Een klas in het Institut des Dames de Marie/Ecole du bonheur in Sint-Lambrechts-Woluwe
© PhotoNews | Een klas in het Institut des Dames de Marie/Ecole du bonheur in Sint-Lambrechts-Woluwe.

Kleuters in grote steden spreken minder vlot Nederlands dan elders

© Belga
17/01/2023

Kinderen die in de derde kleuterklas zitten in grootsteden hebben het Nederlands minder goed onder de knie dan kleuters in de rest van Vlaanderen. Dat blijkt uit de tweede Taalscreening, of KOALA-toets, die sinds vorig jaar jaarlijks wordt afgenomen bij kleuters van vijf jaar in de derde kleuterklas. Uit de test blijkt dat 14 procent van de kleuters nood heeft aan extra taalondersteuning, maar de regionale verschillen zijn opvallend groot. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het in totaal over 25 procent.

De resultaten zijn gelijkaardig aan die van de allereerste screening vorig jaar, toen 15 procent van de kleuters een taalachterstand voor Nederlands had.

Regionale verschillen

Opvallend zijn de grote regionale verschillen. Zo scoren kinderen die in grote steden naar school gaan onder het Vlaams gemiddelde. In Antwerpen heeft 29 procent nood aan extra begeleiding. In Gent heeft 23 procent van de leerlingen nood aan extra begeleiding. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het in totaal over 25 procent.

In scholen met veel kinderen met een andere thuistaal scoren leerlingen ook minder goed dan in andere scholen. Het percentage dat daar intensieve begeleiding nodig heeft, steeg van 7 naar 8 procent tegenover vorig jaar. In totaal heeft 25 procent van de kleuters in die scholen nood aan extra taalondersteuning. Dat is iets minder dan vorig jaar, toen die groep nog 28 procent van de kleuters op die scholen bevatte.

Extra maatregelen

Voor minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zijn er vooral extra maatregelen nodig in steden of regio's waar de leerlingen onder het Vlaamse gemiddelde scoorden: "Als pakweg een op de vier kleuters te beperkt Nederlands begrijpt, dan is dat absoluut nefast voor álle kinderen in die klas. We zouden daar extra maatregelen moeten nemen, zoals striktere engagementen van ouders om hun kinderen ook na schooltijd in contact te brengen met het Nederlands."

De minister wil meer inzetten op ouderlijke betrokkenheid, en wil daar desnoods een stok voor achter de deur houden. "Enerzijds kunnen we de ouders proberen te stimuleren, maar naast de positieve maatregelen moeten we ook oog hebben voor repressieve maatregelen. We moeten nadenken over mogelijkheden om in te grijpen wanneer ouders manifest de ouderlijke verantwoordelijkheid ontlopen, bijvoorbeeld over ingrijpen in het groeipakket of in premies van de overheid."

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie