Playground: op visite bij Le Motel

Playground, Le Motel
© Heleen Rodiers

In zijn flat in Vorst laat soundwizard Le Motel hiphopbeats versmelten met elektronica en klanken uit de hele wereld. “Ik zoek altijd en overal contrasten op.”

Le Motel

  • Geboren in 1991 in Braine l'Alleud
  • Ruilt de gitaar al snel in voor de synthesizer van zijn zus
  • Ontdekt in de mediatheek links tussen footwork uit Chicago en ceremoniële percussie uit Benin
  • Debuteert in 2014 met de ep 45°34°50°
  • Geeft samen met Roméo Elvis de Belgische hiphop een nieuwe morale
  • Organiseert Les Garages Numériques, een festival rond digitale kunst
  • Bakt beats samen met Témé Tan en Veence Hanao
  • Voorziet de films Binti en Rosie en Moussa van een wonderlijke klankband
  • Richt zijn eigen label Maloca op, met als eerste release zijn eigen ep Transiro

Dit heb ik gevonden op het Vossenplein toen ik In transit draaide met Lefto,” glundert Fabien Leclerq alias Le Motel over het houten instrument dat hij van een rek plukt waarop ook zijn Red Bull Elektropedia Awards zijn uitgestald. Het is een Afrikaanse duimpiano annex rammelaar. “Ik hou ervan om dit soort rauwe, organische klanken te vermengen met nieuw, 'proper' spul,” zegt de Brusselse beatmaker, grafisch ontwerper, fotograaf en (voormalige) sidekick van Roméo Elvis. “In alles zoek ik contrasten op.”

Dat 'propere' materiaal staat opgesteld rond een tafel tegen het raam van Le Motels netjes geordende woonkamer. Zoals de synth waaruit hij allerlei klanken tovert die hij dan weer door een oude tape-recorder laat lopen om de geluiden wat meer grain te geven. Om ze nog wat vuiler te maken, stuurt hij ze weleens door het effectpedaaltje van zijn gitaar. Ook aanwezig: een elektrisch versterkte duimpiano. Voor zijn grootstedelijke klankenarsenaal gebruikt de klankentapper verder nog een sequencer, een sampler en een vintage ritmebox – voor de kenners: een Roland TR-808. “Die is superveel gebruikt in de Chicago-­house, vandaag is hij heel geliefd in de hiphop.”

1691 Le Motel2 Playground
© Heleen Rodiers

In de iMac op zijn werktafel bewerkt Le Motel zijn creaties met het programma Ableton en een batterij VST's – virtual instruments. “Ik probeer me daarin te beperken,” bekent hij. “Ik hoef geen 10.000 plug-ins. Minder mogelijkheden geven meer creativiteit.” Hij aast stiekem op een Prophet-synth, analoog spul met minder klankmogelijkheden. “Maar daarvoor moet ik nog even sparen. (Lacht) Eigenlijk kijk ik uit naar een plek waar ik een echte studio kan bouwen, waar het geluid beter is en waar ik me nog meer kan focussen op mijn werk.”

In zijn computer legt Le Motel zijn eigen geluidenbank aan. Dingen die hij ontdekt door in platenbakken te snuisteren en de wereldmuziekafdeling van de mediatheek te doorploegen, of gewoon uit de wereld plukt. Dat kan hier op straat, maar ook op zijn vele reizen. Begin vorig jaar bijvoorbeeld, trok hij naar Colombia. In de jungle ging hij op zoek naar zichzelf bij de Ticuna, een inheemse stam die hem de medicinale kracht van planten en de bedwelmende exotiek van dierengeluiden leerde kennen. “Op zo'n plek leef je echt in het moment, je begrijpt opnieuw wat essentieel is in het leven.”

1691 Le Motel4 Playground
© Heleen Rodiers

Hij nam er geen geluiden op, maar liet er wel het idee voor zijn nieuwe ep verder rijpen. Die wordt de eerste uitgave op zijn kersverse label Maloca en heet Transiro – Esperanto voor 'transitie'. “Dat woord verwijst naar de persoonlijke omwentelingen die ik meemaakte, maar ook naar de muziek: je hoort een mix van elektronische en organische geluiden die je niet meteen kan thuisbrengen.” Anders dan bij zijn vorige ep, Oka, wilde hij de muziek minder documentair maken. “Daarop hoorde je bijvoorbeeld duidelijk traditionele gezangen uit Vanuatu. Op Transiro hou ik de grenzen veel vager, waardoor het verhaal universeler wordt. Ik hou van de gedachte dat iemand anders op de wereld naar mijn muziek luistert en net hetzelfde voelt als ik. Of iets totaal anders.” (Lacht)

Le Motel is een globetrotter, letterlijk en figuurlijk. Van de wereld van zijn gouden platen met Roméo Elvis die hier tegen de muur hangen naar die van de houten rasp die hij meenam uit San Basilio de Palenque, een onooglijk dorpje in het noorden van Colombia. Van het boek A visual history of typefaces and graphic styles naar de vinylplaat Music from the mountain provinces uit de Filipijnen die ik uit zijn rek pluk. “Kijk naar die obi strips die ze rond die albumhoezen wikkelen,” zegt hij over een paar albums die hij vorig jaar meenam uit Japan. “Ze hebben me geïnspireerd voor het artwork van Transiro.” Nog enthousiaster is hij over een lp getiteld The great animal orchestra. “Die hoort bij een expo die ik net in Londen bezocht. Dierengeluiden triggeren er een digitaal grafisch schouwspel. Génial. Zie je, alweer dat contrast.”

De ep Transiro is nu uit (Maloca Records)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?