Experts: 'Good Move mag sociale ongelijkheid niet vergroten'

Nena Langloh
© BRUZZ
13/11/2023
Updated: 13/11/2023 10.42u

Minder auto’s, meer alternatieve mobiliteitsmiddelen: dat is waar Brussel naar streeft. Maar, stellen experts in een nieuwe paper van het Brussels Studies Institute, die maatregelen mogen niet alleen de milieu- en mobiliteitsvoordelen overwegen, ook het socio-economische aspect moet daar deel van uitmaken. “Alleen zo komt er een groter draagvlak.”

Het debat over de rol van automobiliteit in Brussel is een heet hangijzer. Sinds vorig jaar hebben een aantal Brusselse gemeenten Good Move-circulatieplannen ingevoerd om wijken autoluw te maken en centrumlanen autovrij. De gemoederen liepen daarbij vaak hoog op: in gemeenten als Anderlecht, Schaarbeek en Jette ontketenden de plannen een golf van protest.

Opmerkelijk is dat zowel voor- als tegenstanders van autobeperkende maatregelen sociale rechtvaardigheid als argument aanhalen, schrijven veertien experts in de paper. De deskundigen variëren van binnen- en buitenlandse academici (VUB, ULB, UCL, etcetera) tot ambtenaren en middenveldvertegenwoordigers van organisaties als MolemBIKE, BRAL of de European Cyclist Federation.

Met de autobeperkende beleidsagenda doelen de auteurs op “de brede waaier van beleidsmaatregelen op lokaal of gewestelijk niveau die de aankoop, het bezit en het gebruik van auto’s moeten ontmoedigen en de alomtegenwoordige aanwezigheid van de auto in de openbare ruimte moeten beperken”.

Draagvlak creëren

Zo stellen voorstanders dat huishoudens met een laag inkomen juist baat hebben bij een dergelijk beleid. Zij wonen vaak in de meest vervuilde delen van de stad en minder autoverkeer gaat volgens hen hand in hand met een betere gezondheid. Ook zouden die huishoudens minder vaak een auto bezitten, waardoor zij ook minder hinder ondervinden van het beleid.

Tegenstanders vinden dan weer dat die sociale groepen juist meer moeite hebben om over te schakelen op alternatieve mobiliteitsoplossingen dan huishoudens met een hoger inkomen. Zij brengen argumenten naar voren over wie het recht heeft om de auto te gebruiken, vooral in situaties waar mensen met een handicap of essentiële diensten zoals medische hulp die autoafhankelijk zijn. “De discussie draait dan om de redenen voor autoverplaatsingen, welke redenen voorrang zouden moeten krijgen en wie recht heeft op welke mate van autotoegankelijkheid.”

“Sociale rechtvaardigheid moet een integraal onderdeel zijn van de autobeperkende beleidsagenda ”, schrijven de experts. “Dat is essentieel om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren voor de mobiliteitstransitie.”

Concreet doen ze vier voorstellen voor een sociaal rechtvaardige autobeperkende beleidsagenda. Ieder voorstel houdt dezelfde rode draad in het achterhoofd: de maatregelen mogen geen sociaal-economische ongelijkheden teweegbrengen, laat staan ze vergroten.

‘Werk financiële ongelijkheid niet in de hand’

Ten eerste vinden de auteurs van de paper dat autobeperkende beleidsmaatregelen rekening moeten houden met financiële ongelijkheid. “De maatregelen mogen autorijden niet duurder maken zonder rekening te houden met de financiële mogelijkheden van mensen.”

Autogebruik gaat volgens de experts namelijk sowieso al hand in hand met het inkomen van een huishouden en als autorijden duurder wordt, bijvoorbeeld door filetaksen of dure parkeertarieven in te voeren, kan dat die ongelijkheid nog meer vergroten. “Dat betekent niet dat die maatregelen afgeschreven zijn, maar het prijskaartje moet wel duidelijk zijn. Ook kunnen maatregelen als sociale tarieven helpen, die bijvoorbeeld in het openbaar vervoer van toepassing zijn.”

Daarnaast stellen de auteurs dat er een debat nodig is over wie het meest recht heeft op autogebruik. Daarbij moeten beleidsmakers rekening houden met individuele behoeften, zoals bij mensen met een handicap, en collectieve diensten, zoals essentiële medische of logistieke diensten die afhankelijk zijn van auto’s.

Betaalbare huisvesting garanderen

Een tweede voorstel van de experts is om die maatregelen niet alleen voor bepaalde buurten, maar voor iedereen gunstig te maken. “Als een wijk verbetert door minder auto’s en een betere luchtkwaliteit, mag dat niet betekenen dat de huurprijzen stijgen, want dat zou mensen met lagere inkomens ertoe dwingen om te verhuizen.”

Volgens hen is het verder niet alleen belangrijk dat huisvesting betaalbaar blijft, ook mogen de wijkverbeteringen niet alleen rekening houden met de wensen van de hogere en middenklasse. “Er moet ook aandacht besteed worden aan productieve, culturele en sociale activiteiten.”

Burgerparticipatie

Een van de pijlers van het Good Move-plan is inspraak van de bewoners. Aan de hand van participatieve sessies krijgen burgers de kans om hun mening te geven bij de inrichting van hun wijk, maar volgens de deskundigen zijn daar ook nog hiaten.

Zo laten sommige bevolkingsgroepen onvoldoende hun stem horen. De experts stellen daarom voor om meer samen te werken met sociale belanghebbenden om alle lagen van de bevolking te bereiken en om de vertegenwoordiging binnen de gekozen organen nog meer te diversifiëren.

Betaalbaar en efficiënt openbaarvervoersnetwerk

Tot slot leggen de auteurs van de paper de nadruk op een efficiënt, vlot toegankelijk en betaalbaar openbaarvervoersnet. “Als we willen dat mensen minder afhankelijk zijn van auto’s, moeten we niet alleen wandelen en fietsen aanmoedigen, maar ook zorgen voor goed openbaar vervoer.”

Het is volgens hen namelijk niet voor iedereen even eenvoudig om beroep te doen op individuele alternatieven. “Voor iemand die in een buitenwijk woont met een garage en zonnepanelen is het gemakkelijker om een elektrische bakfiets te gebruiken dan voor iemand die een appartement huurt op de derde verdieping van een oud gebouw in het stadscentrum”, schrijven ze. “Een betaalbaar en efficiënt openbaarvervoersnet is dan essentieel omdat dit de meeste mensen toegang geeft tot mobiliteit.”

Die lijst is niet-exhaustief, benadrukt onderzoekster en co-auteur Eva Van Eenoo (VUB), maar moet als toetsingskader dienen voor beleidsmakers. “Wij hebben niet bepaald wat sociaal rechtvaardig is, maar geven wel een duidelijk kader mee: de sociaal-economische situatie van betrokken burgers mag niet verslechteren.” De vier voorstellen die in de paper zijn opgenomen zijn de punten waar een consensus over heerst bij de auteurs.

“Het doel is vooral om de discussie op gang te trekken, zeker met het oog op de aanstaande verkiezingen. We hopen dat de politieke partijen het thema in hun programma opnemen en nadenken over hoe ze naar de kiezers communiceren”, legt ze uit.

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni