Celia Ledoux klein BRUZZ ACTUA 1619 cSaskia Vanderstichele
Column

Celia schiet met scherp: tout seul

Celia Ledoux
© BRUZZ
07/09/2018

Hij staat op de fietsstrook te sukkelen met een looprek. De strook is niet afgesloten en wagens scheren hem voorbij. Op het voetpad kan hij wellicht niet lopen door de kasseien. Kan ik helpen? Ça va, mompelt hij wanhopig. Hij moet naar het ziekenhuis.

Nondedju, denk ik even. Hulp aanbieden is makkelijker als die onnodig blijkt. Mijn auto staat vlakbij. Op het voetpad kijken mensen toe, ik vraag een van hen een stoel. “Ik ken hem wel,” zegt ze met gevouwen armen die haar gedacht al tonen. “Hij woont hier. Al zijn geld naar …” Ik hoor het niet, het zal wel “café” zijn. Hij ruikt nochtans niet naar drank. “Hij moet naar het ziekenhuis,” zeg ik. “Wie gaat dat betalen?” Zou ze politica zijn? “Voor die doe ik niks meer!”

Bon,” zeg ik. Ik moet me inhouden, hij woont hier. Iets later schuifelen we een kwartier lang over de twee meter tot de portierdeur. “U moet toch nergens zijn?” vraagt hij. “Neen,” lieg ik, want hij forceert zich. “Neem uw tijd.” Het looprek hangt half uit de koffer. Het zal moéten werken.

"Brusselse anonimiteit is heerlijk als je haar kan dragen"

Celia Ledoux, columniste

Celia Ledoux, BRUZZ-columniste

Tijdens de rit zijn mijn gedachten verdeeld. De route, voorzichtig rijden om zijn beleefd kermen te beperken. Wat smalltalk: “Best ver voor u, he?” “Neenee,” piept hij, “ik moest maar tot de tram.” De tram is dertig meter verder. Had hij hulp gekregen? Genoeg tijd bij het instappen van een ongeduldige chauffeur op een strak schema? Zijn nylon sportbroek verraadt contouren van een rond staketsel op zijn knie, aan zijn dunne pols is een reep spieren operatief weggehaald. Halverwege de rit grijpt hij naar zijn buik van de pijn. Aan deze oude man is veel gesleuteld. Ik draai het raam open. De geur van armoede is persistent. Op een beter moment pakt hij het flesje Cola Zero in de drankhouder, het is leeg. Ik moet bijna lachen. Had hij ervan gedronken?

Aan het ziekenhuis is er nog amper een kermend hoopje mens over. Een verpleegster helpt ons. Hij heeft een afspraak op urologie. Zijn stoma is verstopt, zegt hij pas nu. “Geen wonder dat u veel pijn heeft.” Ik neem haar terzijde, leg uit wat ik zag. “Il disait qu’il est tout seul,” zegt ze. Er is meer nodig dan een afspraak urologie. Ze zal zien wat ze kan doen.

De dag lang blijft hij me in gedachten. Brusselse anonimiteit is heerlijk als je haar kan dragen. De Federatie voor Huisartsen klaagde dit voorjaar misstanden aan in haar Zwartboek Geestelijke Gezondheidszorg. Consultaties bij huisartsen betreffen steeds vaker mentale klachten. Armoede, fysieke en mentale klachten vermengen zich. Ook deze man, wiens buurvrouw zo hard deed, zal wel geen gemakkelijke klant zijn. Onze toekomst hangt aan draadjes van één welwillende verpleegster dik.

De artsen klagen over communicatie­kloven tussen gespecialiseerde zorg en huisarts, over versnippering van bevoegdheid en ondervoorziening. Een stuk of zes bevoegde ministers in Brussel, veel initiatieven, heel weinig beschikbaar gemaakt geld of structurele hulp. Mensen glippen constant tussen dat warrige net vol gaten. En zo sukkelt Brussel verder. Het Zwartboek passeerde als een schip in de nacht. Maar met een klein beetje ongeluk vertelt het uw of mijn toekomst.

COLUMN Celia schiet met scherp

Een keer per week zet Celia Ledoux de stad in haar blootje in haar column.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Column, COLUMN Celia schiet met scherp, Celia Ledoux

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie