interview

Luc Dardenne over cinema Palace: 'Een film moet je in een zaal zien'

Directeur Olivier Rey (l.) en regisseurs Fien Troch en Luc Dardenne zijn de drijvende krachten achter cinema Palace.© Bart Dewaele

Een cinematempel met een glorieus verleden herrijst uit zijn as. Pathé Palace, ooit ook bekend als arthousecinema Kladaradatsch!, heropent eind februari. Palace – zo heet de cinema nu – is de oogappel van regisseur en bestuurder Luc Dardenne, en gaat voluit de concurrentie met het beeldscherm thuis aan. "Een film moet je in een zaal zien."

"Een film zie je eigenlijk twee keer: één keer op het scherm, en één keer als je er na afloop over praat met vrienden,” zegt Luc Dardenne. Volgens hem heeft Brussel Palace precies om die reden nodig. “Ik kwam in 1986 naar Brussel, en bezocht de Arenberg, Vendôme en UGC regelmatig, maar dat waren geen plekken waar ik naartoe ging om mensen te ontmoeten. Ik miste een cinema die meer deed dan films vertonen, een cinema die een lieu de vie is,” zegt hij in het Libanese restaurant Hora, waar hij een mezze eet met directeur van Le Palace, Olivier Rey.

Het restaurant is een van de buren van Palace, dat met zijn ingangen aan de Anspachlaan, Borgval en de Jules Van Praetstraat de schakel vormt tussen het centrum, het Sint-Goriksplein en de Dansaertbuurt.

Palace is een project van lange adem, waar Dardenne sinds 2003 bij is betrokken. Toen koos de Franse Gemeenschap voor het voorstel van een groep mensen uit de filmindustrie die productiemaatschappijen Les Films du Fleuve, Artemis Productions, Zenab en distributeur Cinéart vertegenwoordigen. Vandaag de dag is Luc Dardenne voorzitter van de raad van bestuur van Palace, waarin verder ook onder anderen regisseuse Fien Troch zit.

Woelige geschiedenis

De cinematempel kent een woelige geschiedenis, die begint als het Franse bedrijf Pathé in 1913 architect Paul Hamesse de opdracht geeft om een flamboyante cinema te bouwen voor Brussel. Hamesse ontwerpt een zaal met ruimte voor 2.500 mensen, onderliggende concertbak, en een bar en restaurant. De architect maakt er een fabelachtige cinema van. Het succes laat niet op zich wachten, en jarenlang is het een van de bekendste zalen van Brussel.

In de jaren 1950 wordt de cinema herbouwd naar moderne smaak, en maken de balkons, decors en de plafonds grotendeels plaats voor een strakker interieur. De benedenverdieping wordt omgebouwd tot winkel voor elektrische huishoudapparaten. Pas jaren later krijgt het pand zijn oorspronkelijke functie terug. In 1998 heropent de cinema als Kladaradatsch!, Jiddisch voor ‘groot spektakel’. Het restaurant draait goed, de cinema iets minder en na twee jaar sluit het pand opnieuw.

FOYER_HAMESSE_2.jpg
De Hamesse-zaal, waar recepties zullen plaatsvinden na avant-premières.

De Kladaradatsch! komt in handen van de Franse Gemeenschap na een fel gemediatiseerde strijd tussen de ministers Bert Anciaux (SP.A, Vlaanderen) en Hervé Hasquin (MR, Franse Gemeenschap) over de aankoop van het gebouw. Het Théâtre National vindt er onderdak tijdens de verbouwingen op de Jacqmainlaan. In 2003 volgt een projectoproep, en wordt project Palace gekozen. In 2010 zijn de vergunningen rond, en in 2012 wordt Olivier Rey als directeur betrokken en beginnen de werken.

Premières in Brussel

Inmiddels is het pand bijna klaar voor de opening. Op de plaats waar de kassa komt, hangen kleurrijke lampen. In het restaurant is de houten bar al klaar, in een ruimte waar het stof nog op de grond ligt. Hier komt een doorlopend buffet vol maaltijden die dagelijks worden bereid met biologische streekproducten, en een bar met artisanale bieren. Boven is ook de kiosk en zitruimte om te werken of met vrienden te wachten tot de film begint zo goed als af, net als het pronkstuk van de cinema: de historische receptiezaal die nog in oorspronkelijke staat is. Op die plek kunnen regisseurs en acteurs na afloop van een avant-première elkaar en het publiek ontmoeten.
“We willen grote avant-­premières naar Brussel halen,” zegt Dardenne.

“Die eerst in Brussel te zien zijn, en dan pas in Gent. Zeker niet alleen Franstalig, maar ook Vlaamse films, zoals Home van Fien Troch. Voor die avant-premières willen we zo vaak mogelijk iemand uitnodigen. De muzikant die de muziek voor de film gemaakt heeft, bijvoorbeeld, of de regisseur. Dat moet een gewoonte worden, zodat de mensen hiernaartoe komen omdat ze bijna zeker weten dat er nog iets te doen is.”

Tweetaligheid

Ook de prijs moet een belangrijke publiekstrekker worden. Wie een klantenkaart heeft, betaalt 6,25 euro per ticket, een studententicket kost 7 euro en een gewoon ticket 8,50 euro. Hoewel de cinema een project is van de Franse Gemeenschap, ontving het ook subsidies van Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD). Palace zet in op tweetaligheid, met de Nederlandstalige Fien Troch in de raad van bestuur, en tweetalig ondertitelde films.

Palace mikt op een programmatie van 70 procent arthousefilms tegenover dertig films voor een groter publiek. Verwacht dus films als Insyriated, waarin de Belgische regisseur Philippe Van Leeuw een inkijk geeft in het dagelijks leven van een Syrische familie, Jusqu’à la garde van Xavier Legrand, die een scheiding vanuit de ogen van een kind beschrijft, of de Japanse film Radiance over een man die langzaam zijn zicht verliest.

Maar ook blockbusters zullen de weg naar de zaal vinden. “We mikken op films die, hetzij door het thema, hetzij door de cinematografische technieken, de ogen van het publiek openen en de mensen aan het denken zetten,” zegt programmamaker Nicolas Gilson.

Hoe kan het ook anders, met Luc Dardenne als sturende kracht en zijn heilig geloof in de educatieve kracht van cinema. Palace zal dan ook samenwerken met de Brusselse buurthuizen, en hoopt zo een heel nieuw publiek naar de cinema te lokken. “Cinema is een kunstvorm die ontspant, maar waar je tegelijkertijd een beetje slimmer van wordt. Je vermaakt je, en je wordt aan het denken gezet,” zegt Dardenne.

Jongeren

Behalve op de werking rond de buurthuizen, wil Le Palace ook inzetten op een jongerenwerking. Palace werkt daarvoor samen met ‘Écran large sur tableau noir’ aan Franstalige kant en ‘Jeugd en Film’ aan Nederlandstalige kant. “Wie zijn smaak ontwikkelt, begint voor zichzelf te denken. Dan kun je zeggen: dit vind ik goed, dat niet, in plaats van allebei van hetzelfde te houden. Je wordt meer een individu.”

Dardenne hoopt dat jongeren zo kennismaken met grote auteursfilms als die van Woody Allen, maar evengoed met minder toegankelijke films, zoals La belle et la meute. Daarin beschrijft de Tunesische regisseuse Kaouther Ben Henia hoe een jonge vrouw vecht voor haar rechten en waardigheid nadat ze is verkracht. “Het is een heel goede film,” benadrukt Dardenne. “We hebben leerkrachten ethiek of religie nodig die hun klas daar mee naartoe nemen en kijken of hun leerlingen niet geïnteresseerd zijn om daarna te discussiëren over de positie van de vrouw in Noord-Afrika.”

pate palace BRUZZ ACTUA 1603
© Saskia Vanderstichele
| Pathé Palace (archief)

‘Een film moet je in een zaal zien’

Is er wel een publiek voor de films die Palace zal programmeren? Of zullen de nieuwe zalen niets meer doen dan het bestaande publiek uit de andere cinema’s in het centrum trekken, zoals Cinema Galeries, Aventure, Actor’s Studio en Cinema Nova? Dardenne en Rey denken van niet. “We hebben ons gebaseerd op een marktstudie in Toulouse en Bordeaux, waaruit bleek dat arthousefilms in een grote stad 15 procent van de cinemabezoekers trekken,” legt Rey uit.

“Omgerekend naar Brussel en omgeving, komt dat neer op 450.000 bezoekers. Vandaag trekken filmhuizen ongeveer 300.000 mensen. Er is nog een marge van 150.000 bezoekers.” Dit jaar rekent Palace op 110.000 bezoekers, over drie jaar zijn dat er 125.000 en op termijn tot 150.000, de schoolbezoeken meegerekend. Ook wil Palace niet concurreren, maar samenwerken met andere cinema’s en organisaties Brussel.

“Als we bijvoorbeeld een heel goede Chinese film naar Brussel halen die heeft gedraaid op het festival in Cannes, communiceren we dat aan Cinematek, zodat zij er een retrospectieve rond kunnen maken. Op die manier proberen we linken te leggen,” zegt Dardenne.

In een tijdperk waarin cinemabezoek globaal genomen licht afneemt, ligt het niet voor de hand om een nieuwe zaal te openen. De concurrentie met het beeldscherm thuis is groot.

“Netflix heeft 125 films geproduceerd,” verdedigt Dardenne. “Kan je daar één titel van opnoemen? Een film heeft de zaal nodig om naam te maken. Tenminste voor een week. Er zijn kritieken nodig, de mensen moeten ernaar gaan kijken. Online kijken sommigen hem vandaag, anderen over tien dagen. Er komt geen communicatie over op gang. La salle, il la faut.”

Bekijk hieronder de galerij met foto's van hoe Palace er binnenin uitziet:

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?