reportage

'Als hotelier moet je nu heel flexibel zijn'

Schaarbekenaren Michel en Sara kregen een upgrade in het Train Hostel.© Saskia Vanderstichele

De Brusselse hotels die weer open zijn, proberen op alle mogelijke manieren klanten te lokken. Ook de Brusselaars komen daarbij in het vizier, voor een overnachting, maar ook voor een dagje coworking, een barbecue op de 'rooftop' of een feestje in een tot disco omgebouwde hotelkamer.

‘Met een speciale actie red je geen heel seizoen’

Hoe de Brusselse hotels in deze toerisme-arme tijden weer gevuld krijgen? Het is een vraag waarover de Brussels Hotels Association zich het hoofd breekt. “Het wordt heel moeilijk,” zegt algemeen secretaris Rodolphe Van Weyenbergh. “Nog altijd is meer dan de helft van de hotels dicht bij gebrek aan klanten. In de hotels die open zijn, schommelt de gemiddelde bezettingsgraad rond vier procent.” De Brusselse hotels – goed voor 17.000 kamers – zijn voor 85 procent afhankelijk van gasten uit het buitenland, “Voor deze zomer komen er heel weinig reservaties binnen. Wij schatten dat de bezettingsgraad voor de komende maanden niet boven de vijftien procent zal uitkomen. Dat is catastrofaal.”

Is het een optie om de Brusselaars en andere Belgen naar de hotels te lokken, met speciale acties? “We moeten de lokale markt aanboren, maar het stadstoerisme heeft het extra moeilijk omdat de mensen na de lockdown vooral naar buiten willen. We zullen ook acties op touw zetten. Na de aanslagen hebben we de Pyjama’s Nights georganiseerd, een succes. Wie in pyjama naar het hotel kwam, mocht voor halve prijs overnachten. Nu is het niet zo simpel omdat er nog zoveel hotels dicht zijn. Zo’n actie geldt maar op enkele vaste data. Daarmee red je geen heel seizoen.” HUB
 

Donderdagochtend, even voor elf. Michel en zijn vrouw Sara stappen vrolijk uit de treinwagon op het dak van het Schaarbeekse Train Hostel waar ze de afgelopen nacht geslapen hebben. Voor het koppel, dat een paar straten verder in Schaarbeek woont, was het het eerste avondje uit sinds de geboorte van hun dochter, nu 22 maanden geleden. “We wilden er nog eens met zijn tweeën op uit, maar toch een beetje in de buurt van haar blijven. Bovendien hou ik van treinen.”

Eigenlijk hadden ze een gewone kamer gereserveerd, maar omdat ze de enige gasten waren in het hostel kregen ze van uitbater Mathieu Jacob een upgrade naar de mooiste kamer, de suite in de authentieke wagon op het dak.

“Onze bezettingsgraad ligt dezer dagen op minder dan één procent, het is dramatisch,” zucht Jacob, die het vijf jaar geleden geopende hostel vol treinattributen dezer dagen in zijn eentje openhoudt. “Wij moeten het normaliter hebben van groepen scholieren en studenten, en van buitenlandse toeristen. Die zijn er niet op dit moment.” Het hostel met tweehonderd bedden was tijdens de lockdown nooit offi cieel gesloten. “Maar toen er in april echt niemand meer kwam, zijn we toch even dichtgegaan.”

Inmiddels komen de boekingen weer mondjesmaat binnen. “We hopen de komende maanden een klein beetje Brusselaars en andere Belgen over de vloer te krijgen. Mensen bijvoorbeeld die naar het treinmuseum willen, dat gelukkig weer open is. Maar of er echt veel stadsmensen zullen komen? Willen ze niet liever naar Spa of een ander plekje in het groen?”

Om fietstoeristen aan te trekken, profi leert het hostel zich deze zomer als fietsvriendelijke accommodatie. “Mensen kunnen met de fiets naar Brussel komen, hier overnachten en ’s anderendaags met de fiets of met de trein weer naar huis. We hebben een beveiligde fietsenstalling met herstellingsmateriaal.” Jacob wil ook op zoek naar andere packages of activiteiten. “Diversifiëren, dat is de enige oplossing.” De hostelprijzen verlagen heeft volgens hem niet zoveel zin. “Dat is een techniek om je marktaandeel te verhogen, maar op dit ogenblik is er gewoon geen markt.”

1715 Hotel Chantecler 2
© Saskia Vanderstichele
| In guesthouse Chantecler in Ukkel is het al weer business as usual.

Concertjes

Diversifiëren. Dat is ook wat Martin Duchateau probeert te doen in Made in Louise, het hotel dat hij acht jaar geleden samen met zijn ouders en zus als een soort familieonderneming opende in de Elsense Veydtstraat. Het hotel met 48 kamers, gevestigd in drie oude herenhuizen, is sinds anderhalve week weer open, na drie maanden sluiting. Langzaam keren de gasten terug, vooral Belgen. Een echtpaar, beladen met chique winkeltasjes, komt het hotel binnen. Het koppel is afkomstig uit Luik en had voor corona al de gewoonte om een dagje shoppen in Brussel te combineren met een nacht in Made in Louise. “Het is hier heerlijk,” zeggen ze terwijl ze op de binnenkoer uitrusten met een fris biertje. “Toen we hoorden dat ze weer opengingen, hebben we meteen geboekt.”

Eerder had Duchateau ook al gasten uit Watermaal-Bosvoorde, die na de lockdown de eigen stad wilden verkennen. Nous venons de découvrir cet hôtel dans notre ville. Que du bonheur, schreven ze na afl oop in het gastenboek.

Hij heeft de indruk dat de mensen wel weer zin hebben om te bewegen, te reizen. “Een klein hotel vinden velen in deze coronatijden ook veiliger dan een hotel met vijfhonderd kamers.” Niet dat Made in Louise afficheert met een Covid Free-label zoals sommige andere hotels doen. Duchateau: “Ik word door allerlei hotelorganisaties benaderd voor zo’n label, maar het is duur en het geeft de gasten natuurlijk geen volledige garantie.” Hij houdt het op ontsmettingsgel, looprichtingen in de ontbijtzaal en een uitgebreidere schoonmaakprocedure voor de kamers. Die blijven na gebruik een nacht leeg en als dat niet kan, worden ze met een gehuurde ozonmachine gedesinfecteerd.

Maar het hotel is verre van vol, de bezetting schommelt tussen de vijftien en twintig procent. “Dat is zwaar. We zijn nog maar acht jaar open en hebben dus flinke leningen af te betalen. Of er nu tien of 48 kamers bezet zijn, er moet altijd iemand aan de receptie zitten. Nog een geluk dat ik met stagiairs kan werken.”

1715 Hotel Made in Louise Martin 3
© Saskia Vanderstichele
| Martin Duchateau stelt het terras van Made in Louise deze zomer ook open voor niet-hotelgasten.

Om de hotelinkomsten aan te vullen, richt Duchateau zich nu nadrukkelijk tot de Brusselaars. Het terras op de binnenkoer – met reuzegroot schaakbord en oude, lommerrijke bomen – stelt hij deze zomer ook open voor niet-hotelgasten. Af en toe zullen er concertjes plaatsvinden. En een ongebruikte ruimte, uitkomend op het terras, richtte hij in als coworkingspace. “Mensen uit de buurt kunnen hier gratis komen werken, ze betalen alleen hun drankjes.” Duchateau hoopt ook Brusselaars te kunnen lokken met een diner-met-overnachting-aanbod. “Ik besef dat de concurrentie met de kust en de Ardennen groot is, maar één nachtje in de eigen stad moet wel lukken.” Hij is zelfs van plan een speciale prijs te hanteren voor Brusselaars. “De prijzen liggen sowieso lager dan vorig jaar.”

Duchateau heeft ook het boekingsbeleid aangepast. Tot enkele uren voor aankomst kun je annuleren. “Anders durft niemand nog te reserveren. Als hotelier moet je nu heel fl exibel zijn.” Ook knijpt hij een oogje dicht voor day use, stelletjes die de kamer voor een paar romantische uurtjes willen gebruiken. Duchateau: “Liefst niet te vaak, maar dezer dagen neem ik alles aan.”

Lokaal toerisme

Ook het Pentahotel en het Jam Hotel, om de hoek bij Made in Louise, doen alles om de meubels te redden. Zo biedt Penta Brusselaars die aan de onrust van de eigen woning willen ontsnappen een hotelkamer als privékantoor aan.

Het altijd al hippe Jam Hotel, met buitenzwembadje op de vijfde verdieping, stelde een flink deel van zijn kamers en terrassen ter beschikking van Les Organisateurs, een bedrijfje dat sinds enkele jaren het Brusselse nachtleven nieuw leven inblaast met feestjes en andere events. Tot eind augustus kun je in het Jam terecht voor een privébarbecue op de rooftop, een etentje met vrienden in een hotelkamer of een veilig feestje aan de pool of in een tot discotheek verbouwde kamer. Achteraf kun je er natuurlijk overnachten.

“Zo hebben we de bezetting toch wat kunnen opdrijven,” zegt CEO Jean-Michel André van het Jam. Zijn hotel werd ook voor de gezondheidscrisis al bezocht door Brusselaars, vanwege de originele bar, en door andere Belgen. “Die tendens zal nu sterker worden,” zegt André. De komende maanden zullen er wat Nederlanders, Fransen en Duitsers bijkomen, verwacht hij. “Maar beperkt, er zijn immers geen evenementen in Brussel. 2020 wordt sowieso een slecht jaar. De Amerikanen en Aziaten, zo belangrijk voor de hotels, komen voorlopig niet terug.”

Volgens hem is de sector door de coronacrisis grondig veranderd. “Tot aan de crisis reisde zowat de hele wereld. We hadden gasten uit Roemenië, Marokko, Brazilië, landen waar tot voor enkele jaren nauwelijks gereisd werd.” Al dat reizen is goed voor de hotels, maar minder goed voor onze planeet, beseft André. “Misschien is het sowieso goed om het in de toekomst anders aan te pakken en meer in te zetten op lokaal toerisme. Je moet je hotel dan wel anders presenteren. Antwerpenaars of Amsterdammers kun je niet meer verleiden met de Brusselse Grote Markt. Die hebben ze gezien. Hen moet je lokken met leuke winkels, fi etstochtjes of kleine, bijzondere musea.”

Overigens zitten niet alle Brusselse logementen verlegen om klanten. In guesthouse Chantecler in Ukkel, een B&B met vijf gastenkamers, is het sinds de heropening, nu drie weken geleden, alweer business as usual, zegt eigenares Françoise Blum. De paradijselijke villa, gelegen in een park van 38 are, is dan ook de enige overnachtingsplek in het Brussels gewest met een riant openluchtzwembad in het groen. Qua vakantiegevoel en charme hoeft het guesthouse nauwelijks onder te doen voor een Normandisch landgoed.

“We hebben momenteel heel veel boekingen van Belgen,” vertelt Blum. Een Brusselse checkt net in, samen met haar zus. “We komen hier om uit te rusten,” vertelt ze, “gewoon bijpraten, lezen en relaxen.” Even later dobberen ze in het zwembad.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?