In de werkruimte van Commander Spoon: een lepel babiroesa en een snuif belcanto

Commander Spoon
© Heleen Rodiers

Op het debuutalbum van Commander Spoon liggen saxriedels à la Coltrane lepeltje-lepeltje met funky breaks, misbaksels van beesten en vettige snacks. Brussel is een bastaard rijker.

Commander Spoon

  • Samy Wallens (uit Brussel), Florent Jeunieaux (uit Mons) en Fil Caporali (uit São Paulo) vinden elkaar aan het conservatorium in Brussel
  • Via Oyster Node lopen ze saxofonist Pierre Spataro (uit Charleroi) tegen het lijf
  • Gooien als Commander Spoon hiphop, elektronica, Afrikaanse, Braziliaanse en grootstedelijke grooves in de mix
  • 'Introducing, part III' belandt op de compilatie LeFtO presents jazz cats
  • Brengen drie ep's uit in een jaar tijd: Introducing, Declining en Facing
  • Debuteren deze week met Spooning bij WERF Records, thuisbasis van gelijkgestemde jazzavonturiers als STUFF., BeraadGeslagen en SCHNTZL

"Weet je niet wat een Belcanto is?” maakt Pierre Spataro, de bebaarde saxofonist van Commander Spoon, zich vrolijk. “Dat is zo'n stuk vlees uit de frituur. Een beetje zoals een frikandel, maar dan plat en gekarteld, en stevig gekruid. Een vriendin van me is er verzot op, ik vind het tegelijk verleidelijk én dégueulasse. (Lacht) De grap is dat het eigenlijk een zangstijl is.”

Een 'Belcanto' is nu ook een liedje op Spooning, het debuutalbum van Commander Spoon, en het smaakt even pittig als zijn naamgenoot uit de frituur en even hemels als zijn homoniem uit de klassiek. Want dat is de muzikale hybride van dit viertal: een grootstedelijke mix van jazz met funky breaks en catchy melodielijnen. Precies hoe Brusselse bastaardjazz vandaag mag smaken.
De mayonaise die het allemaal doet pakken, klutsen ze bij elkaar in Atelier Rue Verte, een ruime keet in de achtertuin van Samy Wallens' woonst, in het levendige deeltje Schaarbeek tussen het Noordstation en de Paleizenstraat. “Dit is nog een écht stuk Brussel,” zegt de drummer tussen twee repetities door. Op een geïmproviseerd podium met goudlamé tegen de achtergrond staan de instrumenten in een cirkel opgesteld. Aan de groezelige muren hangen posters van Étienne Daho en Serge Gainsbourg. Een tijdschema met de namen Luie Louis, Jay MNG, Juicy en Miss Angel herinnert eraan dat Commander Spoon vorig jaar samen met de Brusselse jazzcats van Echt! het hiphopproject Niveau 4 tot XXL oprekte.

De band stelde hier zijn drie ep's voor, af en toe zijn er concerten, en Juicy repeteert er. Maar de jongens van Commander Spoon komen zich hier niet elke week suf spelen. “Eigenlijk zitten we hier enkel wanneer we nieuwe dingen willen uittesten of een belangrijk concert in het vooruitzicht hebben,” legt Spataro uit. “Zo houden we het fris.”

hertzwijn
Die werkwijze hebben ze van Miles Davis opgepikt, vertelt Spataro. In de tweede helft van de jaren 1950 bracht de Prince of Darkness snel na elkaar vier albums uit met zijn kwintet om onder het contract met zijn label Prestige uit te raken. “Zijn groep was na een paar jaar supergerodeerd,” knikt bassist Fil Caporali. “Hij kon gewoon de studio in duiken en beginnen te spelen, zonder over iets te moeten nadenken. Die opnames klinken eerlijk en authentiek.” Voor Spataro is die spontaniteit de definitie van de jazz.

Commander Spoon bracht zelf in een jaar tijd drie ep's uit: Introducing, Declining en Facing. Titels die knipogen naar de bewuste albums van Miles Davis, Cookin', Relaxin', Steamin' en Workin' with the Miles Davis Quintet. “Dat de liedjes 'Introducing, part I', 'Introducing, part II' enzovoort heten, is dan weer een eerbetoon aan A love supreme van John Coltrane,” glundert Spataro. “Coltrane is God voor mij.”

Dat hun album Spooning heet, is alleen maar logisch. “We zijn er pas later achtergekomen dat spooning Engels is voor lepeltje-lepeltje slapen,” lacht Wallens. “We hebben nog geen manier gevonden om grote betekenissen aan onze nummers te hangen.” Dus noem je een track naar een gefrituurde snack of een hertzwijn. “Haha, ja, 'Babiroussa', dat is een vergissing van God,” giert Wallens het uit terwijl hij uitlegt dat hij, wanneer Commander Spoon langs de kassa passeert, graag een zoo wil beginnen. “Mensen mogen bij onze muziek denken wat ze willen,” haalt gitarist Florent Jeunieaux zijn schouders op. “Dat is het leuke aan instrumentale muziek, iedereen kan er zijn eigen invulling aan geven.”

“Kom, we vliegen er nog eens in,” wenkt Spataro. De jongens zetten hun tanden in 'Declining, part I'. Gitaar, sax, contrabas en drums: niks in de handen, niks in de mouwen. “We willen graag dicht bij een klassiek jazzkwartet blijven,” zegt Spataro. “Eigenlijk vertalen we de elektronica en hiphop waar we van houden naar akoestische instrumenten.”
“Puissance!” roept hij wanneer de groep overgaat op 'Jazzclub'. Eén lepel Commander Spoon en je wordt de superheld van de jazz.

Album: Spooning is nu uit bij W.E.R.F. Records

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

OPROEP: Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en wie weet win jij een van onze 10 prijzen! Neem nu deel..

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?