interview

Tussen kunst en strip: Judith Vanistendael maakt een beeldverhaal voor het Louvre

Als eerste vrouwelijke stripmaker mocht Judith Vanistendael het Louvre binnenstebuiten keren op zoek naar een beeldverhaal. Met Atan van Kea duikt ze in de 5.000 jaar oude Cycladische cultuur om boven te komen met een fonkelend verhaal over kleien dromen, marmerharten en verveelde muzes, dat intiem echoot in het heden.

“Op een dag krijg je een telefoontje met de vraag of je wilt deelnemen aan de stripreeks van het Louvre. Als je 'ja' zegt, heb je carte blanche. Je krijgt een pas om zo vaak als je wilt naar het museum te gaan, je loopt er rond, gaat aan de slag met het gebouw, met de suppoosten, de geschiedenis, de collectie of één stuk, wat je maar wilt. In de eerste jaren hebben auteurs er zelfs overnacht met hun familie. En ik, ik viel in corona.”

Judith Vanistendael heeft er vast een zinnetje aan gewijd in haar 'dankbaarheidsdagboek', en ze vindt het nog steeds surrealistisch dat zij, als eerste vrouwelijke stripmaker, deel uitmaakt van de prestigieuze reeks beeldverhalen die het Louvre en de Franse stripuitgeverij Futuropolis sinds 2005 uitbrengen en waarin hedendaagse helden van de negende kunst als Jirô Taniguchi, Enki Bilal, Étienne Davodeau en Nicolas de Crécy figureren, maar vlekkeloos verliep haar deelname niet. “In december 2020 werd ik uitgenodigd, in januari 2021 heb ik het museum voor het eerst bezocht. In de zwaarste lockdown van Frankrijk, toen je bewegingsruimte beperkt was tot één kilometer rond je woning en om 18 uur de avondklok luidde. Heel bizar, hoor, in een leeg, gesloten Louvre te worden rondgeleid. Maar de collectie Cycladische kunst daar fascineerde me allang én was ook te bekijken op het internet. Voilà, keuze gemaakt.”

VUILE KUNST
Prachtige, sobere vrouwenbeeldjes uit wit marmer bevolken die collectie. “Ze zijn tot 5.000 jaar oud,” vertelt Judith Vanistendael. “Het is een heel oude cultuur, uit de bronstijd, van voor het paleis van Knossos en de Minoïsche en Myceense beschavingen, die bestond op de eilandengroep in de Egeïsche Zee. Het is geen 'grote beschaving', ze hadden geen schrift, woonden in veelal kleine dorpjes. In de negentiende eeuw is ze ontdekt en vonden we die beeldjes blijkbaar heel lelijk. Daarna hebben de modernisten er een gegeerde kunstvorm van gemaakt, die werd verkocht op de internationale kunstmarkt, tentoongesteld in galeries, werd verzameld, gekopieerd en geroofd, en die door vernieuwers als Picasso, Modigliano en Brancusi werd bewonderd. Dat contrast tussen die oude cultuur, die de beeldjes in reeksen maakte, in grote hoeveelheden, en onze twintigste-eeuwse fascinatie ervoor, die we uiten door ze in een soort tempels van de kunst te steken, speciaal belicht, heel sober, ontdaan van elke context, een beetje weg van het leven, vond ik een interessant gegeven. Het is als de witte vloer van het onlangs heropende KMSKA: het gaat over het totaal uitbannen van elke werkelijkheid, materialiteit en viezigheid. Terwijl ik als striptekenaar een massaproduct maak, dat niet in een of andere heilige ruimte maar in de huizen van mensen binnendringt, en daar rondslingert, op de keukentafel ligt, met thee wordt bevuild.”

Atan van Kea
© Judith Vanistendael

Goede kunst zit het leven altijd op de huid, vindt de Molenbeekse stripmaker en lesgever aan LUCA School of Arts, wier lichtvoetige, kwetsbare en diepmenselijke oeuvre onlangs – eindelijk! – met de Bronzen Adhemar werd bedacht. En als dat leven kan binnendringen in de kunst, kan de kunst ook binnendringen in het leven. “Dat is wat ik doe: proberen mensen in hun hart te raken,” vertelt Judith Vanistendael. “Mij gaat het om ambacht, het goed vertellen van een verhaal. Mijn kunstwerk is niet de originele tekening, maar dat wat van de drukpers rolt, het liefst in 20.000 identieke exemplaren. Het heeft niets van het sacrale van kunst. Iedereen voelt dat haarfijn aan, heel heilig is het beeldverhaal niet, hé. Het is een intieme kunst, die opleeft wanneer je een boek openslaat, en tegelijk een kunstvorm van de massa­samenleving. Dat heden zag ik weerspiegeld in die oude Cycladische beeldjes. Ik heb ze, omdat er zo weinig over geweten is, volledig naar mijn hand kunnen zetten.”

KRONKELEN EN SUDDEREN
In die handen van Judith Vanistendael groeien de beeldjes uit tot marmerharten, gekoesterde gebruiksvoorwerpen die levens begeleiden en beschrijven, en een echokamer zijn voor angsten en verlangens. Onder meer die van Atan, een verlegen, zwijgzame, dromerige tiener met gouden handen en ambities, die vanuit zijn dorp naar meester Dario op Naxos trekt om “de beeldhouwer van Kea” te worden waartoe hij is voorbestemd. Tussen de monotonie van de marmerharten verveelt zijn muze zich steendood, Atan ziet liever zijn mythologische helden, hele werelden in een steen. De kunst roert zich.

En dat echoot wondermooi in het heden. “De meeste mensen wandelen niet rechtdoor,” klinkt het in Atan van Kea. “Alleen kronkelt het soms zo hard dat je in de knoop raakt,” vult Judith Vanistendael aan. Zelf heeft ze ook een tijd gekronkeld en geen les meer gegeven door een burn-out. Maar de pit van ontroering in Atan van Kea schonk haar zoon Simon haar. “In het begin van de lockdown hebben we onze kinderen gezegd: ‘Misschien heb je wel iets wat je al heel lang graag zou willen proberen, wel, het ziet ernaar uit dat dit het moment is. Laat maar weten wat je nodig hebt, dan bestellen we dat en kunnen jullie je smijten in het maken.’ En Simon zich daar het hardst op gesmeten. Hij had twee maanden eerder bij vrienden van ons in Berlijn al gekleid, en hij vond dat fantastisch. Prachtige dingen had hij daar gemaakt. En hij zei: ‘Ik wil verder kleien.’”

HANDDENKEN EN DURVEN
“Wel, dat was een explosie!” lacht Judith Vanistendael. “Ons huis staat intussen vol met beeldjes, van superhelden, monsters, doodshoofden, walvissen, noem maar op. Hij heeft eigenlijk een talent ontdekt, heeft ervaren dat hij een 'handdenker' is. Nu is hij thuis en gelukkig in het kunstonderwijs. Daar getuige van zijn, van de moeite die hij had met het klassieke onderwijs, niet omdat hij niet slim is, maar omdat hij moeite had met het leersysteem en met theorie, én van die ontdekking van een talent, van een kern die onvervreemdbaar is, hoe moeilijk het leven ook nog zal worden, was indrukwekkend. Maar het deed me ook herbekijken hoe ik zelf lesgeef, wat ik eigenlijk tegen die jonge mensen zeg: 'Vind je stem!' Ja, whatever, wat betekent dat eigenlijk? Vind je stem! Blend in! Waar stop jij en begint de samenleving? Moet je uniek zijn of net de TikTok- en Instagram-standaard nastreven? Ik ging misschien te licht over hoe ik die transformatieve periode, die zoektocht van jonge mensen naar hun talent, hun positie in de samenleving kon begeleiden. Mijn papa zegt altijd: 'Je kinderen voeden jou op.' Dat merk ik meer en meer, hoe ze je dwingen tot het bijschaven van je inzichten.”

SELECT OKT Atan-van-Kea
© Judith Vanistendael

“Jonge mensen ervaren gewoon veel druk. Ik merk dat aan mijn oudste dochter, die is op heel korte tijd veel wijzer geworden. In de lockdown is ze achttien geworden. Haar generatie staat heel anders in het leven dan ik toen ik haar leeftijd had. Ik was totaal losgeslagen. Ik liep wel rond in T-shirts van Greenpeace, maar een verantwoordelijkheidsgevoel had ik eigenlijk niet echt. Jongeren vandaag zijn noodgedwongen wat ernstiger. Omdat ze dingen hebben meegemaakt die wij niet hebben meegemaakt. Ik hoefde alleen met mijn eigen rommel bezig te zijn. Voor mij ging de wereld open. De Muur viel toen ik veertien of vijftien was, de globalisering speelde zich af. Ik kon overal naartoe vliegen, de grenzen waren open, de munteenheid kwam er. Dat was ongelofelijk. Nu pas zie ik dat dat misschien toch niet zo goed was. Weet je, ik had laatst een gesprek met mijn dochter, die aankondigde iets met mensenrechten te willen gaan doen. Ik reageerde: ‘Ah, da’s goed, want er moet veel gebeuren! Het is aan jullie!’ Waarop zij zei: ‘Het is helemaal niet aan ons, het is aan jullie! Jullie zijn aan de macht. Ik ben twintig!’ Ze heeft gelijk, het is niet aan haar, het is aan ons.”

“Het besef dat ik bijdroeg aan de druk, maakt dat ik de dingen in vraag ben gaan stellen. Ik ben een strenge leerkracht, uit liefde, denk ik, maar wel streng. Of helder. (Lacht) Maar nu bevraag ik dat meer. Omdat het doorgeven van kennis en het omkaderen van jonge mensen een belangrijke taak is, die ik misschien niet gewichtig genoeg benaderde. Ik wil die jonge mensen, die talenten laten openbloeien, dat is de ambitie, het doel. En daar komen technische vaardigheden bij kijken, en die moet je oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Maar je veilig voelen om je creativiteit de vrije loop te laten en te durven, vooral te durven, daar zit de knoop. Ik zou meer in vraagvorm willen lesgeven dan in mededeling. Met oog voor zachtheid en collegialiteit, voor traagheid, koesteren en sudderen. En dat is, in kapitalistische en neoliberale tijden, politiek, ja. Het druist geheel in tegen de eis van competitiviteit, productiviteit, snelheid, extractie ... Maar l’écologie sans le social, c’est du jardinage. Dat mogen ze meenemen naar de wereld buiten de klas.”

Atan van Kea verscheen zopas bij Oogachtend, www.oogachtend.be

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?