PJDS neemt nieuwe muziek op in Werkplaats Walter: 'Er schuilt lol in het tegendraadse'

Pieter-Jan De Smet (tweede van links) met zijn bandleden© Anton Coene

“Er zit een vibe en energie in die net een beetje schever loopt,” fileert zanger Pieter-Jan De Smet de nieuwe nummers die hij met PJDS opnam. Dat gebeurde in het avontuurlijke jazzhol Werkplaats Walter, samen met een schare topmuzikanten.

De Gentse zanger en muzikant, die zijn initialen schonk aan een band om zich te onderscheiden van de singer-songwriter die hij was in de jaren 1990, blijft muzikaal zijn zin doen. Ook al kwam voorganger Siren (2018) nooit echt boven de radar. Toen hij die plaat, opgenomen in de studio van gitarist/producer Frederik Segers, nog voor de release liet horen aan een bevriende boekingsagent, was die zo onder de indruk van de sound en de line-up – met naast De Smet (53) en Segers ook drummer Teun Verbruggen en bassist Mirko Banovic, toen aangevuld met Roland Van Campenhout – dat hij dacht goud in handen te hebben. “Ik raak jullie aan de straatstenen niet kwijt,” klonk het enkele maanden later ontgoocheld. “Welcome to my world,” reageerde De Smet, niet eens verrast.

Tijdens ons interview zal de zanger nog vertellen hoe zijn distributeur hem op straat zette en ook de promodame hem uiteindelijk meer zou kosten dan opbrengen. “Te vaak had ze te horen gekregen van journalisten en radiosamenstellers dat ik te oud was. Ik vond dat vooral grappig. Alsof het daarom draait... Ik zie het tegenwoordig als een compliment om niet gespeeld te worden op Studio Brussel.”

“Tegenwringen, lachen en onnozel doen: het is de aard van het beestje,” vervolgt De Smet. Niet alleen met PJDS, maar ook met De Piepkes, het K3-alternatief dat hij op poten zette met Sioen en Van Campenhout, en waarvoor hij de kinderopera Operaar Poephaar (2019) schreef. Optredens werden aangekondigd met een affiche met een blote kont op. “In dat tegendraadse zit net de lol. Stel je voor dat alles glad bij elkaar zou passen. Hoe saai zou dat zijn?”

De Smet bekent dat hij vlak na zijn debuutplaat in 1993 al doorhad dat hij met die attitude nooit van zijn eigen muziek zou kunnen leven en is sindsdien ook reclamestemmen beginnen in te spreken. “Tegenwoordig zijn het vooral dubbings voor bedrijfsfilms en animatiereeksen. Sinds kort lees ik thuis, in mijn eigenhandig geconstrueerde voice booth, ook boeken in. Intussen staan er acht Brusselmansen op de teller. Ik word er niet rijk van, maar wel heel zen.”

Toch horen we zijn stem – van breekbaar en weemoedig in de hoge noten tot bloedstollend in de lage – het liefst omringd door zijn band, zoals op het koortsige nieuwe 'Black & blue' of 'Salt-laced city', dat hij opdraagt aan Oostende en de geest van Swordfishtrombones van Tom Waits oproept. “Omdat er zo'n goeie sfeer heerste tussen de muzikanten zijn we na Siren gewoon blijven jammen. Eerst in Gent, later tijdens residenties in De Grote Post in Oostende. Zo ontstonden de songs die we in oktober 2020 opnamen in Werkplaats Walter (waar ze ook hun live(streaming)-debuut maken, red.). Werkplaats Walter, de wonderlijke artistieke vrijplaats in Kuregem, is het geesteskind van Teun Verbruggen en ontsnapt alvast aan de sclerose waaraan veel concertzalen lijden. Het is er bezeten van goede smaak, spontaneïteit, warmte, menselijkheid en durf, zodat je er nooit iets gratuit doet. Verbeelding is er net als bij PJDS een must.”

“Zelfs al reikte ik mijn muzikanten een braaf popdeuntje aan, dan nog maakten ze er iets van dat harmonisch zo raar in elkaar zat dat het toch typisch PJDS werd. Mirko kent natuurlijk zijn klassiekers. Met hem kan je een jazzset spelen, maar ook vette funk, weirde afro of britpop. Fré is naast een geweldig inventieve gitarist een ontzettend goeie producer met olifanten­oren en een erg uitnodigende manier van werken. En als Teun popmuziek speelt, lach je je gegarandeerd een kriek. Heerlijk vindt hij het zelf. Met zijn spooknoten en roffeltjes ondergraaft hij alles, maar nooit met een air van 'kijk mij eens'.”

Voor de mix van de plaat die De Smet hoopt dit jaar nog uit te brengen, ging hij in zee met Mark Howard, een oude kennis die met de groten der aarde samenwerkte. “Hij leerde de job als assistent van Daniel Lanois. Bij de opnames van Time out of mind speelde hij de go-between tussen de producer en Bob Dylan, die met elkaar in de clinch lagen. Dat hij ervaring had met volwassenen die het kind uithangen, vond ik een pluspunt. Hij zorgde ervoor dat onze pot met vreemde geluiden nog beter ging borrelen. Ik kan er nog steeds niet precies de vinger op leggen, maar er zitten een vibe en een energie in deze plaat die net een beetje schever loopt, waardoor ik er zelf ook heel graag naar luister.”

Safe 'N Sounddays #9: PJDS
9/5, 20.00, Werkplaats Walter, www.werkplaatswalter.be

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?