Reportage

Hoe de eerste energiegemeenschap in Brussel zonnestroom deelt

Sara De Sloover
© BRUZZ
04/02/2021

In het Brussel van de toekomst leveren zonne­panelen zoveel mogelijk stroom, ook aan inwoners die zich geen eigen panelen kunnen veroorloven. Dat kan doordat overheden, kmo's of particulieren mét zonnepanelen de elektriciteit delen met hun buren zonder. En die toekomst wordt nu al uitgetest. “In augustus kwam de helft van onze stroom van de zonnepanelen van de school aan de overkant.”

Rode, groene en gele stippen fleuren op deze druilerige winterochtend de speelplaats op van een kleuterschool in Ganshoren, niet ver van de basiliek. Een kleuterleider speelt tikkertje met een groep kinderen, en wordt onder luid gejoel vakkundig in een hoek gedreven. Niets doet vermoeden dat hier de toekomst van onze stroomvoorziening wordt uitgetest.

Vanaf de straat zie je niets van de zonnepanelen op het platte dak van kleuterschool Nos Bambins. Maar na een korte klim via een ladder naast het kippenhok in de achtertuin sta je midden tussen 122 zonnepanelen die hier in lange rijen opgesteld staan. De panelen kwamen er in het kader van een gewestelijke strategie om openbare gebouwen zoveel mogelijk met zonne-energie te bevoorraden. De daken zijn groot, het energieverbruik van die gebouwen tijdens de dag ook, dus de winst is, euh ... zonneklaar.

Korte keten

Maar Nos Bambins gebruikt zelf relatief weinig van de massa zonne-energie die de panelen op het grote dak opwekken. Dat trok de aandacht van de vzw Apere (Association pour la Promotion des Energies Renouvelables) en netbeheerder Sibelga, toen die een paar jaar geleden samen op zoek waren naar een plek om een 'energiegemeenschap' uit te testen. Een energiegemeenschap is qua energie zo'n beetje wat kopen bij de lokale boer is qua voeding: een korte keten, met vergelijkbare voordelen. (Lees verder onder de foto)

1739 Zonnepanelen 10

| Ingenieur Cédric Buggenhout van de gemeente Ganshoren (voorgrond), Marc Thonnard (l.) en Pierre Andrianne tussen de zonnepanelen op het dak van kleuterschool Nos Bambins. Alle drie zijn ze consumenten van de allereerste energiegemeenschap in Brussel. Andrianne heeft zelf acht zonnepanelen en is dus tegelijk ook een kleine producent.

Veel Brusselaars hebben geen eigen huis met bijbehorend dak, laat staan het geld om er zonnepanelen op te leggen. Tegelijk hebben anderen stroomoverschotten van hun zonnepanelen. Als die elektriciteit gedeeld wordt tussen buren – particulieren, kmo's of ook lokale overheden – kunnen meer Brusselaars overschakelen op lokale duurzame energie.

“In een energiegemeenschap kan iedereen mee de vruchten plukken van de energietransitie,” legt Régis Lambert uit, expert hernieuwbare energie bij de Brusselse energieregulator Brugel. “Bovendien zit er ook een sociaal aspect aan. De energiemarkt is relatief ingewikkeld voor veel mensen. Als je zelf betrokken bent bij een energiegemeenschap, raak je vertrouwd met de transitie naar duurzame energie. Het kan sensibiliseren.”

Want het Gewest heeft nog een enorme inhaalslag te maken als het tegen 2030 de Europese doelstellingen qua hernieuwbare energie wil halen, en dat zal in een stad als Brussel voornamelijk van de zon moeten komen. Over tien jaar zal er minstens dubbel zoveel zonnestroom opgewekt moeten worden. Lambert: “Er ligt momenteel voor zowat 180 megawatt aan fotovoltaïsche zonnepanelen op de Brusselse daken, maar het potentieel is enorm veel groter.”

“De energiegemeenschap is een nieuwe speler die de energiemarkt serieus zal dooreenschudden”

Régis Lambert, expert hernieuwbare energie bij energieregulator Brugel

1739 Zonnepanelen Regis Lambert

Maar onder de huidige wetgeving kan zonne-­energie delen met buren niet, zelfs niet voor de bewoners van een mede-eigendom. Tenzij de zonnepanelen in aparte installaties worden opgedeeld, kun je er enkel de lampen in de gangen en misschien een lift mee voeden.

“Dat is een grote barrière voor het zonnepotentieel waar organisaties als Apere zich al jaren het hoofd over breken,” zegt Lambert. “Als je de energie van de zonnepanelen met je buren zou kunnen delen, zelfs al investeren ze niet mee, dan zou het veel makkelijker worden om hen te overtuigen akkoord te gaan met de installatie.”

Greenpeace lanceerde deze week een petitie om de gewesten aan te sporen energiegemeenschappen wettelijk mogelijk te maken. Tegen de zomer moet een Europese richtlijn erover immers zijn omgezet in regionale wetgeving.

Minister van Energie Alain Maron (Ecolo) heeft intussen een ordonnantie in de steigers staan. Maar tot die van kracht wordt – ergens in de loop van 2022 – zijn alleen proefprojecten mogelijk, na toestemming van Brugel. De energiegemeenschap rond Nos Bambins is het eerste en tot nu toe enige proefproject dat effectief van start is gegaan, in augustus 2020.

Koudwatervrees

“Voor de snackbar hier in de straat bijvoorbeeld, de begrafenisondernemer of het postkantoor zou meedoen echt voordelig zijn,” gebaart Cédric Buggenhout, die als ingenieur instaat voor het beheer van het gemeentelijke vastgoed in Ganshoren, en zo ook voor het dak van Nos Bambins.

“In juli en augustus is de school dicht, terwijl de zonnepanelen net heel veel energie produceren. Ook op woensdagnamiddagen, in de weekends en andere vakanties is de stroom volledig beschikbaar voor de buren. Maar er was toch wat koudwatervrees. De mensen hebben vaak geen tijd om zich te verdiepen in wat zo'n energiegemeenschap precies betekent, tant pis pour eux.”

Uiteindelijk werden zeven consumenten lid van de energiegemeenschap: zes particuliere buren en de gemeente, die behalve de kleuterschool ook de Franstalige bib, de preventiedienst en de naburige crèche bevoorraadt met de energie. Een van de deelnemers had zelf al acht zonnepanelen op het dak, en werd zo tegelijk ook producent.

Maar hoe verdeel je die lokale zonne-energie eerlijk over de consumenten? Dat moet ook een van de voordelen van energiegemeenschappen worden: inspraak in zulke vraagstukken. Apere gaf in het geval van Nos Bambins de deelnemers de keuze. Zij kozen voor een model dat alle elektriciteit die de school niet gebruikt in gelijke delen aanbiedt aan alle leden van de energie­gemeenschap. Het deel dat dan overblijft, wordt opnieuw gelijk herverdeeld tussen de leden die op dat moment stroom verbruiken.

“In augustus werd 48 procent van de elektriciteit die wij verbruikten opgewekt op het dak van de school"

Marc Thonnard, lid van de energiegemeenschap rond kleuterschool Nos Bambins

1739 Zonnepanelen 13

Marc Thonnard, die vanuit zijn woonkamer de zonnepanelen van Nos Bambins aan de overkant van de straat kan zien liggen, wilde meteen meedoen. “In augustus werd 48 procent van de elektriciteit die wij verbruikten opgewekt op het dak van de school,” toont hij, tabelletje in de hand. “In december produceerden de panelen nauwelijks nog en verbruikte de school zelf behoorlijk wat. Toen kwam maar 0,9 procent van ons stroomverbruik van de lokale zonnepanelen.”

Cijfers die Sibelga grosso modo ook voor het hele project bevestigt. Om dat precies te kunnen meten, hebben de leden een slimme elektriciteitsmeter, die voortdurend meet wie elektriciteit injecteert, en wie wat verbruikt. Uiteindelijk schat Apere ruwweg dat in een jaar tijd ongeveer 30 procent van het verbruik van de leden door de lokale zonnepanelen geproduceerd zal worden.

Twee facturen

“De energiegemeenschap is een nieuwe speler die de energiemarkt serieus zal dooreenschudden,” zegt Régis Lambert van Brugel. “Voor de traditionele energieleveranciers is die evolutie natuurlijk niet interessant, omdat de klant minder bij hen verbruikt, en meer lokale energie afneemt.” (Lees verder onder de foto)

1739 Zonnepanelen Bovenaanzicht

| De zonnepanelen op het grote dak van kleuterschool Nos Bambins in Ganshoren leveren ook elektriciteit voor de buren.

Elke verbruiker binnen de energiegemeenschap krijgt daarom twee facturen. “Eén factuur van de klassieke energieleverancier, en dan een tweede van de lokale energieproducent(en), tegen een voordeligere prijs.”

In het geval van Nos Bambins is dat 5 eurocent minder per kWh, wat bij een gemiddeld verbruik jaarlijks ongeveer 55 euro bespaart. “De lokale stroom is goedkoper omdat er maar een klein deeltje van het elektriciteitsnet wordt gebruikt. Daarom krijgen deelnemers een korting op hun nettarief,” legt Lambert uit. “Producenten met niet-gebruikte zonnestroom kunnen die tegelijk voor een iets hoger tarief aan hun buren verkopen dan als hun stroom gewoon naar het net gaat.”

“Lokale, kleinschalige, niet-professionele spelers bieden energie aan die iedereen in de nabije omgeving kan kopen,” omschrijft Mathieu Bourgeois het, die bij Apere de energiegemeenschappen begeleidt.

“Dat kan zowel zonne-energie zijn als geothermie. Een voorwaarde in het ontwerp van ordonnantie over de energiegemeenschappen is ook dat die niet op winstbejag gericht mogen zijn, zoals dat bij de grote energiespelers wel het geval is. Ze moeten voordelen op milieuvlak, sociaal en/of economisch vlak nastreven. Met dat laatste wordt dan bijvoorbeeld een korting op de elektriciteitsfactuur bedoeld. Zo is een energiegemeenschap perfect voor een democratische energietransitie.” (Lees verder onder de foto)

1739 Zonnepanelen 5

| Verdwaalde bal tussen de zonnepanelen op dak Nos Bambins

De algemeen directeur van Sibelga droomde onlangs bij BX1 al luidop van energiegemeenschappen in elk van de 118 wijken van het Brussels gewest. “Over drie-vier jaar zullen er veel meer energiegemeenschappen zijn, met de kennis die ze hier opdoen,” zegt ingenieur Buggenhout van op het dak in Ganshoren. “Dit is de toekomst.”

De Brusselse regering liet in december alvast weten dat ze drie proefprojecten rond het lokaal delen van energie financieel ondersteunt: behalve Nos Bambins zijn dat de energiegemeenschap rond de school Saint-Augustin aan Hoogte Honderd in Vorst, en een project in een sociale woontoren in Sint-Gillis.

Niet enkel voor de middenklasse

Directrice Nathalie Meert van Saint-Augustin wil met de energiegemeenschap die deze zomer start leerlingen en leerkrachten, ouders en buren sensibiliseren rond duurzame energie. “Het past ook bij het imago dat we als school willen promoten,” zegt ze.

Onder meer restaurant Le Schievelavabo, in dezelfde straat, doet al mee, maar extra deelnemers zijn nog welkom. De Nederlandstalige Sint-Augustinusschool misschien, die een vergelijkbaar aantal zonnepanelen op het dak heeft liggen als de Franstalige buren, maar nog niet over het project heeft gehoord.

Het derde project mikt op sociale huurders in een woontoren in Sint-Gillis. “Voor ons is het cruciaal dat energie delen niet alleen iets is van de middenklasse,” zegt Sofie Van Bruystegem, die voor stedelijk platform City Mine(d) het project begeleidt.

SunGilles, of ook wel Vlogaert, draait rond zonnepanelen die sociale huisvestingsmaatschappij Foyer du Sud in de gelijknamige straat op het dak van de toren heeft laten plaatsen. Na het voorzien van de gemeenschappelijke ruimtes wil ze de overschotten delen met de huurders die willen deelnemen aan het project. (Lees verder onder de illustratie)

1739 Zonnepanelen 1

| Energie delen tussen de buren: het project Vlogaert/SunGilles in Sint-Gillis, voorgesteld via een illustratie

“Wij willen de bewoners betrekken bij het beslissingsproces, met hen overleggen over de verdeelsleutel bijvoorbeeld,” zegt Van Bruystegem. “Voorlopig doen we dat met koffie op het plein voor het gebouw. Vanwege de coronasituatie houden we daar miniateliers. We laten flyers rondgaan en willen een podcast maken.” In april of mei hoopt City Mine(d) het dossier te kunnen indienen bij Brugel.

Proefkonijnen gezocht

Zeker vijf tot tien andere projecten in Brussel worden ook al concreet uitgewerkt. Pilone, het grotere zusje van SunGilles/Vlogaert, is er een van. Het is een uitvloeisel van de expo La Pile, die City Mine(d) in 2019 in Bozar opzette over de toekomst van onze stroomvoorziening.

”We willen in de Zuidwijk een netwerk van energiegemeenschappen opstarten, van 'energieburen' die energie met elkaar willen delen,” zegt Van Bruystegem. “We beginnen met één uitzonderingsdossier en willen daarna uitdijen naar de rest van de Zuidwijk. We willen tegelijk ook de productie verhogen, er moeten meer zonnepanelen komen. Als alle geschikte daken in de wijk vol zonnepanelen zouden liggen, zouden we 35 procent van het huishoudelijk verbruik kunnen coveren.”

“Wij staan zeker open voor nog andere proefprojecten,” zegt Régis Lambert van Brugel. “Een project waarbij de bewoners van een flatgebouw de energie van zonnepanelen op het dak delen, zit er nu bijvoorbeeld nog niet tussen, en daarvoor komen tienduizenden gebouwen in Brussel potentieel in aanmerking.”

Al vijf erkende Brusselse proefprojecten rond energiedelen tussen buren

  • Nos Bambins (project al van start, zie artikel)
  • Saint-Augustinschool: energiegemeenschap rond zonnepanelen op het dak van een lagere school in Vorst
  • GreenBizz: energiegemeenschap van bedrijven en ateliers in groene start-upincubator in Laken
  • Werkhuizenkaai: energiegemeenschap van grotere bedrijven met grote zonnepanelenparken
  • Marius Renard: project rond delen van warmtekrachtkoppeling in één Anderlechts flatgebouw 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Milieu , Economie , Samenleving , zonnepanelen , zonne-energie , energiemarkt , deeleconomie , energiegemeenschap , Brugel , Citymine(d) , Apere , Nos Bambins , Sibelga

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni