Meeste jeugdkampen gaan door ondanks maatregelen: 'Financiële en praktische puzzel'

Bij gemeenschapscentrum De Markten genoten 4- tot 6-jarigen van het Beestige Boerderijkamp.© BRUZZ

Slechts een kwart van de speelpleinwerkingen in Vlaanderen ging open tijdens de eerste week van de paasvakantie. Ook in Brussel heeft de jeugdsector het moeilijk, maar kan het merendeel van de stages en kampen wel plaatsvinden. “Al meer dan een jaar passen we non-stop onze werking aan.”

Iets voor vier zetten een tiental 4- tot 6-jarigen de laatste speelminuten van hun Beestige Boerderijkamp in met een potje balspelen. Dat doen ze niet in het organiserende gemeenschapscentrum De Markten, maar op de kleuterafdeling van basisschool De Kleurdoos. “Samen met het Maria Boodschaplyceum hebben zij ons last-minute en gratis een extra locatie aangeboden. Een steun die ons ontzettend deugd deed in deze periode”, vertelt cultuurfunctionaris Jef Deyaert.

Bij de jeugdwerkingen is het alle hens aan dek sinds 19 maart. Door de stijgende coronacijfers voerde het Overlegcomité tien dagen voor de paasvakantie nieuwe, strengere maatregelen in: bubbels van 10, geen overnachtingen en verplichte buitenactiviteiten voor kinderen ouder dan 12. Toch slaagde de Brusselse sector erin het grootste deel van de kinderen en jongeren op kamp te laten gaan en ontstonden er zelfs extra initiatieven.

jeugdwerking bekile
© @bekilevzw (Instagram)
| Jeugdwerking Bekile bezorgde hun jongeren een speelweek in plaats van een kamp met overnachting.

Geen kamp op verplaatsing bijvoorbeeld voor jeugdwerking Bekile, maar dankzij de vrijwilligers wél speelweken in Woluwe met op vrijdagnamiddag een afsluitfeestje.

“Het was niet evident om in één week tijd iets helemaal anders te organiseren, maar we krijgen wel hulp van verschillende kanten”, vertelt vrijwilliger Imrane Belhadj. “Via de VGC huren we dit lokaal aan een voordelige prijs, en deze week springt een vriend van mij bij als animator. Zo kunnen we ons toch in twee bubbels organiseren.”

Tandje bijsteken

In Brussel blijft het aantal geannuleerde kampen vrij beperkt. Volgens Neal Raes, coördinator van de VGC-Jeugddienst, genieten zo'n 3.000 Nederlandstalige Brusselse jongeren van een paaskamp.

"Bij onze eigen gemeenschapscentra en jeugd- en sportdienst werd slechts één speelweek geannuleerd, doordat een externe partner het niet meer zag zitten." Ook bij de jeugd- en sportorganisaties die het VGC subsidieert, gaat het om een kleine minderheid. "Een sportclub en enkele andere jeugdwerkingen moesten annuleren doordat de kampen met overnachting werkten, door het verlet van een externe organisatie of door gebrek aan beschikbare locaties."

Daarnaast zagen verschillende animatoren op tegen de verplichte buitenorganisatie voor kinderen ouder dan 12. "En na de weeromstandigheden van de afgelopen dagen, kan je ze geen ongelijk geven", aldus Raes.

Imrane Belhadj, vrijwilliger vzw Bekile

Dezelfde redenen zetten enkele Franstalige initiatieven ertoe aan hun deuren te sluiten, bevestigt Marie Kuyl van het Badje (Bruxelles Accueil et Développement pour la Jeunesse et l’Enfance). Zo zouden deze week een vijftigtal kinderen van 2,5 tot 12 jaar opgevangen worden door het G.A.F.F.I. (Groupe d'Animation et de Formation pour Femmes Immigrées).

"Maar we hebben slechts één gebouw; met de huidige maatregelen hadden we twee bubbels op voldoende afstand van elkaar kunnen houden”, legt directrice Anne Iwens uit. “Dat is amper de helft van alle kinderen; hoe zouden we dan beslissen welke kinderen wel of niet mogen komen?"

Ondanks de genoemde moeilijkheden benadrukt ook Kuyl dat het leeuwendeel van de stages doorgaat. “De energie is bewonderingswaardig: er zijn zelfs organisaties die éxtra initiatieven op poten zetten!”

Een tendens die zich over de taalgrenzen heen voordoet: waar de VGC in 2019 nog 40 initiatieven telde tijdens de paasvakantie, zijn dat er dit jaar 74. “Je kunt dus stellen dat de sector de bui al voelde hangen en daarom een tandje heeft bijgestoken”, zegt Neal Raes van de VGC-Jeugddienst.

Bubbels op barsten

Aan Franstalige zijde vormden vooral de bubbels van tien een probleem. “Veel van onze organisaties werken volgens de normen van het ONE (Office de la Naissance et de l'Enfance, de tegenhanger van Kind & Gezin, red.). Die zeggen dat je per twaalf kinderen een begeleider moet rekenen”, legt Kuyl uit. “Daarop zijn ook de inschrijvingen gebaseerd. De nieuwe regel verplicht hen dus om extra animatoren aan te nemen, wat niet overal lukte.”

De Markten vond die extra paren handen wel redelijk snel, dankzij hun eigen database aan animatoren. Deyaert merkt zelfs voordelen op aan de verkleinde bubbel: “Normaal gezien krijgt een begeleider verantwoordelijkheid over zeven tot acht kinderen, wat betekent dat een groep van tien nu twee animatoren telt. Dat vinden zij zelf heel fijn: ze staan er niet alleen voor én ze leren de kinderen veel sneller kennen.”

Belhadj vindt het spelen in kleinere groepen dan weer iets minder fijn. “Normaal spelen wij hier met iedereen samen als één grote familie. Corona heeft dat wat geblokkeerd, maar we wilden alles op alles zetten om toch iets te organiseren.”

Raes noemt de bubbels van tien wel de absolute limiet: "Hoe kleiner je die groepen maakt, hoe meer andere problemen er zich voordoen. De ochtendopvang – waarbij ouders die vroeg moeten werken hun kinderen eerder kunnen brengen – kregen sommige werkingen bijvoorbeeld niet georganiseerd.” Die kinderen komen immers telkens uit verschillende bubbels en zouden dus ook nog eens op afstand van elkaar moeten worden gehouden.

Begripvolle ouders

Organisaties die de activiteiten zelf annuleerden voorzien normaal gezien een terugbetaling, maar daarmee vindt nog niet iedereen opvang voor hun kind. “Kwaad zijn de ouders niet, maar we merkten wel bezorgdheid en wanhoop”, aldus Kuyl. Klachten wegens annuleringen zegt ook Raes nog niet te hebben ontvangen.

Ook de ouders die hun kinderen naar het G.A.F.FI. zouden sturen, hadden begrip voor hun beslissing om te sluiten. "Wij werken vooral met families in precaire situaties, waarvan de ouders vaak niet werken en de kinderen dus kunnen thuishouden", zegt directrice Iwens. "Voor de enkelingen die daar nood aan hadden, vonden we een andere oplossing."

Kreet om steun en overleg

Dat de jeugdkampen grotendeels kunnen doorgaan, hebben de kinderen volgens Kuyl vooral niet te danken aan het Overlegcomité. “Onze teams zijn uitgeput; al meer dan een jaar passen ze non-stop hun werking aan.” Het personeel van het G.A.F.F.A. telde op een bepaald moment drie zieken in een week. “Geen covid, maar pure vermoeidheid”, zucht Iwens.

“Het klinkt heel cynisch, maar de sector is het snelle schakelen en niet gehoord worden intussen wel gewend”, beaamt Raes. Hij benadrukt het alarmerende signaal dat hij in verschillende organisaties opvangt over het mentaal welzijn van kinderen en jongeren. “Net op het moment dat ze hun sociaal netwerk buiten het gezin ontplooien, valt dat weg. Welke plek geef je hun dan in deze crisis en in deze stad?”

jeugdkamp de markten
© BRUZZ
| De laatste minuten van de speeldag worden bij De Markten gevuld met balspelletjes.

Naar aanleiding van de onvrede roept de Franstalige kant van de sector het Overlegcomité op om vroeger met hen te overleggen en de realiteit op het terrein te komen verkennen. “Alleen zo kan het soepeler verlopen”, aldus Kuyl. Naast bubbels van 12, vragen ze extra financiële middelen om te vermijden dat de kosten op de schouder van de ouders vallen.

Die financiële hulp zou ook De Markten kunnen gebruiken. Doordat andere jaarlijkse inkomsten wegvallen, betekent het aanschaffen van extra mensen en materiaal een financiële uitdaging. "Maar goed, het is ook onze opdracht om de kinderen van ontspanning te voorzien”, zegt Deyaert. “Ik ben vooral heel blij dat we erin geslaagd zijn alles toch te laten doorgaan.”

Brussels in your mailbox?