Verdediging Ibrahim Abrini vraagt opschorting op aanslagenproces

© PhotoNews

Op het proces over het Belgische luik van het onderzoek naar de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, heeft de verdediging van Ibrahim Abrini dinsdag de gunst van de opschorting gevraagd. "Een aantal zaken die hij gedaan heeft, zijn inderdaad strafbare daden van deelname aan de activiteiten van een terreurgroep, ook al was dat niet zijn bedoeling," klonk het.

Volgens het federaal parket was Ibrahim Abrini, net als zijn twee broers Mohamed en Suleyman, geradicaliseerd. Na Suleymans dood in Syrië zouden Ibrahim en Mohamed plannen gesmeed hebben om zelf ook naar Syrië te trekken, en toen Mohamed Abrini in juni 2015 drie weken in Syrië verbleef, zou Ibrahim als zijn contactpersoon in België gefungeerd hebben.

'Enkel gedaan wat zijn broer hem vroeg'

Na de aanslagen van 13 november liet Ibrahim een computer en kleren van zijn broer Mohamed verdwijnen. "Daar heeft hij enkel gedaan wat zijn broer hem vroeg," pleitten meesters Édouard Huysmans en Déborah Albelice. "Hij heeft zich daar geen vragen bij gesteld en zijn broer een dienst bewezen zoals hij al zo vaak in het verleden had gedaan."

Volgens de verdediging is er geen bewijs dat Ibrahim ooit van plan is geweest om naar Syrië te trekken en er zich aan te sluiten bij Islamitische Staat. Wel klopt het dat de jongere broer van Mohamed Abrini heel wat IS-propaganda heeft bekeken op het internet.

"Maar dat was vooral om zich te informeren en om te begrijpen waarom zijn broer Suleyman naar Syrië was vertrokken," klonk het. De verdediging wees er ook op dat nog andere familieleden contact hadden gehad met Mohamed Abrini terwijl die zich in Syrië bevond, maar dat die mensen daarvoor niet werden vervolgd.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?