officieren ontdoen van hun wapens, die de verzetslieden nodig hadden voor zichzelf, en gingen ze op zoek naar verklikkers zoals 'Dikke Jacques'. Fenerberg bleef actief tot er plots enkele keren niemand meer kwam opdagen op de plaats van afspraak en hij het contact met het verzet verloor. Paul Halter was al een tijd voordien gevangen genomen en naar Auschwitz gedeporteerd. Hij zou als een van de weinige Belgen het concentratiekamp overleven, stond later mee aan de basis van de Auschwitzstichting en zou tot aan zijn dood voorzitter van die stichting blijven.

Kort na de bevrijding van Brussel, in september 1944, was Fenerberg herenigd met zijn moeder en zus. Later in zijn leven getuigde hij over zijn ervaringen voor een breed publiek, onder meer op scholen, opdat de volgende generaties niet zouden vergeten wat zich hier allemaal heeft afgespeeld. “Al is het niet gemakkelijk om kinderen van nu echt te laten ervaren hoe het was voor ons,” zegt Fenerberg. Hij zette ten slotte zijn belevenissen tijdens de oorlog ook op papier: in 2013 verscheen zijn autobiografische boek Ces enfants, ils ne les auront pas! – Récits de guerre et de résistant d'un ketje de Bruxelles.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?