Zwerveling: Peter Van den Ende laat zijn papieren bootje te water

Peter Van den Ende: Zwerveling

Met Zwerveling debuteerde de Antwerpse tekenaar Peter Van den Ende eind vorig jaar glorieus als beeldend verteller. Zijn in wonderlijk zwart-wit gedrenkte odyssee van een papieren bootje langs mythische zeecreaturen, overweldigende natuurpracht en varende mastodonten is nog tot 29 februari te bewonderen bij Grafik.

Op het dek van de Exploratio wordt een levensgroot papieren bootje gevouwen. Eenmaal te water reist het over de wereldzeeën, langs koraalriffen, mangroves, het noorderlicht en vervuilende boorplatforms. Tussen de meest fonkelende natuurpracht en wonderlijkste zeecreaturen. Van kwallen tot zeepaardjes gehuld in dambordpatronen, van een pijp rokende walvis tot een ‘hengelaarmonster’ dat nog kijk-en luistergeld int, van alen zo ver de einder reikt tot zeeleeuwen, -olifanten, -paarden en -luipaarden die verdacht veel van hun bloedbroeders op het vasteland weg hebben. Het bootje trotseert woeste baren, schietgrage mensen, een reuzenoctopus met inktpotten, en met mensenhand vervaardigde mastodonten.

Peter Van den Ende: Zwerveling
Peter Van den Ende: Zwerveling

Niet minder dan een odyssee heeft de Antwerpse tekenaar Peter Van den Ende volbracht voor zijn eind vorig jaar verschenen Zwerveling. Zijn woordloze, in puntgaaf, vibrerend zwart-wit gedrenkte debuut is een begeesterend avontuur dat de ontdekkingsreiziger in je wakker maakt en je steeds verder van de kade trekt. In volle zee zit er niets anders op dan je over te geven aan de beeldschoon verbeelde details en rijkelijk vloeiende fantasie. Zwerveling is “wonderlijk vreemd en vreemd wonderlijk” volgens de Australische grootmeester Shaun Tan, die het boek ook nog “een prachtige, minutieus uitgewerkte epische droom” noemde.

DE BIOLOOG EN DE TEKENAAR
Intussen is Zwerveling toe aan een tweede druk, én worden er ook Spaanse, Catalaanse, Duitse, Engelse, Franse en Amerikaanse edities voorbereid. “Ik had het niet verwacht, maar wel gehoopt,” vertelt Peter Van den Ende aan de telefoon. “Als je drie jaar investeert in één boek, dan is dat een flinke gok. In andere talen publiceren, maakt die tijdsinvestering wel waard. Maar het blijft een risico natuurlijk, al had ik het boek niet anders kunnen maken dan ik nu heb gedaan.”

Peter Van den Ende: Zwerveling
Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)

Dat heeft alles te maken met het lange leven dat de odyssee al door het hoofd van Peter Van den Ende woelde. “Het zaadje voor dit boek is al geplant toen ik ongeveer elf jaar was en op Pius X in Antwerpen zat. In de schoolbibliotheek daar heb ik de boeken van Jules Verne ontdekt, met de originele gravures van Edouard Riou en Alphonse Neuville. Ik was daar op slag verliefd op. Het feit dat die gravures zwart-wit waren, heeft er zoveel jaar later voor gezorgd dat ik Zwerveling ook in zwart-wit heb gemaakt. Ik krijg vaak te horen: ‘Koraalriffen en mangroves zijn zo een kleurrijke onderwaterwereld, waarom heb je je boek niet in kleur gemaakt?’ Voilà, hierom.”

“Ik wou die tekeningen eren. Ik vond ze zo fantastisch dat ik ze wou stelen uit de school. Maar daar was ik veel te braaf voor. (Lacht) Jaren later heb ik ze in De Slegte gekocht. Ik ben nog altijd verhangen aan die gravures, zeker die van Twintigduizend mijlen onder zee. Op het einde van Zwerveling zijn er trouwens twee grote schepen te zien, die heb ik als knipoog Riou en Neuville genoemd.”

Nu je het toch over je elfjarige zelf hebt, welke plaats nam tekenen toen in?
Peter Van den Ende:
Ik heb altijd getekend, van kleins af. Voor ik naar de universiteit ging om biologie te studeren, heb ik kunstsecundair onderwijs gevolgd. En zelfs toen ik al studeerde, stonden mijn cursussen vol met schetsen. Ik kon tien minuten goed opletten in de les, en dan dwaalde ik af en begon te tekenen.

En toch heb je kunststudies na het secundair stopgezet?
Van den Ende:
Ik was toen… tja… te schijterig. (Lacht) Je hoort je familie zich toch afvragen wat voor toekomst er in de kunsten zit. En als ik dan nadacht over wat me nog bezighield, dan kwam ik uit bij de natuur, en is het biologie geworden.
Maar goed, ik kon duidelijk niet aan mijn lot ontsnappen. De drift om te tekenen kan je wegdrukken, maar steekt altijd weer de kop op en begint te woekeren en woekeren en woekeren, tot het je uiteindelijk de oren uit komt.

Was het misschien de beeldende rijkdom van de natuur die de tekenaar in jou naar de biologie heeft geleid?
Van den Ende:
Ik bewonder de natuur om de rijkdom die ze zou moeten bezitten. Helaas maken we heel veel kapot. Een gezond koraalrif bijvoorbeeld barst van het leven, van grote en kleine beesten. Zo kom je ze amper nog tegen. Maar in mijn tekeningen voor Zwerveling wou ik wel die rijkdom van het leven steken, de aarde zoals ze zou moeten zijn, een soort van paradijs. Al zitten er ook minder paradijselijke dingen in het boek.

Er is geen goed zonder slecht.
Van den Ende:
Uiteindelijk kon ik die mindere kant niet ontwijken, da’s waar. Nu, het volstond om naar mezelf te kijken om te zien dat ik ook af en toe wel eens iets slechts doe, door de verkeerde dingen te consumeren of zo. Ik ben niet compleet onschuldig, ik zie mezelf als een tandwieltje in die grotemensenmachine. Aangezien ik daar een deel van ben en dat een deel van mij is, moest die minder paradijselijke kant ook in het boek. Net als de frustratie die ermee gepaard gaat: het gevoel een klein papieren bootje te zijn te midden van een grote commerciële vissersvloot.

HET ANKER EN DE KAAIMAN
Heel mooi aan Zwerveling is hoe het boek het kijken zelf naar de voorgrond schuift. Peter Van den Ende toont het bootje op het wateroppervlak en wat daaronder woelt en wuift, lokt en bijt. Hij toont wat je ziet en wat je niet ziet, knoopt verbeelding en werkelijkheid aan elkaar, en ontsteekt zo ook een gedachte aan de kunsten zelf. Over hoe kunst dingen zichtbaar kan maken die met het blote oog niet te ontwaren zijn. “Ik denk dat dat een eerder onbewust neveneffect is, hoewel er wel iets van waar is,” vertelt Peter Van den Ende. “Ik heb het geluk gehad om twee jaar op de Kaaimaneilanden te hebben gewerkt, waar ik de mangroves tot in de details heb verkend. Uren en uren heb ik er gesnorkeld. Ik heb er begroeiing en waterwezens gezien en gefotografeerd die je niet zo gemakkelijk op het internet vindt. Dat heb ik wel een beetje in Zwerveling kunnen steken: een onzichtbare wereld die toch echt bestaat. Het is als een deur naar een wereld die verborgen is, een magisch rijk dat aan je voeten ligt, maar waar je niet door kan zien. Zoals het bootje ook niet alles ziet, terwijl de lezer een hele wereld ontdekt.”

Is tekenen voor jou ook een ontdekkingstocht, een verkenning? Ik zag dat het schip van waarop het papieren bootje te water wordt gelaten de Exploratio heet.
Van den Ende:
In het begin wist ik inderdaad nog niet goed hoe het boek zou lopen. Ik wist wel ongeveer dat het moest eindigen in een grote stad, en ik wist dat ik bepaalde dingen zeker wou laten zien, maar het grootste deel moest ik nog verzinnen. Maar dat is waarschijnlijk ook de reden waarom je het volhoudt om drie jaar op een kamertje te zitten: omdat je nog niet weet wat je allemaal gaat zien. Eigenlijk reis je op zo een moment in je eigen hoofd. Zo voelt het toch voor mij.

Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)
Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)

Komt zo een zeecreatuur dan soms tot stand tijdens het tekenen?
Van den Ende:
Van sommige wezens heb ik tot vijftien ontwerpen gemaakt, ja. Andere zitten min of meer klaar in mijn hoofd. En vaak komen die wezens ook uit de echte wereld. Zoals het ‘hengelaarmonster’ met de televisie. Op de Kaaimaneilanden had ik geen televisie, dus ik moest andere manieren zoeken om mijn avonden door te brengen. Dan trok ik eropuit en ging ik nachtsnorkelen of zo. Zo leer je dat het fantastisch is om geen televisie te hebben, je leidt gewoon een veel memorabeler leven. Voor dat scherm verkwist je je tijd, een week later weet je al niet meer wat het was dat je hebt gezien. Terwijl het nachtsnorkelen van de week ervoor: ‘Ja, dat was toen ik die fantastische octopus heb gezien!’ Voor tv voel ik mij altijd een beetje als een wrak, ik zit daar maar. In Zwerveling staat dat zeemonster ook niet zonder reden op een hoop wrakken.

Is het belangrijk dat de reis in je hoofd ankers heeft in de werkelijkheid?
Van den Ende:
Heel belangrijk! Ook al bestaat de wereld die ik toon niet echt, de wortels ervan, of die nu inhoudelijk of vormelijk zijn, liggen in de werkelijkheid. Het is ook een manier om mensen in een boek te trekken. Zwerveling is al in zwart-wit getekend – niet meteen het slimste idee om lezers te lokken – maar door die wortels in de werkelijkheid, krijg je ze toch mee.
Daarom heb ik ook gekozen voor een papieren bootje. Dat dient niet alleen om de fragiliteit van het hoofdpersonage zichtbaar te maken, het is ook een herkenningspunt voor de lezer. Iedereen heeft wel eens zo’n bootje gevouwen toen hij nog kind was, of zelfs nu nog. Dat is als het ware het aas waarmee je mensen in die bizarre wereld lokt.

Is die bizarre wereld eigenlijk geënt op de Kaaimaneilanden?
Van den Ende:
Deels ja, daar heb ik mijn eerste schetsen gemaakt. Veel wezens uit Zwerveling heb ik daar in het echt gezien, zoals de vliegende knorhaan, die vis met de grote vleugels. Dat schetsboek is trouwens ook waar de uitgeverij voor viel. Ik werd uitgenodigd door Querido op basis van mijn portfolio, maar het waren mijn schetsen in dat boek, die ervoor zorgden dat ik drie dagen later een contract kreeg aangeboden. Heel cool.

Hoe ben je eigenlijk op die exotische plek terechtgekomen?
Van den Ende:
Via een vriendin, Lune, aan wie ik Zwerveling ook heb opgedragen. Ze had op het internet een vacature voor een natuurgids op de Kaaimaneilanden gevonden. Ik heb gesolliciteerd en zo ben ik daar terechtgekomen.

Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)
Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)

Vergeet je niet iets? Ik las dat jouw weg naar de Kaaimaneilanden geplaveid lag met leugens. Op je cv ben je niet heel eerlijk geweest over je ervaring?
Van den Ende:
Euh, dat klopt, ja. (Lacht)

Goed, van nul jaar ervaring de gevraagde vijf maken is één ding. Maar is kunst ook een leugen voor jou?
Van den Ende:
Ik heb ooit eens horen zeggen dat een kunstenaar leugens vertelt om de waarheid te tonen. Daar kan ik me wel in vinden. Achter het fictieve ‘hengelaarmonster’ zit een waarheid. En de gigantische aal die het bootje op een gegeven moment tegenkomt, een aal zo groot dat hij tot aan de horizon reikt, dat is een soort van levend labyrint, zoals het leven zelf. In de mangrovetekeningen zie je een menselijke slak op een kreeft, en die is dan weer gebaseerd op slakken waar Lune gek van was. Ik heb er in Zwerveling een soort mens van gemaakt. Waarheid en leugen worden in het boek min of meer één ding, alsof ze een symbiotische relatie met elkaar aangaan.

DE PIONIER EN DE KORAALVISSER
Die symbiose wordt wondermooi verbeeld in het vloeibare samengaan van de heldere eenvoud van het papieren bootje en de weelderige fantasiewereld waar het doorheen navigeert. Als lezer mag je onderweg verdwalen, tussen leugen en waarheid, tussen schoonheid en dreiging. Met een aangename onvoorspelbaarheid die het omslaan van de pagina’s begeleidt, en die nog ruimer baan krijgt door het woordloze karakter van het boek. “Zo leg je niemand woorden in de mond,” beaamt Peter Van den Ende. “Als je zelf reist, staat er ook geen gids naast je die het allemaal uitlegt. Je ziet en ervaart. Maar ik kan ook niet schrijven, dus… (Lacht luid) Voor mij was het logisch om het zo te doen. Als ik ooit een boek met woorden maak, dan zal dat in samenwerking met een auteur zijn. Of het talent moet ineens uit de lucht komen vallen.”

Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)
Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)

De titel die je je boek hebt meegegeven is wel perfect. Zwerveling doet helemaal wat het zegt. Als woorden konden ronddolen, dan zouden ze zich ‘zwervelingen’ noemen.
Van den Ende:
Ik voel het ook zo aan. Het is een van de weinige dingen waar ik echt tevreden over ben.

Dan toch een taalgevoel!
Van den Ende:
(Lacht) Zo ver wil ik niet gaan. Het is in mijn ogen een naam die je geeft aan iets wat leeft. De zwerveling, het papieren bootje, is een levend iets.

Ik vind het woordloze wel erg goed werken in Zwerveling. De lezer krijgt op die manier veel bewegingsruimte en dat, samen met het zwart-wit, prikkelt de verbeelding. Een beetje zoals Jules Verne, Edouard Riou en Alphonse Neuville een soort oerverwondering opwekken, op een of andere manier aan de eeuwige ziel van elke mens raken. Je voelt als lezer dat je getuige bent van iets bijzonders.
Van den Ende:
Ja, ze versterken je ontdekkings- of pioniersdrift. En dan romantiseren ze dat. (Enthousiast) De romantiek van het ontdekken, ik krijg er rillingen van als ik het zeg. Het is een oerdrift van de mens, van sommige mensen toch, om over de grens van het bekende te stappen, recht het onbekende in. Ik heb zo dikwijls fantasieën over naar een andere planeet gaan. De aarde is nu wel min of meer goed gekend, maar iets compleet onbekends gaan exploreren, dat zou ik fantastisch vinden.

Verwondering vormt in die zin de brug tussen reizen en kunst. Het is voor allebei de brandstof.
Van den Ende:
Precies. En misschien is het moeilijk om die eerste stap te zetten, maar als je die eenmaal hebt gezet en je aanschouwt de wonderen die je zo ontdekt, dat geeft een ongelofelijk gevoel. Ik denk dat als je ‘de mens’ zou moeten definiëren, dan moet een echte mens toch een soort van pionierswezen zijn. Al zijn er veel mensen die dat helemaal niet zo voelen, en die liever op een veilige manier op avontuur gaan, vanuit hun comfortabele zetel onder het zeeoppervlak duiken of een duistere jungle verkennen. Alleen, als je het echt wilt zien, moet je soms eens een risico durven te nemen. En dat is het dikwijls wel waard.

Over echte avonturiers gesproken: ik zag een Ictíneo IV opduiken in Zwerveling, een verwijzing naar het ontwerp van de negentiende-eeuwse Spaanse uitvinder Narcís Monturiol, dat het werk van de koraalvissers veiliger moest maken?
Van den Ende:
(Enthousiast) Cool, je hebt het opgezocht! Ja, Monturiol heeft er zelf twee gemaakt: de Ictíneo I en II. Als eerbetoon hebben ze vele jaren later een moderne duikboot gemaakt, de Ictíneo III. En ik heb dan de Ictíneo IV gemaakt. Ik denk dat Monturiol ooit heeft gezegd dat hij met ieder volgend ontwerp zijn duikboot meer en meer op een vis wilde laten lijken. Dan heb ik er maar vinnen op geplakt. (Lacht)

DE ZALM EN DE ‘IKPAD’
Met Zwerveling heeft Peter Van den Ende zich een plek verworven tussen de Monturiols en Vernes van deze wereld. De magie spat van elke pagina in Zwerveling. En toch zit het verhaal dicht op de huid van zijn maker. “Er zit veel in van mezelf, dat klopt.” Een bekommernis om wat we de wereld aandoen, dingen die hij heeft gezien en meegemaakt, de dromen die hij koestert over de wereld… “Maar dat is niet belangrijk. De lezer moet zelf zijn betekenis aan het boek geven. En wat hij er ook van denkt of in ziet, het is allemaal juist. Moeilijk te doorgronden ben ik niet, eigenlijk zit ik heel simpel in elkaar. Maar ik heb deze tekeningen gemaakt om er mijzelf in te verstoppen, niet om mijzelf bloot te geven.”

Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)
Peter Van den Ende: Zwerveling (Querido, 2019)

Maar Zwerveling spreekt wel, allegorisch dan, over wat het is om mens in de wereld te zijn?
Van den Ende:
In het papieren bootje zit dat wellicht het meest. Ik wou een personage maken dat geen ik-persoon was. Op geen enkele prent zegt het: ‘Kijk! Kijk! Kijk naar mij!’ Ik zie er eerder een aansporing in om naar de wereld rondom ons te kijken. Ik vond het wel belangrijk om dat wereldbeeld uit te dragen. We leven sowieso al in een ik-wereld. Zelfs onze machines huldigen onszelf: we lopen allemaal rond met een ‘ikPad’ en een ‘ikPhone’. Ik haat dat woord ‘ik’.

In Zwerveling toont de mens zich vooral nietig.
Van den Ende:
Het heel fragiele bootje in die heel turbulente wereld die de oceaan is, ja. Het vergt moed om dan je plaats in de wereld te vinden.

Het vergt ook moed om de stap naar het boekenvak te zetten.
Van den Ende:
Ik dacht ’s morgens als ik bij het tandenpoetsen in de spiegel keek wel eens: ‘Ha, vandaag ga ik weer tekenen. Dapper als het papieren bootje begin ik aan een overweldigend onzeker project.’ (Lacht) Intussen weet ik zeker dat een boek maken niets met moed te maken heeft, het is een drift, iets waar ik niet aan kan ontsnappen. Wanneer zalmen eitjes leggen, zwemmen ze stroomopwaarts en trotseren onderweg beren. Ze doen dat niet omdat ze moedig zijn, ze doen dat omdat het een drift is die hen aanjaagt. Een boek maken is voor mij net hetzelfde: ik moest Zwerveling maken, anders zou het mij met een eeuwige frustratie hebben opgezadeld.

Drift woont op dezelfde plaats als verwondering, denk ik. Het zijn allebei oergevoelens, ze zijn als het ware ingeschreven in je DNA. Al kunnen ze na verloop van tijd wel wat afstompen. Heb jij je kinderlijke verwondering makkelijk weten te bewaren?
Van den Ende:
Dat was voor mij nooit moeilijk. Het kost me meer moeite om die kinderlijke verwondering even opzij te zetten. (Lacht) De keren dat ik in vorige jobs met mijn hoofd elders zat… Nee, die verwondering is altijd aanwezig geweest. Gelukkig maar! Vroeger dacht ik dat iedereen fantasieën heeft, maar dat klopt niet, weet ik nu. Er zijn mensen die fantasie ontberen, of die, nog erger, geen gevoel voor verwondering bezitten. Dat moet verschrikkelijk zijn.


PETER VAN DEN ENDE: ZWERVELING
Boek:
Querido, 96 p., €22,50
Tentoonstelling: > 29/2, Grafik, www.grafik.brussels

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?