1 jaar corona

Virusvermoeidheid: bij de psycholoog met covidklachten

An: “Ik verlang naar de wereld na corona, naar onbezorgd dansen. Maar tegelijk weet ik dat het niet makkelijk zal zijn om weer dichter bij andere mensen te gaan staan.”© Saskia Vanderstichele

Tijl piekerde zodanig dat hij het gevoel voor dag en nacht verloor. An nam afgelopen jaar één persoon vast en voelde zich meteen schuldig. En Bilal schreeuwde zijn onmacht uit over alles wat hij plots online moest doen. De mentale coronatik werd in een stad als Brussel al snel een uppercut. Tot een knock-out hoeft die nochtans niet te leiden. “Ik plan nu weer dingen die ik leuk vind.”

De mentale impact van de coronacrisis

De leeftijdsgroepen voor wie de coronacrisis het zwaarst weegt zijn de jongeren en studenten. Zo kampt een op de drie studenten met depressieve gevoelens, en heeft de helft last van angstgevoelens. Dat blijkt uit een bevraging die de Vlaamse Vereniging van studenten (VVS) organiseerde. Regionale cijfers over het Brusselse welzijn zijn er niet.

Tot in de zomer ging het min of meer goed. Maar toen ik in september besmet bleek met corona, nam de angst het helemaal over. Niet voor mezelf, want ik had geen symptomen, maar om anderen te besmetten. Ik ging me helemaal afzonderen, kwam na het werk niet meer buiten.”

Aan het woord is An (35)*, alleenstaande en werkzaam in een humanitaire organisatie. “Thuis wachtte niemand en vrienden zien was gevaarlijk, dus bleef ik gewoon doorwerken, vaak van 8 of 9 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds: werken, eten, slapen. In heel dat jaar heb ik één keer iemand geknuffeld, op het werk omdat die dat nodig had. En daar voelde ik me meteen weer heel slecht over.”

De angst werd zo groot dat An aanklopte bij een psycholoog van het Centrum Algemeen Welzijn (CAW) Brussel. Dat en contact met wat relaxtere collega's op het werk hielpen een beetje. “Maar bang ben ik nog steeds. Ik verlang naar de wereld na corona, naar onbezorgd dansen. Maar tegelijk weet ik dat het niet makkelijk zal zijn om weer dichter bij andere mensen te gaan staan.”


Tijl (23) is student toegepaste informatica en zit op kot in Jette. Ook zonder corona heeft hij het niet onder de markt: een genetische ziekte kostte hem enkele jaren geleden zijn benen, hij zit in een rolstoel en kampt met een resem medische problemen.

“In de zomer viel ik in een gat. Het ging eindelijk eens wat beter met mijn gezondheid, maar ik kon daar niets mee doen, ik had geen perspectief en zag amper vrienden. 's Nachts kon ik de slaap niet vatten, ik begon overdag te slapen en dat werd een vicieuze cirkel, waarbij ik dan tot 5 uur 's ochtends voor series bleef plakken.”

Tijl (23) is student toegepaste informatica en zit op kot in Jette. Ook zonder corona heeft hij het niet onder de markt: een genetische ziekte kostte hem enkele jaren geleden zijn benen, hij zit in een rolstoel en kampt met een resem medische problemen.
© Saskia Vanderstichele
| Ook Tijl zocht hulp: “In de zomer viel ik in een gat. Het ging eindelijk eens wat beter met mijn gezondheid, maar ik kon daar niets mee doen.”

Bij het begin van het academiejaar – hallo vrienden – gaat het even beter. Maar naarmate de examens naderen, groeit de faalangst en sluit Tijl zich af. De dagelijkse rit van Jette naar de study space in het centrum laat hij achterwege.Ook Tijl zoekt uiteindelijk hulp bij het CAW. “Gewoon je verhaal kunnen doen helpt al, praten met iemand die niet in je persoonlijke leven zit. Ik heb een kotbubbel, maar daar zijn grenzen aan. Ik kreeg al eens het gevoel dat ik te veel klaagde tegen één persoon.”

Toen socioloog Pieter (30)* deze zomer zijn job in een pararegionale organisatie verloor, maakte hij zich niet echt zorgen. Wat kan er ook misgaan als je drietalig bent, een universiteits­diploma én enkele jaren werkervaring op zak hebt? Het liep anders.

“Maandenlang heb ik me helemaal op die zoektocht naar een job gefocust, zat ik van 's morgens vroeg tot 's avonds laat voor een computer in een donker kamertje, maar ik vond niets. Gaandeweg nam de motivatie af en begon ik dingen te verwaarlozen die me normaal gezien zin geven in het leven: mijn fietstochten, mijn partner. Maar ik bleef wel verbeten zoeken.”
Vandaag heeft Pieter nog steeds geen job. “Mijn analyse? Op dit moment zoeken enorm veel mensen naar jobs, terwijl er net veel minder werk is.”

Bruzz2021-115-Niels
Pieter verloor deze zomer zijn job. Hij had het moeilijk, maar nu plant hij bewust leuke dingen in. “Een lange reis naar Mexico met mijn vriendin na corona en fietstochten met vrienden.”

Pieter mag dan nog steeds werkloos zijn, zijn gemoedstoestand is opnieuw wat beter. Ook hij ziet soms een psycholoog en heeft geleerd om opnieuw dingen te plannen die hem gewoon plezier doen. “Met mijn vriendin plan ik een lange reis naar Mexico als corona voorbij is. En ik fiets weer. Dit weekend ga ik met een vriend 400 kilometer fietsen met de koersfiets en héél weinig bagage!”

De verhalen van An, Tijl en Pieter klinken de experts die we bellen bekend in de oren. “De klachten die we het vaakst horen zijn angst voor het virus of de financiële gevolgen ervan, eenzaamheid en depressie,” vertelt CAW-directeur Annalisa Gadaleta.

De drie Brusselaars die we spraken, zijn dan nog Belgische middenklassers, die de weg naar de hulpverlening vonden. “Maar Brussel is ook een stad met veel groepen die extra kwetsbaar zijn voor mentale problemen,” zegt professor psychologie Elke Van Hoof (VUB). “Eenoudergezinnen, mensen met een lagere opleiding of met een complexe thuissituatie.”
Die stap naar psychologische hulpverlening is ook voor lang niet iedereen evident. “In veel Brusselse gemeenschappen met migratieroots is die drempel naar psychologische hulpverlening extra hoog, merkt CAW-directeur Gadaleta. “Je hebt een taaldrempel, maar ook een informatiedrempel, mensen weten vaak niet waar ze terechtkunnen. Het is hoog tijd om de stap naar de psychologische hulpverlening makkelijker te maken.”

En dan is er vaak ook een culturele rem, zo weten ze bij Dar Al Amal, de vrouwenwerking van vzw Foyer. “Voor veel van onze vrouwen is psychologische hulp een taboe,” legt Nora El Felali uit. “Ik ben toch niet gek, is dan de teneur. We leggen dan uit dat alleen al je gevoelens uiten een groot verschil kan maken en dat daar niets mis mee is.”

Niets waard

De vrouwen van Dar al Amal (Het huis van de hoop) vinden niet alleen moeilijk de weg naar hulpverlening, corona hakt er bij hen vaak extra hard in, net als bij veel laagopgeleide migrantengroepen in Brussel. “Veel van onze mensen hebben om te beginnen al moeilijkheden om de gezondheidsregels goed te begrijpen, merkte El Felali. “Ze willen het wel goed doen, maar er worden zoveel moeilijke woorden gebruikt, dat ze zich hulpeloos voelen.” Het is een fenomeen dat professor Van Hoof herkent. “Er is een probleem met health literacy (gezondheidsgeletterdheid), veel Brusselaars met een migratieachtergrond begrijpen de officiële boodschappen over gezondheid niet en vermijden dat soort meldingen dan op den duur.”

An: “Ik verlang naar de wereld na corona, naar onbezorgd dansen. Maar tegelijk weet ik dat het niet makkelijk zal zijn om weer dichter bij andere mensen te gaan staan.”
© Saskia Vanderstichele
| An: “Ik verlang naar de wereld na corona, naar onbezorgd dansen. Maar tegelijk weet ik dat het niet makkelijk zal zijn om weer dichter bij andere mensen te gaan staan.”

Het gevoel van hulpeloosheid dat El Felali beschrijft, groeide het voorbije jaar nog. Heel veel moest immers plots digitaal gebeuren, of het nu officiële communicatie betrof of sociaal contact. “Terwijl veel van onze vrouwen niet eens goed overweg kunnen met een smartphone. Eén vrouw werd bijvoorbeeld zwanger, maar kreeg haar uitkering maar vier maanden nadat ze bevallen was en na onze herhaalde tussenkomst. De overheden gaan ervan uit dat iedereen alles wel online kan, maar dat klopt niet. Het gevolg is dat ik ze vaak wenend aan de lijn heb. 'Ik kan niets alleen, ik ben niets waard.' Corona voelt voor hen als helemaal terug naar af, terwijl ze vroeger wél stappen vooruitzetten, bijvoorbeeld in onze taallessen.” Dar Al Amal probeert ondertussen ook zelf aan lacunes te werken met een cursus smartphonegebruik.

Ook voor Manuela Varrasso is de diepe frustratie over de digitale kloof een van dé fenomenen van het afgelopen jaar. Varrasso werkt als experte op de antidiscriminatiedienst van Actiris. Ze vertelt onder meer over bakker Bilal*, een veertiger die na een lange ziekte weer op de arbeidsmarkt kwam en nu al maanden geen nieuwe baan vindt. Werk zoeken moet plots helemaal online, maar zelfs een inschrijving als werkzoekende blijkt al een horde. Bovendien blijken er gewoon veel minder jobs in de sector. “Het gevolg is een woede en een verdriet die we bij veel mensen zagen. In normale tijden zoeken mensen met Maghrebijnse roots en een gelijkwaardig diploma al drie keer zo lang naar een job als een Belgo-belge. Corona komt daar nu nog eens bovenop.”

Persoonlijk vond Varrasso het afgelopen jaar dan ook allesbehalve evident. “Onze job is om oplossingen te vinden en mensen naar jobs te begeleiden. Maar als die er amper zijn, voel je je ook zelf machteloos. Uiteindelijk hebben we ons werk anders ingevuld en zijn we meer naar een psychosociale functie geëvolueerd: we luisteren vooral naar mensen en proberen hen gerust te stellen. Het is vooral door deze crisissituatie dat u geen werk vindt, het ligt niet gewoon aan u. Sommigen sturen we dan door naar hulporganisaties. Ons publiek bleek dat heel hard te waarderen.”

Wat helpt?

De getuigenissen van An, Tijl en Pieter tonen dat de stap naar professionele hulp vaak loont. Maar wat kunnen we zelf nog doen om te vermijden dat het zover komt? “Het allerbelangrijkste is echt wel bewegen,” zegt professor Elke Van Hoof, die de werkgroep over de psychologische impact van Covid-19 in de Hoge Gezondheidsraad voorzit. “Minstens dertig minuten per dag drijft de stresshormonen uit je hersenen. Ik roep straatorganisaties dan ook op om zoveel mogelijk in openlucht mogelijk te maken, binnen de geldende gezondheidsregels natuurlijk.”

Brussel Kiest 2018 Groen Sint-Jans-Molenbeek Annalisa Gadaleta

Ook contact met anderen is cruciaal voor het welbevinden, zo weet Van Hoof, als het even kan live en in een aangepaste (buiten)ruimte. Wie gaat wandelen met vrienden slaat daarbij meteen twee vliegen in een klap: beweging én sociaal contact. De professor beveelt ook een variante aan op dat sociaal contact: vrijwilligerswerk. “We zouden die mogelijkheid nog vaker moeten organiseren, want wie voor anderen aan de slag gaat, ondervindt meteen een veel duurzamer welbevinden.”

Wat nog helpt: het toekomstperspectief wat inperken en vooral focussen op de volgende weken. Wat daarna ligt, is vandaag misschien ongewis en kan tot onzekerheid leiden. Maar plannen maken voor de nabije toekomst helpt om overzicht en controle te houden over het eigen leven. Van Hoof: “Zorg ervoor dat je positieve dingen hebt om naar uit te kijken: sportactiviteiten, ontmoetingen of vrijwilligerswerk. En maak er foto's van, die herbekijken helpt echt.”

Het CAW zit op dezelfde golflengte. “Op individueel vlakt helpt een duidelijke dagstructuur, een minimum aan sociaal contact en beweging,” zegt directeur Annalisa Gadaleta. “Die dagstructuur is voor nogal wat Brusselse jongeren een probleem. Een lege dag met op de achtergrond een open kraan waar voortdurend coronanieuws uit komt, dat stemt somber. Het is misschien ook tijd dat we die kraan wat dichter draaien.”

Versoepelangst

Ook op lange termijn maakt Gadaleta zich zorgen over het perspectief van Brusselse jongeren. “Vooral de sectoren als horeca en evenementen zijn zwaar getroffen, net waar je veel laagopgeleide jobs hebt, het soort jobs waar er in Brussel eigenlijk al te weinig van zijn. Iedereen hoopt nu wel dat die branches helemaal herstellen, maar dat is lang niet zeker.”

Gadaleta vreest dan ook dat de mentale zorgen van veel Brusselaars niet zomaar samen met het coronavirus zullen verdwijnen. “Je leven opnieuw op gang trekken na zo'n periode van leegte kan ook stress betekenen: iedereen neemt de draad weer op, maar mij lukt dat niet. En de angst die nu in onze samenleving is geslopen, zal zich misschien wel verplaatsen naar een ander niveau.”

Elke regel heeft zijn uitzonderingen. De balans van het voorbije jaar mag dan negatief uitvallen voor de meeste Brusselaars, er zijn er ook die zich vandaag beter voelen dan een jaar geleden. “Begrijp me vooral niet verkeerd,” benadrukt Robert Van Craen (60), uitbater van de bekende Brasserie Verschueren aan het Sint-Gillisvoorplein. “Corona was een hel voor veel mensen, met name in de horeca. Rondom mij zie ik hoe diep de mentale vermoeidheid is, hoezeer mensen zich in de steek gelaten voelen door de overheid. Zelf heb ik ook 100.000 euro eigen spaargeld in de brasserie gestoken, om uiteindelijk gesloten te moeten blijven.”

Robert Van Craen
Robert Van Craen, uitbater van Brasserie Verschueren

Als Van Craen zich vandaag toch gelukkig voelt, zijn daar twee redenen voor, denkt hij. En die hebben twee keer met mensen te maken. “Met het personeel hebben we samen gevochten voor het café, geprobeerd om dingen op poten te zetten zoals een takeaway en onlangs nog een crowdfunding voor het personeel. Schouder aan schouder staan in zo'n crisis heeft ons echt dichter bij elkaar gebracht, we kennen elkaar vandaag beter dan vroeger en dat is een fantastisch gevoel.”
Een tweede reden is persoonlijker. Sinds de zomer brengen Van Craen en zijn vrouw veel tijd door bij de 96-jarige grootmoeder van zijn echtgenote in de Ardèche. “Je voelt dat die langzaam uit het leven aan het vertrekken is en die momenten meemaken zal een van de mooiste herinneringen uit mijn eigen leven zijn. Corona zorgt er zo voor dat ik dingen beleef die anders nooit mogelijk waren geweest.”

(*) de persoonsgegevens werden veranderd op vraag van de interviewees.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?