interview

Under the skin: wat gaat er om in het hoofd van theatermaker Dounia Mahammed?

Dounia Mahammed zoekt graag de rust van het bos op, maar ze zakt nog regelmatig af naar de stad© Heleen Rodiers

De Brusselse theatermaker Dounia Mahammed is voortdurend op zoek naar verbinding. Tussen culturen, tussen mensen, tussen woorden, tussen de stad en de natuur. “Het zou heel raar en ontwrichtend voelen om op een eilandje te gaan wonen, wetende wat er in de wereld gebeurt.”

“Ik was vroeger extreem verlegen,” zegt de Brusselse theatermaakster en actrice Dounia Mahammed. Geen eigenschap die goed spoort met een plek op bühne, nee. “Ik vraag mij nog altijd af waarom ik daar ga staan,” zegt ze met een schuchtere glimlach. Ze heeft die verlegenheid langzaam uit haar lijf gebannen, maar de weg was lang. “Bij mijn vertrek aan de kunsthumaniora zei een van mijn leraars: 'Toen jij hier toekwam, konden we jou uit het raam gooien, je zou nog niets gezegd hebben.' Ik ben héél voorzichtig opengebloeid. Voor mij is performen heel raar en tegenstrijdig. Soms verdwaal ik op de scène, dan word ik bang en onzeker.”

Die zoektocht naar houvast, die zelf opgelegde sprong in het diepe is voor Mahammed een constante in haar performances. Doorgaans geeft tekst haar grip, maar in Gnaborretni, een project dat ze samen met Alan Van Rompuy alias Azertyklavierwerke realiseerde, laat ze zelfs die los. Leegtes nemen grote happen uit de voorstelling. Die vult ze hier en daar op door mee met Van Rompuy te “experimenteren met behoorlijk abstracte apparaatjes die klanken teweegbrengen,” zang en “minimale aanvullingen te doen op piano.” Ook een van haar vorige stukken, w a t e r w a s w a s s e r, was een gevecht met flarden van gedachten en communicatieve chaos. “Zonder erover te panikeren. Ik wil daar net met mijn publiek doorgaan en er rust in vinden.”

Taal en betekenis, of net de afwezigheid ervan, staan niet zelden centraal in haar stukken. Haar levensloop heeft dat mee getriggerd: ze groeide op met een Belgische moeder en een Algerijnse vader, alleen al communiceren was hoppen van Nederlands naar Frans en Arabisch en terug. “Mijn Arabisch is niet perfect, als ik een woord niet ken, zeg ik het in een andere taal. Het Algerijns Arabisch dat ik met mijn papa spreek, is sowieso een lapjestaal, een mengvorm van Arabisch dialect en Frans.”

Opgroeien met twee culturen zorgde niet zelden voor een 'zekere onzekerheid'. “Ik wilde niemand teleurstellen, denk ik, als kind schipperde ik soms tussen verschillende wereldbeelden, visies, gewoontes, standpunten waar ik nog geen eigen omgang mee had gevonden. Ik voelde me vaak schuldig. Soms leken iets wel doen en iets niet doen allebei fout. Nu nog verdwaal ik af en toe, maar ik durf meer te vertrouwen op mijn intuïtie. Eens je zelf kiest wat je meedraagt, is die complexiteit juist ruim en rijk, waar ze vroeger benauwend voelde. Gaandeweg ontdekte ik ook dat kiezen niet altijd hoeft en dat ik soms meningloos ergens overal tussenin mag blijven hangen.”

De voorstellingen van Mahammed zijn haar manier om die verbrokkelde werkelijkheid te vertalen. “Maar ik hou er ook van om gewoon te spelen met woorden en te kijken hoe taal zich ontvouwt, welke melodie en kleur klanken hebben. Het is fijn om te onderzoeken hoeveel betekenissen of belevingen er in één woord zitten. Tegelijk heb ik over veel dingen het idee dat ik nooit bij de definitieve betekenis zal komen, dat het een benadering blijft.”

Interrobang
Schrijven doet ze non-stop, zegt ze. “Meestal niet met de nadrukkelijke bedoeling om er een voorstelling van te maken. Maar ineens kan ik kleine connecties beginnen te zien tussen die tekstsnippers en worden ze één ding.” Soms schrijft ze enkel in haar 'hoofd'. “Ik ga dikwijls wandelen in het bos, zonder iets om te noteren. Dan voer ik hele monologen op voor mezelf, of voor de dieren.” Dat groen is voor haar heel dichtbij: Mahammed woont in een boswachterswoning in het Zoniënwoud. “De chaos van de natuur geeft me rust. Mijn moeder is opgegroeid in het Hever-leebos, als kind heb ik daar ook veel tijd doorgebracht. Maar de laatste tijd was het zo hectisch dat ik mij wat losgekoppeld voel van het bos.”

1766 Dounia Mahammed
© Heleen Rodiers
| Dounia Mahammed: "Ik de chaos van de natuur vind ik rust, maar ik zweer de stad niet af"

Mahammed zweert de stad niet af. “Ik voel dat ik nood heb aan onder de mensen zijn, niet alleen in een artistieke context. Ik zou mij nooit helemaal willen afzonderen. Ik wil betrokken blijven. Het zou heel raar en ontwrichtend zijn om op een eilandje te gaan wonen, wetende wat er in de wereld gebeurt.”

Geeft ze in haar stukken commentaar op de miscommunicatie of het onbegrip die zich vandaag manifesteren, ondanks alle middelen die we hebben om elkaar te begrijpen? “Commentaar vind ik een moeilijk woord. Het is eerder een reflectie. Een uitnodiging. Een poging om het anders te doen. Ik voel een zekere ongerustheid. Een verontwaardiging ook. Eigenlijk probeer ik al mijn hele leven dingen samen te brengen.” Mahammed beleefde de wereld lang met een zekere dromerigheid. “Maar de laatste tijd is die dromerigheid wat minder aanwezig. Het leven trok te veel. Daarom is die ongerustheid nu ook groter. Ik voel zelfs voor het eerst kwaadheid.”

Die verontwaardiging passeert ook in Gnaborretni. De titel is het omgekeerde van de interrobang, het in onbruik geraakte leesteken dat een vraagteken en een uitroepteken combineert. Het stuk gaat over selectieve doofheid, geluidsoverlast, misverstanden, gewenning, impasse en de white noise die onze maatschappij zo veeleisend maakt. “Gnaborretni is eigenlijk een concert. Een raar, bijna onwezenlijk concert, waarvan niet zeker is of het wel bestaat, heeft bestaan, of zal bestaan. Niet begrijpen, het is oké om dat toe te laten.”

GNABORRETNI
10/9, 20.00, Pilar

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?