column

Uschi Cop: ‘Ik voel me even heel dicht bij het leven, en daarom ook bij de dood’

© Gaby Jongenelen

Uschi Cop is doctor in de taalpsychologie, oprichter van het feministische makerscollectief Hyster-x en schrijfster van verhalen, poëzie, columns en binnenkort een eerste roman. Beurtelings schrijven zij en Mohamed Salim Haouach over het leven in hun stad. Info: www.uschicop.com, hyster-x.com

Het is september en het begin van het culturele seizoen in Brussel overvalt me als een eindeloze reeks van galerieopeningen, underground perfor-mances en dans- en theatervoorstellingen. Elke avond is vol gepland met etentjes en drankjes met vrienden die terug zijn uit vakantie. Het contrasteert met wat er 5.000 kilometer verderop gebeurt: de massale protesten in Iran als reactie op de zinloze moord op Mahsa Amini, protesten die gewelddadig worden neergeslagen door een verziekt regime.

Wanneer eind oktober de eerste sociale luwte in Brussel ontstaat, ruik ik het: de eerste koude lucht en de heerlijke geur van afgevallen bladeren, bitter met een vleugje zoet. De herfst is gekomen, sneller dan ik had verwacht. Ik weet dat het zover is. Het begin van november lonkt als een oog in de storm. Tussen de hectische maanden september en oktober en de drukte van de kerstperiode valt elk jaar een luwte. Een luwte waar ik naar verlang, maar die me ook vervult met weemoed.

Ik heb het over 1 en 2 november, Allerheiligen en Allerzielen. Vroeger werden deze dagen als magisch beschouwd. Sinds het jaar nul vierden de Kelten Samhain, het einde van het oogstseizoen en het begin van de winter. Ze geloofden dat dan de deur naar de andere wereld een stukje opende. In de christelijke traditie zijn het dagen van bidden, kerkhofbezoeken en plechtstatige stiltes geworden. Ik ken weinig jonge mensen in Vlaanderen die het nog vieren. In grote delen van de Spaanssprekende wereld wordt op dezelfde dagen de Día de Muertos gevierd. Die traditie is daarentegen wel alive-and-kicking. Het is een uitnodiging aan de doden om de levenden weer op te zoeken. Privé-altaars worden opgericht en met offerandes overladen. Er wordt mescal gedronken, er wordt gefeest en gezongen. De doden krijgen een plek naast de levenden.

BITTER, MET EEN VLEUGJE ZOET
Vier jaar geleden, op 13 oktober 2018, stierf mijn beste vriend in een stom ongeluk. Sindsdien voel ik, wat onze voorouders al eeuwen wisten, dat in deze periode de sluier tussen het leven en wat hierna komt dunner is. Vasalis verwoordde mijn gevoel in haar gedicht 'Oktober':

Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven –
niet als het einde van het leven
maar als de lente van de dood.


Op 31 oktober sta ik tussen dansende vrienden, kennissen en onbekenden, uitgedost in de gekste kostuums. Iedereen is uitgelaten door de muziek, de alcohol, het samenzijn. Iedereen is van alle strijd ontheven. Hier wel. Ik voel me even heel dicht bij het leven, en daarom ook bij de dood.

De dag erna is er de kater, de verstilling. Ik bouw een altaar voor mijn beste vriend, voor mijn twee grootvaders, voor de tientallen mensen, onder wie disproportioneel veel vrouwen, die de voorbije weken hun leven verloren tijdens de Iraanse protesten. De vijf vrienden die zijn blijven slapen, mogen er gebruik van maken, plaatsen hun eigen verlies naast dat van mij. Verstilling is niet zwijgen, we praten over de personen die we voor altijd moeten missen, we praten ze weer levend. Ik maak Mexicaanse mole. De geur van pure chocolade, pepers, kruidnagel, kaneel en amandelen hangt in de lucht. Ik snuif hem op, kijk naar mijn vrienden op de bank, hef mijn glas en wens om een wildgroei van lentes. De mescal proeft bitter, met een vleugje zoet.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?