column

Culinair ontdekt: bobotie

© Saskia Vanderstichele

Reizen doe je met je ogen, met je neus en met je oren. Geuren en beelden van plekken waar je ooit bent geweest, blijven hangen in je hersenpan en duiken op een onbewaakt ogenblik weer op. Opgehokt zitten (en dat moeten we blijven doen, beste shopoholics) geeft mij meer reisherinneringen dan de ratrace. Ik krijg er honger van. Laten we dus op reis gaan aan ons fornuis.

Een van de mooiste plekken die ik ooit mocht bezoeken, is Kaap de Goede Hoop. Ik ben er geweest om naar de visserij te kijken, maar natuurlijk ook naar alle andere lekkernijen van dit zuidelijkste stukje van Afrika.

De Kaap is een schiereiland. Het is overigens niet het meest zuidelijke punt van het continent. Dat ligt een paar honderd kilometer verder naar het oosten: Kaap Agulhas. De grote stad ligt aan de noordkant.

Langs de oostkant van het massief waar de Tafelberg deel van uitmaakt, liggen opmerkelijke plekken: Groot Constantia en Kirstenbos. Het eerste is een statig wijndomein. Hier werd de wijn verbouwd die Napoleon dronk tijdens zijn laatste levensjaren op Sint-Helena.

Le vin de Constance had toen al een goede reputatie. In Kirstenbos, niet ver daarvandaan, huist de botanische tuin van Zuid-Afrika, steil tegen de helling van het massief. Hier zag ik voor het eerst een plantje rooibos en realiseerde ik mij pas dat rooibosthee geen thee is. In tegenstelling tot Meise, had de nationale plantentuin van Kirstenbos wel een memorabele horeca. Het is dáár dat ik voor het eerst bobotie heb gegeten.

Bobotie, een fijne ovenschotel van gehakt, is de plat national van de Kaap. Tenzij dat snoekbraai zou zijn, gebarbecuede 'snoek', Thyrsites atun, een grote roofvis uit de zee. Iedereen wil er daar een van op de kolen (niets te maken met onze zoetwatersnoek, Esox lucius).

Waar bobotie vandaan komt, weet men niet meer, de naam dook al op in Nederland nog voor Jan van Riebeek de kaapkolonie stichtte. Het recept lijkt trouwens op iets dat Apicius al maakte in het oude Rome. Men wijst ook weleens naar het Maleise bobotok.

Maar het recept is nu zo oud dat er heel veel variaties van bestaan. Het meest oorspronkelijke vond ik van de hand van Hilda Gerber, culinair journaliste uit Zuid-Afrika. Het dateert van 1949: verkruimel wat oud brood en week het in melk. Meng dat (licht uitgeknepen) met een halve kilo gehakt, 2 eieren, een heel fijn gesnipperde ajuin, 50 gram boter, 2 geperste looktenen en een lepeltje kerriepoeder.

Vet een taartvorm (met hoge randen) rijkelijk in en stort het mengsel erin. Strijk glad en steek er hier en daar citroenbladeren in. Schuif in de oven bij 180 graden.

Wanneer de bovenkant kleurt, haal je even de schotel uit de oven en begiet je de oppervlakte met een mengsel van twee eieren, geklopt met een halve kop melk en een lepeltje borrie (Afrikaans voor kurkumapoeder). Laat verder garen in de oven. Niet te heet, de schotel mag niet uitdrogen. 'Moet altijd opgediend worden met rijst,' schreef Gerber.

Sommige auteurs noemen dit een Kaaps vleesbrood, en eigenlijk is het dat ook, maar dan in taartvorm. Latere eetschrijvers bakken het vlees eerst aan, ze zeggen dat bobotie van oorsprong wordt gemaakt met het gehakte vlees van een vorige maaltijd, meestal schapenvlees.

Ook mengen ze er noten, amandelen en rozijnen door. Je kunt het sap van een appelsien gebruiken in het mengsel en de bovenkant versieren met schijfjes appelsien. En dan op het terras genieten tussen de doringboom (Acacia), de suikerbossies (Protea) en de vuurpijlen (Kniphofia). Smakelijk.

Culinair Ontdekt met Nick Trachet

Nick Trachet weet wat lekker is en is niet te beroerd die kennis te delen. Van appel tot zeemonster, wekelijks.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?