column

Culinair ontdekt: lontai

© Nick Trachet
| Lontai.

Allspice, pimentkorrels, quatre-épices, Jamaica-­piment, English pepper … Deze specerij kent vele namen, maar is niet erg bekend. Ik gebruikte de pimentkorrels enkele keren in recepten in de vorige weken, maar bedacht toen dat er misschien toch maar weinig mensen zijn die weten wat dat is.

Dat viel mij op toen ik er zelf naar op zoek ging. Ik dacht dat ik deze specerij overal zou kunnen vinden, maar dat is niet zo, vrienden uit de buurt keken mij niet begrijpend aan. In de supermarkten staan er flesjes met allerhande nutteloze kruidenmengsels, maar geen piment. Piment/lontai is dan ook een wat atypische specerij. Maar de aanhouder wint.

Toen Columbus in Amerika aankwam, dacht hij dat hij op de specerijen­eilanden van Zuidoost-Azië zat. Hij keerde snel terug met zijn drie scheepjes en kwam nog geen jaar later alweer terug met een hele vloot van zeventien schepen, klaar om de ruimen vol te scheppen met peper, muskaatnoten, kruidnagel, kaneel en kardemom.

Dat viel wat tegen. Ze vonden bomen die geuren verspreidden die er wat op leken, maar niet de zo innig gewenste klassieke specerijen die Europa al gebruikte sinds de Oudheid. Op Jamaica vonden zijn reisgenoten een boom die ronde vruchtjes had en enigszins peperachtig smaakte. De Spanjaarden doopten die vruchtjes pimienta, wat nog steeds hun woord voor peper is (aan chilipeper, pimiento, waren ze toen nog niet toe). Maar het was dát niet!

Nick Trachet, culinair journalist

De Europese keuken ging aan deze specerij voorbij, toch is ze in elders ingeburgerd geraakt, maar dan op de achtergrond, bij de gespecialiseerde gebruikers als ingrediënt van sausen, bereidingen en specerijen­mengsels.

Het gaat om de vruchtjes van een plant die wetenschappelijk geklasseerd staat als de Pimenta officinalis. Het is een boom die tien meter hoog wordt en trossen bloemetjes draagt. De bladeren ruiken ook naar specerij, maar Columbus’ medereiziger Diego Alvarez Chanca, die over de planten schreef die toen ontdekt werden, miste blijkbaar de vruchtjes van deze potentiële kruiderij, misschien kwamen zij daar aan in het verkeerde seizoen?

De boom is van de familie der Myrtaceae (Myrtefamilie), net zoals de kruidnagel. Hij komt vooral voor op het eiland Jamaica, en ooit dacht men zelfs dat dat de enige plek was waar hij groeide, maar dat blijkt ook weer niet waar. Na de bloei groeien er kleine bolvormige steenvruchtjes op, en die worden dan geoogst wanneer ze nog groen zijn, net voor de rijpheid. Gedurende enkele weken gedroogd worden ze donkerbruin en zo kan je ze wel aanzien voor peperbolletjes, maar ze zijn groter.

Op elk bolletje herken je nog de bloemkroon. Het lijkt een beetje op een oogje, en daarvan komt de Surinaamse naam (die enkel in ons taalgebied wordt gebuikt) lontai, wat Sranang is voor rond oog: lontoe betekent rond en ai is oog (eye in het Engels).

Lontai vervangt met gemak andere specerijen. De bolletjes smaken een beetje naar peper, naar kruidnagel, muskaatnoot en kaneel, door elkaar gemengd. In Frankrijk spreken ze daarom van piment quatre-épices, maar dan moet je beseffen dat er ook kruidenmengsels verkocht worden die écht van de vier voornoemde specerijen zijn gemaakt en quatre-épices worden genoemd! Niet hetzelfde. Het natuurlijke origineel is altijd beter dan de som van de delen.

Lontai is te gebruiken in alles wat om specerijen vraagt: zeker in bouillons, zalig in stoverijen en in tropische gerechten. En Jamaican Jerk, uiteraard! Ik doe ze (gemalen) in de chili con carne en ze kunnen ook in heel wat koekjes. De droge vruchten zijn makkelijk tot poeder te stampen, iets wat met kruidnagel niet echt evident is. Smakelijk.

Culinair Ontdekt met Nick Trachet

Nick Trachet weet wat lekker is en is niet te beroerd die kennis te delen. Van appel tot zeemonster, wekelijks.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?