Experts bezorgd over gevolgen taaltest kleuters: 'Mag niet bepalen of kind mag overgaan'

Bekijk ook de afspeellijst: donderdag 2 juli 2020
Updated: 02-07-2020 - 19:03

Experts taalontwikkeling zijn kritisch en bezorgd over de gevolgen van de taaltest die vanaf schooljaar 2021-2022 zal afgenomen worden bij kinderen van de derde kleuterklas. “Als het gebruikt wordt om het taalbeleid op school te verbeteren, is het zinvol. Als het mee bepaalt of een kind naar de lagere school mag, niet.”

Vanaf het schooljaar 2021-2022 moeten kleuters aan het begin van de derde kleuterklas een verplichte taaltest Nederlands ondergaan. Het niveau van taalontwikkeling bij kleuters nagaan kan zinvol zijn, omdat een goede kennis van het Nederlands essentieel is voor de latere slaagkansen in het onderwijs, maar voorzichtigheid is geboden.

Het idee is niet nieuw, veel Brusselse scholen testen het taalniveau van kleuters en scholieren al langer, reageert professor Esli Struys (VUB). “Omdat het Brussels onderwijs soms klassen met meer dan tachtig procent anderstalige leerlingen telt, zagen scholen zich hier al langer genoodzaakt om daarmee aan de slag te gaan. Zij hebben taalevaluaties ingevoerd om taalbeleid te ontwikkelen dat zowel taalsterke als taalzwakke leerlingen bereikt. Dan is het een goede zaak.”

Maar alles hangt af van de manier waarop je evalueert en van de gevolgen die je aan het resultaat koppelt, waarschuwt hij. Daar wringt het schoentje. Het Vlaams parlement heeft beslist dat als blijkt dat een kind het Nederlands onvoldoende beheerst, het een verplicht taalbad moet volgen of een vergelijkbaar alternatief. Als de taalachterstand op het einde van de kleuterschool nog te groot is, kan de klassenraad adviseren om de laatste kleuterklas over te doen. Ook al is dat advies niet bindend, als ouders het naast zich neerleggen en hun kind toch al naar de lagere school sturen, wordt hun kind in het eerste leerjaar verplicht ondergedompeld in “een taalbad”.

Het taalniveau verbeteren door de kinderen in aparte taalklassen te steken of zelfs een voltijds taalbad te geven, stuit op kritiek bij experts. Ook de OESO raadt zulke pull-outklassen af. Het sluit immers niet aan bij hoe taalontwikkeling van nature verloopt: een taal leer je vooral in interactie met moedertaalsprekers. “Als je anderstalige leerlingen uit de klas haalt om hen apart taallessen bij te geven, ontneem je hen de kans om te interageren met de leerkracht en Nederlandstalige kinderen”, verduidelijkt Struys. “Bovendien riskeer je door een apart taalbad de kinderen ook te stigmatiseren. Dat kan negatief zijn voor hun psychosociale ontwikkeling.”

Piet Van Avermaet, hoofd van het steunpunt Diversiteit en Leren (UGent) steunt Struys in zijn analyse. “Uit ons onderzoek is gebleken dat kansarme, anderstalige kleuters vaak meer gesloten vragen krijgen en minder aan de beurt komen in de klas. Daardoor krijgen ze minder kansen om Nederlands te oefenen. Als een taalevaluatie dient om te kijken waar het misloopt in de klas en te leren hoe je hen een taalrijkere omgeving kan bieden, is het zinvol. Anders niet.”

“Je moet ook opletten dat je geen te verregaande gevolgen verbindt aan het resultaat van een taaltest”, vervolgt Struys (VUB). “Je mag ook niet vergeten dat het slechts gaat om een momentopname. Kleuters zitten op die leeftijd middenin het proces van taalverwerving, dat kan sterk variëren. Een kind de toegang tot de lagere school ontzeggen enkel op basis van taalniveau, gaat veel te ver. Zeker omdat de meeste anderstalige leerlingen hun taalachterstand als kleuter later vanzelf inhalen, ook al kan het een paar jaar duren.”

Negatief effect

Van Avermaet is nog scherper. “Als een kind omwille van een taalachterstand blijft zitten, maar dat jaar vervolgens opnieuw op dezelfde manier wordt benaderd – met weinig open vragen en weinig spreektijd – zet dat geen zoden aan de dijk. Enkel als de leerkracht nagaat hoe het dat kind taalrijkere kansen kan geven, kan het verbeteren. Anders is zittenblijven een maat voor niets. En riskeer je eerder een negatief effect. Bovendien verloopt taalontwikkeling in sprongen. Het is best mogelijk dat een kind in de derde kleuterklas minder scoort, maar zes maanden later een enorme vooruitgang maakt. Taal ontwikkelt zich niet lineair en een eenmalige test is in die zin niet betrouwbaar.”

Wat werkt wel? “Je moet de taalondersteuning zoveel mogelijk integreren binnen het reguliere onderwijs”, aldus Struys. “Zodat taalarmere kinderen leren van de taalvaardige kinderen die je ook zou kunnen inzetten als buddy. Daarnaast train je je leerkracht best in hoe kinderen een tweede taal aanleren waardoor ze dit kunnen gebruiken in de les.” Essentieel is ook dat je ouders betrekt en zorgt dat zij doorheen de jaren de vooruitgang van hun kinderen kunnen volgen.

Struys besluit voorzichtig positief: “Het zou goed zijn om de reeds opgebouwde ervaring in veel Brusselse scholen te benutten en na te gaan welke aanpak werkt en welke niet.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?