interview

Brussels label Stadskanker graaft diep in de ondergrond: 'Het mag een beetje vies zijn'

Gijs Teerlynck (links) en Alexander Schillewaert van het Brusselse label en muziekplatform Stadskanker in hun 'kantoor', café Le Coq© Heleen Rodiers

Het Brusselse label en muziekplatform Stadskanker voert een fluwelen guerrilla tegen de muzikale verarming van Brussel met even radicale releases als ontwrichtende concertavonden. “Wij willen mensen uit hun comfortzone halen.”

Wat doe je als Adele en Angèle alle vinylperserijen kapen om hun nieuwe platen gedrukt te krijgen? Cassettes uitbrengen, zoals het Brusselse label en muziekplatform Stadskanker nu al twee jaar doet. “Voor de grote winst moet je dat uiteraard niet doen,” vertellen Stadskanker-bezielers Gijs Teerlynck en Alexander Schillewaert in hun ‘hoofdkwartier’, café Le Coq. “De paar centen winst die we maken, investeren we opnieuw in het label.”

Stadskanker brengt ook vinyl uit, geperst bij het Belgische Discomat, maar vaker nog bij het Duitse My45. En ja, zoals alle kleine, onafhankelijke labels ondergaan zij ook de lange wachtrijen aan de veelal oude perserijen die zijn ontstaan door de onwaarschijnlijke renaissance van vinyl, en door een tekort aan grondstoffen als pvc en karton. “Maar eigenlijk kunnen we niet klagen,” zegt Teerlynck. “Onze oplages zijn klein, en we werken niet met strikte deadlines. Dus is het niet erg als het wat langer duurt.”

Er worden ook geen 500.000 exemplaren van hun uitgaven gedrukt, zoals bij Adele, maar maximaal 500. Hopelijk liggen die er wel tegen de releaseparty op 4 december van Onderwereld, de nieuwe schijf van Haemers – het Gentse hardcorepunkgebroed, niet de bendeleider. “Daar zijn we inderdaad al héél lang op aan het wachten,” zucht Schillewaert. “Er zat ook een fout in de test pressing, dan moet je die handel terugsturen en duurt het nog veel langer.”

Tijdelijke bezetting
Stadskanker ontstond twee jaar geleden toen Teerlynck en Schillewaert, beiden ingeweken West-Vlamingen, via hun gemeenschappelijke vriend Victor Goemaere aan elkaar gekoppeld werden in café Le Coq. “Victor stond hier destijds achter de toog,” grijnst Schillewaert. “Hij wist dat Gijs en ik op onze honger zaten qua optredens en muzikale output in Brussel.”

Inmiddels is de barman ook gitarist bij Youff, de noiseband die Schillewaert in 2012 oprichtte, toen nog als duo. Schillewaert werkte een tijd voor de Vlaamse overheid als laborant, maar volgt nu een filmopleiding aan het RITCS. Teerlynck is tijdens de piekuren coördinator bij MicroMarché. Ooit begon hij bij Vooruit, toen hij zes jaar geleden naar Brussel verkaste, ging hij eerst aan de slag in de bar van de AB, waarna hij vijf jaar producties in goede banen leidde bij Recyclart.

Nadat enkele Brusselse alternatieve venues, waaronder Magasin4 en Recyclart, enkele jaren geleden te horen kregen dat ze op straat stonden, begon er iets te knagen bij Teerlynck. Samen met Niels Coppens van vzw Toestand organiseerde hij eind april 2018 Underground Occupy Mainstream in de ‘gekraakte’ AB. Een van de bands die daar op de affiche stonden, was Youff. “Maar toen kenden Alexander en ik elkaar dus nog niet persoonlijk,” vertelt hij.

Teerlynck legde er wel veel contacten die vandaag van pas komen. “Ik besefte ook dat ik echt evenementen wilde organiseren, op locaties die niet voor de hand liggen. Er is zoveel leegstand in Brussel. Daar moest ik absoluut iets mee doen.” Ook Schillewaert viel na zes jaar Brussel hetzelfde op. “Je hebt aan de ene kant instituten als de AB of de Botanique. En meteen daarna zit je in kraakpanden of kelders voor tien man. Ik miste iets daartussenin. Magasin4 is de enige zaal die de ideale sweet spot heeft van grootte, sfeer en geluidskwaliteit. Alleen, ik zag daar veel goeie shit, maar nét niet wat ik wilde zien. Dat werd het core concept van Stadskanker: fuck, dáár had ik bij willen zijn.” (Lacht)

Stadskanker is gegroeid uit die fascinatie voor braakliggend terrein dat ook vruchtbaar kan zijn. “Wij organiseren intussen dingen op allerlei plekken, of het nu een stadskanker is of niet,” zegt Teerlynck. “Maar de meeste locaties zijn wel tijdelijke bezettingen door culturele organisaties. Onze eerste releaseparty vond plaats in L’uZinne in Molenbeek, dat binnenkort tegen de grond gaat. Voor onze twee volgende events wijken we uit naar Le Tri Postal, het voormalige postsorteercentrum in het Zuidstation dat door de vzw Communa tijdelijk nieuw leven is ingeblazen. De mensen van Toestand en Communa zijn intussen goede vrienden geworden. Zij hebben ons ook de kans gegeven om locaties te vinden.”

Stadskankers maken Brussel tot de grauwe stad die ze soms is, maar ze geven haar ook die rauwe rand, een plek waar nog niet alles ontgonnen is en waar veel mogelijk is. “Het is net leuk om mensen naar zulke plaatsen te lokken, en ze een beetje uit hun comfortzone te halen,” zegt Schillewaert. “We mikken op die clash. Dat verruimt de blik, en het geeft ook een goeie, unieke sfeer.”

Brussel als speleobox
Het is niet alleen dat, het is ook de eclectische blik waarmee het duo muziek uitbrengt en programmeert. “Het woord kanker past bij onze muzikale smaak,” glimlacht Teerlynck. “Wij gaan redelijk hard, het mag experimenteel zijn of bizar. Onder de naam Balteel doe ik ook dj-sets, tussen de vuile punk door draai ik ook al eens Ciske de Rat. Dat werkt ongelofelijk goed.” Schillewaert knikt. “Na een hardcorepunkband programmeren we net zo goed een jazzkwartet of een elektronische act. Anders krijg je een eenzijdig publiek.”

Teerlynck ergert zich soms aan shows in Vlaanderen waar een concertavond netjes voorspelbaar verloopt en het publiek vooral bestaat uit blanke mannen die hun rauwheid willen tonen. “Hier in Brussel willen we net mensen van verschillende taalgemeenschappen en van diverse achtergronden laten samenkomen. En dat lukt ons. Elke dag ontdekken we meer collectieven, organisaties, bands in Brussel, en dat maakt het zo mooi. In Vlaanderen heb ik het gevoel dat je alles en iedereen al snel kent.”

“Brussel vond ik niet per se de meest toegankelijke stad toen ik hier toekwam,” vertelt Schillewaert. “Maar tegelijk vind je hier de meest fantastische initiatieven. Op de bovenverdieping van L’uZinne, waar we ons eerste releasefeestje deden, had het collectief HeyLàBas een gigantisch doolhof gebouwd, een soort uit de kluiten gewassen speleobox. We hebben onze bands gewoon dáárin laten optreden.”

Die samenwerking met HeyLàBas typeert de Belgische underground: het is een fijnmazig netwerk waarvan de tentakels de juiste mensen bereiken. En dat elkaar uit de bres helpt waar mogelijk. Ook Stadskanker heeft zich daarin genesteld. Voor hun releases werken Teerlynck en Schillewaert samen met labels uit beide landsdelen, zoals Rockerill Records uit Charleroi of Love Mazout uit Lille. “Op die manier proberen we met onze vinylreleases nét break-even te draaien. Al is dat voorlopig nog niet gelukt. Maar als je samenwerkt, bereik je sowieso een breder publiek.”

1777 stadskanker records2
© Heleen Rodiers

Het album Decoy van Stakattak verscheen zo zelfs op zes labels: Stadskanker, maar ook op Rockerill Records, Do It Youssef, Love Mazout, Bagdaddy en HYPERJUNGLE Recordings. Dat werkt goed, want ieder label heeft zijn eigen community. Qua promo en distributie scheelt dat alvast een slok op de borrel. En je kan events (co-)organiseren in de vaste zalen van de labels.

Extra grit
Haemers is hardcorepunk, en daar liggen ook de roots van Teerlynck en Schillewaert – ze komen beiden uit de legendarische West-Vlaamse H8000-scene, al sinds de jaren 1990 een broeinest voor loeiharde muziek. De eerste release van Stadskanker was niet verwonderlijk een cassette met zeven nummers van de Gentse hardcoreband Gagged, die ook voortkomt uit de H8000. Een herdruk van een tape die ze zelf DIY hadden uitgebracht op twintig exemplaren. “Er stonden vier nummers op kant A, drie op kant B,” vertelt Schillewaert. “Vinyl is mooi, maar duur. En niet elke band heeft genoeg materiaal om een volledige lp te vullen. Dan zijn die cassettes leuke hebbedingen. Mensen willen graag iets fysieks.”

Dat vinyl springlevend is, weten we intussen. Maar diep in de groeven van de muziekindustrie blijft de cassette overleven. Na haar ongeziene populariteit in de jaren 1980, mede dankzij de walkman, ging de muziekdrager ondergronds. Sinds enige tijd is hij weer hip, met dank aan voorvechters als Thurston Moore van Sonic Youth. Zelfs Elton John en Billie Eilish brachten hun nieuwe platen uit op cassette. Zwangere Guy vergezelde de cassetteversie van Brutaal zelfs van een walkman. Sinds 2013 is er ook een Cassette Store Day, in navolging van Record Store Day. En dat voor een medium dat niet bepaald geweldig scoort qua slijtvastheid en geluidskwaliteit.

“Dat is juist de charme,” zegt Schillewaert. “Die ruis, die flutter op de tape. Klassieke muziek moet je er nu niet meteen op beluisteren, maar statischere dingen als techno of garagepunk krijgen net extra grit. Die lofiness is cool. Nu, die undergroundfactor was vroeger groter, omdat je ze zelf kon opnemen. Dat is nu wel wat weg. Maar bon, niemand heeft thuis een vinylperserij.” (Lacht)

Stadskanker heeft zijn eigen dubber om cassettes op te nemen. Mono helaas, een stereo-exemplaar is zeldzaam en duur. Het aantal exemplaren dat ze uitbrengen, varieert tussen de 10 en de 200. “Vanaf 50 exemplaren wijken we uit naar Headless Duplicated Tapes in Tsjechië. Anders wordt het te tijdrovend, en je wilt ook dat het artwork goed gedaan is.”

De eerstkomende cassetterelease is er een van Pizza Noise Mafia, brute industriële techno uit Brussel. “Dat is de eerste uitgave met elektronische muziek die we uitbrengen,” zegt Teer­lynck. “Ik krijg dan berichtjes: huh, is dit Stadskanker, dit is toch geen punk? (Lacht) Nee, maar het is wel muziek met een punkattitude. Wij willen heel uiteenlopende dingen uitbrengen, van de hardcorepunk van Gagged tot de junkjazz van Schroothoop. Als het maar een beetje vies is.”

Vinyl en cassettes, allemaal goed en wel, maar de cd dan? “De cd is echt dood,” schokschoudert Schillewaert. “Tegenover de download biedt die geen meerwaarde meer. Bands vragen er ook nooit naar, dus releasen we geen cd’s. Met Youff hadden we ooit wel het idee om een cd uit te brengen in een doosje bekleed met schuurpapier, net als de cd zelf. Een slijpschijf, zeg maar. Het is bij een idee gebleven.” (Lacht)

So far, so good
Hun toewijding en een hart voor hun bands sieren Teerlynck en Schillewaert. Terwijl je voor de nieuwe Lana Del Rey op vinyl algauw 40 euro neertelt, verkoopt Stadskanker zijn lp’s tussen 15 en 20 euro. De cassettes gaan over de imaginaire toonbank voor 5 à 7 euro. “Ik denk soms dat we onszelf crimineel onderwaarderen,” zegt Schillewaert. “Maar wij denken nog volgens het hardcoremilieu van vroeger. (Lacht) Wij willen democratisch blijven. En als iemand een album bestelt via onze site en hij woont in de buurt, dan gaan we het zelf met de fiets bezorgen.”

Corona nekt Stadskanker wel, vertelt Teerlynck. Want uit hun evenementen halen ze net een heel klein beetje inkomsten. Met twaalf uitgaves in twee jaar tijd zijn ze ook iets te productief, beseft Schillewaert. “Het gat van de vorige release is nog niet gevuld als we aan de volgende zijn. (Lacht) Maar so far, so good. Het blijft een evenwichtsoefening tussen geen commercieel vehikel worden en doen wat je graag wilt.”

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?