1 jaar corona

Testen en tracen met Inge Neven en Marc Noppen: 'Verlangen naar iemand die beslist'

Opmerkelijk: Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel, en coronacrisismanager Inge Neven.ontmoeten elkaar voor het eerst voor dit interview, terwijl ze beiden al maanden in het brandpunt van de Brusselse crisis staan. © Bart Dewaele

Ze belandden op een ander moment midden in de coronacrisis, maar ze zagen het coronavirus allebei van alle hoeken en kanten. Twee Brusselse protagonisten van de pandemiebestrijding over één jaar corona: Marc Noppen van het UZ Brussel en Inge Neven van de Brusselse Gezondheidsinspectie. “In België overleggen we constant, maar hakken we geen knopen door.”

De impact van de coronacrisis in Brusselse ziekenhuizen

Maar liefst 8.500 mensen belandden tijdens deze coronacrisis in een Brussels ziekenhuis. Ze bleven daar gemiddeld twee weken. Een kwart van die ligdagen was op Intensieve Zorg. Mensen met cardiovasculaire problemen, diabetes of longaandoeningen belandden het meest in het ziekenhuis. Twintig procent van de opgenomen patiënten sterft ook in het ziekenhuis.

Afspreken doen we in het lege café van het Kaaitheater. Symbolisch voor wat Brussel vandaag moet doormaken. Geen horeca, geen cultuur. De pret en het vertier zijn naar de privésfeer verbannen. En naar de eigen bubbel. Als Inge Neven komt binnengewandeld, monstert ze de ruimte. “Het zou een mooi vaccinatiecentrum kunnen zijn,” grapt ze.

Dat is niet gespeend van ironie. Ze heeft net te horen gekregen dat door informaticaproblemen het pas geopende testcentrum op de Heizel alweer dicht moet. “Je vraagt je af: openen we het testcentrum nu met een grote persconferentie? Je beslist van wel. Om dan een dag later te horen dat het weer dicht moet door technische problemen.”

Het snelle schakelen en de onverwachte wendingen. Het is een constant gegeven voor de beleidsmakers in dit land tijdens deze pandemie. Omdat het virus onvoorspelbaar is, omdat het land onvoorbereid was, omdat de lijnen en de bevoegdheden in dit kleine land meer weg hebben van een spaghetti dan van geoliede machine.

Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel,  en coronacrisismanager Inge Neven
© Bart Dewaele
| Marc Noppen: "Denemarken heeft een heel sterke centrale aansturing, met een grote operationele decentralisatie. Er is een hiërarchie. Dat is het grote verschil. België is een platte pannenkoek."

Opmerkelijk, maar ook tekenend: Neven en Noppen ontmoeten hier elkaar voor het eerst. Terwijl ze beiden al maanden in het brandpunt van de Brusselse crisis staan. “Dat zegt toch alles”

We zijn een jaar na de uitbraak van het coronavirus. Op welk moment beseften jullie dat we met een écht probleem zaten?
Marc Noppen: Toen ik de beelden zag van de ziekenhuizen in Noord-Italië: Bergamo, Cremona. Ik heb daar een tijdje gewerkt. Ik ken die ziekenhuizen, ik ken die mensen. Ik dacht: als zij dit meemaken, dan is de pandemie ook voor ons niet meer veraf. Al had ik er geen idee van dat het zo’n ampleur zou aannemen.

Eind februari hadden we voorzichtigheidshalve onze noodplannen al eens uitgehaald. Op 6 maart hadden we twee patiënten die positief testten. Het was vrijdag, halfzeven ’s avonds. Een jongen van vijftien die net een niertransplantatie zou krijgen. De nier lag klaar. En een verpleegkundige die al een week met een longontsteking in ons ziekenhuis lag.

En vanaf dan was het crisisbeheer. De hele governance is toen opzijgeschoven. Met één korte lijn van directie naar het ziekenhuis. Met 5 departementen in plaats van 57. Dat ging vlot. We hadden al wat ervaring met een ander soort vijand, tijdens terreuraanslagen.

Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel

En toen begonnen de patiënten binnen te komen.
Inge Neven: Ik heb die periode als buitenstaander meegemaakt. Ik werkte nog niet bij de Brusselse Gezondheidsinspectie. Ik herinner me wel hoe onwezenlijk het was. Bij Imec, waar ik werkte, moesten we begin januari al maatregelen nemen omdat we actief zijn in Azië. Ik was bevoegd voor het risicomanagement. Ik heb toen al de Passenger Locator Forms leren kennen, en de contacttracing.

Toen ik bij de Gezondheidsinspectie aan de slag ging, in mei, zag je dadelijk dat die te klein was om die crisis te lijf te gaan. Corona kwam als een enorme verrassing. Er waren geen noodplannen.

Noppen: Corona kwam voor iedereen als een verrassing. Het federale niveau was niet klaar, het Vlaamse ook niet. De woonzorgcentra zijn in de eerste golf veel te lang onder de radar gebleven. Dat is geen kritiek, maar een vaststelling.

Over de Brusselse aanpak van de periode na de eerste golf bent u wél heel kritisch.
Noppen: Zeker. Daar zijn fouten gemaakt. In de zomer zag je her en der opflakkeringen, maar de epidemie was eigenlijk wel onder controle. We hadden weinig patiënten in het ziekenhuis. We bleven wel testen. We zagen midden juli de positiviteitsratio stijgen. Ons team van wiskundigen heeft toen een curve gemaakt die perfect het verder verloop van de epidemie voorspelde. We wisten toen al dat de tweede golf hoger en breder zou zijn dan de tweede. Ik had de piek voorspeld op 6 november. Het is 7november geworden.

Ik ben met die cijfers naar de overheden getrokken. Maar er is niet naar mij geluisterd. De ene versoepeling na de andere volgde. BRUZZ heeft toen aan minister Alain Maron (Ecolo) uitleg gevraagd, met het bekende antwoord: dat het UZ Brussel zich maar met Vlaanderen moet bezighouden.

Ik was zo boos dat ik naar Intensieve Zorg ben getrokken. De Bergamopatiënten waren aan het binnenstromen. Ik heb foto’s genomen van de patiënten. En heb die naar Pedro Facon en Maggie De Block gestuurd. Pas toen is er naar mij geluisterd.

Mevrouw Neven, ik denk dat u wel kan bevestigen dat er in de zomer weinig ‘sense of urgency’ was in Brussel.
Neven: Ik denk wel dat dat klopt, ja. De Brusselse politiek wou de bevolking ontzien, vooral de jongeren. De positiviteitsratio steeg, maar vooral bij de oudere bevolking. De ziekenhuiscijfers vielen mee. We hebben toen vooral op motivatie ingezet: de bestaande maatregelen laten respecteren.

Wel voerden we op 12 augustus de mondmaskerplicht in. Die leek te werken. Maar met de terugkerende reizigers aan het eind van de vakantie en de heropening van de scholen was het hek van de dam. Ondanks onze pogingen om met testing, tracing en quarantaine de epidemie onder controle te krijgen. Je zag die tweede golf zo voor je ogen ontstaan.

Coronacrisismanager Inge Neven
© Bart Dewaele
| Inge Neven: "De inschattingen die de statistici maakten strookten niet met hoe het hier in Brussel werd aangevoeld. Ik herinner me hoe bepaalde burgemeesters eind september weerstand boden tegen nieuwe maatregelen. Ze vonden het allemaal overroepen, en niet zo erg.

Wat zegt dat volgens u over het beleid? Was dat verblind door een soort van optimisme?
Neven: Dat denk ik niet. Het gaat meer om een afweging die de politiek moet maken tussen gezondheid en economie. En verder zat het ook niet goed met het samenspel tussen het federale niveau en de regio’s, met op 23 september die fameuze persconferentie van premier Sophie Wilmès (MR).

De inschattingen die de statistici maakten strookten ook niet met hoe het hier in Brussel werd aangevoeld. Ik herinner me hoe bepaalde burgemeesters eind september weerstand boden tegen nieuwe maatregelen. Hoewel de ziekenhuisopnames toen al aan het stijgen waren. Ze vonden het allemaal overroepen, en niet zo erg.

Noppen: Ik denk dat je de kern van de zaak raakt: onze governance-structuur staat haaks op wat crisismanagement hoort te zijn. Zeker in een crisis van een pandemische schaal. Daar bestaat wetenschappelijke literatuur over. We geven daar les over. Drie basisregels komen altijd terug: eenheid van commando, van uitvoering en van communicatie.

En, wat ook cruciaal is, snelheid. Perfectie is op dat moment de vijand. Je maakt fouten. Maar dat is niet erg. Die kun je rechtzetten. Het ergste wat je kan doen, is géén beslissingen nemen. En blijven overleggen. En raden oprichten, en adviesraden, en stuurgroepen. Op een bepaald moment hadden we er dertig.

Coronacrisismanager Inge Neven

Bent u het daarmee eens? Brussel heeft op een bepaald moment toch één lijn proberen te trekken, bijvoorbeeld in de quarantainehandhaving. Met één beleid voor de negentien gemeenten.
Neven: (Aarzelt) Voor een stuk. Maar om heel eerlijk te zijn: de eenheid van commando is er nog steeds niet. Neem nu de testing. Er is een federale taskforce opgericht, met vertegenwoordiging van de regio’s. Maar werkt die eigenlijk wel? Beslissingen blijven uit. We zitten op dat vlak in een complex land.

En dan opent u een prachtig vaccinatiecentrum, en heeft u geen vaccins …
Noppen: Mag ik even cynisch zijn? Dit is bijna een grap …

Neven: Dat is natuurlijk frustrerend, want in december krijg je te horen dat we kunnen vaccineren en dat we in mei klaar kunnen zijn. We bouwen grote vaccinatiecentra om snel te kunnen werken. En met een goede drive bij ons personeel. Iedereen zag het vaccin als the way out. En nu voel je dat het stokt. Dat is heel frustrerend, ja. En het doet bijna het positieve nieuws vergeten dat we de woonzorgcentra wél volledig gevaccineerd hebben.

Coronacrisismanager Inge Neven in gesprek met Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel
© Bart Dewaele
| Inge Neven: "Je mag enthousiasmeren, maar niet overtuigen. Dat is een subtiel verschil, maar het is wel belangrijk. We zetten geen mensen onder druk om zich te laten vaccineren."

Noppen: Ik volg Inge wel. Er is inderdaad ook fantastisch goed nieuws. We hebben drie zeer goed werkende vaccins. En ze zijn er vroeger dan we zes maanden geleden hadden kunnen dromen.

Maar er is toch opnieuw zoiets als een ‘smalheid in de uitvoering’. Ik verwijs naar Denemarken. De toelevering van de vaccins is daar dezelfde als bij ons, maar daar is al dubbel zoveel gevaccineerd. Het loopt daar als een trein.

Hoe komt dat?
Noppen: Denemarken heeft een heel sterke centrale aansturing, met een grote operationele decentralisatie. Er is een hiërarchie. Dat is het grote verschil. België is een platte pannenkoek. We overleggen voortdurend, maar er worden geen knopen doorgehakt.

Neven: Op sommige momenten verlang ik ernaar dat iemand beslist. Dat ontbreekt in deze crisis. Ook vandaag.

Virologen gaan ervan uit dat tachtig à negentig procent van de bevolking gevaccineerd moet zijn om groepsimmuniteit te behalen. De Brusselaar aarzelt. Halen we die tachtig procent wel?

Neven: Ik ben een optimist. Dus ik denk van wel. We zien de bereidheid stijgen. En bij het ziekenhuispersoneel is er geen probleem.

Begrijpen jullie waar dat antivaccin-sentiment vandaan komt?
Neven: Er circuleren verhalen. Meisjes vrezen dat ze niet meer vruchtbaar zullen zijn. AstraZeneca heeft dan weer de naam slechte bijwerkingen te geven. We moeten het tijd geven.

Coronacrisismanager Inge Neven en Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel
© Bart Dewaele
| Inge Neven (links): "De eenheid van commando is er nog steeds niet. Neem nu de testing. Er is een federale taskforce opgericht, met vertegenwoordiging van de regio’s. Maar werkt die eigenlijk wel? Beslissingen blijven uit. We zitten op dat vlak in een complex land."

Noppen: Bij de twijfelaars heb je een grote groep die een gebrek heeft aan objectieve informatie. Dat is ook in mijn vriendenkring zo. Die krijg je wel mee. Als je ze goed informeert. Maar er is toch ook een significante minderheid van mensen die je niet meekrijgt. Die je bij een discussie juist versterkt in hun overtuiging. Ik noem het mensen die ‘magisch’ denken. Het kunnen ook hoogopgeleiden zijn. Het zijn mensen die op een andere manier met de werkelijkheid omgaan.

Hoe willen jullie hen overtuigen?
Neven: We werken met mensen uit de gemeenschappen. In verschillende talen. Met pictogrammen. Het is zieltjes winnen. Stap voor stap. Zonder te overtuigen.

Coronacrisismanager Inge Neven en Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel
© Bart Dewaele
| Marc Noppen (rechts): "Er is toch ook een significante minderheid van mensen die je niet meekrijgt. Die je bij een discussie juist versterkt in hun overtuiging. Ik noem het mensen die ‘magisch’ denken."

Hoezo?
Neven: Je mag enthousiasmeren, maar niet overtuigen. Dat is een subtiel verschil, maar het is wel belangrijk. We zetten geen mensen onder druk om zich te laten vaccineren.

Noppen: Zorgpersoneel zou nochtans verplicht moeten worden. We doen dat met hepatitis B waarom niet met dit vaccin? En wie niet wil, komt niet aan het bed van de patiënt.

Neven: Ook de federaties van rusthuizen dringen aan op een verplichting. Voorlopig volgt Brussels minister van Gezondheid Alain Maron de federale richtlijn. We zijn dus nog niet aan een verplichting toe, maar we gaan wel naar een beleid waarbij we rusthuizen pas laten versoepelen als negentig procent van de residenten en zeventig procent van het personeel gevaccineerd zijn (intussen is in een omzendbrief alleen sprake van die 90 procent vaccinatie bij de bewoners, red.).

Even terug naar de samenleving. Jongeren offeren zich een stuk op voor de oudere generatie. Hun vrijheden zijn fors ingeperkt, terwijl ze nauwelijks risico lopen om zwaar ziek te worden. Hebben we daar voldoende aandacht voor?
Noppen: Het is heel vervelend, en het kan ook schrijnend zijn. We hebben heel wat studenten die hun studies betalen door te werken. Die kunnen dat niet meer. Die komen in de ellende. Maar om nu te zeggen dat een hele generatie verloren is, dat lijkt me overdreven. Er is ook het vooruitzicht van de zomer. Maar ik snap de zucht naar loslaten, ik zou ook graag op restaurant gaan. Ik ben het gewandel ook beu.

Het Brusselse zorglandschap is enorm versnipperd met zes bevoegde ministers. Moet dat niet sowieso vereenvoudigd worden?
Noppen: Natuurlijk. Al vrees ik dat het geheugen kort zal zijn. We hebben het failliet meegemaakt van het gezondheidssysteem, met negen ministers in een land dat niet groter is dan een buitenwijk van Shanghai.

Waar we vandaag mee zitten is het gevolg van een marché arabe, waarbij, in de laatste staatshervorming, de bevoegdheden hopeloos versnipperd zijn geraakt. Al in de bachelor geneeskunde leer je dat je preventie en het curatieve niet los van elkaar mag zien. Iedereen is het erover eens dat er coherentie nodig is. De vraag is of je dat terugzet bij de federale overheid, of naar de deelstaten brengt?

Wat vindt u zelf?
Noppen: De wetenschap is daar vrij duidelijk over: de solidariteit, de verzekering hou je best op het hogere niveau, de zorg en de preventie zet je op het lagere niveau: een gebied van vier- à vijfhonderdduizend mensen. Wat overeenkomt met onze eerstelijnsregio’s. Dat invoeren betekent wel majeure politieke implicaties.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?