interview

Argos-directeur Niels Van Tomme: 'Antiracisme kan niet bij woorden blijven'

Niels Van Tomme, directeur van Argos, centrum voor audiovisuele kunsten.© Saskia Vanderstichele

Een cultuurhuis moet betrokken zijn bij wat er in de maatschappij leeft. Anders maakt het zichzelf overbodig. En dus postte Argos, het centrum voor audiovisuele kunsten, een zwart scherm op de website om de actie voor George Floyd mee te steunen. “Zwarte mensen in de kunsten krijgen nog altijd weinig toegang,” reageert directeur Niels Van Tomme.

Wie is Niels Van Tomme?

  • Geboren in 1977
  • Studeert aan het Ritcs
  • Curator onder meer in de Akademie der Künste (Berlin), The Kitchen (New York), Contemporary Arts Center (New Orleans), Gallery 400 (Chicago), Tallinn Art Hall (Tallinn), P! (New York) en de Bucharest Biennale 7 schrijft voor The Wire, Art in America en Art Papers
  • Publiceerde verschillende boeken, waaronder Where Do We Migrate To? (2011) en Aesthetic Justice (2015) gaf les aan Parsons (New York) University of Maryland (Washington DC), Vassar College (New York), School of Visual Arts (New York), Queen Mary University (London), Jan Van Eyck Academy (Maastricht) en de School of the Art Institute (Chicago)
  • Wordt in 2016 directeur van De Appel in Amsterdam
  • Sinds december 2018 directeur van Argos

We zijn in een volledig leeg en doods Argos. In het centrum voor audiovisuele kunsten had de Tony Cokes-expo moeten plaatsvinden. Cokes, een zwarte Amerikaan, is met zijn kunst voorvechter van gelijke rechten en kaartte in het verleden raciaal geweld in de Verenigde Staten aan. Met wat er nu gebeurt zat de expo pal in de actualiteit, maar ze is naar september verplaatst. “Ze zal nog even actueel zijn, aangezien de antiracistische strijd relevant blijft,” zegt directeur Niels Van Tomme. Niels Van Tomme groeide op in Vlaams-Brabant, en woonde al een tijd in Brussel, van 1999 tot 2005, toen hij naar de VS vertrok. Nu is hij, na een tussenstap in Amsterdam, terug in de hoofdstad waar hij in december 2018 directeur werd van Argos.

U studeerde film, maar het draaide anders uit. U werd curator.
Niels Van Tomme: Om filmmaker te worden moet je geïnteresseerd zijn in literatuur, fi losofi e, psychologie, sociologie, muziek, performance … Het is een kunst die alle kunsten hybridiseert en er iets nieuws van maakt. Je moet veel interesses cultiveren, maar op een bepaald moment moet je wel met iets komen: de filmmaker- persoon. Dat is bij mij mislukt. Als filmmaker faalde ik, maar mijn interesses zijn gebleven. Mijn docenten waren mensen als Lieven De Cauter, Dieter Lesage en Dirk Lauwaert. Cultuurfilosofen dus. Zo ben ik meer in de theorie geïnteresseerd geraakt en in de maatschappelijke en politieke functie van fi lm en beeldende kunst. Je zou kunnen zeggen dat zij het voor mij dus als fi lmmaker een beetje verpest hebben (lachje).

Niels Van Tomme, directeur van Argos, centrum voor audiovisuele kunsten

Na een eerste expo in Genk trok u naar de VS om het als curator te gaan maken. Lukte dat?
Van Tomme: Ik zag te weinig groeikansen in Europa. In 2006 ben ik naar Washington DC verhuisd. Dat was een avontuurlijke en uitdagende stap. Ik moest me zichtbaar maken in de culturele scene. Tegelijk keek ik er enorm naar uit. In mijn tentoonstellingen speelt de maatschappelijke context een grote rol. Washington DC belichaamt het politieke wereldtoneel. Ik verwachtte een kunstscene die geëngageerd en heel uitgesproken was, maar ik ondervond het tegenovergestelde, en een eerder kleine, lokale scene. Er zijn daar wel grote instituten als The Smithsonian, dat fantastisch werk levert, maar toen nooit echt op het scherp van de snee. Ik heb toen, samen met een professor van de American University, een klein festival georganiseerd, met nul euro. Maar het werkte. The Washington Post en andere kranten schreven over ons. Ik kon aan de slag bij de galerij die het festival ondersteude. Zo heb ik me een eigen weg gebaand als onafhankelijk curator. Later ging ik in New York wonen.

U vindt maatschappelijke betrokkenheid belangrijk. Waarom?
Van Tomme: Kunst is altijd ingebed in een sociale context. De zogenaamde autonomie van de kunst heeft me nooit aangesproken. Wat mij echt interesseert, is wat kunst teweeg kan brengen. Welke discussies eruit kunnen ontstaan en wat het kan activeren.

Niels Van Tomme, directeur van Argos, centrum voor audiovisuele kunsten
© Saskia Vanderstichele
| “De standbeelden van Leopold II moeten weg. Ze zijn storend,” zegt Argos-directeur Niels Van Tomme.

Meer dan het esthetische gevoel dat het opwekt bij de bezoeker?

Van Tomme: Ik zal de ervaring van schoonheid of vervreemding die kunst kan veroorzaken zeker niet minimaliseren. Ook al werk ik graag met meer politiek en sociaal geëngageerde kunstenaars of collectieven, dan nog is de poëtische of conceptuele dimensie van hun werk even belangrijk. Kunst mag niet louter pamfl ettair zijn. Er moet een bepaalde zeggingskracht van uitgaan.

Wat betekent een expo voor u?

Van Tomme: Een manier om ergens bij stil te staan. Dat kan niet altijd in het dagelijkse leven, iets waarvoor je niet altijd de tijd krijgt. Kijk maar als je als individu in een discussie terechtkomt. Er is dan vaak meteen een soort van defensieve refl ex. Terwijl het veeleer zou moeten gaan over luisteren en je openstellen voor de ander. De dialoog moet ook het uitgangspunt zijn voor de artistieke praktijk. Dat is een moeilijk, traag en dwars proces, maar wel heel vruchtbaar. Een tentoonstelling in Argos is natuurlijk beperkt – we programmeren geen blockbusters zoals Bozar, maar we werken wel heel toegankelijk: met audiovisuele kunsten. We zijn allemaal bezig met het audiovisuele. We zitten voortdurend op onze schermpjes te kijken.

Toch krijg je soms het gevoel dat Argos in de marge werkt. Dat audiovisuele kunst ‘niche’ is.

Van Tomme: Niet akkoord. Neem nu iemand als Sven Augustijnen: zijn Spectres-fi lm werd zelfs op de VRT vertoond. Of een event als de biënnale van Venetië, dat miljoenen bezoekers trekt, en waar veel uitdagende audiovisuele kunst te zien is.

U hebt hier Rachida Aziz uitgenodigd, die een punt heeft gezet achter LeSpace. Wat hebt u daaruit geleerd?

Van Tomme: Ik leerde daaruit dat er in Brussel een heel precair kunstenlandschap is. Plekken als LeSpace en GlobeAroma ontwikkelen hun eigen scene, parallel aan de offi ciële instituten. Ze bereiken op een heel organische manier een superhybride publiek dat de grote kunsthuizen niet bereiken. Tegelijk zijn ze heel kwetsbaar. Kijk naar LeSpace, dat is moeten sluiten. Er ontstaat een scene vanwaaruit sommige kunstenaars dan uiteindelijk in de grote kunsthuizen terechtkomen, maar waarbij de echte laboratoria in de kou blijven staan. De oefening die ik met Argos wil maken is hoe we die kunstscenes hier wel een plek kunnen geven.

Niels Van Tomme, directeur van Argos, centrum voor audiovisuele kunsten
© Saskia Vanderstichele
| Niels Van Tomme, directeur van Argos, centrum voor audiovisuele kunsten.

Brussel is een kunstenaarsstad. Wat is haar aantrekkingskracht?

Van Tomme: Toen ik in 2018 naar Brussel terugkwam, kreeg ik een goed gevoel. Ik vond hier een energie die ik in Amsterdam minder vond, en die ik ook niet kende van mijn vorige periode in Brussel. Hier heerst productieve chaos.

Verwacht u veel van KANAL-Pompidou? Het ligt hier om de hoek.

Van Tomme: Het kan iets teweegbrengen, maar de gebeurtenissen rond het ontstaan ervan, en de politieke beslissingen die genomen zijn, zijn natuurlijk heel jammer.
KANAL-Pompidou kan toch een ankerpunt zijn in deze buurt, waarrond van alles ontstaat? VAN TOMME: Of het kan het omgekeerde zijn. Dat het alles opslorpt. KANAL is er gekomen vanuit een urban developmentplan. De gentrifi catie loert om de hoek. Anderzijds zie ik de kracht van Brussel: kleine initiatieven laten zich niet knechten.

U hebt kritiek op de grote instituten als KANAL, maar u bent ook directeur van een instituut met naam en faam. Is dat geen blok aan het been? Als curator heb je meer vrijheid.

Van Tomme: Ik zie hierin een kans om Argos opnieuw te positioneren. Natuurlijk is onze collectie heel waardevol, maar Argos wil meer zijn dan een collectie. We kunnen met mensen uit de buurt gaan werken.

Hoe kijkt u naar New York vandaag? De VS staan in brand.

Van Tomme: Racisme zal niet verdwijnen zolang de maatschappelijke structuren racistisch zijn. Dat geldt niet alleen voor de VS, maar evenzeer hier. Zeggen dat je als witte persoon niet racistisch bent, is niet voldoende. Je moet actief antiracistisch zijn. Zoals bij de eerste golf van BlackLivesMatter-protesten wordt er langzamerhand een kantelpunt zichtbaar. Waaruit misschien iets nieuws kan ontstaan. Dat is mijn optimistische kijk op de zaak. Als ik het met een donkere bril bekijk, dan vraag ik me af of er iets fundamenteels kan veranderen zolang we niet bereid zijn om onze eigen posities in vraag te stellen en onze verantwoordelijkheid te nemen. Ook corona had een kantelpunt kunnen zijn in onze samenleving. Ik heb het gevoel dat we, nu de epidemie verzwakt, in de oude gewoontes vervallen. We zitten weer in het vorige stramien.

Wat bedoelt u daarmee?

Van Tomme: Ik ben onlangs naar een aantal grotere expo’s geweest in Brussel en had het gevoel me in een warenhuis te bevinden. Wachten in de rij. Kijken naar de kunst. En te veel volk in te kleine ruimtes. Wij zitten als culturele huizen allemaal in een verhaal dat we tegen wil en dank moeten proberen zoveel mogelijk bezoekers aan te trekken, meer tickets te verkopen, altijd maar meer inkomsten te genereren. Maar intussen denken we te weinig na over wat we écht willen.

En, wat willen jullie écht?

Van Tomme: De vraag is: hoe kunnen we de visibiliteit van zwarte kunstenaars en organisaties verhogen met de tools die Argos heeft? Onze website ging drie dagen dicht in solidariteit met BlackLivesMatter. Maar we willen verder gaan. Zo zullen we systematisch antiracistische strategieën implementeren bij Argos. We willen ons huis openzetten. Zwarte mensen in de kunsten krijgen nog altijd weinig toegang.

Wat vindt u van het voorstel om de Leopold II-standbeelden weg te halen uit de stad?

Van Tomme: Ze moeten weg. Ze zijn storend. Ook stoort het mij dat dit gesprek tussen witte mensen wordt gevoerd zonder te luisteren naar zwarte stemmen. We hebben goeie musea waar die standbeelden een plaats kunnen krijgen. Nog iets. Ik woon op de Generaal Jacqueslaan. Hij is een generaal uit de kolonie die onaanvaardbaar wreed tekeer is gegaan. Moeten we die straatnaam houden? Het is beter om een positief en constructief straatbeeld te bouwen, waarin alle Belgen en Brusselaars zich thuis kunnen voelen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?