Rechter: café-uitbater moet slechts helft van huur tijdens lockdown betalen

© Café Leffe via Facebook
| Het Café Leffe bij de Zavel

Tijdens de lockdowns kon Café Leffe de huur van 11.000 euro per maand niet betalen aan eigenaar AB InBev. De brouwerij daagde de uitbater van het café voor de rechter, maar die oordeelt nu dat geen enkele partij alle gevolgen van de pandemie hoeft te dragen. Café Leffe moet de helft van de achterstallige huur betalen, de andere helft is voor de tegenpartij.

De uitspraak van de vrederechter van het eerste kanton van Brussel dateert van 15 april, maar werd deze dinsdag door La Dernière Heure bekend gemaakt.

Aan de basis van het geschil ligt de coronapandemie en de twee lockdowns, waarbij de horeca deels of geheel op slot moest. Ondanks de steunmaatregelen van de overheid konden heel wat horecazaken de huur van hun pand daardoor niet betalen. Zo ook Christina Giubbi, uitbaatster van Café Leffe op de Zavel.

"Omdat ik nog een andere zaak heb, had ik geen recht op overbruggingskrediet," zegt ze aan BRUZZ. "De Brusselse Tetrapremie, zo'n 15.000 euro in totaal, was ruim onvoldoende om er de maandelijkse huur van 11.000 euro mee te betalen."

Dus betaalde Giubbi de huur niet voor de periode maart-juni 2020 en oktober-juni 2021.

'Buitensporig en onevenredig'

AB InBev, met wie ze een handelshuurovereenkomst van twintig jaar heeft lopen, daagde haar daarop voor de vrederechter. De brouwerij wilde de huurovereenkomst verbreken en de achterstallige huur en waarborg innen, dit naast een vergoeding voor de tijd dat de zaak zou leegstaan, in afwachting van nieuwe huurders.

Maar de vrederechter ging niet in op die eisen. Die oordeelde dat "de huurovereenkomst opzeggen en de huurder eruit zetten volkomen ongerechtvaardigd en abusief, buitensporig en onevenredig zou zijn,", weet La DH. "Dit omdat Giubbi de huur voor de crisis altijd betaald heeft."

Over de achterstallige huur zegt de vrederechter dan weer dat het klassieke verbintenissenrecht ontoereikend is, "en dat het onrechtvaardig zou zijn dat de ene of de andere partij alle economische consequenties van de gezondheidscrisis moet dragen."

Net daarom brak de rechter de stok in twee. "Een solidariteit tussen verhuurders en huurders is aangewezen om zo deze crisis te boven te komen. Elke partij moet 50 procent van de consequenties van de pandemie dragen." Daarmee wijst de vrederechter ook de vraag van Giubbi af, die maar 25 procent van de achterstallige huur wilde betalen.

Toch is Giubbi tevreden met de uitspraak. "AB InBev heeft al een paar keer geprobeerd me eruit te zetten, ook voor de crisis. Ik ben blij dat ik nu nog drie jaar kan verder doen, tot het contract is afgelopen."

Het is niet de eerste keer dat een vrederechter een uitspraak doet over een geschil rond achterstallen, opgebouwd tijdens een lockdown. En die uitspraken zijn soms tegenstrijdig. Zo kreeg drogisterij Di in Etterbeek eind 2020 gelijk van de rechter, en moest het de achterstallige huur niet meer betalen. Maar quasi op hetzelfde moment moest een restaurant-uitbater in Elsene wél de achterstallige huur betalen, volgens de rechter omdat de verhuurder niet verantwoordelijk kan worden geacht voor de verplichte sluiting.

Precedentwaarde beperkt

Dat er veel verschillende uitspraken zijn, kan verwarrend zijn, maar heeft ook te maken met het concrete huurcontract, dat telkens verschillend is in termijn en voorwaarden, en de uitspraak in de ene of de andere richting kan sturen. De precedentwaarde van deze uitspraak is dan ook eerder beperkt.

Beroep is ook in deze zaak nog mogelijk. AB InBev wenste niet te reageren: "Dit gaat om een legale kwestie, waarop wij niet verder in de pers wensen in te gaan."

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?