Cultuurfestival Europalia herondekt avant-garde in Georgië

Andy Furniere
© BRUZZ
04/10/2023
Updated: 04/10/2023 13.32u

| Niko Pirosmani: The feast of four citizens

De kans is klein dat je voor de vuist weg vijf Georgische kunstenaars kan opnoemen. Daar doet cultuurfestival Europalia de komende maanden iets aan. Te beginnen met een expo in Bozar over een periode van ongebreidelde experimenteerdrift, vroeg in de twintigste eeuw, toen het land al even kon proeven van onafhankelijkheid.

Na de vorige thematische editie over treinen, keert cultuurfestival Europalia terug naar de traditionele focus op een land. De keuze van de biënnale viel dit keer op Georgië, dat wel wat schijnwerpers op zich kan gebruiken. De Georgische cultuur is maar weinig bekend in het Westen en wordt vaak als Russisch aanzien, omdat het land eerst lang onder de knoet werd gehouden in het Russische keizerrijk en daarna in de Sovjet-Unie. Onder meer de tentoonstelling De avant-garde in Georgië (1900-1936) in Bozar zet nu het eigen karakter van het land en zijn cultuur in de verf middels schilderijen, tekeningen, films, foto's, poëzie en kostuum- en theaterontwerpen.

“Tbilisi werd tussen 1918 en 1921 de place to be, waar in artistieke cafés iedereen samenkomt en ideeën uitwisselt”

Eva Bialek, expocoördinator Europalia

Die tentoonstelling opent op een moment dat de expansiedrang van buur Rusland pijnlijke herinneringen naar boven brengt in het land. Dat merken Eva Bialek en Dirk Vermaelen, respectievelijk expocoördinator en artistiek directeur van Europalia, maar al te goed. “De sfeer is er nu volledig anders dan toen we er voor het eerst naartoe gingen in 2019 (voor de Russische invasie van Oekraïne, red.),” zeggen ze. “Je voelt de spanning. Zeker nu er overal Russen rondlopen in hoofdstad Tbilisi. De expo refereert niet expliciet aan het heden, dat zou pamflettair overkomen, maar de link met vandaag is zo ook wel te voelen.”

Uitbarsting

De focus van de Europalia-expo in Bozar ligt op de uitbarsting van avant-gardistische creativiteit in Georgië in de enkele jaren van vrijheid tussen 1918 en 1921. Dus tussen de val van het Russische keizerrijk en de annexatie bij de Sovjet-Unie. Maar er borrelde voordien ook al van alles in de kunstenscene, mede dankzij inzichten opgedaan in het Westen en het Oosten: verschillende Georgische kunstenaars trokken vanaf het begin van de jaren 1910 naar creatieve hotspots als Sint-Petersburg, Parijs en München.

Onder meer de vroegere symbolische kunst van Gigo Gabasjvili – waaronder bijzondere naaktfoto's – maakt dat punt. Tekenend is dat de artistieke dimensie van zijn werk pas naar boven kwam na de implosie van de Sovjet-Unie, die Gabasjvili tot dan toe om propagandaredenen in het hokje van het realisme had geduwd. Ook de autodidactische schilder Niko Pirosmani was een belangrijke voorloper, met zijn nu internationaal geroemde naïeve kunst.

1860 SELECT EUROPALIA Gigo Gabashvili  A Woman with Wings

| Gigo Gabasjvili’s symbolische A woman with wings (1910).

Het borrelen duurde tot de uitroeping van onafhankelijkheid in 1918, waarna het potje helemaal overkookte. Naar analogie met de Parijse cafés in de jaren 1920, openden artiesten in Tbilisi vele kunstzinnige cafés en tavernes, zoals The Fantastic Tavern en The Argonauts' Boat. “Maar in tegenstelling tot in Parijs, ging het maken van kunst er gepaard met het vormen van een eigen Georgische identiteit,” zegt Bialek. “Die drie jaar van vrijheid was er een momentum, om in de kunst én de politiek iets helemaal nieuws te doen.” Dat trok ook kunstenaars uit andere landen aan. “Onder wie veel Russen die uit Moskou en Sint-Petersburg vluchtten,” vult Vermaelen aan. “Tbilisi wordt de place to be, waar in artistieke cafés iedereen samenkomt en ideeën uitwisselt. De kunstenaars decoreren die cafés, schilderen er, vullen er magazines met manifesten, maken er theater …”

Spilfiguren

De sfeer van die cafés wordt in de tentoonstelling tot leven gewekt. Bezoekers maken er onder meer kennis met een plejade aan '-ismen', waar de kunstenaars mee experimenteerden: (neo)symbolisme, futurisme, dadaïsme, expressionisme, kubisme, kubofuturisme … Een bijzonder '-isme' was het toutisme of everythingism, een concept bedacht door sleutelfiguur Ilia Zdanevich, dat verwees naar kunst als een levendig continuüm en stilistische diversiteit als de gevarieerde materialisatie ervan.

Diezelfde Ilia Zdanevich is ook de bedenker van za(o)um, een taal waarvan je de klanken niet rationeel, maar intuïtief moet begrijpen. “Een Russische tijdgenoot van hem wordt vaak als bedenker aangewezen, maar het was wel degelijk Zdanevich,” zegt Vermaelen. “In de expo tonen we een mooi videofragment waarin Salvador Dalí dat benadrukt.” Europalia trakteert als deel van de expo eind oktober ook op een za(o)um-performance.

Zdanevich zette vanaf 1921 zijn activiteiten voort in Parijs, waar hij artistieke bals organiseerde en samenwerkte met onder anderen de legendarische modeontwerpster Coco Chanel. Met Éditions 41 maakte hij prestigieuze kunstenaarsboeken, in samenwerking met giganten als Picasso en Max Ernst. In schril contrast staat het leven van zijn broer Kirill, ook kunstenaar, die in de jaren 1920 vast te zitten in Georgië en pas in de jaren 1960 een visum kreeg om naar Frankrijk te gaan en zijn broer terug te zien.

1860 SELECT EUROPALIA Niko Pirosmani The feast of four citizens

| Niko Pirosmani: The feast of four citizens

Een andere spilfiguur is David Kakabadze, wiens werk een rode draad vormt doorheen de Europalia-expo. Kakabadze was een multitalent: hij was schilder, wetenschapper, schrijver, fotograaf, regisseur en uitvinder van een innovatieve filmprojector, en was een van de artiesten die de verplichtingen om te voldoen aan de esthetische principes van het socialistisch realisme, opgelegd door de sovjetmacht, probeerde te omzeilen. Hij werkte onder meer voor theater en film, domeinen waar de ideeën van de avant-garde zich nog na de annexatie konden ontwikkelen. Hij kon ook lesgeven aan studenten aan de kunstacademie van Tbilisi, maar uiteindelijk liep het slecht af: hij werd ontslagen, omdat hij niet onderwees 'in lijn met de socialistische methode' en werd in de vergetelheid geduwd.

Einde aan de bloei

1936 wordt gezien als het finale einde van de bloeiperiode van de avant-garde in Georgië. Dat jaar begon Stalin – zelf trouwens Georgiër van geboorte – met grote zuiveringen en drukte alle creatieve vrijheid de kop in. Verschillende kunstenaars werden gedeporteerd of geëxecuteerd, anderen emigreerden, pleegden zelfmoord of zetten hun aangepaste activiteiten voort onder zware politieke druk. De avant-garde werd verboden en uit de geschiedenisboeken gewist. Gelukkig bleef de invloed van de beweging voortleven en kwam ze vanaf de jaren 1980 weer naar boven. De grote namen van de avant-garde werden herontdekt en geleidelijk aan kwam er ook meer interesse voor de vrouwelijke kunstenaars uit die tijd, zoals Ema Lalaeva-Ediberidze.

De avant-garde in Georgië (1900-1936) sluit af met een hedendaags perspectief, met de nieuwe film van kunstenares Meggy Rustamova Adeishvili. Het uitgangspunt van Deda ena is de deportatie van haar moeder van Tbilisi naar Kazachstan in het begin van de jaren 1950, maar de film verwijst breder naar de vele gedwongen verplaatsingen van mensen vandaag, in de Kaukasus-regio en daarbuiten.

De opening van de expo betekent het startschot van een programma volgestouwd met tentoonstellingen, literatuur, film, performances, concerten en dans- en theatervoorstellingen. Het is onder meer uitkijken naar het resultaat van de samenwerking tussen de Brusselse danseres en choreografe Femke Gyselinck en de Georgische elektronicaproducer Anushka Chkheidze.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel-Stad , Events & Festivals , Georgië , Europalia , Bozar

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni