interview

Milan Schreuer, Brusselaar bij The New York Times

© Saskia Vanderstichele
| Milan Schreuer studeerde eerst geneeskunde. "Dokter zijn vergt toewijding en verantwoordelijkheid. Dat neem ik mee als journalist."

Als The New York Times de laatste jaren meer artikels wijdt aan België, is dat mede te danken aan Milan Schreuer. De 30-jarige Brusselaar met familie in de drie taalgemeenschappen was voorbestemd om dokter te worden, maar is nu de enige Belgische redacteur van het journalistieke instituut. Met de aanslagen in Parijs en Brussel schreef hij zelfs voor de voorpagina van de krant.

Het Brusselse kantoor van de Amerikaanse krant is gevestigd in het Résidence Palace in de Wetstraat. Strak in het pak komt Schreuer de lobby binnen, die zich onder een glazen dak bevindt en gedomineerd wordt door een betegelde Andalusische fontein. In de lift vertelt hij dat de koloniale bestuurders vroeger hun intrek namen in het prachtige art-decopand.

Nu is het internationale journalistengilde hier thuis. De buren van The New York Times heten El Pais, ABC en Die Zeit. In de knusse redactiekamer ruikt het nog naar verf en krijgt Schreuer de nieuwe koffiemachine niet aan de praat. Hij glimlacht minzaam als hij de vragen hoort en formuleert zijn antwoorden bedachtzaam. Zijn Nederlands is doorspekt met Engelse uitdrukkingen.

Hoe komt een Belg bij The New York Times terecht?
Milan Schreuer: "Ik studeerde politieke wetenschappen in Parijs aan Sciences Po. Ik hoorde van een kennis dat hij een interessante zomerstage in het Parijse bureau van de krant had gedaan. Ik stelde mij kandidaat en mocht in mei 2015 beginnen. Daarna werd ik freelancer en uiteindelijk vaste redacteur. Er was met de aanslagen in Parijs en Brussel en met de Nederlandse en Franse verkiezingen nood aan lokale reporters. In oktober 2017 stapte ik over naar het Brusselse kantoor."

Waarover schrijft u?
Schreuer: "Over de Europese instellingen in Brussel, de NAVO en over politiek en maatschappij in België, Nederland en Frankrijk. Het bijzondere aan The New York Times is dat de krant een globale visie op het nieuws brengt, vanuit een helikopterperspectief. We brengen elk verhaal in zijn regionale en internationale context. Als ik schrijf dat de Belgische legerleiding overweegt om rekruten thuis te laten slapen in plaats van in de kazerne, kader ik dat binnen de vaststelling dat België binnen de NAVO een van de landen is die het minste geld besteden aan defensie in verhouding tot hun bruto binnenlands product."

Milan Schreuer, journalist bij The New York Times

"Wat in België gebeurt, zegt iets over Europa en de wereld. Bij verkiezingen zijn er vaak trends die zich doorzetten, zoals de opkomst van het populisme in 2016 en 2017."

"Ik schrijf zowel voor Amerikaanse lezers als voor Engelstalige Europese lezers, die een groeiende doelgroep vormen van de krant. Zeker online, want we hebben een digital first-strategie. Ik sprokkel ook geregeld reacties in Brussel of doe achtergrondonderzoek, dan ben ik contributor aan een artikel."

Hoe werkt de hiërarchie in de krant? Stuurt u uw stukken rechtstreeks naar de VS?
Schreuer: "Het Brusselse bureau is dit jaar uitgebreid tot vier personen, terwijl er vroeger maar één correspondent was. Mijn directe chef is Steven Erlanger. Hij heeft al vanuit 130 landen verslag uitgebracht en won twee Pulitzerprijzen."

"The New York Times heeft een regionale hub in Londen, die instaat voor de coördinatie van de Europese bureaus en marsorders geeft. Om 19 uur Belgische tijd is de dagelijkse deadline. Ik probeer tussen 16 en 17 uur mijn bijdragen door te sturen, want er gebeurt nog een grondige factcheck en eindredactie. Pas na een aantal mails of telefoongesprekken is de definitieve versie klaar."

"Ik probeer altijd alle keuzes zelf te onderschrijven, want het stuk verschijnt uiteindelijk onder mijn naam. Bij breaking news gaat alles veel vlugger en dan is het de bedoeling om een eerste versie online te krijgen binnen het uur na de feiten."

Zou u de bedrijfscultuur Amerikaans noemen?
Schreuer: "Ja, iedereen spreekt elkaar met de voornaam aan en er is een losse omgang op de werkvloer. Het is heel normaal om met je baas te praten over je familie en je dagelijkse leven, waarna hij je een opdracht geeft. Onlangs was CEO Mark Thompson op bezoek in Brussel en in afwachting van een meeting had ik een lang gesprek met hem. Je zou het contact oppervlakkig kunnen noemen, maar de Amerikanen die ik ken, zijn oprecht en appreciëren open, sympathieke mensen."

President Trump noemt The New York Times steevast ‘failing’, maar ‘The Gray Lady’ lijkt als baken van betrouwbaarheid net meer lezers aan te trekken. Is Trump een zegen voor de krant?
Schreuer: "Die vraag is eigenlijk above my paygrade, maar zoals ik het zie, probeert de krant objectief en kritisch verslag uit te brengen over het Amerikaanse presidentschap. Without fear and favour. Natuurlijk heeft een journalist voor elk artikel een beperkt aantal woorden en een beperkte tijd, maar we zijn transparant in onze berichtgeving en rekenen op een kritische lezer. Het is wel zo dat Trump aandacht creëert. Hij weet heel goed hoe hij nieuws moet maken."

Milan Schreuer, journalist bij The New York Times

Over naar België. U noemde ons land naar aanleiding van de Samusocial­-affaire in Brussel ’the world’s wealthiest failed state’. Een straffe uitspraak.
Schreuer: "België is inderdaad zeer welvarend en met elf miljoen inwoners ook niet zo klein en onbeduidend. Maar het land is zo opgesplitst dat er weinig overzicht is. De meeste Belgen kunnen de structuur niet uitleggen en volgen alleen de media van hun eigen taalgebied. Die complexiteit draagt niet bij tot goed bestuur en vlotte beslissingen."

"Voor thema’s als terrorisme, defensie, migratie, energie en milieu is samenwerking nu eenmaal noodzakelijk. De politiediensten werkten niet optimaal samen om terreuraanslagen te voorkomen. En de Belgische delegatie op het klimaatakkoord van Parijs bestond uit vier energieministers en een minister van Buitenlandse Zaken, die nog geen onderling akkoord hadden."

"Kortom, België heeft het internationale imago van een underperformer. Ik word er dagelijks mee geconfronteerd."

Nochtans heeft ons land veel potentieel. Ik denk aan Brussel, de haven van Antwerpen, de geografische ligging, de meertaligheid en de toponderwijsinstellingen. De staatshervormingen zijn ook altijd in vrede verlopen. De Belgische compromiscultuur is vandaag in Spanje ver te zoeken. En België heeft uit de aanslagen lessen getrokken en meer geïnvesteerd in veiligheid en integratie.

Hoe is het om opnieuw in uw geboortestad te wonen?
Schreuer: Ik woon in de Europese wijk, de Brussels bubble. Dat is handig omdat het op wandelafstand van het werk is en ik hier al mijn professionele contacten heb. Er zijn ook veel collega-journalisten, met wie ik informatie en ideeën uitwissel. Eerlijk gezegd is er weinig Belgisch aan de buurt. Het is vooral een internationale werkomgeving. Ook ik blijf in het weekend niet, want dan ga ik naar mijn Franse vriendin in Parijs.Wat me opvalt in Brussel is dat er minder Nederlands gesproken wordt dan vroeger. En veel Vlamingen mijden de stad omdat ze haar niet kennen of zich hier niet thuis voelen. Ongelooflijk, want in de hoofdstad valt er toch veel te zien en te beleven. De stad zou opnieuw op de A-lijst van reisbestemmingen moeten geraken. De verschillen tussen pakweg Woluwe en Molenbeek zijn ook zo groot.

U komt uit een doktersgezin en studeerde acht jaar geneeskunde. U werkte al op de spoeddienst van het Brugmannziekenhuis. Nog geen spijt van uw carrièreswitch?
Schreuer: Nee, ik kijk niet achterom. Ik heb een heel ongebruikelijke beslissing genomen, maar mijn familie en mijn professoren begrijpen het intussen. Mijn interesse in de sociale wetenschappen was sterk gegroeid na uitwisselingsprojecten in Ethiopië, Nepal, Italië en Frankrijk en daarom ben ik politicologie gaan studeren.

Geneeskunde heeft me trouwens veel bijgebracht: basiswetenschappelijke inzichten, omgang met statistieken, kritische zin. Dokter zijn vergt bovendien toewijding en verantwoordelijkheidszin. Dat neem ik mee als journalist.

Hebt u nog tijd voor andere zaken?
Schreuer: Ik loop veel, ik lees graag en ik spreek met vrienden af. Door mijn onregelmatige werkuren en het voortdurende reizen heb ik helaas nog geen tijd gevonden om in een band drums of piano te spelen of mij aan te sluiten bij een water­poloteam.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?