column

Beeldspraak: te grote gebouwen, te kleine steden

© PhotoNews
| 20 Oktober 2005: het broodhuis op de Grote Markt, museum van de Stad Brussel.

Elke week verzint Michaël Bellon een nieuw onderschrift bij een oude persfoto. Deze week: twee oudere dames op de trappen van het broodhuis op de Grote Markt op 20 oktober 2005.

20 Oktober 2005: het broodhuis op de Grote Markt, museum van de Stad Brussel
© PhotoNews
| 20 Oktober 2005: het broodhuis op de Grote Markt, museum van de Stad Brussel.

Dit beeld is op een eenvoudige manier komisch. Twee mensen op leeftijd komen tijdens hun avontuurlijke tocht door de stad even uitrusten op de Grote Markt. Dat is vanouds de centrale uitvalsbasis, al biedt ze dan geen gratis zitplaats, alleen tijdelijke houvast en een opstapje voor de voortzetting van de wandeling. De ene toerist zoekt, de andere geeuwt, terwijl ze ondertussen allebei permanent voeling blijven houden met sacoche en bagage.

Of de twee bij elkaar horen is niet zeker. Op het eerste gezicht zou je zeggen van wel, maar op het trapje is ook de tussenruimte gelaten waarmee vreemden meestal beleefd afstand houden. En de eensgezindheid die er normaal bestaat tussen twee wat oudere reisgenoten over de noodzaak van een sportieve stapschoen voor stevige stadswandelingen, schijnt hier te ontbreken.

Als we toch aannemen dat de twee samen horen, dan is de rechtse volgens hun al lang geleden vastgelegde taakverdeling de volgende etappe aan het uitstippelen, terwijl de linkse even de tijd mag nemen om onder het ongeremd slaken van dat goedmoedige geeuwtje uit te kijken naar wat er nog zal volgen.

Zij heeft duidelijk geen last van geeuwschaamte, die het gevolg is van het feit dat geeuwen - ook al is het een primitieve en onvrijwillige lichamelijke reflex - wel degelijk niet alleen op vermoeidheid, maar ook op mentale afwezigheid en zelfs verveling kan wijzen. Wie alleen vermoeid is, of in geen geval wil laten uitschijnen dat zij zich verveelt, zal haar geeuw dus proberen te onderdrukken.

michael bellon

Maar de geeuwster op de foto heeft daar geen last van. Zij voelt zich blijkbaar niet bekeken door iemand die vervelende conclusies uit haar geeuw zou kunnen trekken. Het is dus moeilijk te zeggen of ze gewoon vermoeid is of effectief tegen haar zin in het gareel van haar reisgezel loopt.

Hoe dan ook is de foto ook aandoenlijk omwille van het herkenbare project waarvan de vermoeidheid (of de verveling) van de ene, en de verbetenheid van de andere het gevolg is. Om op een efficiënte manier de sights van een stad te zien, is er behalve goesting ook een goede voorbereiding, opperste concentratie en veel doorzettingsvermogen nodig.

Wie dit weekend weer aan de slag gaat met de brochure van de Open Monumentendagen, weet dat het geen sinecure is om een parcours uitstippelen dat van punt A naar punt B gaat, en onderweg ook nog eens in de juiste volgorde D, G en K aandoet.

Om een indicatie van de locatie te geven heeft de fotograaf er ook voor gezorgd dat de banieren (het is de eerste keer dat ik dat woord nog eens kan gebruiken sinds het voorlezen van de stripreeks van De Rode Ridder aan mijn zesjarige dochter) van het museum in het Broodhuis ook op de foto stonden.

Door oog te hebben voor dat grotere plaatje heeft de fotograaf de twee mensjes verkleind, wat ook bijdraagt bij tot de sterkte van de foto. Een mens wordt immers altijd wat kleiner van de monumenten die hij bezoekt. Waren monumenten niet monumentaal, dan maakten ze ook niet de indruk die ze verondersteld worden te maken.

Paradoxaal genoeg zijn cultuursteden met te grote monumenten zelf te klein aan het worden. Door het jaar heen worden kunstenaars en cultuurliefhebbers dan wel scheef bekeken, tijdens vakanties moet iedereen plots naar de Mona Lisa in Venetië of het Lam Gods in het MAS, en ook tijdens weekends met Monumenten- en Erfgoeddagen blijkt de elitaire kunst van gisteren het volksvermaak van vandaag te zijn. De mens met de baksteen in de maag, sluit dan ook even wat arduin, blauwe steen en marmer in het hart.

‘Het museum van de Stad Brussel’ op de banier van het Broodhuis kan ook op die manier worden gelezen: ook onze stad wordt een openluchtmuseum dat iedereen gezien moet hebben. In de mate dat je je afvraagt wie oprecht geïnteresseerd is en wie zomaar wat geeuwend meeloopt.

Column: Beeldspraak

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift in zijn column Beeldspraak.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?