Culinair ontdekt: spuitwater

Kent u deze discussie? Ergens in een restaurant:
Klant: “Graag ook een fles spuitwater”
Garçon, breeduit glimlachend: “S.Pellegrino?”
Klant: “Neen, liever een Belgisch water”
Garçon, beteuterd: “We hebben alleen S.Pellegrino”

Water is in een restaurant gewoon water, als het maar betaald wordt. Waarom is er geen keuze? En vooral: wat is er zo geweldig aan S.Pellegrino dat alles ervoor moet wijken? En is dat niet een beetje vreemd, die mono­polisering van restaurantwater in Brussel door één enkel buitenlands watermerk? Soms is het een ander etiket: Aqua Panna. Dat lijkt een alternatief, maar waarom moet men in België, spuitwaterland, Italiaans water drinken waar niets beter mee is dan met het onze?

Wat is dat eigenlijk, S.Pellegrino? Een kleine veertig jaar geleden op rugzaktocht, maakten wij ons vrolijk over Italiaans spuitwater. In welk dorp je ook kwam, overal had je ander spuitwater, meestal genoemd naar een lokale heilige, dat in flessen kwam met daarop een ongehoorde chemische uitleg over wat er allemaal in dat water zat. Een of andere professor van een universiteit ondertekende hoeveel uranium, strontium en andere leuke stofjes het water zo bijzonder maakte. Als de Italianen al onder de indruk waren, wij niet. Enkele decennia later waren al die merkjes verdwenen, er bleven er nog maar een handvol over, hoe kan dat?

Nick Trachet, culinair journalist

Wat is dat eigenlijk, S.Pellegrino? Ik ben het gaan opzoeken. San Pellegrino Terme is een kuuroord in de bergen ten noorden van Bergamo, in de Val Brembana, de vallei van de rivier Brembo, aan de andere kant van de bergen ligt de gastronomisch ook opvallende Valtellina. De bronnen in de vallei zijn bekend sinds de middeleeuwen, Leonardo da Vinci kwam er ooit. Commercieel wordt het water in flessen verhandeld sinds 1899. Al snel werd het geëxporteerd.

Vandaag produceert het bedrijf, dat ondertussen behoort tot de Nestlé-groep en ook het merk Aqua Panna heeft overgenomen, naar eigen zeggen meer dan een miljard flessen frisdrank per jaar. Ze exporteren naar Japan en Australië en vooral naar de Verenigde Staten. Landen die zonder twijfel allemaal ook lekker water produceren.

Maar waarom hier? Hoe komen ze erbij. Het is absurd dat men water in zware flessen en kratten per vrachtwagen 972 kilometer laat afleggen om hier in een gewoon steakrestaurant op tafel te worden gezet. Zonder alternatief.

Als een garçon weer eens met de vraag: “S.Pel­le­grino?” afkomt, zeg ik hem: “Neen, hebt dan u geen water van de Amalbergabronnen uit Gavere? Of Bon-Val uit Bavikhove? Allicht Bru uit Chevron? Water van Chaudfontaine? Clémentine uit Spixhe (niet ver van Spa)? Cristal Monopole van Aarschot of dan Duke (Francorchamps) misschien? Ginstberg (Scheldewindeke)? Harre uit Werbomont-Ferrières? Koningsbronnen van Brakel of Leberg uit Roosdaal in Vlaams-Brabant?

U hebt toch zeker Ordal uit Ranst? Echt geen Pouhon de Bande? Of Spa misschien? Neen, dan ga ik voor Sty uit Céroux-Mousty of Sunco uit Ninove, Top uit Brakel, Volette uit Etalle, Val(vert) uit Boortmeerbeek of Villers Monopole uit Villers-le-Gambon (Philippeville).

Wanneer de kelner dan weer bij is gekomen kan ik hem vertellen dat al deze Belgische waters staan op de lijst van de FOD Volksgezondheid over de ‘natuurlijke mineraalwaters die erkend zijn en die een toelating hebben om in de handel gebracht te worden overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater’. Smakelijk.

Culinair Ontdekt met Nick Trachet

Nick Trachet weet wat lekker is en is niet te beroerd die kennis te delen. Van appel tot zeemonster, wekelijks.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?