reportage

De stad maakt het beestje: hoe insecten zich aan Brussel aanpassen

Bart Hanssens, insectenspotter.© Bart Dewaele

Waar kijkt u vooral naar als u door Brussel loopt? Mensen? Gebouwen? Voertuigen? Voor Bart Hanssens is het antwoord eerder: insecten. We trokken met hem de stad in en belden met experts over hoe het zespotige volk zijn eigen urban life­style ontwikkelt. “Het platteland is maar een doodse bedoening, ook voor insecten.”

De tuin van Bart Hanssens instappen is een belevenis. Waar u en ik een gazon zouden aanleggen, oogt de groenstrook achter zijn huis in Evere meer als een overwoekerd stuk braakland. Braakland van een verrassende diversiteit wel, waar hier en daar ook een betonnen standbeeld uitsteekt. “Mijn vrouw doet elk jaar een beeldhouwcursus, dus komt er jaarlijks een beeld bij,” vertelt Hanssens met een grijns.

insecten 21Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele

De rest van de tuin, die doorloopt naast een soort atelier, is een Brusselse jungle van inheemse planten, waar we onder meer hop, varens, klimop, rozen en verschillende mossoorten aantreffen. Achter het atelier is de variatie nog groter, met onder meer sleedoorn en de stekelige akkerdistel, wellicht de eerste plant die u er zelf zou uitgooien. De hobbyist niet. “Die distel heeft een fantastische bloem met veel nectar, bijen en hommels smullen ervan.”

Een feestmaal voor insecten, daar draait het hier vaak om. Het geldt voor de akkerdistel, maar ook voor Hanssens’ tuin in zijn geheel. Achteraan de groene oase legde hij bijvoorbeeld een houtwal aan met snoeiafval, de facto een soort Brusiliatoren, maar dan voor zes- en achtvoetigen. En de sleedoornstruik heeft dan weer veel weg van een tentoonstelling van verschillende lieveheersbeestjes. De liefhebber toont ons de twee-, tien- en zestienpuntige versie, net als het roomvleklieveheersbeestje. “Maar hier zie je ook de Aziatische variante, erg vraatzuchtig en een exoot.”

insecten 4 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele

Micromigranten

De tuin van Hanssens is een mooi voorbeeld van een Brusselse biotoop, een mix uit tuin en wildernis in een gebied dat ook een warmte-eiland is, zelfs hier in Evere aan de buitenrand van het gewest. Voor insecten is het een erg rijke omgeving, veel rijker dan het gemiddelde platteland, merkt Hanssens. “Daar vind ik eigenlijk niets meer. Intensieve landbouw verstoort daar het meeste insectenleven.” Hij weet waarover hij spreekt. Op waarnemingen.be meldde hij ondertussen al bijna 10.000 dieren, verdeeld over bijna 2.000 soorten. Ruim 80 procent daarvan waren insecten.

insecten 20 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| De tiprouwvlieg, na even zoeken te vinden tussen het groen in de voetgangerszone.

De insecten die Hanssens’ tuin bevolken zijn typische Brusselaars: vaak de zoveelste generatiemigranten uit een ver buitenland. Dat geldt niet enkel voor sommige lieveheersbeestjes in de tuin. Hanssens neemt ons mee naar de zolderkamer. Onderweg passeren we de stofzuigende poetsvrouw. “Ze doet al mijn insecten dood,” mompelt de liefhebber.

Op de zolder – de enige kamer met poetsverbod – toont hij ons de gemarmerde trilspin, die zenuwachtig begint te tollen zodra Bart zijn web aanraakt. “Een exoot, ja. De stad trekt allerlei soorten aan die van warmte houden. Vooral insecten uit het zuiden voelen zich hier goed. Binnen geldt dat zeker sinds er centrale verwarming is. Voor inheemse soorten moet je vaak al in weekendhuisjes gaan kijken waar minder verwarmd wordt.”

Bart Hanssens, insectenspotter

Metromug

Dat stadsinsecten en aanverwanten vaak exoten zijn die van warmte houden zal u wellicht niet verbazen. Opmerkelijker is dat insecten – net als andere dieren – hun levensstijl ook kunnen aanpassen aan het leven in de stad. Dat fenomeen is zelfs het onderwerp van een recent boek: Darwin in de stad van Menno Schilthuizen. Op meeslepende wijze vertelt de Nederlandse evolutie­bioloog erin hoe muggen, stadsduiven, brugspinnen en witvoetmuizen er op hun eigen wijze omgaan met de stedelijke omgeving.

Een sprekend voorbeeld is dat van de Londense metromug, die evolueerde van een soort met winterslaap en een dieet van vogelbloed naar een soort die geen seizoenen meer kent en zich voortaan laaft aan metropassagiers. De Londense metromug verschilt ondertussen zelfs genetisch al naargelang de metrolijn. Muggen stappen nu eenmaal niet over. Of wat te denken van stadsduiven die een steeds donkerder verenkleed krijgen om zo de metaalvervuiling in hun lichaam te neutraliseren?We moeten niet eens tot Londen voor voorbeelden. Waterjuffers in Belgische steden bleken onlangs heel wat meer uithoudingsvermogen te hebben dan hun plattelandscollega’s. De logica?

Stadsexemplaren moeten vaak veel langere afstanden overbruggen tussen waterplassen.
Een van de punten die Schilthuizen maakt, is dat die evolutie veel sneller kan gaan dan Charles Darwin, de peetvader van de evolutieleer, ooit voor mogelijk hield. Enkele decennia volstaan vaak al om significante verandering te zien, vaak ook op DNA-vlak. Darwin daarentegen zag evolutie nog als een fenomeen waar mensen niets van merken ‘tot de wijzers des tijds lange tijdperken hebben doen verstrijken’.

insecten 2 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| Bart Hanssens in zijn tuin in Evere: verrassende diversiteit vermomd als een stuk braakland.

De stad geeft je vleugels

De ontelbare voorbeelden van stedelijke evolutie en aanpassing tonen enkele patronen. Het voordeel voor insecten die van warmte houden is er één van. Verder doen ook mobiele zesvoeters het beter in de stad. Die trend geldt bijvoorbeeld tussen soorten. Zo zijn kevers zonder vleugels sneller de pineut in de stad dan kevers met vliegvermogen, bleek uit onderzoek van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Die vaardigheid staat die laatste namelijk toe om de kloof tussen de verschillende versnipperde leefgebieden te overbruggen. Maar ook binnen één soort kan de mobiliteit evolueren, zoals de waterjuffers van daarnet tonen.

In het algemeen worden stads­insecten ook wat kleiner dan hun plattelandscollega’s. Een warmere omgeving is voor een groter exemplaar immers lastiger dan voor een compacter diertje. Die regel heeft meteen ook een uitzondering: als de grootte bijdraagt tot meer mobiliteit – denk aan grotere vleugels – dan zijn stadsinsecten net groter dan hun collega’s uit bos en veld.

Menno Schilthuizen, evolutiebioloog

Terug naar Bart Hanssens. Na een uitgebreid tuin- en zolderbezoek trekken we met de insectenminnaar richting centrum, meer bepaald naar de kersverse stukjes voetgangers­zone op de Anspachlaan. Exact een jaar geleden werden de eerste groenperkjes er aangelegd boven de gewelven van de oude Zenne. In de plantsoentjes vinden we (inheemse) olmen, gazon en een hele rits bloemen en planten die vooral gekozen lijken voor hun stabiele en robuuste karakter.

“Het is hier een beetje triestig, hé?” Zo rijk als de tuin van Bart Hanssens is aan insecten, zo pover blijkt de nieuwbakken voetgangerszone. De insectenman moet al erg diep in de perkjes buigen om hier en daar een verdwaalde tiprouwvlieg te vinden. Het tafereel intrigeert blijkbaar, want voorbijgangers blijven af en toe staan om de scène gade te slaan. “Bent u van de groendienst?” wil een dame op leeftijd weten. “Weet u misschien waarom ze verdorie het gazon met bloemen en al gemaaid hebben? Ik kijk op dat groen uit en nu zijn de bloemen weg!”

insecten 17 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| Insecten spotten op zolder bij Bart Hanssens: "De enige plek waar mijn poetsvrouw niet mag komen. Ze doet al mijn insecten dood."

Groene spaken

Het gebrek aan microleven in de voetgangerszone verwondert Hanssens niet echt. “De planten zijn er nog maar net en dit zijn natuurlijk ook erg versnipperde stukjes groen. Op termijn wordt het hier waarschijnlijk wel beter. Kijk, daar in het gazon zit toch al wat witte klaver. Als ze niet te snel maaien, levert dat straks bloemetjes op.”

Behalve geduld zijn er ook andere methodes om het insectenleven te stimuleren. “Een kadaverke, dat zouden ze hier kunnen gebruiken,” zegt Hanssens mijmerend. “Sommige insecten ruiken dat van kilometers afstand. In mijn eigen tuin begraaf ik weleens een dode mol uit het Moeraske. Dat is altijd prijs.”

Als je het wat structureler bekijkt, moet ook de stadsplanning anders, zegt Hanssens. “We hebben het nu vaak over groene gordels in en rond de stad. Maar wat het stadsleven nodig heeft, zijn groene spaken, die diep tot in het centrum doordringen en er de biodiversiteit verhogen. En in die spaken mogen we gerust wat verwilderde gebieden laten. Niets is zo rijk als een ruigte waar niemand naar omkijkt.” Ruigte, het is een woord dat Hanssens vaak en graag gebruikt.

Wouter Dekoninck, insectenkundige

De situatie in de voetgangerszone herinnert er meteen ook aan dat de stad niet per se een lachertje is voor insecten. “De warmere stad is op zich al moeilijk voor veel insecten en nu versterkt de klimaatopwarming dat effect ook nog eens,” bevestigt Wouter Dekoninck, insectenkundige en conservator bij het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

Zijn collega-bioloog Hans Van Dyck (UCL) wijst op nog een ander stadsfenomeen dat zesvoeters parten speelt: de massale lichtvervuiling, die zowel dag- als nachtdieren in de war brengt. De spectaculairste illustratie daarvan was wellicht nog de finale van het EK voetbal in Frankrijk in 2016. De stadionverlichting was de nacht voor de match blijven branden, met als resultaat dat vele duizenden gamma-uilen – een nachtvlindersoort - de weg naar het lege stadion vonden, lezen we in Darwin in de stad. Het resulteerde in de bekende beelden, onder meer van een nachtvlinder die landt op gezicht van de huilende Ronaldo.

insecten 19 pad Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| Op pad met Bart Hanssens in de voetgangerszone in Brussel-Stad.

Met onze experts richtten we de blik de hele tijd op stadsinsecten. Maar onlangs was er ook beroerd nieuws voor de hele – vliegende – populatie. Duits onderzoek toonde dat de totale biomassa van vliegende insecten spectaculair afnam de voorbije 27 jaar, met liefst 75 procent. Dramatisch nieuws, ook voor de mens die voor veel eetbaars afhankelijk is van wilde bestuivers. Zonder insecten geen appel, courgette of kersen op ons bord.

insecten 13 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| Bart Hanssens.

Insektenschwund

Is de situatie in de stad even erg? De experts zitten met dezelfde vraag, zo blijkt. “Er zijn in de stad sowieso minder soorten en aantallen insecten dan daarbuiten,” meent Van Dyck. “Maar hoe die aantallen er evolueren, daar weten we amper iets over door het gebrek aan langetermijnstudies.” De kans dat de afname er kleiner is dan in landbouwgebied lijkt alvast reëel. Analisten kijken immers vooral naar pesticidegebruik en landversnippering als oorzaken voor de afname.

insecten 18 Bart Hanssens 2 BRUZZ ACTUA 1661
© Bart Dewaele
| Bart Hanssens in de Brusselse voetgangerszone.

Evolutiebioloog Schilthuizen wijst erop dat de Insektenschwund, zoals de Duitsers de terugval noemen, niet onomkeerbaar is. “Als landbouw kleinschaliger en ecologischer was, zou ook het platteland net zo insectenrijk kunnen zijn als vroeger,” mailt hij ons.

Kleinschalig en ecologisch, het brengt ons terug naar ons vertrekpunt, de wilde tuin van Bart Hanssens, walhalla voor het urbane insect. Bart neemt ons mee naar een muur waar klimop woekert. “Hier heb ik een klimopbladroller gespot. Dat was toen nog de enige waar­neming in België, naast een exemplaar op de citadel van Luik,” vertelt hij met een bescheiden glimlachje. De mot in kwestie is uitheems - inburgerend’ heet dat op de website waarnemingen.be – houdt van warm en kan een aardig stukje vliegen. Een stadsinsect, bedenken we, dat het in Brussel helemaal kan maken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?